De zon en haar plaats in religies
De zon is in vrijwel elke cultuur in het geloof terechtgekomen, en dat is niet vreemd: ze bepaalt de dag, het jaar, de oogst en de kou. Dat gegeven heeft ook een stroming voortgebracht die alle godsdiensten wil terugbrengen tot verering van de zon, waarbij elke figuur uit een heilig boek een zon blijkt te zijn en elk verhaal de loop van het jaar. Het onderwerp is interessant, en die laatste uitleg gaat verder dan het bewijs toelaat.
Wat er werkelijk over te zeggen valt
Er zijn godheden die uitdrukkelijk de zon zijn of haar vertegenwoordigen. In het oude Egypte een god die in een boot langs de hemel vaart en elke nacht een onderwereld doorkruist. In Mesopotamië een zonnegod die tevens rechter is, omdat hij alles ziet. In de Griekse en Romeinse wereld figuren die de zon besturen, naast een latere cultus van een onoverwonnen zon die in het leger populair was. In India een zonnegod met een eigen wagen, en een dagelijkse begroeting van de zon die tot in de huidige praktijk is bewaard. In Japan een zonnegodin die aan het hoofd van het pantheon staat.
Verder zijn er bouwwerken die op de zonnestand zijn gericht, in Europa, in Egypte, in Midden-Amerika en op de Britse eilanden. Dat is gemeten en goed onderbouwd: de langste en kortste dag zijn in de oudheid overal vastgelegd, en dat is bij een landbouwsamenleving zonder kalender een kwestie van overleven.
Ook de plaats van feesten in het jaar hangt met de stand van de zon samen. Feesten rond het midwinterpunt, rond het terugkeren van het licht, rond het begin van de lente en rond de oogst komen in uiteenlopende culturen voor, en jongere godsdiensten hebben bestaande data soms overgenomen en van nieuwe betekenis voorzien. Dat is historisch te volgen en het staat in de vakliteratuur.
Wat de stap te ver is
De stelling dat een godsdienst niets anders is dan verkapte zonneverering, en dat de hoofdfiguren van heilige boeken eigenlijk de zon zijn, is in de negentiende eeuw in de mode geweest en daarna in de godsdienstwetenschap verlaten. De reden is methodisch: de methode kan niet falen.
Elk verhaal heeft immers een figuur die opkomt en ten onder gaat, een duister moment en een herstel; elk getal in een tekst is met wat rekenwerk aan een aantal dagen, maanden of sterrenbeelden te koppelen. Wie dat op een willekeurig verhaal toepast — ook op een moderne roman — komt tot dezelfde soort resultaten. Een verklaring die alles kan verklaren, sluit niets uit en levert daarom geen kennis.
Daarbij komt dat de aanhangers van die uitleg de teksten zelden lezen in hun eigen historische omgeving. De verhalen in de heilige boeken van de grote godsdiensten hebben aantoonbare wortels in oudere teksten, in de geschiedenis van een volk, in rechtsregels en in liturgie, en dat verband is met bronnen te volgen — wat bij een gesteld zonneverband ontbreekt.
Dat geldt ook voor de veel herhaalde lijst van overeenkomsten tussen gestalten uit verschillende religies. Als je die naast de bronnen legt, blijkt een deel van de beweerde parallellen in de oorspronkelijke teksten niet te staan, of van veel later te dateren dan de figuur waarmee ze wordt vergeleken.
Waarom het toch een goede vraag is
Omdat de invloed van astronomie op geloof werkelijk groot is, en dat wordt door serieuze wetenschap ook zo beschreven. Kalenders, pelgrimages, vastenperioden en gebedstijden hangen in veel tradities aan zon en maan. Een maankalender verschuift ten opzichte van het zonnejaar, en dat is de reden dat sommige feesten door de seizoenen wandelen en andere vast staan.
Wie het onderwerp wil volgen, is beter geholpen bij de vergelijkende godsdienstwetenschap en de archeoastronomie dan bij documentaires die alles tot één sleutel terugbrengen. Daar zul je minder verrassende verbanden vinden, en wat je vindt, is met bronnen na te trekken.
En dat is uiteindelijk de nuttigste toets bij dit soort onderwerpen: niet of een verband opwindend is, maar of iemand kan aanwijzen waar hij het heeft gevonden.
