Colitis Ulcerosa: Leven met de ziekte (1)

Door IkWasHet gepubliceerd op Saturday 16 March 21:27

Ik ben bang. Elke dag. Het is nu ongeveer twee weken geleden sinds ik de diagnose van colitis kreeg. Sindsdien is er iets veranderd. Ik ben bang. Wanneer colitis juist behandeld wordt, is het verre van een dodelijke ziekte. Dus ik ben niet bang van de dood. Ik ben bang van wat er zal veranderen, rondom mij.

Naast mijn familie weten zo’n 8 vrienden van mijn ziekte. Ik heb bewust gekozen om het niet met iedereen te delen. Ik zou ook niet weten met wie ik het nog zou willen delen. Mijn dichtste vrienden, die zijn op de hoogte. Dat is het belangrijkste. Het probleem is dat het veel veranderd. Die dichtste vrienden veranderen. Wanneer je zegt dat je een ongeneeslijke ziekte hebt, klinkt dit heel heftig. Maar hoe reageer je op zoiets? Er zijn verschillende soorten reacties.

De “bezorgde” vriend

De bezorgde vriend (of moet ik zeggen vriendin, want, hoe stereotyperend het ook klinkt, meestal zijn vrouwen een stuk bezorgder) is meestal in shock wanneer hij het nieuws hoort. Hij blaast heel de situatie nogal op en denkt dat je je testament al aan het opmaken bent. Hij stuurt je minstens elke dag een bericht om te vragen hoe het gaat, of je het allemaal nog wel aankan, of je misschien ergens wil over praten…

De “niets-aan-de-hand” vriend

De niets-aan-de-hand vriend doet, zoals de naam al zegt, alsof er niets aan de hand is. Hij zal je nooit aanspreken over je ziekte en zal zich nooit mengen in een gesprek over je ziekte.

De “vergeetachtige” vriend

De vergeetachtige vriend is meestal ook de grappigste. Deze combinatie werkt niet samen. Als jij zegt dat je veel geslapen hebt de laatste dagen door de vermoeidheid, zegt de vergeetachtige meestal, “Hoe kunt ge nu zo moe zijn heel de tijd? Ge doet bijna nooit iets.” Hierna volgen enkele seconde van stilte. De vergeetachtige zal dan beginnen nadenken en zich plots herinneren dat je vaker moe bent door je ziekte. Je kan precies timen, 3 seconden, en dan zie je perfect, aan de gezichtsuitdrukking, het moment waarop hij beseft wat voor een domme opmerking dat was.

De “ik ken iemand met dezelfde ziekte” vriend

Hij heeft een buurman met een nonkel die toevallig dezelfde ziekte heeft als jij. Dit maakt hem natuurlijk de expert. Bij deze vriend hoor je vaak opmerkingen als: “Bij die nonkel hebben ze een zware operatie moeten doen. Daar heeft hij veel last van gehad.”, “Mag je dat wel doen? Want van die nonkel zijn dokter mocht dat niet meer.”, “Zou je dat wel eten? De nonkel van mijn buurman reageerde daar altijd heel slecht op.”

De “doordachte en zorgzame” vriend

De doordachte en zorgzame zijn meestal ook de zeldzaamste. Zij zijn volwassen genoeg om te kunnen inschatten hoe ze in deze situatie moeten reageren. Ze gaan zichzelf niet teveel opdringen, maar weten wel de juiste dingen te zeggen. Hij heeft respect voor je situatie en zal kleine dingen doen om het jou beter te maken.

Ik weet nu bijna 3 weken zeker dat ik colitis heb. Er werd mij meer dan een maand geleden gezegd dat ik misschien de ziekte van crohn zou hebben. En ik heb al een half jaartje last van de ziekte.

Het begon een half jaar geleden. De klachten waren toen nog niet continu. Het was meer met opstoten. Sommige dagen voelde ik me fantastisch, andere dagen voelde ik me een afgeleefde vod. Zwaar ziek, moe en belabberd. Die klachten duurde een dag of twee, waarna ik er weer een paar dagen tegen aan kan. Ik ben mij pas echt zorgen beginnen maken midden januari. Het zieke gevoel bleef telkens langer duren en ik was teveel vermagerd. Ik ben altijd al mager geweest, maar in een paar maand tijd ging ik van 59 kilo naar 53 kilo. Sommige mensen dromen ervan om zoveel af te vallen, maar voor mij is dit ongezond. Toen besloot ik om eindelijk naar de dokter te gaan. Ik had toen nog helemaal geen zicht op wat mij voor de rest van mijn leven te wachten stond.

“Met deze klachten zijn er verschillende mogelijkheden. Het kan een ontsteking zijn in de darmen of maar. Er is een kleine kans, maar het kan ook de ziekte van crohn zijn. Maar ik zeg het, een kleine kans.” Dat is wat de dokter zei, een kleine kans. Ik ben nogal een positieve denker. Dus had ik de crohn uit mijn hoofd gezet. Een kleine kans betekende voor mij geen kans. Achteraf gezien was dat een beetje naïef en achteraf gezien maakte dit de klap des te groter. Mijn vrienden zeggen vaak dat je beter negatief denkt, want dan kan je niet teleurgesteld worden. Misschien is dit nog niet zo stom. Er moest alleszins een bloed- en stoelgangonderzoek gebeuren.

28 januari, ik ging terug naar de dokter om bloed te laten trekken. Enkele uren later zat ik samen met wat vrienden op de trein richting de Ardennen, waar we tot vrijdag zouden verblijven. Deze reis had gigantische hoogtepunten, maar ook gigantische dieptepunten.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.