Pure stilte

Door Simon-Says gepubliceerd op Thursday 23 August 11:50

Pure stilte

Ik was altijd al van mening geweest dat ik overal maar half goed in was. Bestond er iets waarin ik zo goed was, dat ik mijn brood er mee kon verdienen? Nee, ik dacht niet dat er zoiets bestond voor mij. Dan was ik het wel tegen gekomen tijdens mijn zoektocht in de afgelopen twintig jaar. Wat ik wel enorm goed kon, was staren naar het plafond. En doemdenken. Oh, wat was ik daar goed in, allerlei diepzinnige doemscenario’s bedenken.

Het was zaterdagochtend, de twaalfde van november 2003, ik was al om vijf over vijf wakker. Het eerste wat ik die ochtend deed was staren en professioneel piekeren. Een voor mij geen ongewone combinatie, het was mijn ochtend ritueel. Mijn hoofd leek wel te barsten, zo vol zat het met allerlei gedachten. Nog maar één dag vrij morgen, dan was het alweer maandag. Dan slenterde ik maandag weer met lood in mijn schoenen naar het busstation. Zou er wel genoeg werk zijn aankomende week? Het bedrijf waar ik werkte was afhankelijk van de klanten die met ons belden. In rustige maanden konden we zomaar naar huis gestuurd worden, uiteraard onbetaald. Dat kon ik nu niet gebruiken met een dikke eigenrisico rekening die ik gisteren had gekregen. Werd ik maar niet wakker maandag, dacht ik. Dat dacht ik wel vaker de laatste tijd, werd ik maar niet wakker. Dan was ik tenminste verlost van al dat vreselijke gezeur van klanten. Elke dag maar weer, honderden vragen werden er op mijn afgevuurd, en mijn hoofd zat al zo vol elke dag. Stilte, oh wat verlangde ik naar pure stilte. Als was het maar één dag, niks in mijn hoofd, alleen maar rust.
Straks werden mijn twee dochters weer wakker, dan was het gedaan met de rust in huis. Mijn vrouw Daphne lag nog naast me te slapen. Ik keek hoe ze sliep, ze lag als Jezus aan het kruis op bed. Haar rechterarm lag voor driekwart over mijn helft. Een pluk rood haar hing over haar ogen en liep in een boogje naar haar lippen. Ik zag hoe haar mond een stukje open ging, ze zoog het plukje haar bijna naar binnen. Zachtjes haalde ik het weg en ze kreunde zacht. Op haar gezicht verscheen een gelukzalige glimlach. Waarschijnlijk droomt ze mooi, zij wel.
Ik had een idee, vandaag eens lekker Barend zijn dag, mijn dag. Mijn hoofd moest even leeg, al was het maar voor even. Het strand was maar een kwartiertje fietsen. “Ja, dat was een goed idee” zei het stemmetje in mijn hoofd.
“En als het nou gaat regenen? Of wat als je een lekke band krijgt? Een band plakken kun je ook al niet” zei een andere stem op de achtergrond. Ik negeerde zo goed als ik kon de laatste stem en liet een briefje achter voor Daphne:

Ben even naar het strand. Over een uurtje terug, heb ik even nodig, kus.

Het begon onderweg naar het strand zachtjes te miezeren. “Dus toch, zie je wel?” klonk het in mijn hoofd. Ik trok me er niks van aan, mijn besluit stond vast: ik zou en moest naar het strand gaan. Op het strand aangekomen was er bijna niemand te bekennen. Toch wel een klein voordeel van het slechte weer, dacht ik. Ik haalde mijn handdoek uit mijn fietstas en legde deze neer in het zand. Het miezeren was alweer gestopt. “Zie je wel, is al weer voorbij. Ja, maar straks begint het vast weer opnieuw te..” ‘Kappen nou Barend!’ Ik schrok van mezelf dat ik het hardop zei. Ik besloot om maar op mijn handdoek te gaan liggen. Een paar zonnestralen wurmden zich door wat wolken heen en schenen precies in mijn ogen. Ik kneep mijn ogen half dicht en uiteindelijk sloot ik ze helemaal. Ik was zo moe, niet alleen van het tekort aan slaap, maar moe van alles. Voor ik het wist viel ik in slaap.

Even dacht ik het plafond te zien toen ik mijn ogen open deed, maar ik keek tegen een strakblauwe lucht aan. Mijn nek was stijf en pijnlijk. Ik ging rechtop zitten, terwijl ik met mijn rechterhand in mijn nek kneep. Mijn adem leek even stil te staan voor enkele seconden. Zag ik het nou goed? Ik kneep wat harder in mijn nek nu. Niet als verzachting tegen de pijn, maar om te kijken of ik droomde. Nee, ik droomde niet. De zee bewoog niet, geen enkele golf spoelde het strand op. “En dat is toch iets wat de zee behoort voort te brengen Barend? Ja, natuurlijk. Ik moet wel dromen, dat kan niet anders.” Ik stond op en keek om me heen. Geen doorsnee gezinnetjes met veel te blije honden, geen stelletjes die hand in hand liepen, niemand. En ik besefte me dat het gebrek aan golven niet het meest vreemde was. De zee.. het bracht geen geluid voort, het lag erbij als één groot dood meer. Ik liep naar de zee toe en zo het water in. Het zeewater was koud, maar verder voelde het gewoon als water. Mijn adem sloeg op hol en ik hyperventileerde bijna, het lopen door het water maakte ook geen geluid! Ik begon als een klein kind met beide benen water omhoog te trappen, zo hard als ik kon, maar wederom niks. Alleen doodse stilte. Ik kneep hard in mijn linker- en rechterarm en mijn wang, maar niets deed mij uit een boze droom ontwaken. Dit was geen droom.. oh mijn god, dit was geen droom. “Ik wordt gek, verdomme.. ik wordt gewoon gek. Even rustig nu, nadenken. Ik pak gewoon mijn handdoek en ga naar huis. Er moet vast wel een verklaring zijn voor dit alles.” Ik pakte mijn handdoek op en rolde het op. Ik propte het in mijn fietstas en sprong op mijn fiets. Net toen ik weg wou fietsen, verkrampte mijn hele lichaam, mijn benen leken wel van steen. Ik keek richting de boulevard, een rilling liep over mijn rug en slikte, zo voelde het althans, een grote knikker weg in mijn keel. Niemand. Totale leegte zag ik overal. Alle winkels, restaurantjes en andere gebouwen lagen er verlaten bij. Alles was dicht en nergens brandde er licht. En weer die stilte, puur en alleen stilte hoorde ik. Of horen.. hoe kon je stilte nou eigenlijk horen? dacht ik. Ik probeerde niet in paniek te raken, haalde een paar keer diep adem en fietste toen richting huis.

Onderweg was het fietspad uiteraard ook leeg en stil. Ik hoorde niet eens mijn eigen fiets, geen vogels die floten, geen toeterende auto’s in de verte, niks. Elke vijftig meter had ik de neiging om stil te staan, maar wist mezelf uiteindelijk steeds te vermannen en door te fietsen. De hele wereld waarin ik mij nu bevond was één grote stomme film. Ik miste alleen nog zo’n irritant versneld piano muziekje onder dit alles. Toen ik hier aan dacht moest ik even lachen.. heel even.

Thuis aangekomen keerde de paniek terug in mijn lijf. “Zouden mijn twee dochters er nog wel zijn”? En Daphne? Oh god..
Ik gooide mijn fiets tegen het hek en rende door de tuindeur naar binnen. ‘Daphne! Kim! Lara!!’ probeerde ik te schreeuwen. Ik greep naar mijn mond.. ook mijn geschreeuw hoorde ik niet. Ik voelde wel hoe ik mijn mond open deed en schreeuwde, maar hoorde niks. “Dat is het, ik ben doof. Ik ben gewoon doof! Nee, dat kan niet, want waar is iedereen dan?” Ik rende naar boven, maar wat ik vreesde was ook waar. Mijn dochters en mijn vrouw.. weg. Uit wanhoop sloeg ik hard tegen de slaapkamerdeur van mijn dochters, zo hard dat mijn vuist er uit de andere kant weer uit kwam. Ik schreeuwde weer, althans dat dacht ik te doen. Ik trok mijn vuist terug uit de deur en knielde voor het bed van Daphne. Ik voelde hoe druppels over mijn wangen liepen, hoe mijn hoofd bijna uit elkaar leek te barsten van het schreeuwen, maar hoorde niks. Alleen die ellendige stilte, die klote stilte. De tranen belemmerde steeds meer mijn zicht en kleurden rood. “Rood? Ik huil bloed! Nee! Ik huil bloed!” Met de mouwen van mijn jas veegde ik het bloed uit mijn ogen. Ik zag op het dekbed het bloed vallen, maar niet in druppels. Het waren letters, bloederige dikke en kleverige letters bloed vielen op het bed. Ik probeerde een letter te pakken, maar het viel in mijn vingers uiteen tot een plasje. In mijn hoofd draaide er nu ook een stomme film. Zonder irritant versneld pianomuziekje. Er was niks meer in mijn hoofd. Mijn hele lijf verslapte zich in een rap tempo, alsof ik een drilpudding was die elk moment in elkaar stortte. Vlak voor dat ik omviel, zag ik een aantal bloederige letters een zin vormen: Dit is wat je wilde Barend. Ja toch? Pure stilte? En zonder dat ik ook nog maar iets dacht, voelde of hoorde, viel ik naast het bed. De stomme film ging uit. De televisie ging op zwart.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.