Welke soorten afasie zijn er?

Door Daisy03 gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Soorten afasie: Er zijn verschillende soorten Afasie. De verschillende vormen van afasie worden onderscheiden op basis van het beschadigde hersengebied. Het is ook zo dat in de loop van de ziekte de vorm bij een patiënt kan veranderen. Er zijn vormen die vaker voorkomen dan anderen. Hieronder staan de verschillende vormen van afasie beschreven.

Broca’s afasie:

Bij Broca afasie zit de beschadiging in het gebied van Broca. Dit gebied bevindt zich in de linkerhersenhelft en is vooral verantwoordelijk voor de klank en articulatie van de taal. Het Broca gebied ligt dicht bij de motorische cortex waaruit de spraakbewegingen van de tong, kaak en lippen gecoördineerd worden. Patiënten met deze aandoening begrijpen nog goed wat er tegen ze gezegd wordt. Ze kunnen alleen zelf geen grammaticale verbanden uitdrukken of niet goed, en ze spreken vaak in telegramstijl of agrammatisme. Het taalbegrip van de Broca-patiënt is nog redelijk goed, evenals de leesvaardigheid. Bij zorgvuldige testen van het taalbegrip is gebleken dat Broca-patiënten toch slechter te presteren dan normale proefpersonen. Het schrijfproces is net als het spreken zwaar getroffen, niet qua vorm maar qua inhoud. Er treden verschrijvingen op die vergeleken kunnen worden met fonematische parafasieën (één of meer bedoelde klanken van het bedoelde woord wordt vervangen, weggelaten, verwisselt of toegevoegd) in de spontane taalproductie.
Met patiënten met Broca afasie komt het vaak voor dat ze het bedoelde woord niet kunnen vinden. Ze spreken dan een woord uit dat wel vaak tot de zelfde categorie behoort. Een patiënt zegt bijvoorbeeld ‘stoel’ in plaats van ‘krukje’. Ze horen beide wel tot de categorie meubels ( zitmeubels zelfs) maar het heeft een andere betekenis.
Een patiënt met Broca- afasie is zich vaak bewust van zijn afasie, omdat hij of zij de taal zelf goed kan begrijpen, heeft diegene ook meestal zelf door als het fout gaat.

Om een voorbeeld te wekken over hoe een persoon met Broca afasie praat, komt het volgende fragment van toepassing:
Een patiënt vertelt over het ontstaan van de afasie: ‘Ja denk – ik denk….eh…half jaar.. geleden van eh…moei…heel moei...dag en nacht. Maar verders is… kom vanzelf…van eh…zaterdag..slecht praten…ja….echt vermoeid…moet uitspreken maar eigenlijk niet…’t is – ’t is ’t is…maar ehm…zondag…ochtend…gewerkt van ’t de-bedrijf ja en twaalf uur thuiskomen en ja ’t is…van eh..ja platvallen..’ Vraag: ‘Letterlijk?’ Patiënt: ‘Ja ja net boven…gehaald en eh…ja platvallen...’ Vraag: ‘En daar kunt u zich verder niets van herinneren, wat er toen gebeurd is?’ Patiënt: ‘Nee ja nou ja va-vaag….’t Is …ja.. beetje gammel he…beetje …ongeveer…en eh…bed en ja en zelf in bed gekropen en ja en verder ja ’t is ’t is. (..) Vraag: ‘Was u alleen?’Patiënt:’Ja…van vrouw van eh kinderen van eh …s-sinterklaas…boot…aankomen…van en ja…en eh…van …ga maar maar ik kom later beetje eh laat beetje laat en eh en kom later…omkleden ja en eh ja da’s goed nou v-vrouw weg en toevallig van eh tas of.. ik weet niet meer maar maar eh…of gas uitgedaan ja.. en ik ha-half uur… ik eh...boven en ja van vrouw toevallig eventjes thuiskomen…van de ‘t …verke-vergeten ja en ja en.’ Vragensteller: ‘En die vond u’.

Afasie van Wernicke:

Bij afasie van Wernicke ( ook wel sensorische afasie genoemd) is er een beschadiging in de linker hersenhelft. Alleen is het nu in het gebied van Wernicke. Dit gebied ligt weer dicht bij het hersendeel waar de prikkels vanuit de oren binnenkomen op de sensorische cortex ( vandaar dat het ook wel sensorische afasie genoemd wordt).
Patiënten met deze vorm van afasie hebben dan ook vooral een gebrekkig begrip van taal. Ze spreken wel vloeiend, maar de gevormde zinnen raken totaal hun betekenis kwijt. Het komt vaak voor dat ze flarden van zinnen gebruiken die wel uitgesproken worden, maar dan dus wel hun eigenlijke betekenis kwijt zijn.
Het komt bij deze vorm ook vaak voor dat de patiënt in plaats van het bedoelde woord een woord zegt wat wel ongeveer dezelfde klank heeft, of zelfs een heel nieuw woord verzint. De persoon wil bijvoorbeeld lamp zeggen, maar zegt samp ( een niet bestaand woord met dezelfde klank).
Mensen met afasie van Wernicke zijn zich vaak minder bewust van de fouten die ze maken dan mensen met Broca afasie. Dit komt voornamelijk doordat de gesproken taal niet goed begrepen wordt. En dus ook hun eigen gesproken fouten niet of nauwelijks opmerken.

Een voorbeeld van een patiënt met afasie van Wernicke:

Patiënt: :’ …maar afijn wij gaan naar huis dus dan ga je gaan eten maar ja als je altijd gewerkt heb dag en nacht ging ik altijd een half uurtje slapen op de grond languit en toen is er schijnbaar wist ik niet meer en toen kwam de dokter rara hoe ken je dat hè eerlijk hoor ik ga niet vertelen eh ’t is zo eerlijk zo hoor en toen kwam de dokter bij mijn nou jan welke dag weet ik niet meer dat ik kwam in het ziekenhuis en toen ik niks helemaal niks..’
 

Conductie-afasie:
Patiënt spreekt snel en wat gejaagd. Af en toe struikelt hij of zij over een woord, dat hij meestal direct corrigeert. Hij zegt bijvoorbeeld:’een van de kuh..mooi..kuh..kado bij je..’ en ‘ dat hebbsh,dat heeft wel ‘s, spelde zich, speelde zich af op een plaats..’ Bij het formuleren van een in bij een plaatje zijn voorbeelden van uitspraken: ‘De bomen staan hegge,hé,hé,na, naast de weg. De bomen staan aan de kant, nee. De bomen staan tussen de, eh,eh, de boom staat tussen de eh, de huizen’.
Wat de patiënten nog de meeste moeite kost is nazeggen van vooral langere zinnen en getallen. Maar ook hier corrigeert de patiënt zich na een aantal pogingen meestal wel, of voor een deel.
 

Enkele voorbeelden:
Pottenbakker: ‘pottenbakker’.
Bibliotheeksecretaresse: ‘blibli eh bibliotheeksekertaresse’.
Pannenkoeken bakken: ‘poeneka, nee, pannekoeken bakken’.
De deur wordt geverfd: ‘de durf, durf wordt gever-, geverfd’.
De man met een bril: ‘een man met een bri-, bril’.
Hij vroeg waar hij was toen wij daar waren: ‘hij vroeg waar wij, we, hij vroeg w-waar wij, nee, hij vroeg eh dij,hij vroeg waar w-waar wij waren en toen wij, nee, dat moet u even, weet ik niet’.

Het spontane taalgebruik van patiënt met conductie-afasie spreekt vaak redelijk vloeiend en met een normale toonhoogte. Kenmerken voor iemand met conductie-afasie is dat het naspreken van woorden of zinnen van anderen het sterkst is verstoord. Dit wordt vooral duidelijk wanneer een patiënt langere woorden of langere zinnen moet herhalen. Deze afatici heeft last van woordvindingsproblemen en maakt nogal eens klankverwisselingen. De keuze en ordening van de klanken van een na te zeggen woord leveren herhaalde keren problemen op, tot het bedoelde woord ten slotte wordt gevonden. De patiënt is zich bewust van de onnauwkeurigheden en probeert deze te herstellen. Het taalbegrip van de patiënt is goed. Er wordt ook wel gezegd dat iemand met conductie-afasie spreekt als een Wernicke patiënt, maar taal begrijpt als een Broca patiënt. De plaats in de hersenen van een patiënt met conductie-afasie bevindt zich ergens tussen Wernicke’s en Broca’s gebied. Het lezen en schrijven is over het algemeen bij conductie-afasie minder zwaar aangetast, behalve in de ernstige gevallen.
Conductie-afasie wordt wel opgevat als niet standaard, omdat dit type afasie minder vaak voorkomt.


Globale afasie:
Bij globale afasie is er sprake van weinig taalproductie en een ernstig verstoord taalbegrip. Verbale communicatie is vaak nauwelijks mogelijk. De woordenschat van de patiënt is erg beperkt, de spraak is moeizaam en slecht uitgesproken. Het voorzeggen van de beginklank helpt de patiënt ook niet met het vinden van het juiste woord. De patiënt is ook niet in staat om zinnen die door de gesprekspartner zijn gemaakt, te beëindigen of onderbreken. Slechts door mimiek en gebaren kan de patiënt zich nog enigszins uiten.
Bij een speciale vorm van globale afasie treden vaak terugkerende uitingen op. Dit wordt ook wel recurring utterances genoemd. Deze kunnen bestaan uit opeenvolgende willekeurige deelzinnen of woorden ( zoals andere vertellen of autoauto) of zogenoemde aan elkaar geregen consonant-vocaalsequenties ( zoals tatata of dododo). Een consonant is een medeklinker.
De redelijk goed behouden toonhoogte maakt het de patiënten met vaak terugkerende uitingen mogelijk om affectieve aspecten zoals, vraag, instemming of twijfel uit te drukken.
Ook de schrijftaal is bij globale afasie erg aangetast. Soms kunnen losse letters en losse woorden worden gekopieerd en gerangschikt, maar bij een dictee worden er erg veel fouten gemaakt en het geschrevene wordt niet of nauwelijks begrepen. Bij globale afasie is vaak ( maar niet altijd) sprake van diepgaande lesies in het taalverwerkingsgebied.

Een voorbeeld van iemand met globale afasie is het volgende fragment:

Vraag: ‘Kunt u om te beginnen eens vertellen hoe u ziek geworden bent, kunt u daar wat van zeggen?’ Patiënt:’Ja…(Vragensteller: ja)…(zucht) ja’. Vragensteller: ‘Probeert u maar.’ Patiënt: ‘Um…de…de..(zucht) (Vragensteller: Moeilijk?) ja..ja’. Vraag: ‘Weet u nog wat er gebeurd is ( patiënt: ja) Kunt u er wat van vertellen?’ Patiënt: ‘Nee..nee..de..ehh..nee (lacht) nee (vragensteller: nee) nee..nee..( zucht) ja..(lacht) nee-ja…ja..’ Vraag: ‘U wijst met uw hand?’ Patiënt:’Hand (vragensteller: ja) ja.’

Amnestische afasie:

Amnestische afasie wordt ook wel Nominale afasie of anomische afasie genoemd.
Anomia, moeite met het vinden van een woord bij het zien van bijvoorbeeld een afbeelding en bij het spontane spreken, is een symptoom van alle soorten afasie.
Maar alleen wanneer de anomia ernstiger is dan de rest van de taalstoornissen spreekt met van amnestische of anomische afasie. De benaming amnestische afasie wordt niet door iedereen gezien als juiste benaming omdat niet een het geen geheugenstoornis maar een woordvindingsstoornis de oorzaak is van de afasie.
Amnestische afasie heeft geen bepaalde plaats in de hersenen. Dit omdat de afasie in het begin Amnestische afasie zijn maar het kan zich ontwikkelen vanuit een ander, meestal ernstiger, afasiesyndroom.
Bij de amnestische afasie zijn de woordvinding en het benoemen van woorden gestoord, vooral inhoudswoorden die wat minder voorkomen. Dit geldt bij het spreken en bij het schrijven. Het begrijpen van gesproken en geschreven taal is goed of in ieder geval beter dan het uiten omdat de patiënt, ook al is hij de betekenis kwijt, uit de context vaak de betekenis kan afleiden. Het hardop lezen en het naspreken zijn normaal.
De aanwezigheid van overige stoornissen hangt af van de plaats van de lesie.

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi artikel met veel en goede informatie
Intresant artikel.
interessant artikel. klasse