Date 1 (zie artikel: 50 dates?!)

Door Nelly1 gepubliceerd op Saturday 20 May 20:07

‘Je kunt me herkennen aan de rode kinderwagen. Ik had even geen oppas, sorry.,’ zei mijn date, de dag voordat we af zouden spreken op Utrecht Centraal, nadat we al een paar weken leuk  contact hadden via een datingsite, en later via whatsapp. 'Dan neem ik mijn kinderen ook maar mee.,' appte ik terug. Gevoel voor humor had hij in ieder geval! Zelf zou hij met de auto komen, maar hij zou naar spoor 5 komen waar mijn trein zou stoppen. Met lichtelijke buikpijn stapte ik uit de trein en keek eens goed om me heen of ik hem al ergens zag.

Geen Ruben. Toen het perron ondertussen weer bijna leeg was, liep ik een paar keer verdwaasd op en neer. Vlak voor een date wil je het liefst zo hard mogelijk wegrennen, en dat gevoel had ik nu ook. Ik constateerde dat, wanneer hij niet zou komen opdagen, ik het eigenlijk niet eens zo erg vond. Ik zag mezelf al weer met een onverschillige houding in de trein zitten op weg naar huis.  Bij elke man die alleen op een bankje zat dacht ik : is hij het misschien?  Misschien zag hij er in ’t echt wel heel anders uit dan op de foto.

Toen ik een man met een bos rozen zag staan, die hetzelfde haar als hij had, besloot ik maar naar hem toe te stappen.

‘Heet jij Ruben?’

‘Nee hoor,’ zei de jongen en ik zuchtte van opluchting. Stel je voor dat hij zo enthousiast zou zijn om meteen met een grote bos rozen aan te komen…

Piep!!! Een appje…. ‘Ben je er al?’

‘Ja, ik loop al tien minuten op spoor 5 maar ik zie je nergens.’

‘Ik sta bij de trap’

Ik keek bij de trap naar de stationshal. Voor de trap stond wel een man, maar dat kon hem niet zijn. Ik keek naar het donkere gezicht, de slonzige spijkerjack en zijn grote brillenglazen, en begon er serieus rekening mee te houden dat hij er misschien wel heel anders uitzag dan op de foto. Misschien had hij er een oude foto opgezet van tien jaar geleden en hem een beetje gefotoshopt. Wat zou ik doen als deze (verre van knappe) man naar me toe zou lopen en zich zou voorstellen als Ruben? Ik kon dan toch moeilijk maar weer omdraaien en zeggen: sorry maar je valt me wel erg tegen in ’t echt. Ik zou toch op z’n minst een uurtje tegenover dat vieze spijkerjack moeten zitten in een caféetje uit fatsoen.  Hè, ik kreeg er nog meer buikkrampen van.

 Wanneer ging de trein terug? Ik kon nog wegrennen…

‘Ik sta voor de trap naar boven bij spoor 5 maar ik zie je echt nergens.,’ appte ik ongeduldig terug. ‘Waar bij de trap sta je dan ergens?’

‘Ik sta helemaal bovenaan de trap bij spoor 5, voor een broodjeszaak.’

‘Oh, sta je boven?’

Gefrustreerd en zenuwachtig tegelijk liep ik de trap op.

En ja hoor, daar stond hij. Ik herkende hem onmiddellijk. Hij zag er precies zo uit als op de foto. Niet mooier, en niet lelijker. Net zo knap als op de foto’s die hij me had laten zien.

‘Hèhè. Ik had toch gezegd dat ik bij spoor 5 zou staan? Maar we hebben elkaar gelukkig gevonden, dat is het belangrijkste.’

‘Ik dacht dat je op spoor 5 zou staan.,’ zei ik. ‘Dus ik honderd keer op en neer lopen op het spoor….En bij iedere man dacht ik dat jij het misschien was, haha. Maar ze leken allemaal niet op de foto…dus ik begon me al zorgen te maken.’

‘En lijk ik een beetje op de foto?’, grapte hij.

‘Ja hoor, helemaal.,’ zei ik.

‘Gelukkig.,’ zei hij. ‘Jij ook hoor.’

‘Waar is je rode kinderwagen?,’ grapte ik. ‘Die mis ik nog…’

We lachten er allebei even om. Je zou denken dat het feit dat het even had geduurd voor we elkaar op het station hadden gevonden, nu meteen weer was vergeten.

Maar nee….voor Ruben niet. ‘Tsjongejongejonge….zo gaat het nou altijd als ik met iemand op Utrecht Centraal afspreek. Dat gaat gewoon altijd mis. Tjongejongejonge… je zou denken dat zoiets niet mis kan gaan. Spoor 5. Duidelijker kan niet. Ik dacht dat je wel begreep dat ik natuurlijk bij de ingang van spoor 5 zou staan in de stationshal….’

Ik begreep niet waar hij zo’n commotie over maakte. ‘Joh, maakt toch niet uit. We hebben elkaar nu toch gevonden.’, zei ik zo vriendelijk mogelijk.

Al slenterend door de Utrechtse binnenstad begonnen de eerste gesprekken. Een grapje is leuk, en ik hou van mannen met humor, maar Ruben leek nergens een serieus antwoord op te willen geven. Het werd erg vervelend. Ik dacht dat het misschien de zenuwen waren en dat het wel weer over zou gaan. Dus deed ik mijn best hem zo goed mogelijk op zijn gemak te stellen.  Er was iets geks in ons contact. Er was iets geks met hem aan de hand.

Van alles wat ik zei maakte hij net zoveel commotie als de miscommunicatie van daarnet bij spoor 5. En als ik iets vertelde gaf hij mij bij alles het gevoel dat het heel apart was en dat ik me ervoor moest schamen. Maar als we dan over het onderwerp doorpraatten waren er veel dingen die hij ook precies hetzelfde had.

We zouden naar café Bram gaan, wat volgens Ruben een leuk café was, maar wat ik niet kende.

‘Ben je dan nog nooit naar café Bram geweest?,’ vroeg hij.

‘Nee, ik ken het niet nee. Maar ja, ik ben ook niet zo vaak op stap geweest in Utrecht. Ik woon nog niet zo lang in de buurt van Utrecht hè, dat weet je toch.’

‘Tsjongejongejonge… ga je dan nooit op stap ofzo?’

‘Vroeger wel heel vaak hoor, maar dan vooral in Zeeland. Nu heel af en toe een keertje.’

‘Tjongejongejonge…’

‘Is dat zo gek dan? Ga jij dan nog heel vaak op stap?’

‘Nee, bijna nooit meer eigenlijk…..Maar ben je dan nooit in Utrecht op stap geweest…..of andere grote steden? Tjongejongejonge. Nou jij loopt wel hard hoor….Loop je altijd zo hard…’

‘Ik? Loop ik zo hard dan?’

‘Nou je maakt behoorlijke snelheid ja…’

‘Oké, ik zal wat zachter lopen. Maar ga jij dan altijd naar Utrecht op stap of andere grote steden?’

‘Nou nee… tegenwoordig niet zo vaak meer. ‘k Hou eigenlijk niet zo van herrie om me heen. Vroeger ook niet. Maar ik vind Utrecht eigenlijk een dorp. Amsterdam, dat is een stad.’

‘Tja, voor een Zeeuw als ik is Utrecht een stad.’

We liepen café Bram binnen en zaten wat ongemakkelijk tegenover elkaar.

 ‘Ontspan, ontspan…,’ zei hij, toen we waren neergeploft aan een klein wiebelig tafeltje. Wie moest hier nu ontspannen?

Er kwam meteen een serveerster naar ons toe gelopen. ‘Niet teveel laten merken dat dit een date is…,’ siste hij.

‘Joh, wat maakt dat nou uit.,’ zei ik.

‘Eén rode wijn.,’ zei ik.

‘Doe mij ook maar een rode wijn.,’ zei hij.

Sommige mensen verstaan pas écht de kunst je zeer ongemakkelijk te doen voelen.  Het zat hem ook in de ongemakkelijke vragen die hij stelde waarbij ik werd uitgedaagd zo goed mogelijk te antwoorden. Hij leek het gelukkig door te hebben, want hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij vaak nogal moeite heeft om zichzelf goed uit te drukken. Het enige wat hielp was naar mijn idee er maar wat humor in te brengen.

Al snel besloten we naar een ander café te gaan, omdat het helaas nogal stil was bij café Bram.

‘Tjongejongejonge… dat heb ik nog nooit meegemaakt dat het zo’n dooie boel is bij café Bram. Dat is echt voor het eerst in mijn leven dat ik dit meemaak.…’

‘Er zijn toch nog genoeg andere leuke cafés?’

We stapten café Mixmasters binnen, volgens Ruben ook altijd erg gezellig.

‘Ja, het is wel heel sfeervol hier inderdaad.’

‘Ken je dat café dan écht niet’?, vroeg hij.

‘Nee, ik ben in deze tent nog nooit geweest nee.’, zei ik.

‘Tjongejongejonge….’ (Was het zo vreemd dat ik het café in Utrecht niet kende?! Ik werd er wat onzeker van.)

We namen een bestelling op. Ik bestelde een cola dus bestelde hij ook een cola.

‘Je besteld elke keer hetzelfde als ik hè.’

‘Oh echt? Tjongejongejonge….’

Kon hij er ook om lachen of vond hij het schokkend? Hij leek alles schokkend te vinden.

Na de cola bestelde ik een rosé en hij ook weer een rosé.

Het tweede wijntje begon ik al heel erg te merken. Toen ik in zijn ogen keek, zag ik dat hij er ook last van had. Het was heel grappig.

‘Ik merk het wel een beetje hoor, dat wijntje. En jij ook zo te zien…’

‘Tjongejongejonge… waar merk je dat nu weer aan?’

‘Joh, maakt niks uit hoor. Ik voel ‘m ook wel een beetje… Maar ik zie het aan je ogen…’

‘Tjongejongejonge…maarre, kende je dit café dan helemaal niet.’

‘Nee, ik kende dit café niet nee, maar het ziet er leuk uit.’

Ons leven leek bol te staan van gelijkenissen wat ik al had opgemerkt door wat ik van hem wist via de berichten die we online naar elkaar hadden gestuurd en de appjes.

Er waren ook veel grote verschillen. Maar er was dus genoeg gesprekstof.

Alleen liepen de gesprekken weer wat moeizaam. Gelukkig maakte de alcohol het redelijk verdraagzaam.

Nog één ding. Ik vind het zelf altijd heel aantrekkelijk als een man me niet opeens begint uit te horen over seks. En ik hoef van de man in kwestie ook niet te weten wat zijn ‘seksgeschiedenis’ is. Het is spannend als dat een soort ‘mysterie’ blijft. Toch schromen de meeste mannen er niet naar om daar opeens over te beginnen. Ruben ook niet. Ik vind het altijd een afknapper en dus ook een minpuntje op de avond. Sowieso begin je bij een eerste date niet over intieme onderwerpen. Het voelt een beetje respectloos. 

Toen ik naar de wc liep botste ik bijna tegen een stoel aan. ‘Botste je nu bijna tegen een stoel aan? Tjongejongejonge.,’ zei Ruben toen ik terug kwam. ‘Ja, erg hè.,’ zei ik beschaamd.

Vijf minuten later gooide hij bijna zijn glas wijn om, door de ongecontroleerde bewegingen die hij maakte. Het was hilarisch.

‘Nou….jij voelt ‘m ook aardig zitten…’

'Nou eh....jij ziet ook alles hè.' zei hij.

'Het geeft niet. Het is gewoon grappig.'

Toen we het café verlieten waren we allebei dus aardig aangeschoten van  slechts twee wijntjes. Ik kon er de humor wel van inzien en vond het niet erg. We hadden er allebei last van, dus wat maakte het uit?!

Ruben zelf leek het nog wel een probleem te vinden. ‘Normaal heb ik nooit last van twee wijntjes….tjongejongejonge….’

Hij kwam tot de conclusie dat het waarschijnlijk kwam omdat hij vanavond heel weinig had gegeten.

 ‘Dat zou best kunnen dat het daardoor komt ja….’

Hij was nog zo aardig met me mee te lopen naar het perron, waar mijn trein aan zou komen. We namen afscheid.  Het bleef slechts bij een  ‘we spreken elkaar nog wel, het was gezellig’.

Terug in de trein voelde ik me wat vreemd. Alsof ik me de hele avond had moeten schamen voor alles. Ik had er gewoon een vervelend gevoel aan overgehouden. Eenmaal thuis kon ik het niet nalaten er nog een wijntje tegenaan te gooien. Daten… ik was er weer even van genezen geloof ik…

Wat ging er mis? Wat had ik anders kunnen doen? Als hij nu meteen normaal had gedaan…. ?

Eenmaal in bed zag ik Ruben en ik weer in café Bram neerstrijken.

Wat als ik nu meteen had gezegd: ‘Je doet nu normaal of anders ga ik meteen weer naar huis??’

Waarom liet ik mezelf de hele avond door hem imponeren?  Wat was er met hem aan de hand?

En waarom moeten mannen altijd meteen over seks beginnen…..?

Zucht…..

Helaas…hij was niet de Ruben die ik mezelf had voorgesteld.

 De volgende dag appte Ruben dat hij geen klik voelde en het hierbij wou laten. Dat leek me ook maar beter zo.

Watte? 50 dates?! Ik ben er even klaar mee geloof ik....

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.