De rol van de gouverneur op Curacao

Door Rolandmartha gepubliceerd op Thursday 17 December 22:44

In dit onderzoek wordt de rol en de bevoegdheden van de Gouverneur in de Caribische landen van het Koninkrijk bij vroegtijdige Statenontbinding uiteengezet en geanalyseerd. Met behulp van een aantal deelvragen wordt de hoofdvraag van het onderzoek beantwoord. De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt; ‘Hoever strekken de bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao als Landsorgaan dan wel als Koninkrijksorgaan bij het vroegtijdig ontbinden van de Staten?’

Behalve de Statenontbinding die in 2017 in Curaçao had plaatsgevonden, wat de directe aanleiding vormt voor dit onderzoek, worden ook de Statenontbindingen in 2012 in Curaçao, en die in 2013 en 2015 in Sint-Maarten ter vergelijking aan de orde gesteld. Ondanks dat er verschillen zijn in de aanleiding voor de diverse Statenontbindingen in Curaçao en Sint-Maarten en de wijze waarop deze ontbindingen hadden plaats gevonden, waren ook enkele herkenbare overeenkomsten.

Om de positie, de rol en de bevoegdheden van de Gouverneur betreffende de Statenontbindingen in Curaçao en Sint-Maarten in context te kunnen plaatsen, worden vooraf enkele staatrechtelijke begrippen uiteengezet. Het betreft de begrippen ministeriële verantwoordelijkheid, vertrouwensregel en het ontbindingsrecht die van belang zijn bij de ‘checks and balances’ van de parlementaire democratie. De voornoemde begrippen spelen een belangrijke rol in de verhouding tussen de Staten (het parlement) en de regering, omdat zij betrekking hebben op de controle, het evenwicht en de rechten van deze Landsorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Bij de ontbinding van de Staten door de regering en het waarborgen van de constitutionele waarden van de Grondwet (staatsregeling) in de Caribische landen heeft de Gouverneur een bijzondere verantwoordelijkheid. De Gouverneur is vertegenwoordiger van de Koning en in die hoedanigheid staat hij ook als Landsorgaan aan het hoofd van de Landsregering. Bovendien heeft de Gouverneur ook een verantwoordelijkheid als Koninkrijksorgaan. Als Koninkrijksorgaan vertegenwoordigt de Gouverneur de Koninkrijksregering, maar maakt daar geen deel van uit. Deze dubbele rol van de Gouverneur blijkt in de praktijk niet onproblematisch te zijn. De Gouverneur dient als Landsorgaan zowel landsverordeningen als landsbesluiten ter vaststelling te ondertekenen, maar dient ook zorg te dragen voor de naleving van de constitutionele normen door de regering. Als Koninkrijksorgaan houdt de Gouverneur toezicht op de naleving van de bepalingen van het Statuut, de Rijkswetten, de AMvRB, de internationale verdragen en de besluiten van volkenrechtelijke organisaties. De Gouverneur is ook belast met de verzorging of waarborging van de belangen die tot de aangelegenheid van het Koninkrijk behoren.

Uit het onderzoek komt naar voren dat de Gouverneur bij Statenontbindingen in de Caribische landen, in een controversiële positie kan komen te verkeren, wanneer zich een patstelling voordoet tussen de regering en de Staten. Ook de bevoegdheid van de Gouverneur bij ondertekening van landsverordeningen en landsbesluiten kan ervoor zorgen dat de Gouverneur zijn positie en rol als Landsorgaan moet ‘inwisselen’ ten behoeve van zijn verantwoordelijkheid als toezichthouder van de Rijksregering. Dit had zich in 2017 voorgedaan bij de Statenontbinding in Curaçao.

In bepaalde gevallen weigerde de Gouverneur om het ontbindingsbesluit te ondertekenen en in andere gevallen had hij het ontbindingsbesluit juist wel ondertekend. Dit heeft meermalen ertoe geleid dat er kritiek werd geuit op de onpartijdigheid van de Gouverneur.

Bij de Statenontbinding in 2012 in Curaçao betrof het de val van het kabinet-Schotte, waarbij een tweetal Statenleden van de coalitiepartijen MAN en MFK zijn steun aan het kabinet-Schotte had ingetrokken, waardoor het kabinet zijn meerderheid in de Staten kwijtraakte. Hoewel een nieuwe Statenmeerderheid aan de Gouverneur had voorgesteld om een nieuwe regering te vormen, ondertekende de Gouverneur het ontbindingsbesluit. Even later ontstond binnen de Staten onvrede over de wijze waarop het demissionaire kabinet-Schotte het land regeerde en diende een Statenmeerderheid een motie van wantrouwen in tegen het demissionaire kabinet-Schotte. Die motie van wantrouwen werd ook door de Staten aangenomen. De Gouverneur had vervolgens, op aandringen van de Statenmeerderheid, een interim-regering geïnstalleerd die de lopende zaken moest afhandelen en zorg moest dragen voor het organiseren van verkiezingen. In een advies aan de Gouverneur werd naar voren gebracht dat de Gouverneur niet had mogen meewerken aan een (in)formatieproces en de installatie van een interim-regering.

Een vergelijkbare situatie had zich in 2013 in Sint-Maarten voorgedaan, waarbij drie Statenleden van de coalitie hun steun aan het kabinet-Wescot-Williams II hadden ingetrokken. Het demissionaire kabinet-Wescot-Williams II wilde het liefst dat de Staten ontbonden werd en tussentijdse verkiezingen werden uitgeschreven. Door de demissionaire status van het kabinet was het volgens sommigen niet mogelijk om de Staten te ontbinden. Dit leidde tot hevige discussies over het ontbindingsrecht van een demissionair kabinet. De Gouverneur gaf in zijn advies aan de minister-president aan, dat de Statenontbinding een grondwettelijk en autonoom recht is van de regering. Uiteindelijk besloot de nieuwe Statenmeerderheid om een nieuwe regering te vormen onder leiding van Wescot-Williams.

In 2015 werd ook het zittend kabinet-Gumbs in Sint-Maarten geconfronteerd met een motie van wantrouwen, die gesteund werd door een Statenmeerderheid. Deze Statenmeerderheid stuurde een regeerakkoord naar de Gouverneur, waaruit bleek dat zij de voorkeur gaf aan een nieuwe regering die op de steun van de nieuwe Statenmeerderheid kon rekenen. Het kabinet-Gumbs had vervolgens een ontwerp-landsbesluit ter ontbinding van de Staten aan de Gouverneur voorgelegd. De Gouverneur weigerde het landsbesluit te ondertekenen, omdat het kabinet-Gumbs geweigerd had om zijn ontslag in te dienen. De Gouverneur gaf aan dat het het kabinet niet vrij staat om een ontbindingsbesluit in te dienen, omdat een meerderheid in de Staten al had besloten om een nieuwe regering te vormen. Een aantal rechtsgeleerden hadden, in een aan hen door de Gouverneur gevraagd advies, gesteld dat de StregSXM geen bepaling kent die een belemmering vormt voor een zittend kabinet om na een aangenomen motie van wantrouwen tot ‘conflictontbinding’ over te gaan. Naar aanleiding van voornoemd advies had de Gouverneur besloten, om toch het ontbindingsbesluit te ondertekenen en nieuwe verkiezingen uit te (laten) schrijven, nadat het kabinet-Gumbs alsnog zijn ontslag had ingediend. Een aantal andere rechtsgeleerden had eveneens zijn zienswijze en standpunt naar voren gebracht ten aanzien van deze kwestie. Het betrof enerzijds het primaat van de Staten als volksvertegenwoordiging die het laatste woord dient te hebben en anderzijds dat het ontbindingsrecht, als grondwettelijk en autonoom recht van de regering, niet door de Staten mocht worden gedwarsboomd.

In 2017 deed zich in Curaçao wederom een constitutionele crisis voor. In dat geval betrof het de val van het kabinet-Koeiman op 12 februari 2017, nadat de Statenfractie van de coalitiepartij PS haar steun aan het kabinet-Koeiman had ingetrokken. Opmerkelijk daarbij was het feit dat het kabinet-Koeiman toentertijd nog geen twee maanden in functie was. Het kabinet-Koeiman had zijn ontslag ingediend, de Staten ontbonden en nieuwe verkiezingen uitgeschreven, terwijl een nieuw gevormde Statenmeerderheid bereid was om een nieuwe regering te vormen. De Gouverneur had uiteindelijk ingestemd met de vorming van het interim-kabinet Pisas, die direct na zijn installatie het landsbesluit tot Statenontbinding wilde intrekken en de uitgeschreven verkiezingen uitstellen. Dit leidde ertoe dat de Gouverneur het ontwerp-landsbesluit van het kabinet-Pisas weigerde te ondertekenen en het ontwerp-landsbesluit aan de Koning voorlegde. Als gevolg hiervan heeft de Rijksregering besloten om de Gouverneur de bevoegdheid te geven om de verkiezingen te organiseren en in goede banen te leiden.

In het afsluitend hoofdstuk van deze masterscriptie kom ik tot enkele conclusies naar aanleiding van het onderzoek. Daarin komt onder andere naar voren dat de Gouverneur bij Statenontbindingen in de Caribische landen, veelal in een controversiële en gecompliceerde positie kan komen te verkeren. Dat maakt het voor de Gouverneur niet eenvoudig om als hoofd van de landsregering op een gepaste en adequate wijze op te treden bij vroegtijdige Statenontbindingen. Door de hybride positie waarin de Gouverneur verkeert als Landsorgaan én Koninkrijksorgaan, kan het zelfs voorkomen dat de Gouverneur zijn rol van Landsorgaan moet verwisselen met die van Koninkrijksorgaan.

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.