Metamorfose

Door Simon-Says gepubliceerd op Friday 24 August 15:52

3f5f9428308272cd083df7dd73582614_medium.Het was eind september, de zomer was officieel voorbij. Het was echter nog prachtig zomers weer vandaag. Elke keer als ik naar het bos ging, vlak bij ons huis aan de rand van de stad Hademer, was ik helemaal in mijn element. Zeker nu, met Tara er bij. Genieten van kleine dingen, dat vond ik belangrijk. Een echt natuurmens was ik en had een voorliefde voor bomen, vooral de Populier en de Douglasspar had ik in mijn hart gesloten. De Douglasboom stond er prachtig bij. Ik staarde ernaar en prees mezelf gelukkig. Prachtig hoe de stralen van de avondzon, als versnipperd papier tussen de bladeren en takken schenen. In het bos leek ik mezelf altijd één te voelen, met alles wat er was. “Gaaf is die hè? Wat een prachtige reus” zei ik. Tara kroop dichter tegen mij aan op het bankje waarop wij zaten. “Ja, het is een... boom ja. Je weet dat ik er niet zoveel om geef dan jij. Maar wel lekker hoor, naar het bos met jou.” Ze streelde zacht over mijn linkerwang. Ik kneep mijn ogen stevig dicht en greep met beide handen naar mijn voorhoofd.
“Alweer hoofdpijn?” vroeg Tara.
“Ja, steken en kloppen, de pijnstillers helpen niet veel.”
“Maandag ga je naar de dokter, eigenwijsje. Je hebt er al dagen last van.”
“Is goed liefje, ik bel maandag.”

De volgende ochtend stond ik vroeg op en voelde een pijnscheut door mijn knieën schieten. Ik voelde eraan en beiden waren hard en dik, en alsof ze van steen waren. Dat kon er ook nog wel bij. Straks kwam mijn beste maat Jim Noorderveer langs, om met mij te winkelen. Een week terug had ik met hem afgesproken. Ik stapte uit bed om mezelf aan te kleden. De pijn in mijn knieën trok door mijn beide benen heen en ik beet op mijn hand om Tara niet wakker te maken. Lopen was te pijnlijk, dat werd geen winkelen met Jim vandaag. Ik kleedde me aan en wankelde de slaapkamer uit om Jim te bellen en alles uit te leggen.
“Dat is klote” zei Jim. “Maar misschien is het leuk als ik vanmiddag kom lunchen?”
“Is goed, gezellig. Zie ik je straks.”
“Top, tot zo!” Ik nam plaats op de bank om op Tara te wachten. Koffie komt straks wel, dacht ik.

Ik werd wakker op de bank, Tara had al broodjes afgebakken in de oven en de tafel feestelijk gedekt. “Goedemorgen lieverd, ik dacht, laat je maar even slapen. Het bed ligt wel fijner hoor” zei ze lachend.
“Ja, ik was vroeg wakker, maar kennelijk niet genoeg geslapen. Ik zie drie bordjes op tafel, hoe wist je dat Jim kwam?”
“Hij belde net, of hij nog wat mee moest nemen. Maar jullie gingen toch winkelen?”
“Klopt, maar mijn knieën doen erg pijn.” Tara hurkte voor mij en voelde aan mijn knieën. “Jezus Winston, dit is niet goed. Ik bel dokter Moelens van de huisartsenpost. Ik breng je wel met de auto. Jim wacht maar even.”
“Nee joh, het gaat nog wel, morgenochtend ga ik meteen.”
“Nee, je gaat nu.” Haar blik was genoeg om niet langer tegen haar in te gaan. Ze gaf mijn mobiel om Jim te bellen. Zelf belde ze dokter Moelens.
“We kunnen over een uur terecht zei Moelens. Dus we kunnen nog lunchen, kwam Jim nog?”
“Ja, hij wou ook mee naar de dokter.”

“Lekker hoor” zei Jim. Hij gaf een kus op haar wang. “Ik kan wel merken dat de tafel gedekt is door fijne vrouwenhandjes” zei hij lachend. “Of niet Winston?”
“Ja. Grappig.” Jim trok een bedenkelijk gezicht en pakte een broodje. “Eet smakelijk” zei Jim. Wij wenste hem hetzelfde en begonnen met eten. Na het eten kuste Jim weer haar wang. “Het was super lekker. Jij weet wel wat lekker is.” Jim lachte. Ik had niet veel gezegd tijdens het eten. De pijn leidde teveel af. Bovendien stoorde ik mij aan Jim met zijn geslijm. Dit deed hij wel vaker, maar normaal kon ik er wel tegen. Jim stond op en schoof zijn stoel aan, de uitslover.

“Moet even pissen.”
“Bedankt voor de informatie” antwoordde ik.
Tara keek mij zorgelijk aan. “Winston?”
“Ja?”
“Waarom ben je zo stil? En als je wat zegt, dan klink je zo geïrriteerd. Wat is er?”
“Niks.”
“Jawel, je doet erg bot tegen Jim. Of heb je dat niet door?”
“Hij is irritant, met zijn zogenaamde grapjes.”
“Je bent jaloers.” Haar ernstige blik veranderde in een sarcastische glimlach.
“Tara, nu even niet. Laten we er over op houden. We moeten opschieten.” Tara zuchtte en begon met het afruimen van de tafel.

“De uitslag van de hersenscan krijgt u over drie dagen, meneer Borgman” zei dokter Moelens. “Het lijkt me ook verstandig om een röntgenfoto van uw knieën te maken, maar dat moet in het ziekenhuis. Wij hebben hier geen röntgenafdeling.”
“Prima.” Jim en Tara begeleidde mij naar de auto, het lopen werd steeds pijnlijker. Tara reed en Jim zat op de achterbank. “Het valt vast wel mee” zei Jim. “En Tara zorgt goed voor je, dat kan ze wel, hè Tara?” Tara lachte naar Jim via de achteruitkijkspiegel. Ik zuchtte en stilzwijgend reden we naar huis.

Thuis aangekomen vertrok Jim met zijn eigen auto. Ik was doodmoe en besloot om er vroeg in te kruipen. Tara ondersteunde mij tot aan het bed en ik ging liggen. “Welterusten lieverd, ik kom er straks wel bij kruipen.”
“Welterusten schat. Tot morgen.”
Midden in de nacht werd ik wakker. Meteen drukte ik mijn rechterhand op mijn mond en schreeuwde in mijn hand. Ik sloeg de dekens van mij af en kroop over de grond naar de bank van de woonkamer. Mijn gekerm probeerde ik zo goed mogelijk te dempen. Ik zag in de spiegel waar ik langs kroop, dat er iets goed mis was. Iets wat geen enkel gezond verstand kon bevatten. Ik moet hier weg, dacht ik. Dit mag niemand zien, ook Tara niet. En ik kroop naar de voordeur, terwijl de pijn alsmaar erger werd.

“Winston?” Waar is hij nou toch? dacht ik. Winston was niet in bed toen ik wakker werd. Waar kon hij nou zijn? Het hele huis had ik doorzocht, maar hij was nergens te bekennen. In de woonkamer zag ik de voordeur open staan. Ik rende naar buiten. Mijn auto was weg! Waarom was hij zomaar weg gereden? Ik rende naar binnen om Jim te bellen. Jim arriveerde in een klein half uurtje met zijn auto. Samen reden wij rondjes, in de hoop mijn auto te zien. Na een uur rijden hadden we nog niets gevonden.
“Wacht even, misschien is hij naar het bos gereden? Daar zijn we nog niet geweest en hij is daar graag” zei ik.
“Goed idee, gaan we daar heen.” Bij de rand van het bos was het raak. Daar stond mijn auto. We stapten uit en liepen al roepend om Winston door het bos, maar geen reactie. Na een half uur ronddwalen kwamen we op een grote open grasvlakte, midden in het bos. “Hè, dat is raar” zei Jim. “Ik kom hier wel eens picknicken, maar nu staat er een gigantische populier in het veld.”
“Ja, nu je het zegt, er stonden hier überhaupt geen bomen.” Na een korte pauze vervolgden wij onze zoektocht. Uitgeput kwamen we aan bij de auto’s, zonder resultaat. We reden allebei apart naar mijn huis om de politie in te lichten.
Enkele dagen later was Winston nog niet terecht. Mijn mobiel ging af, het was dokter Moelens. Met tranen in mijn ogen vernam ik dat Winston een tumor in zijn hoofd had. Die zat er al een langere tijd, het was een wonder dat hij nog leefde, vertelde Moelens. Zou hij nu nog in leven zijn? dacht ik. Ik vertelde Moelens niks over de verdwijning van Winston. Hij wenste mij sterkte met alles en ik hing op.

“Het blijft een mooie picknick plek hè?” zei Jim.
“Dat zeker. Het is de eerste keer dat we hier weer zijn, sinds.. nou ja, je weet wel.” Weemoedig keek ik naar de populier, die twee jaar geleden uit het niets was verschenen. Ik was gelukkig met mijn nieuwe liefde, schuldig voelde ik me al lang niet meer. Ook al was het soms nog zwaar. Zou zo graag weten waar zijn lichaam was. Een normale begrafenis was toch wel het minste wat Winston verdiende.
Jim kuste mij zacht. Ik sloot mijn ogen. Achter mij hoorde ik een harde krak. Ik opende mijn ogen en schreeuwde: “Jim!” Het was te laat. Nog voor hij kon reageren viel de populier boven op Jim. Ik viel op mijn knieën naast hem, er stroomde bloed uit zijn neus en oren. Ik voelde zijn pols, maar hij ademde niet meer. Ik huilde en schreeuwde minuten lang. De wind blies door de bladeren van de omgevallen boom. Er dwarrelde iets op mijn schouder. Ik haalde het er af en zag dat het een stukje van Winston’s rode spijkerbroek was. Ik kneep het fijn in mijn handen en huilde... tot ik niet meer kon.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.