Paarsblauwe gordijnen met fonkelende sterren

Door Leonardo _1 gepubliceerd op Friday 16 March 01:04

Op een maandagmorgen om… 

Met een hoofd vol luidruchtig onregelmatig gebonk en geklop vlieg ik zwaar transpirerend omhoog uit mijn bed. Even lijkt het mij alsof er een onweersbui is losgebroken in mijn slaapkamer, als de elektrische wekker met veel geraas afloopt.

   ‘Smerige rotwekker,’ mompel ik terwijl ik een poging doe om overeind te komen, waarna het na enkele pogingen zwart voor mijn ogen wordt.

   Ik val met een kreun terug op het kussen. Met mijn linkerhand geeft ik vervolgens zonder te kijken een harde klap op de zwarte knop van de ouderwetse elektrische wekkerradio, die na mijn gewelddadige aanraking met een klap op de grond valt. Een glas water en mijn leesbril meeslepende in de val.

   Er ontsnapt opeens een soort fluitend geluid aan mijn mond dat ik niet goed kan plaatsen. Tevens heb ik grote moeite om me te oriënteren.

  ‘Waar ik ben in hemelsnaam?’ weet ik uit te brengen.

   Voor me maken de door de zon beschenen gordijnen een macabere indruk op me. Ze kleuren paarsblauw terwijl onder invloed van de zon allerlei sterren lijken te flonkeren in de gordijnstof. Heb ik vroeger eigenlijk nooit in deze gordijnen waargenomen.

    Ik probeer voor een tweede maal voorzichtig op te staan maar val dan vervolgens met een klap tegen het nachtkastje aan dat onder mijn lichamelijke geweld met veel gekraak in elkaar stort.

  ‘Nondesju wat heb ik vanmorgen een houten kop.’

   Ik weet me op te richten en weer op het bed te kruipen. Vervolgens laat ik me onhandig achterover op het bed terugvallen, waardoor mijn hoofd onzacht in aanraking komt met de metalen bedrand. De herrie in mijn hoofd heeft na deze onprettige harde kennismaking met de bedrand, het karakter aangenomen van een orkest dat rock en housemuziek door elkaar heen schettert. De chaos in mijn hoofd lijkt voort te komen uit gillende gitaren, begeleidt door een zware basedrums die het ritme slaan.

   Flarden van beelden dringen zich in mijn gedachten op. Vaag kan ik mij opeens weer herinneren dat ik midden in de nacht na het feestje bij de overburen naar huis ben gestrompeld. Ik donderde op het pad bij de voordeur in elkaar. Een toevallige voorbijganger moest me helpen de voordeur te ontsluiten, waarna het schijnt, dat ik gewoon naar binnen ben gevallen en de deur achter me dicht heb geschopt.

   Maar vanaf dat moment weet ik me eigenlijk niets meer te herinneren.

   Het is lang geleden dat ik zo lam ben geweest.

   De laatste maal was geloof ik gedurende de carnaval zo’n tien jaar geleden.  Maar ja…, zoiets overkomt je gewoonlijk gelukkig slechts heel af en toe in je leven. Trouwens het was gisteren ook zo’n gezellige avond. Zo’n avond dat je alle misère dat je leven beheerst, even opzij zet. Je  vervolgens geheel overgeeft aan vreugde en plezier en spontaan het glas heft met vrienden en kennissen.  Maar o.k;  aan alles komt een eind. Ook aan ongeremd feestvieren.

   Ik probeer weer voor de derde maal overeind te komen wat nu na een viertal opduwpogingen opeens lukt. Het wordt gelijk weer zwart voor mijn ogen. Nadat ik me weer even heb teruggevonden en op de rand van mijn bed ben gaan zitten, probeer ik opnieuw op te staan, wat gelijk een zeer onbestendig gevoel in mijn maagstreek doet opkomen.

   Ik laat me vlug op mijn knieën vallen en kruip vervolgens  als een aangeschoten tijger naar de badkamer, waar ik net op tijd aankom om mij naar de toilet te bewegen, teneinde  mijn maag te ledigen.

   De telefoon gaat een paar maal over maar ik laat hem gewoon bellen. 

  ‘Donder op, met die rottelefoon… Ik ben nog aan het nafeesten hoor je,’ schreeuw ik tegen niemand in het bijzonder. ‘Ik heb nu geen zin in moeilijke telefoongesprekken.’ 

   Ik kruip en sluip langzaamaan met mijnbuik over de tegels naar de koelkast in de keuken. Jeetje, wat is dat een ongelooflijk roteind. Ik heb dat eigenlijk nooit zo beseft. Helemaal door die gang heen en vervolgens naar de keuken toe kruipen. Net als een klein kind...

   Met een plof laat ik me op de koele plavuizen van de keukenvloer neerzakken met mijn gezicht gedraaid en mijn rechterwang op de koele grond.

  ‘Hè, hè,’ mompel ik. ‘Even rustig bijkomen.’ Mijn tong lijkt op een verdroogde lederen zeem terwijl ik een gore smaak in mijn mond heb welke ik niet thuis kan brengen.

   Ik sterf eveneens van de dorst.

   Na enkele minuten plat op de kille vloer te hebben gelegen druk ik me met veel moeite op. Open de deur van de keukenkast en pak de whiskyfles van de onderste kastplank. Vervolgens weet ik een niet al te schoon theekopje te bemachtigen en schenk dat met enige moeite flink vol met whisky, vermengt met een klein drupje water. Het kopje gaat met bevende hand naar mijn mond. Even proef en keur ik de inhoud, waarna ik de spiritualiën met twee ferme slokken nuttig.

   Voel me enkele minuten na het opdrinken al snel een stuk beter worden.

  ‘Gelukkig, dat lucht werkelijk op,’ orakel ik hardop tegen mijzelf.  ‘Kan de dag straks wel weer aan… hoop ik.’     

 

© Leonardo

16-3-2018

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat een ellende. Maar in ieder geval heb je een leuke avond/nacht gehad, toch?
Zo is dat!