De aarde is het bewijs van Gods bestaan

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 05 November 16:51

     Het ontwikkelingsproces van muziek van eenvoudig tot complex is een evolutieproces. De uitvinding van het wiel tot hydraulisch verend comfort is eveneens een evolutie-proces. Omdat alle technische uitvindingen dit proces hebben ondergaan, heeft dit misschien velen er toe gebracht aan te nemen dat een zelfde ontwikkeling in organische, levende materie heeft plaatsgevonden.

     De evolutietheorie is de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan dier en plantensoorten op Aarde. Ze beschrijft het proces waarbij  erfelijke  eigenschappen binnen een populatie van organismen veranderen in de loop van de generaties als gevolg van genetische variatie, voortplanting en natuurlijke selectie, die het dier en plantenrijk vorm geven. Zo denkt men dat de mens en de aap gemeenschappelijke voorouders hebben. Denk aan de stam van een boom met verschillende uitlopers. Hierdoor zal volgens hen de gemeenschappelijke voorouder er uiteraard aapachtig en mensachtig uitgezien hebben.

     Atheïsten zijn mensen die niet in het bestaan van God of Goden geloven. Het inroepen van een godheid of Schepper in het algemeen en dus ook bij het ontstaan van soorten vinden zij een overbodige hypothese, of een geloofssprong, die op zich geen verklaring geeft. Atheïsten gaan uit van de kennis die de wetenschap verschaft zoals die onder andere is uitgekristalliseerd in wetenschappelijke theorieën. Voor hen biedt de evolutietheorie daarom een goede verklaring voor het ontstaan van leven op aarde.

     Alma, een profeet uit het Boek van Mormon, heeft geschreven: "Alle dingen wijzen erop dat er een God is; ja, zelfs de aarde, en alle dingen op het oppervlak daarvan, ja, en haar beweging, ja, en ook alle planeten die zich bewegen in hun vaste orde, getuigen dat er een oppermachtige Schepper is." (Alma 30:44.) Als we ’s avonds de sterrenhemel in kijken, krijgen we een idee van wat Alma bedoelde. Er zijn miljoenen sterren en planeten, alle in volmaakte orde. Ze zijn daar niet toevallig terechtgekomen. We kunnen het werk Gods in het uitspansel en op aarde zien. De vele prachtige planten, de vele soorten dieren, de bergen, de rivieren, de wolken die regen en sneeuw brengen — al die dingen getuigen tot ons dat God bestaat.

     De profeten hebben ons geleerd dat God de almachtige Heerser van het heelal is. God woont in de hemel. (zie L&V 20:17.) Door zijn Zoon, Jezus Christus, heeft Hij de hemelen en de aarde geschapen, en alles wat zich daarin bevindt. (Zie 3 Nephi 9:15; Mozes 2:1.) Hij schiep de zon, de maan en de sterren. Hij schiep deze wereld en gaf die haar vorm, baan en leven. Hij vulde de lucht en de wateren met levende wezens. Hij voorzag de heuvelen en dalen van allerlei dieren. Ook gaf Hij ons dag en nacht, zomer en winter, zaai en oogsttijd. Hij schiep de mens naar zijn eigen beeld om over zijn scheppingen te heersen (zie Genesis 1:26–27.)

     God is het allerhoogste en opperste Wezen waarin we geloven en dat wij aanbidden. Hij is 'de grote Ouder van het heelal' en Hij 'beziet het hele mensdom met vaderlijke zorg en ouderlijke genegenheid.' (Zie Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith, 2007, blz. 42). Al het goede komt van God. Alles wat Hij doet, is erop gericht om zijn geestkinderen aan Hem gelijk te maken. Hij heeft gezegd: "Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen." (Mozes 1:39.) En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.