Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

Afwijzing en hoe je ermee omgaat

Een afwijzing hakt er bij vrijwel iedereen harder in dan verwacht, ook bij mensen die verder stevig in het leven staan. Een sollicitatie die niets wordt, een relatie die eindigt, een uitnodiging die niet komt, werk dat wordt afgekeurd: het gevoel is buiten verhouding tot de gebeurtenis. Dat heeft een reden, en die reden helpt bij het verwerken.

Waarom het zo hard aankomt

Bij afwijzing worden in de hersenen deels dezelfde gebieden actief als bij lichamelijke pijn. Dat is meermalen gemeten, en het verklaart waarom mensen over afwijzing praten in termen van pijn en niet van teleurstelling.

De achtergrond is vermoedelijk dat onze voorouders in groepen leefden waarin buitengesloten worden levensgevaarlijk was. Een systeem dat fel reageert op dreigende uitsluiting, had dus nut. Dat systeem werkt nog, ook nu een afgewezen sollicitatie geen gevaar is.

Daar komt bij dat afwijzing bijna nooit alleen over het onderwerp gaat. Ze raakt aan de vraag of je genoeg bent, en die vraag ligt bij iedereen dichter onder de oppervlakte dan hij toegeeft.

De denkfouten die het verergeren

Drie, en ze komen alle drie vrijwel altijd voor.

De eerste is veralgemenisering: van dit ging niet door naar ik ben iemand voor wie het nooit doorgaat. De tweede is toeschrijving aan de persoon: je neemt aan dat het om jou ging, terwijl de reden meestal ergens anders zat — bij een andere kandidaat, bij de timing, bij iemand met een heel eigen probleem.

De derde is de meest sluipende: wat men zich achteraf afvraagt. Iemand gaat terug door het gesprek, zoekt het moment waarop het misging en vindt dat ook, want dat vindt men altijd. Die reconstructie voelt als inzicht en is het meestal niet: er is geen manier om te weten wat de doorslag gaf, en de gevonden verklaring zegt meer over de zoeker dan over de zaak.

Wat werkelijk helpt

Neem het eerst serieus als pijn. Niet wegwuiven, niet meteen doorgaan, en zeker niet bezweren dat het niets uitmaakt terwijl het wel uitmaakt. Een dag of twee waarin het naar is, hoort erbij.

Praat erover met iemand. Uitsluiting is de wond, en contact is de tegenhanger — dat is niet sentimenteel maar het rechtstreekse tegengif voor wat er gebeurt. Wie zich terugtrekt, houdt het gevoel in stand.

Maak daarna scheiding tussen twee vragen: wat kan ik hieruit leren, en wat zegt dit over mij? De eerste is nuttig en beperkt — er is bijna altijd één concreet ding aan te scherpen. De tweede is een valkuil en levert nooit iets op.

Vraag om terugkoppeling waar dat kan, kort en concreet: wat had het verschil gemaakt? Je krijgt het niet altijd, en als je het krijgt, is het bijna altijd minder persoonlijk dan je vreesde.

Meer afwijzing, niet minder

Het onlogische slot, en het is het beste advies dat er is. Wie afwijzing zeldzaam houdt, voelt elke keer als een oordeel. Wie veel vraagt, veel stuurt, veel probeert, krijgt vaker nee en merkt dat het minder wordt.

Mensen die in hun werk met afwijzing te maken hebben — acteurs, verkopers, schrijvers, onderzoekers die financiering aanvragen — komen vrijwel allemaal op dezelfde gewoonte uit: doorgaan met aantallen en niet met betekenis. Nee is het gewone antwoord en niet het uitzonderlijke. Dat maakt het niet prettig, maar het haalt het gif eruit.