Praat voor jezelf! (Deel 5)

Door A-S-S gepubliceerd op Sunday 15 October 18:13

En weg is hij. Verbaasd kijk ik hem achterna. Als ik het echt moet weten, dan kan hij dat toch ook gewoon vertellen. Zonder iets uit te leggen, loopt hij een andere kamer in. Ik keer mij om, en klem opnieuw mijn handen om de deurklink heen, als ik nu ga, nu wij elkaar niet zien, is het misschien makkelijker. Zo zacht als mogelijk is, open ik de deur, het piepen, van de scharnieren, vervloek ik op dit moment meer dan ooit.

‘Ga maar. Het is goed.’

Geschrokken gooi ik de deur dicht, en draai ik mijn om, ik kijk recht door hem heen.

‘Is dat wat je wou laten zien?’

Zonder hem nog aan te kijken, gris ik de witte envelop uit zijn handen, en maak hem open. Een ansichtkaart, met op de voorkant, precies hetzelfde masker, als die ik vandaag op had, haal ik er uit. De zakelijke, emotieloze, houding, die ik heel even wist te behouden, begint al weer langzaam af te brokkelen, met trillende handen, draai ik hem om. Op de achterkant, staat handgeschreven.

 

Kom vrijdagavond 18 april ook naar het bal.

En wie weet, wordt er nog iemand ontmaskerd.

 

Mijn nekharen gaan overeind staan, mijn handen ballen samen, en niet veel later roep ik ‘Nina’ op de zachte manier, waarop Dave van Alvin en de Chipmunks altijd Alvin roept waarneer hij weer is iets heeft uitgespookt. Haar handschrift, herken ik uit duizenden, en het masker, is exact hetzelfde als de mijne, inclusief de drie extra diamantjes, die zij er zelf op heeft geplakt, omdat er anders te weinig blingbling op zat in haar ogen.  Ik haat haar!! Woedend dat ik ben, prop ik het tot één geheel, tot ze uit mijn handen worden gehaald.

‘Wees niet boos op haar.”

‘Hoezo niet? Zij… Dat kutwijf, heeft…. Ze weet…. Arrhgg….. als ik haar zie, dan…..

‘ Niet doen. Ik ben blij dat ik je even heb gezien, dus bedank haar maar, vanuit mij.’

‘Zal ik doen. Nadat ik haar heb vermoord!’

‘Dat doe je niet.’

‘Oja wel…’

‘Dan laat ik je niet weggaan.’

De manier waarop hij dat zegt, laat de rillingen door heel mijn lijf gaan, maar mijn woede naar Nina overwint. En laat mij omdraaien, om de deur opnieuw te openen.

‘Ik meen het.’

Mijn bovenarm word vastgepakt, uit alle macht probeer ik los te komen, maar hoe harder ik trek, hoe strakker zijn greep word. De woede naar Nina, die werkelijk geen benul heeft, van wat zij heeft aangericht, projecteer ik nu volledig op hem. Woede maakt het allemaal zoveel makkelijker, door woede kan je overleven, zonder de pijn te voelen.

‘Laat me los!’

‘Dat kan niet, dan ben ik straks medeplichtig aan moord.’

‘Haha, heel grappig! Wat ben je nu van plan dan? Mij opsluiten, tot… tot wanneer?Je moet straks zelf weg!’

‘Waar ben je nou echt zo boos om?’

‘Waar ik boos op ben?!  Snap je dat dan echt niet?’

‘Ze bedoelde het vast goed’

‘Ja… dat doet ze altijd, dat is het hele probleem juist!

‘Waarschijnlijk wilde ze alleen maar dat je gelukkig was. ….. Ze wist wat wij voor elkaar voelde.’

Zijn kalmte, zijn houding, en dat hij het nog voor haar opneemt ook, maakt mij nog bozer, ik kan niet meer nadenken over wat ik zeg, het interesseert mij ook niks meer, zolang ik hier maar weg ben. Weg uit zijn handen, weg van deze wereld, wat enkel is gevuld met ellende.

‘Praat voor jezelf!’

‘Ozoo… wat doe je hier dan?’

Zijn hand laat los, zijn houding is veranderd, zijn woorden zijn niks meer dan alleen maar letters samen gevormd tot woorden, zonder dat ze enige emotie bevatten. Zelfs wanneer je tegen een ober zegt, dat het gesmaakt heeft, zullen die woorden meer gevoel hebben, dan de woorden die hij net tegen mij uitsprak. Ik weet dat het mijn schuld is, dat hij zo doet. Dat hij zich afschermt voor alles wat hem kan raken. Ik weet dat ik hem pijn heb gedaan met mijn opmerking, maar wat ik ook zeg of doe, de pijn zal vroeg of laat toch komen.

‘Nou…?’

‘Jij hield mij tegen.’

‘Ja, en jij wist vanaf het begin wie ik was! Dus wat doe je hier?’

‘Ik…’

Ja, wat doe ik hier? Ik had hier nooit mogen zijn, ik had in het hotel niet terug moeten rennen. Waarom ben ik met hem meegegaan? Ik wilde zijn stem horen, zijn geur reuken, hem vasthouden, en nooit meer loslaten, maar dat kan niet.

‘Hallo?’

‘Wij kunnen elkaar niet gelukkig maken!’

‘Praat voor jezelf!’

‘Hoezo? Het is toch zo, ik heb mijn eigen zaak, en jij hebt je leven daar….’

‘Zou je wel blijven, als ik ook zo blijven?’

Er is niets wat ik liever zou willen, maar het kan niet. De kans is te groot waarneer hij alles opgeeft waar hij al die jaren al van droomt, omdat ik dat van hem vraag, dat het fout gaat. Je kan niet een ander gelukkig maken, zonder dat je zelf gelukkig ben. En ik, hoe kan ik hem ooit gelukkig maken, tot hoeverre kan ik in een relatie stappen, daar ben ik toch helemaal niet voor weggelegd. Ik maak iedereen zijn leven volledig kapot, wanneer ze dicht bij mij in de buurt komen. Één blik in mijn ogen, en je bent verdoemd voor het leven.

‘Als je niet eerlijk kan zijn, heb ik liever dat je nu vertrekt.’

Zijn woorden, brengen een brok in mijn keel. Ik kan niet eerlijk zijn, de gevolgen zullen onvoorzienbaar groot zijn, de pijn zal ondragelijker zijn dan ooit, maar ik wil ook niet op deze manier weggaan. Dat we in deze situatie zitten, is allemaal mijn eigen schuld. 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.