De Rijn, Rivier der wanhoop. Airborne divisie bezet de Betuwe

Door Xeaddot gepubliceerd op Monday 03 March 16:48

Rivier der wanhoop is een verhaal over de bezetting van een Betuws dorp door de geallieerden en hoe mijn moeder dat beleefd heeft. De titel RIVIER der WANHOOP komt voort uit het feit dat tijdens deze bezetting er elke nacht patrouilles de Rijn moesten oversteken en het Duitse vuur moesten trotseren. En altijd kwamen deze patrouiles met minder mensen terug. De wanhoop stond op hun gezicht te lezen.

Rivier der wanhoop.
Het was in 't jaar Onzes Heren 1944 en de oorlog bereikte een hoogtepunt op alle fronten om Nazi-Duitsland te vernietigen. Soldaten, burgers, niemand werd gespaard door de bombardementen. Uitroeïng van onze mede broeders en zusters bevestigden deze macabere gang van zaken uit die tijd. De Duitsers verloren op alle fronten, maar voor velen was het toch te laat om nog hoop voor de toekomst te hebben. Gelukkig waren er nog vele miljoenen mensen in Europa die geloof en hoop hadden in een betere wereld waar vrede en nieuwe perspectieven een mensdom de schoonheid van het leven zouden doen realiseren in noeste arbeid en saamhorigheid. De uiteindelijke nederlaag van Duitsland kon niet lang op zich duren. De vraag was alleen: Hoe lang nog?

Geruchten
Er broeide iets. De geruchten over een invasie door de gealieerden deden de ronde. Wij woonde in de Betuwe in een dorpje bezijden Arnhem en Nijmegen. Dagelijks hoorden en zagen we de vliegtuigen overvliegen om Duitsland te bombarderen. Veel bommenwerpers werden neergeschoten, Op een nacht herinner ik me dat er 14 in de regio neergrsort waren. Ook de V2's zagen we soms gaan. eentje viel zelfs vlak bij ons huis in een weiland, een gat achterlatend zo diep als een krater. We wisten niet dat dit alles nog maar een voorproefje was op alles wat we nog mee moesten maken. 5 september 1994 Dolle dinsdag en 14 september "Maastricht bevrijd" waren geweldige opstekers en wij dachten dat de overwinning niet meer te stuiten was, maar wat een gruwelijke vergissing.


Zondag 17 september
Zondag 17 september. Een stralende dag met een vlekkeloze hemel. Het werd de ongewoonste en opwindenste Zondag die ik ooit beleefd heb, want die Zondag zagen we grote luchtvloten landen aan de overkant van de Rijn. Onze blijdschap was niet te beschrijven toen uit deze vliegtuigen uitspringende zwevende parachutisten sprongen. Maar onze blijdschap werd wild verstoord toen we in de verte het afweergeschut hoorde ratelen. Het zal toch niet? Ondanks dat de volgende dagen de troepen-transporten door de lucht doorgingen werd de slag bij Arnhem verloren. Voor ons toen een onbegrijpelijke zaak. We hebben gehuild toen we de ontstellende berichten hoorden. Maar er was ook vreugde...

Na de doorstoot van de Engelse bij Nijmegen kwamen deze troepen al gauw in ons dorp. Ook Franse en Poolse strijdkrachten verzamelden zich in ons dorp. Gezamenlijk wilde deze troepen verder gaan, maar werden een halt toegeroepen door de Rivier der wanhoop, de RIJN.

De Betuwe bezet
Het waren Engelse, Franse, Poolse en Amerikaanse strijdkrachten die verder uitzwermden over de Betuwe en op een schemerige avond werd ons dorp door de Yankee's bezet. Ze liepen achter elkaar, op gummi schoenen, geruisloos als groene spoken, zwaar gecamoufleerd met helmen op hun hoofden en de geweren in de aanslag. Het was een angstige belevenis en deze 101e Airborn Divisie stationeerde zich in ons dorp. De oorlogsactiviteiten was nu in de Betuwe in alle hevigheid los gebarsten. Verkenningstochten werden uitgevoerd, in de verte hoorde je soms mitrailleur vuur of een ontploffing. Dag en nacht werden er granaten afgeschoten. De Yankee's groeven zich in in onze boomgaarden en weilanden. Het was een griezelige werkelijkheid waarmee we werden geconfronteerd. En zeker toen er vlak achter ons huis weer een V1 of V2 in het weiland ontplofte. De soldaten maakte dankbaar gebruik van de krater die was ontstaan om daar weer een soort hol als bescherming van te maken.

Schuilkelders en een kopje thee
Kapotgeschoten gebouwen en huizen werden gevorderd. Het wemelde van soldaten die als mieren door elkaar heen krioelde en zich vestigde in ons dorp. Afweergeschut werd geplaatst en tanks namen strategische posities in. Ons dorpje lag regelmatig onder vuur van Duitse granaten die zonder waarschuwing her en der ontploften. Maar gelukkig had ons huis 2 grote kelders en al gauw werden deze kelders toevluchtsoord voor de buren en hun familie. Op een gegeven moment schuilden wij met 26 volwassenen en 4 baby's in deze kelders om aan het spervuur van granaten te ontkomen. Dit waren zeer angstige momenten. Mijn moeder nam tijdens deze beschietingen de mensen altijd onder hun hoede en tijdens de Duitse aanvallen schonk zij een kopje thee en serveerde daar nog een lekker stuk zelfgebakken cake bij. Dit zorgde voor de nodige rust bi de angstige mensen. Er was geen electriciteit en op 2 oude potkachteltjes werden altijd de maaltijden verzorgt door moeder. Ook voor de soldaten als zij weer van een patrouille terug kwamen.


Genoeg te eten
Aan voedsel hadden we geen gebrek. Grote hopen aardappelen en groeten lagen te rotten. Het aangeschoten vee werd naar de slachterij gebracht om uit hun lijden te worden verlost en ter consumptie aan de bewoners te worden verdeeld. Later werden ook de soldaten voorzien van dit vlees. Het was eigenlijk diep tragisch dat wij overschotten van voedsel moesten laten bederven terwijl in andere delen van het land onze hongerige landgenoten zich tegoed moesten doen aan tulpenbollen. Na enkele weken gingen de troepen ook de verse groentes gebruiken, want het tin-voedsel zoals dat genoemd werd hing hen al ellen lang de keel uit. Het was verrukkelijk om de soldaten te zien smullen van al het goede dat voor het grijpen lag.

Groene uniformen aan de waslijn
Ondertussen werd in ons dorp druk contact gelegd tussen de burgers en de Amerikaanse strijdkrachten. Het was een ongeschreven wet dat de burgers zich ontfermde over de soldaten en zo werd in elk gezin een aantal soldaten gastvrij binnen gehaald zodat ze ook even al het leed konden vergeten dat ze meegemaakt hadden. Zelf herinner ik mij dat er overal groene uniformen aan de waslijnen hingen te wapperen. Ja, zelfs mijn moeder had jonge militairen gecharterd die zij verwende als waren het haar eigen zoons. Ook de Boys )soldaten' trachtte hun dankbaarheid tot uitdrukking te brengen door ons van alles toe te stoppen zoals zeep, sigaretten, kauwgom en zelfs een borreltje. Menig boerinnetje is in deze tijd verslaafd rookster geworden en sommige raakten zelfs zwanger. De manier waarop men met elkaar stond te praten was vermakelijk, alle bruikbare lichaamsdelen waren spreekobjecten, want de meeste bewoners konden geen Engels spreken. De menselijke solidariteit was een geweldige opsteker voor ons. MET ELKAAR, VOOR ELKAAR EN DOOR ELKAAR werd de lijfspreuk.

Daar ik aardig Engels kon spreken was ik in de gelegenheid hun achtergronden te doorzien en hun schrijnend leed te begrijpen. Sommige soldaten waren al jarenlang ver van huis, Velen waren vader geworden terwijl zij van huis waren, maar hadden hun kind nog nooit gezien.

De rijn, de vloek voor de geallieerden
Ons dorp lag in de vuurlinie en iedere nacht moesten patrouilles ter verkenning de Rijn over. Aan de andere  kant van deze Rivier der wanhoop werden door de mijnenvelden velen van hun leven beroofd. Een verkenner die net terug kwam van een patrouille en van mijn moeder een bak koffie kreeg, vertelde dat deze nacht er maar 87 van de 144 militairen heelhuids waren terug gekomen. De overige waren op het slagveld aan de andere kant van de Rijn achter gebleven. De Rijn, de vloek voor de geallieerden. Rivier der Wanhoop. Ook onder de burgers in ons dorp vielen steeds meer slachtoffers door de aanhoudende beschietingen van de Duitsers. en langzaam veranderde ons pittoresk dorpje in een puinhoop. Ook de Duitsers stuurde Patrouilles de Rijn over. En vaak werden deze patrouilles door de Amerikanen onderschept. De gewonde Duitsers werden mee teruggenomen naar ons dorp. Het viel mij op dat deze gewonde krijgsgevangenen goed werden verzorgd.

 

Elke nacht stond de wanhoop op hun gezichten
Ondertussen werden de dagen, weken en er was nog geen uitzicht op het feit dat de troepen ons dorpje zouden verlaten. Elke nacht kwamen de patrouilles met minder mensen terug dan dat ze weggingen. En altijd maar weer staarde deze militairen een blik van Wanhoop uit. Weer een dierbare verloren, weer een vriend achtergelaten op het slagveld. En dat ging weken door. Er was een soort patstelling. En hoe langer het duurde des te slechter werd het weer. De soldaten in de holen werden steeds vaker wakker doordat er water in hun holen stond. Ook de kelders van de huizen waar menig Yankee sliep liepen langzaam vol of waren erg vochtig door het slechte weer. En mede door deze vervelende omstandigheden van vocht, vuil en kou vielen er meer doden dan verwacht. Vooral zwaar gewonde soldaten hielden het niet lang vol. Er moest gauw een einde aan deze situatie komen.

Evacuatie
Op 17 november was het dan eindelijk zover. Er gingen al geruchten dat we geëvacueerd zouden worden en iedereen was in een opperbeste stemming. Eindelijk, we werden in vrachtwagens afgevoerd naar het zuiden des lands, alles achterlatend wat we door de jaren heen met noeste arbeid hadden opgebouwd, elkaar moed insprekend dat we gelukkig nog leefden. Het meest schrijnend  op het moment dat wij gevacueeërd werden was wel de blik van de militairen waar wij weken lief en leed mee gedeeld hadden. Zij moesten achterblijven in deze ontstellende poel der ellende. Wij konden niets meer doen dan voor hen BIDDEN.
 

Bevrijdingsfeesten
Tijdens de bevrijdingsfeesten lukte het mij niet om enthousiast mee te feesten. Ik moest als maar denken aan al die militairen die voor ons hun leven gegeven hadden. En wat was er geworden van al die militairen die wij achter lieten in ons pittoreske dorpje? Waren zij nu wel veilig over de Rijn gekomen? Vele jaren later heb ik op een Zondag samen met mijn gezin de Airborne begraafplaats in Oosterbeek bezocht. Heel indrukwekkend. Waren dit de jongens die ook bij ons in het weiland het afweergeschut bediende, of met gammele bootjes de Rijn moesten oversteken? Ik zal het nooit weten.

Lees ook het stukje over de Airborne begraafplaats en Soldaat  A.J. CUNNINGHAM age 20.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.