Verhaal: De goede keuze

Door Daniel De Boer gepubliceerd op Thursday 28 February 16:52

De goede keuze

Daniël de Boer

 

‘Ja’, zei de man. ‘Nee!’ zei ik terug. ‘Wat!’ De man sprong op van zijn stoel, zijn koffie kopje vloog uit zijn handen en de koffie gutste over zijn nette pak. Hij keek beteuterd naar zijn bruine geworden pak en stamelde: ’Maar… ‘ ‘Nee!’ onderbrak ik hem weer. ‘Ik doe het gewoon niet meer. Snap je het niet of zo?’ ging ik verder, ‘Ik stap eruit!’ Zijn mond viel open van verbazing. ‘Doe die mond eens dicht joh’, beet ik hem toe. De man tegenover me liep langzaam paars aan en bulderde toen: ‘Jij gaat helemaal niets zonder mijn toestemming!’ ‘Ik zou niet weten waarom niet.’, antwoorde ik brutaal. Met dat ik dat zei stond ik op, schoof de stoel aan en stapte rustig naar de deur. ‘Houd hem tegen!’, krijste de man achter me hysterisch. Uit de schaduw van twee pilaren kwamen een zelfde aantal bewakers tevoorschijn. ‘Staan blijven!’ riep de voorste bewaker in gebrekkig Engels. Maar ik was al weg. Ik smeet de zware eikenhouten deur met een dreun tegen de voorste bewaker aan die op dat moment net de drempel over liep. Ik sprong met 5 treden tegelijk de trap af. Eindelijk was ik beneden. Ik riep nog snel tot ziens naar boven wat galmde in het trappen huis en haastte me de niet elektrische draaideur uit. De drukte van de straat over viel me even maar ik herpakte snel. Ik rende de drukke weg over, vlak voor een ronkende schoolbus langs, en besloot toen dat ik maar beter gewoon kon gaan lopen om niet op te vallen. Langzaam liep ik naar het Forest Park. Daar aangekomen pakte ik de eerste de beste taxi naar Manhattan. ‘Tourist?’ informeerde de taxichauffeur. Erg verstandig leek het me niet om yes te zeggen omdat ik dan waarschijnlijk een stortvloed aan informatie over New York te horen kreeg, en daar had ik nou niet echt behoefte aan. Gevolg was dat ik no zei. Desondanks kreeg ik toch een heel wat te horen van de dikke blijkbaar praatgrage taxichauffeur. Over de beroemde begraafplaats waar zijn overgroot opa begraven lag en nog veel meer. Ik zei telkens maar yes I know om er alleen maar voor te zorgen dat hij eindelijk een keer zijn mond hield. Ik schoof onrustig heen en weer toen ik in de achteruitkijkspiegel een donkere Mercedes  met een noodgang achter ons aan zag rijden. Ik duwde een 50 dollar briefje in de handen van de taxichauffeur en snauwde: ‘Faster!’ De arme man wist van schrik niet hoe diep hij het gaspedaal in moest drukken en dankzij zijn uitstekende rijkunsten was de Mercedes algauw in geen velden of wegen meer te bekennen. Maar ik werd pas echt rustig toen de taxi met volle vaart de brug over de East River naar Manhattan over schoot. De taxichauffeur klemde het stuur met een verbeten trek om zijn mond vast en trapte het gaspedaal nog eens diep in.

 

‘Daar komt ie geloof ik.’, fluisterde  Jim. Of Jack, maar bij de tweeling kon je overdag al nauwelijks zien wie wie was, laat staan ’s nachts. Een dure Maserati gleed de straat in. ‘Die is inderdaad iets te rijk ja.’ Dat was Tim. ‘Klaar Joshua?’ Ik knikte. Toen de auto 150 meter bij me vandaan was, sprong ik uit de struiken. Ik ging midden op de weg staan, zodat de chauffeur van de Maserati wel moest stoppen. De chauffeur van de auto, waarschijnlijk tegelijk de bodyguard van onze man, draaide het raampje open en begon te vloeken en te tieren dat ik wel onmiddellijk weg moest gaan en weet ik wat niet meer. Toen ik gewoon bleef staan, deed de chauffeur het portier open en kwam stampend op mij af. Erg ver kwam hij niet… De tweeling besloop hem van achteren en Jim sloeg de chauffeur met een welgemikte klap in 1 keer knock out. ‘Wat gebeurt hier allemaal?’ Een rijzige man van tegen de 50 keek ons vanaf de achterbank indringend aan. Hij klemde angstvallig een zwarte koffer tegen zich aan. Tim keek brutaal terug en snauwde: ‘Als ik jou was zou ik dat koffertje maar eens gauw aan ons geven.’  ‘Maar waarom?’, sputterde hij nog tegen. Jack rukte ruw het achterportier open en griste het koffertje uit de handen van de man. ‘Er zijn mensen die dat geld in dat koffertje beter kunnen gebruiken dan jij, snap je?’ ‘Jij kunt het trouwens ook best missen’, voegde ik eraan toe. ‘En nu uit die auto, want die kunnen wij ook wel goed gebruiken.’ De arme man wist niet hoe snel hij uit de auto moest stappen. Ik zei nog grijnzend good bye en sprong toen snel achter het stuur. Tim ging naast me zitten en de tweeling plofte met het koffertje op de achterbank. ‘Ik hoor sirenes!’ schreeuwde Jack plotseling. ‘Ik zie zwaailichten!’ riep Jim. Ik gaf onmiddellijk plankgas. ‘Hoe kan dat nu weer?’ ‘Die bewaker…’ begon ik. ‘Ja’, onderbrak Jim me, ‘je sloeg hem niet hard genoeg tegen de vlakte Jack! Sukkel! Nu heeft die de politie gebeld!’ Jack hield wijselijk zijn mond. Ik reed ondertussen flink hard door. Toch kwamen de sirenes steeds dichter bij. ‘We zijn er bijna’, zei Tim. ‘Stop hier maar Joshua, dan rennen we het laatste stukje naar het verzamelpunt wel.’ Ik bracht de Maserati met gierende remmen tot stilstand. We stapten snel uit en renden het laatste stukje. Het verzamelpunt was dit keer een groot landhuis. We lieten de klopper op de deur vallen en vrijwel direct deed er iemand open. Net op tijd, want ik zag nog net hoe twee felle koplampen razendsnel dichterbij kwamen. ‘Pff, dat was op het nippertje’ zuchtte Tim. ‘Breng jij het koffertje even naar de baas, Joshua?’ Ik knikte. Jim gaf het koffertje aan mij en ik liep de brede eikenhouten trap op naar de kamer van baas Donald. Een vieze rooklucht kwam me al tegemoet. Donald had weer eens een sigaar opgestoken. Ik wilde al binnenstappen, toen ik stemmen hoorde in de kamer. ‘Vijf ton zei je? Dan krijg ik daar drie van en jij twee. Eerlijk delen hè?’ ‘Best hoor. Wij zijn tenslotte ook niet zo rijk.’ Toen ik dat hoorde, werd ik rood van woede. Het geld dat ik met m’n vrienden vanavond had verdient, werd dus niet verdeelt onder de armere bevolking, maar verdween rechtstreeks in de zak van onze bazen! Hoe durfden ze! En in stilte nam ik een besluit. Ik moest weg uit deze corrupte bende, zo gauw mogelijk!

 

Ja, dacht ik. Het was goed dat ik uit de organisatie was gestapt. Toen ik me erbij aansloot, ongeveer een jaar geleden, leek het idee van de organisatie zo goed: rijkdom eerlijker verdelen over de mensen. Maar in plaats dat het geld van de beroofde rijke mensen bij de armen terecht kwam, verdween het grotendeels in de portemonnees van de grote bazen. Toen ik daar achter kwam werd ik woedend. De hele organisatie, inclusief ikzelf, werd bedrogen. Ik wilde weg uit deze criminele bende. Maar je komt er makkelijker in dan eruit. Maar nu was het me gelukt. Het was de goede keuze geweest.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.