De gevolgen van Belgische overheersing op de stamstructuren in de Congo-Vrijstaat

Door Menno Bosch gepubliceerd op Sunday 14 January 02:13

 ​

Inleiding
 De negentiende eeuw was de gouden eeuw van het imperialisme, de expansie drang van het westen, de laatste onbekende stukken van de wereldkaart werden ingevuld en ook België wilde niet achterblijven. Tijdens het bewind van Koning Leopold de eerste werden al vijftig gebieden aangekaart als mogelijke handelsposten voor België. De onderhandelingen hiervoor liepen op mislukkingen uit. De kroon prins Leopold de tweede was er toen al van overtuigd dat hij dit beter zou doen. Echter de onderneming van Leopold de tweede herleiden tot zelfverrijking doet geen recht aan de nationale en sociale motieven van zijn imperialisme. België was nog jong en labiel, het had grote delen van zijn territorium verloren, katholieken en protestanten lusten elkaar rauw en het proletariaat begon zich te roeren: een explosieve cocktail. Congo moest als ventiel dienen.1  
Op 1 juni 1885 werd Leopold de tweede soeverein van een nieuwe staat, de Congo-Vrijstaat. Het verschil met andere staatshoofden was dat Leopold de tweede alleenheerser werd in de CongoVrijstaat. Imperialisme werd gezien als een staats aangelegenheid maar Leopold de tweede veranderde het spel en maakte de Congo-Vrijstaat tot zijn privé bezit. Tijdens de conferentie van Berlijn besloot men om Afrika te openen voor vrijhandel en beschaving. Daartoe waren nieuwe internationale afspraken nodig.2 De uitkomst hiervan waren twee afspraken: ten eerste, als een land een territorium claimde, moest er sprake zijn van effectieve bezetting; ten tweede, elk nieuw verworven gebied moest open blijven staan voor de internationale vrijhandel.3 Onder deze beloftes kreeg Leopold de tweede een gebied in handen dat in grote te vergelijken is met West Europa, ondanks dat er geen sprake was van effectieve bezetting wist Leopold de tweede aanspraak te maken op de Congo omdat Leopold als vorst van een klein land ongevaarlijk was voor de internationale grootmachten. In dit onderzoek gaan we kijken naar de Congo-Vrijstaat, het huidige Congo. Leopold de tweede, de Belgische vorst kreeg dit gebied in 1885 in handen tot het overging in een Belgische kolonie in 1908.  
Etnografen in de twintigste eeuw onderscheiden wel meer dan 400 etnische groepen in het binnenland, stuk voor stuk samenlevingen met eigen tradities, gewoontes en samenlevingsvormen. In dit onderzoek richten we ons op de veranderingen die de inheemse bevolking in de stam structuur doormaakt, door de overheersing van Leopold de tweede. Om een afbakening te maken richten we ons op de culturen waar de Belgen in contact mee kwamen, geografisch gezien is dit niet representatief voor de gehele Congo maar het is wel relevant om de Belgische invloed te onderzoeken. De hoofdstukken houden eigen deelvragen aan die samen antwoord zullen geven op de hoofdvraag: ‘Welke gevolgen had de Belgische overheersing op de inheemse stam structuren van de bevolking van de Congo-Vrijstaat tussen 1885-1908?’. In het eerste hoofdstuk zullen we aan de hand van de deelvraag: ‘Hoe zag de stam structuur in de Congo eruit tot het jaar 1885?’ een beschrijving geven van de stam structuur die men aantrof in Congo. Deze beschrijving zal eerst globale informatie geven en vervolgens richten we ons op de personen Emile Storms en Henry Morton Stanley. Deze deelvraag is van belang voor het beantwoorden van de hoofdvraag omdat er een schets nodig is van de oorspronkelijke situatie om een verandering in kaart te brengen. Het tweede hoofdstuk zal zich richten op de veranderingen die zich ontvouwen in de stamstructuren door de Belgische overheersing. Dit doen we aan de hand van de deelvraag: ‘Welke veranderingen zijn zichtbaar in de stam structuren van Congolese inheemse bevolking tussen 1885-1908?’. De hoofdstukken zijn schetsen van twee verschillende periodes, in de conclusie zullen we kijken naar de verschillen en van daaruit een oordeel geven.

De stam structuren in de Congo tot het jaar 1885 
Rond het jaar 1560, leefde een doorsnee Congolees in het woud, een dorp met een aantal huizen en een honderdtal inwoners. De dorpshoofd of chef, was de baas. Zijn macht beruste op naam, faam, eer, weelde en charisma. Een aantal van die dorpen samen vormde een kring dat hielp om twisten over landbouwgrond te vermijden en tegen indringers op te treden. 4 Het Koninkrijk Congo was verdeeld in zes districten die allen een eigen chef hadden. De chef werd gekozen door de koning. De koning werd gekozen door een groepje die de raad van ouderen vormde. Op papier was hij een absoluut monarch, hij kon raadsleden benoemen en afzetten naar zijn wens, maar in de praktijk werd zijn macht beperkt door de raad van ouderen. Die via het gewoonte recht de macht hadden om de koning af te zetten.5 De koning werkte gretig mee aan de slavenhandel, de Atlantische slavenhandel duurde grofweg van 1500 tot 1850, heel de westkust van Afrika was erbij betrokken maar het gebied rond de monding van de Congo-rivier het meest. Door de slavenhandel ontstond er grote destabilisatie in het gebied waardoor de titel van koning nog maar weinig aanzien of macht had.
De Congo rivier was de thuisbasis voor nederzettingen. Door de jaren heen was handel ontstaan tussen de oeverbewoners en de oerwoudbewoners. De actie radius van een mensenleven beperkte zich tot enkele kilometers. 6 Maar de interpretatie dat Congo geheel afgesloten was is fout. Commerciële invloedssferen veranderen in politieke machtssferen. In het Zuidoosten van Katanga werd het Lunda-rijk door de soevereine Msiri, die oorspronkelijk een handelaar was ·, overheerst. In het oosten heerste de ivoor en slaven handelaar Tippo Tip die met geweld en vazallen één van de machtigste man in heel het oosten van Congo was. 7  De stem van de Afrikaan die niet was blootgesteld aan dergelijke sferen was tot dan toe ongehoord. 
Koning Leopold de tweede richtte in 1876 de Internationale Afrika Associatie op, waar Émile Storms zich vrijwillig aanmeldde. Al snel vestigde hij zich aan de west zijde van Lake Tanganyika in Karema en daar hoorde men over stammen die zichzelf verminkte in de vorm van tatoeages en het afvijlen van de tanden. Storms wees erop dat men ziekte aan bovennatuurlijke krachten en hekserij toewees. Niemand stierf zomaar een natuurlijke dood. 8 Men geloofde dat de geest van de overledene in een beeldje (Dawa) kon huizen en deze Dawa’s beschermde de stam mits er offers werden gebracht. De man die deze kracht aan de Dawa’s ontleende werd als stamhoofd gezien die leidend was in de dorpsraad. Storms kwam meerdere malen in conflict met deze lokale machtsvorm omdat hij geen aanspraak maakte op enig autoriteit. De stamhoofd werd gezien als een medicijn man die dit ambt bekleede tot hij werd gedood door iemand van zijn eigen stam. De doder zou nu de nieuwe stamhoofd
        worden nadat er een bijzonder ceremonie wordt gehouden waarbij het hoofd en hart van de voormalige medicijn man wordt opgegeten.   
Storms mengde zich in de dorpsraad, onderbrak ritueelen en probeerde te bepalen wie de stamhoofd opvolgde. Door Storm’s intrusieve politiek werd hij zelf een proces van hekserij, de lokale stammen verdachten hem mede van hekserij omdat hij schedels verzamelde. 9  De lokale stammen kwamen met regelmaat in opstand tegen Storm’s bewind, de meest voorkomende vorm van opstand was het afbranden van handelsposten. Als Storm er vervolgens levend uitkwam dan werdt dat ook weer aan hekserij toegewezen. Dit alles ondermijnt de traditionele stamstructuren, er is nog wel een collectieve denkwijze maar ook dit zal veranderen.
‘De inlanders zeggen dat wij [Mpala] hebben opgegeten om een groot Dawa te maken. In de meeste Afrikaanse streken is het de gewoonte dat het hoofd van de chef, die in handen valt van een overwinnaar, wordt verkoold en op stukken geit wordt gestrooid die vervolgens aan alle assistenten worden uitgedeeld. Het hart wordt eveneens in kleine stukjes gesneden en verdeeld in de ronde. Diegene die een stuk laat vallen, mag niet deelnemen aan de volgende oorlog, omdat hij dan zeker de dood zou vinden.’10
Nadat Stanley in 1871 de ontdekkingsreiziger Livingstone had teruggevonden begon hij aan zijn doortocht door Centraal-Afrika. Toen deze expeditie slaagde sloeg dat in als bom bij Koning Leopold de tweede, hij besefte dat Stanley de man was die zijn koloniale ambitie waar kon maken. Stanley ging voor Koning Leopold de tweede werken en in zijn opdracht ging hij stations oprichten en met lokale stamhoofden onderhandelen. Stanley kwam in 1883 aan bij een slavenkamp van Tippo Tip waar hij achttien kinderen kocht omdat hij het lot van de kinderen dusdanig aantrok. Stanley wist niet dat in een samenleving die werd getekend door een gemeenschapszin, de autonomie van het individu eerder ontreddering en eenzaamheid betekend. Eén van die kinderen was Disasi Makulo, voor hem zou veel veranderen, hij was meegenomen door de slavendrijvers, daarna opgekocht door Stanley die hem bij Swineburg, een vriend van Stanley, achter zou laten in Kinshasa waar hij als boy in dienst zou treden voor Swineburg. Als boy zou hij als één van de eerste Congolese Europa bezoeken. Daarna zal hij samen met de missionaris Grenfell helpen om andere Congolese te bekeren. Voor veel tijdgenoten zou het niet zo lopen, Mannen branden als vanouds akkertjes af, vrouwen plantten mais en maniok, vissers herstelden hun netten, ouderen praatten in de schaduw en kinderen vingen sprinkhanen er leek op het eerste gezicht niet zo veel veranderd. Maar we zien wel dat de stamstructuren worden onderbroken en men probeert het te veranderen later zullen oorspronkelijke Congolese de missionarissen helpen om dit proces te bevorderen.  
Om een station op te richten werden contracten met lokale stamhoofden gesloten, in ruil voor een periodieke bijdrage mocht men zich vestigen op een stukje grond. Maar dat zou snel veranderen, Vanaf 1882 vond Leopold de tweede dat het moest opschieten. Zijn commercieel initiatief verschoof naar een politiek initiatief. Men moest nu in hoog tempo hele gebieden opkopen en de lokale stamhoofden moesten ook de soevereine rechten ervan afstaan. 
 

Veranderingen in de stamstructuur tussen 1885-1909
Kerk en staat vonden elkaar steeds meer in de Congo, bij de stichting van Kimuenza verzamelde een overheidsagent van de Vrijstaat de stamhoofden om aan te geven dat de missionarissen speciale bescherming hadden. De staat stond in voor het onderhoud van scholen die door de missionarissen waren opgericht. In ruil hiervoor zouden vier van de vijf afgestuurde in het leger van de vrijstaat gaan. 
“de zwartjes moeten militair salueren en zelfs marcheren. De dagorde is dienovereenkomstig. Om half zes , snel opstaan bij het klaroengeschal, haastig wassen, dan gebed.”
Het waren vooral kinderen en tieners die de Europese levensstijl van binnenuit leerden kennen. Jongens werden ‘boys’, en meisjes werden ‘menagéres’. In de vrijstaat was een hoge tolerantie tegenover het vormen van een concubinaat met een inheemse vrouw. Vaak in het om meisjes van 12, 13 jaar, lust en zorgzaamheid gingen vaak hand in hand maar altijd waren het asymmetrische relaties. 
De eerste vijf jaar van de Congo-Vrijstaat waren relatief rustige jaren. Het bestuur was minimaal en terreur bleef uit. Maar een groeiende groep inwoners, vooral jongeren namen de Europese cultuur en denkbeelden aan. Ze leerden Frans, droegen de nieuwe levensstijl, ze probeerde dorpelingen te overtuigen dat hun leven heidens was, ze pronkte met hun militaire uniformen, de actie radius vergrote. Men leefde niet meer onder het gezag van het inheemse hoofd, maar onder een strak Europees regime.11 We zien dus een breuk in de stam structuren en het collectieve denkbeeld van de inheemse inwoners. De vrijstaat veranderde een hoop levens.
In 1890 besloot Leopold de tweede om alle grond dat niet werd verbouwd of bewoond als eigendom van de vrijstaat te beschouwen, een pygmee die een olifant afschoot en de slagtanden verkocht was niet langer op een legitieme wijze in zijn onderhoud aan het voldoen maar beroofde de staat. Dit besluit beroofde mensen daadwerkelijk van hun grond, hierdoor ontstond een diepe onvrede over de vrijstaat. Maar Leopold had genoeg ander werk voor de inheemse bevolking. Hij investeerde in spoorwegen. In de Congo bestond nog geen geldeconomie maar er werden staatswinkeltjes opgezet waarbij het dagloon besteed kon worden. Omdat Leopold niet in zijn eentje al het land kon exploiteren besluit hij om grote lappen grond in bruikleen te geven aan commerciële maatschappijen. De grote commerciële belangstelling voor Congo was niet meer alleen ivoor, er ontstond in deze periode een mondiale vraag naar rubber en Congo, zat er vol mee. In een land waar nog amper een geld economie was werd rubber de belasting. De plaatselijke bevolking moest op gezette tijden manden met rubber afdragen die werden opgehaald door het leger van de vrijstaat. In de gebieden van de commerciële maatschappijen werd dit gedaan door gewapende bewakers. De ophalers werden betaald naar de hoeveelheid rubber zij ophaalde. “No rubber, no pay”12. Deze structuur zal desastreus blijke voor de inheemse bevolking. Omdat de ophalers gewapend waren konden zij de lokale bevolking genadeloos terroriseren, het staatsgezag bood de bevolking geen bescherming. Als men hier het zelfde premie stelsel als bij het bouwen van de spoorwegen had ingesteld dan was er een totaal andere dynamiek ontstaan mensen zouden dan beloond worden voor hun inspanning en gemotiveerd blijven voor hun inspanningen. Het terreur systeem in de vrijstaat wordt steeds complexer, de blanke chefs wilden niet dat hun kogels werden misbruikt om te jagen op wild, zo ontstond op diverse plekken het gebruik om de rechterhand af te snijden en mee te nemen als bewijsmateriaal. In korte tijd zien we de vrijstaat al het land nationaliseren, en een terreur systeem opzetten om in massale getallen aan rubber te komen. Waar in de eerste vijf jaar nog relatief kleine veranderingen in de stamstructuren waren was er nu een complete breuk.
                                                       
Conclusie
In dit onderzoek heb ik gewerkt met de hoofdvraag: ‘Welke gevolgen had de Belgische overheersing op de inheemse stam structuren van de bevolking van de Congo-Vrijstaat tussen 18851908?. In het eerste hoofdstuk heb ik een beeld geschetst van de Congolese samenleving tot 1885. Dit heb ik gedaan aan de hand van twee historische personen. In het tweede deel heb ik de veranderingen in kaart gebracht vanaf het jaar 1885 tot 1908. Hierbij richtte ik mij meer op de structurele veranderingen die Leopold de tweede aanbracht en de gevolgen daarvan.
Van 1885 tot 1890 is er een relatief rustige overgang van het Afrikaans gebied Congo naar de Congo-vrijstaat. De stamstructuren blijven intact ondanks dat de Belgische ontdekkingsreizigers zich hier in mengen. Doordat veel kinderen en tieners zich aansluiten bij de Belgen, ontstaat er wel een wijziging in het collectieve denken. Voorheen werden de blanke beschouwd als geesten of mensen die zich mengde in hekserij, maar de stamstructuren bleven intact. We zien vooral dat de missionarissen voor een culturele omslag zorgen door methodische te evangeliseren en daarmee gebruik te maken van de inheemse bevolking die ze al bekeerd hadden. Er is wel wat verzet tegen het bewind door het afbranden van handelsposten maar niet in grote mate. Na 1890 maakt de vrijstaat een omslag in beleid, het land wordt genationaliseerd en er wordt een systeem opgezet waarbij de inheemse bevolking tot dwangarbeid wordt gebracht. Er komt een terreur bewind waar men gebruikt maakt van een leger dat men uit het gebied zelf heeft gerekruteerd. Hierdoor ontstaat er een totale ondermijning van de bestaande stamstructuren. De stamhoofden waren het mikpunt van terreurdaden om de lokale bevolking te onderwerpen. We zien in deze periode een breuk van de bestaande stamstructuren de oorzaak daarvan is terug te leiden op Leopold de tweede die, kost wat kost, aan de mondiale vraag van rubber wou voldoen. 
Het trieste ervan is dat het mogelijk was om een systeem op te zette wat de lokale bevolking beloonde voor haar verdienste, zoals al was gebleken bij het aanleggen van de spoorwegen. De sociale gevolgen en de impact op de stamstructuren zijn na het jaar 1890 op zijn minst extreem negatief te noemen. 


  Literatuurlijst
D. Van Reybrouck, Congo een geschiedenis (Zutphen 2016).
M. Couttenier, Een Geschiedenis Van De Belgische Antropologie En Het Museum Van Tervuren (1882-1925) (Leuven 2005).
R. lemarchand, Political awakening in the Belgian Congo (Los Angeles 1964).

1 D. Van Reybrouck, Congo een geschiedenis (Amsterdam 2016) 75.
2 Ibidem, 66-67.

3 Ibidem, Congo 67.
4 Ibidem 67.
5 René lemarchand, Political awakening in the Belgian Congo (Los Angeles 1964).
6 Ibidem, 42
7 Ibidem, 42 8 M. Couttenier, Een Geschiedenis Van De Belgische Antropologie En Het Museum Van Tervuren (1882-1925) (Leuven 2007).
9 Ibidem. 
10 Ibidem.
11 Ibidem.
​12 Ibidem.

 

 

 

 


 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.