In Balans: Management en Organisatie - samenvatting hoofdstuk 13: Vreemd vermogen op korte termijn

Door H_justin gepubliceerd op Friday 15 November 09:58

558f6a9c6df478e491f39b59cec1bf95.jpgHoofdstuk 13

'Vreemd vermogen op korte termijn'

 

Samenvatting/begrippenlijst
Vak: Management en Organisatie
Boek: In balans (theorieboek 1a)
Klas: VWO

§13.1: Leverancierskrediet

  • Leverancierskrediet: Er worden goederen geleverd, de klant mag wachten met betalen/betaald niet gelijk. (Het krediet wordt door de leverancier verleent aan de afnemer)
  • Consumptief leverancierskrediet: krediet (=lening) dat een leverancier verleent aan een consument.
  1. De leverancier hoeft niet aan het krediet te verdienen.
  2. Het is goedkoper en sneller dan dat je bij een bank.
  3. Er is klantenbinding.
  • Groot voorbeeld van leverancierskrediet: postorderbedrijven.
  1. De consument besteed al inkomen dat hij nog niet eens zeker weet te krijgen.
  2. Er kunnen in de toekomst belangrijkere dingen moeten worden betaald door de consument, maar ook de kredieten van de postorderbedrijven. Dit zorgt vaak voor financiële problemen voor de consument.
  • Productief leverancierskrediet: Krediet dat een bedrijf verleent aan een ander bedrijf.
  1. Is een kort vermogen (het krediet wordt voor één tot zes maanden verleend)
  2. De kosten zijn meestal lager dan bij een bankkrediet.
  3. Het risico is kleiner dan bij een krediet bij de bank (leverancier ziet beter hoe de afnemer ervoor staat)
  • Zie voorbeeld 13.1 voor het berekenen van de kosten van het leverancierskrediet.
  • Kredietbeperkingstoeslag: De toeslag die je moet betalen wanneer je niet binnen de afgesproken tijd betaald.
  • Op de balans wordt leverancierskrediet gezien als crediteuren.

§13.2: Afnemerskrediet

  • Afnemerskrediet: Krediet waarbij de klant vooraf betaald en daarna pas de goederen of diensten ontvangt. (het krediet wordt door de afnemer verstrekt aan de leverancier)
  1. Komt vaak voor bij dienstverlenende bedrijven, uivoering van speciale orders en opkopende handel.
  2. Wordt op de balans gezien als debiteuren.
  • Dienstverlenende bedrijven verlenen diensten die bij wanbetaling niet kunnen worden teruggevorderd. Hierbij wordt er vooraf betaald. (bijv. abonnementen en verzekeringen)
  • Speciale orders hebben het grote risico dat wanneer het product niet naar de wensen van de afnemer is, de leverancier misschien nooit meer kan verkopen. Hierbij wordt er vooraf betaald (bijv. speciale auto's en speciale machines)
  • Bij opkopende handel ontvangt de leverancier eerst zijn geld van zijn afnemer om de handel te kunnen financiëren. Door te financiëren kan de leverancier zijn producten aanbieden. (bijv. bij gewassen)
  • Consumptief afnemerskrediet: De consument verstrekt krediet aan de leverancier.
  • Productief afnemerskrediet: Een onderneming verstrekt krediet aan een andere onderneming, met voorafbetaling.

§13.3: Rekening-courantkrediet

  • Rekening-courant: Een rekening die door bedrijven wordt gebruikt om alle ontvangsten te krijgen en uitgaven te betalen.
  1. Kan zowel in de min staan als in de plus. (kan daarom dus ook aan zowel de debet- als de creditkant staan op de balans)
  2. Kredietplafond: Het maximale bedrag wat een onderneming in de min kan staan.
  3. Depositieruimte: Het bedrag dat de onderneming nog kan opnemen. (bijv. een onderneming die 30.000 euro heeft, 60.000 in de min kan staan, depositieruimte = 60.000+30.000= 90.000)

 

Lees hier meer samenvattingen van het vak management en organisatie
(Zowel HAVO als VWO!)

____________________________________________________________________________________

15ff6ba19b5b784f4b59feffd604abc5.jpgGemaakt door: H_Justin
Op dit artikel zit Copyright.
Dit artikel is geschreven tbv opleiding.
____________________________________________________________________________________

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.