Anton uit Maastricht - Hoofdstuk 6: Gesprek met oom Miloš, Vaals

Door VeraSoul gepubliceerd op Friday 16 June 20:48

– Hoe is het met je werk in de callcenter?

– Soms saai, soms druk, het ligt aan projecten. Soms kan ik haast niets voor een klant doen, alleen de klacht noteren en doormailen, of wat standaard vragen beantwoorden. Maar als de klant wil weten wannéér een monteur zou komen, bijvoorbeeld voor project bij UPC, of het deze keer wél goed zou komen, kan ik ze niet verder helpen. Dat vond ik best frustrerend. Je krijgt wel alle ellende over je heen en kunt er verder niets mee. Andere projecten zijn weer heel leuk; de ING bijvoorbeeld, we kregen een uitgebreide, serieuze training en konden veel doen voor de klanten, en voor de overige dingen konden we direct doorverbinden naar de juiste afdeling. Dat voelt een heel stuk beter.

Het is september en Anton zit cola te drinken buiten in het reastaurant van oom Miloš op het Vrijthof. Oom Miloš drinkt koffie naast hem en af en toe gaat hij opstaan en zijn vrouw Lea te helpen met de klanten.

– Je bent snel ingewerkt, je leervermogen zijn groot. Je trainingen in Geleen zijn begonnen, ga je regelmatig naar de trainingen?

– Ja,tenminste twee keer per week. Ik rijd met mijn oude bak, Corsa, gelukkig heb ik mijn rijbewijs snel gehaald. Twee keer per week, soms een keer, zeldzaam, doe ik nog aan judo trainingen. Maar, ijshockey is mijn eerste liefde. Judo doe ik meer voor een goede fysieke conditie, wegens ijshockey. Toen ik zestien werd heb ik de zwarte band gehaald en alleen maar paar judo toernooien gedaan, ik heb de ijshockey wedstrijden `s weekends en in de tijd zijn ook de judo toernooien. Ik ben tweeentachtig-drieentachtig kilo, en daar, in de wedstrijden,  krijg ik tegenstanders die tot negentig kilo zwaar zijn, heel sterk, het is moelijk van zij te winnen. En, zij zijn bezig, in de leeftijd, alleen met judo, zij doen geen andere sport. Ik blijf bij mijn ijshockey maar ik doe judo wegens conditie en om fit te blijven.

– Ik was op je laatste ijshockey training, op donderdag, op de tribune.

– Ik heb je gezien oom Miloš, maar na de training ben je verdwenen.

– Ja, ik moest wat dingen thuis snel regelen. Ik wilde je vragen hoe met jou is en zo, iets met je drinken. Je weet het, je bent voor mij als mijn kind, mijn zoon. Je speelt nu voor de Eerste divisie met de Smoke Eaters?

– Ja, maar ik ben uitgenodigd voor de trainingen en om te spelen voor de Ere divise. Waarschijnlijk ga ik in het begin veel op de bank zitten. En, ik spel voor de Nederlandse selectie onder 20 jaar.

– Hebben jullie dit seizoen een goede ploeg in de Eerste divisie?

– Het is mijn tweede seizoen bij de Eerste divise en ik heb wat ervaringen. Ik ben 13 jaar bezig met ijshockey ,vanaf mijn vijfde,zoals judo. Mensen komen en gaan in de club wegens werk, studie…van alles. Er zijn paar nieuwe spellers dit seizoen uit de jeugd komen, wij zien dat nog alles. Maar de coach is heel goed, heel ervaren en met een echte passie voor ijshockey. Het leidt mij veel af van de gebeurtenissen van enkele maanden geleden en het helpt mij om daarover niet te denken.

– Ik weet het Anton, ik weet het... Je moet verder.

– Ik zou het liefst mijn rechten willen studeren maar op dit moment is mijn financiële situatie niet zo rooskleurig.

– Ik ga nog daarover nadenken Anton, misschien komt nog iets. Hoe is het met oma Vera?

– Als ik thuis kom zie ik haar dikke, natte, ogen alsof zij de hele tijd gehuild had toen zij alleen was. Maar in mijn aanwezigheid probeer zij dat niet te laten merken. Zij kookt, wast, doet alles voor mij. Ik probeer met haar wat te praten en wat taken te bedenken waar zij mij kan helpen zodat zij niet veel over de tragedie denkt. Maar, het is moelijk voor haar.

– Groeten van mij voor haar en ik kom over paar dagen met  Lea bij jullie, ok?

– Goed. Ik moet naar huis, mijn oma wacht op mij.

– Anton, wat denk je dat wij, jij en ik, dit weekend paar uurtjes ergens in natuur doorbrengen, ik heb een idee en ik wil dat met je bespreken maar nu hebben wij geen tijd, je moet gaan. Vaals?

– Vaals? Lang geledeen daar geweest, met mijn ouders.

– Ik bel je nog in verband daarmee Anton, goed?

– Groeten voor oma Vera en hou je taai.

– Tot ziens oom Miloš.

Het is zaterdagmiddag, Drielandenpunt boven Vaals en oom Miloš parkeert zijn auto naast het restaurant De Bokkenrijder, pakt zijn rugzakje uit de auto en zegt tegen Anton:

– Later komen wij hier iets lekkers eten, eerst gaan wij `n beetje door de bossen wandelen.

– Ik wist niet dat je en wandelaar bent. Je hebt zelf een rugzakje voor wandelen.

– In de rugzak zijn wat suikerpinda’s en nog wat kleine dingen voor drinken.Beetje lopen is voor mij niet slecht. Zie je hoe dik ik ben?!? Wij doen dat rustig, je bent jong en sterk, ik ben nog niet te oud om te lopen en wij kunnen in rust praten. Het is niet zo lekker weer vandaag, er zijn weinig mensen hier, de zon verbergt zich achter de wolken, maar zij zeggen dat het vandaag niet gaat regenen.

– Oom Miloš, ik ben jong, net geen kind meer, jongvolwassene en ik kan nadenken. Is er een speciale reden waarom wij naar hiertoe zijn gekomen?

– Ja, ik wil met jou wat tijd alleen doorbrengen en praten.

– Waarover?

– Waarover?!? Over alles. Ik weet niet wat in je zit, ik denk dat ik je goed ken, ik ken je vanaf je geboorte maar je bent voor mij een grote vraagteken. Een belangrijke persoon in mijn leven en een grote vraagteken. Heb ik niet verdiend om paar uurtjes met jou te zijn en praten zonder anderen en dat wij elkaar alles kunnen zeggen?

– Oom Miloš, ik wilde je niet beledigen of zoiets. Wij kunnen, na alles wat je voor mij, en mijn oma, heb gedaan, over alles praten, openlijk. Wie heb ik nog op deze wereld op wie ik kan rekenen behalve op jou? Niemand! Dat weet je toch!

– Het spijt mij Anton, ik wilde niet vervelend doen, ik weet dat je een goede en slimme jongen bent. Hoe sta je in je leven, lees je wat, luisteer je naar muziek, wat weet je over je ouders en je achtergrond, wat weet je over het leven?

– Hmmm, ja…Ik ben achtien jaar oud, ik ben een Nederlander, mijn vader was een Joegoslaaf, mijn moeder een Russin, ik luister naar verschillende soorten muziek, de klassieke, en wat vandaag populair is bij jonge mensen, maar ook naar muziek van mijn ouders, muziek van verschillende gebieden en van verschillende talen…Ik hou van boeken, lezen. Daarvoor moet je tijd hebben maar als ik een boek lees en het interessant vind kan ik met lezen niet stoppen. Ik hou van film en vele dingen dat de jegud van vandaag doet, doe ik ook.

– Heb je iets uit de klassieke literatuur gelezen? Wereldliteratuur?

– Thuis hebben wij wat boeken van mijn ouders, in het Joegoslavisch, Russich maar ook in het Nederlands. Mijn ouders hebben mij wat boeken aanbevolen en ik heb Le Rouge et le Noir (Het rood en het zwart) van Stendhal gelezen, dan Anna Karenina van Tolstoj, verhalen van mijn naamgenoot, Tsjechov, De vreemdeling van Camus, Misdaad en straf van Dostojevski, Het proces van Kafka, 1984 van Orwell…

– Ok, ok…stop. Uit je boekenkeuze lijkt het dat ik weet waarom je de rechten wil studeren. En, kan je mij zeggen, in het kort, waarom zijn de door jou net genoemde boeken voor jou aantrekkelijk?

– Voor mij, persoonlijk, was heel aantrekkelijk door de tijd in de boeken te lopen. Bijvoorbeeld, `Het rood en het zwart` beschrijft de tijd na Napoleon en Julien Sorel is zo een mooie en tragische held en elk van de boeken heeft iets uit zijn eigen tijd. Geschiedenis vind ik interessant.

– Ken je de openingszin van Anna Karenina, het is wereldberoemd?

– Nee, ik kan mij niet herinneren. Je wel, oom Miloš?

– Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.

Zij lopen zwijgend enkele minuten en komen tot de toren van Drielandenpunt. Er zijn wat mensen, meestal kinderen rond de toren en Miloš zegt:

– Kom, wij gaan in België lopen, daar heb je weinig mensen en dikke bossen.

De bomen zijn nog niet begonnen hun bladeren te verliezen, de natuur voorbereidt zich voor haar kleurijke pracht in de herfst en zij genieten in de wandeling. Zij lopen niet meer op een pad maar zomaar, tussen de bomen. Op een moment tussen paar grote bomen en verborgen achter dichte struiken stopt Miloš en zegt:

– Ok, hier kunnen wij een korte pauze maken. Wil je iets drinken? Ik heb gewone water, mineralwater, sap?

– Mineralwater , alsjeblieft.

– Snacks? Zoet, zout?

– Nee, dank je.

– Ik pak suikerpinda's,

Hij neemt uit zijn rugzak een sap en een zakje suikerpinda’s voor zichzelf en geeft aan Anton flesje mineraalwater. En dan neemt hij nog twee dingen uit zijn rugzak voor Anton en geef hem:

– En nog dit voor jou.

Anton kijkt met verbasing naar twee pistolen in zijn handen en vraagt:

– Wat is dat?!Pistolen?!?

– Ja, kijk, hier heb ik de dempers.

Miloš bevestigt rustig de stukken aan de loop van elke pistool en kijkt naar Anton die nu ook rustig maar nieuwsgierig naar de pistolen kijkt.

– En, nu?

– Nu, gaan wij verder over geschiedenis en literatuur praten en in de tussentijd op bomen schieten. Er is hier niemand, de dempers zijn heel goed en niemand kan ons horen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.