Verloren zielen, deel 1

Door Angelajj gepubliceerd op Wednesday 27 September 12:19

Ik staarde naar een gebroken stuk muur. Het enige van mijn huis dat nog overeind stond.

De wind was koud, maar het deed me niks. Ik kon alleen maar naar die ene muur kijken. Alles wat ik lief had, was binnen een paar minuten uit mijn leven weggevaagd.

Ik wou huilen, maar de tranen wilden niet komen.

Met mijn eerst zo prachtige, lichtblauwe japon, die nu zwart was van de as, zat ik in het verbrande gras. Mijn blonde haar zat onder de modder. Ik kon me niet bewegen. Ik kon alleen maar naar die verdomde muur kijken. Waar had ik dit aan verdiend? Hoe kon dit gebeuren?

Toen pas begonnen de tranen over mijn wangen te stromen. Met moeite stond ik op en begon te rennen.

 

Doelloos slenterde ik door het bos. In de verte huilde een wolf. Hij klonk zo eenzaam, zo verdrietig. Het was alsof alleen die ene wolf wist hoe ik me voelde. Zo leeg vanbinnen .

Ik had dorst. Mijn keel voelde als schuurpapier, maar ik besteedde er geen aandacht aan. Ik zag de zin van mijn leven niet meer, dus waarom ervoor vechten?

Ik liet me achterover in het zachte gras vallen en sloot mijn ogen. Ik was uitgeput.

 

Ik werd wakker van een stekende pijn in mijn been. Ik opende mijn ogen en zag dat er een vos aan mijn been knabbelde. Zo te zien nog maar een jonkie. Waar zouden zijn ouders zijn? Ik verschoof mijn been een stukje en kreunde van de pijn.  Het vosje schrok en schoot de bosjes in.

Ik had de kracht niet meer om op te staan. Bloed sijpelde uit de wondjes in mijn been. Ik sloot mijn ogen weer. Mijn hele lichaam voelde alsof het in brand stond. Alles deed pijn.

‘Alstublieft, laat het snel afgelopen zijn.’ Bad ik in stilte.

 

Ik lag daar een hele tijd, tot ik plotseling werd opgetild door twee sterke armen. Met moeite opende ik mijn ogen en keek recht in de twee krachtige, groene ogen van een man.

‘Oh, je bent wakker.’ Hij glimlachte naar me.

 Ik wilde terug lachen, maar het lukte niet. Tranen begonnen weer over mijn wangen te stromen.

‘Arme meid.’ Mompelde de man. ‘Vertel eens, hoe heet je?’

‘Destiny.’ Zei ik met gebroken stem. ‘Ik heet Destiny.’

Hij bracht zijn mond naar mijn oor. ‘Mijn naam is Travis. Aangenaam kennis te maken.’

Ik knikte zwakjes. Toen begon Travis te lopen.

‘Waar breng je me naartoe?’ Vroeg ik.

‘Naar mijn huis. Probeer maar wat te slapen. We praten zo wel weer verder.’

Ik knikte weer en sloot mijn ogen. Op de een of andere manier voelde ik me veilig in zijn armen. Zo warm. Als een warme deken op een winterse nacht. En zo viel ik langzaam weer in slaap.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.