Jij wordt niet snel bruin zeker?

Door Marlin Pauw gepubliceerd op Tuesday 16 May 10:49

Schoonmoeders, of schoonloeders. Toen ik 6 jaar geleden een relatie kreeg met mijn huidige partner, leek het er op dat ik eindelijk een lieve schoonmoeder had getroffen. Eén die niet haar norm op schoonmaken aan mij oplegde in het kader van "voor je eigen bestwil". Eén die niet defensief reageerde omdat ik haar plek in het leven van haar zoon zou overnemen. Eén die niet van alle feestdagen verplichte uitzitdagen maakte. Eén bij wie ik ongegeneerd terecht zou kunnen met wel probleem dan ook.

Sinds ik weet dat ik ASS heb, begin ik haar door een andere bril te zien en zie ik haar kracht steeds meer als een vorm van halsstarrigheid. Haar mening als een opgelegde wet. En haar meevoelendheid als (ver)oordelingen.

Want alles wat wij, dus ook mijn lief en haar man, tegen haar zeggen lijkt steeds meer een discussiepunt te worden. En om eerlijk te zijn, ik trek dat steeds minder.

Zo waren we onlangs bij ze om mee te helpen in de grote voorjaarsopknapper van de tuin. De complete gevel wordt in de verf gezet. Dat betekend dus ook meedere dagen achter elkaar daar over de vloer.

De eerste dag red ik dat wel. Op de tweede begint mijn enthousiasme al aardig te temperen. En op de derde dag liggen schoonmama en ik bijna direct overhoop met elkaar. Ongeacht of we nu dit aan het doen zijn, of met elkaar op vakantie gaan. Zo gaat het ook deze keer.

Lief vroeg ze me nog hoe ik geslapen had die nacht. Daar was het eerste struikelblok, aangezien ik alleen weet wanneer ik uitermate slecht geslapen heb. In haar ogen is dat genoeg. Je slaapt of slecht of goed. Ik denk dat er heel wat gradaties tussen zitten die bepalen hoe je de rest van de dag functioneert. Gelukkig hebben we tegenwoordig een smartwatch die ook de slaap uitleest, zodat ik  halverwege de dag, in een energieloze toestand, kan checken of mijn moeheid komt van minder goed slapen of van teveel prikkels. In het geval van schoonmama komt het ding nu goed uit om te voorkomen dat ik nu niet weer de standaardvraag vol onbegrip krijg, "Je weet toch wel hoe je geslapen hebt?". Na een korte demonstratie van de nog nieuwe watch, antwoord ik, dat ik best wel goed geslapen heb. Zorgelijk kijkt ze me aan. Digifoob dat ze is kan het niet missen dan dat ze me wijselijk verteld dat ik niet er naar moet gaan leven. Net zo min ze eerder al vertelde dat ik niet naar mijn reuma moet gaan leven.

Zo vroeg op de ochtend snap ik haar reactie niet. Net zo min als haar opmerking over de reuma. Hoe kan je nu leven naar zoiets. Je leeft met zoiets, maar er naar leven? Dat zou betekenen dat je niet rustiger aan doet als je merkt dat je teveel last hebt van je gewrichten. Dat betekend dat je vooraf al bedenkt dat je bepaalde handelingen beter niet kan doen omdat je mogelijkerwijze er wel eens last van kan gaan hebben. Voor mij, iemand die haar hele leven al gewend is om grenzen op te rekken, zou dat een karakteraanpassing zijn. Karakters verander je niet. Je leert om bepaalde karaktereigenschappen af te vlakken of aan te scherpen, maar veranderen, dat gaat niet lukken.

De discussie houdt aan. Weliswaar verandert het onderwerp steeds. Of ik last heb van mijn reuma? Ja zeg ik, want ondanks de pijnstillers heb ik meer last van mijn heup en ben ik stoms krachteloos. Krachteloos? Wat is dat? Krachteloos staat voor mij gelijk aan het Goliath-effect. Je weet dat je een 20-liter bak verf een trap op kan tillen. Je wilt die bak ook optillen. Maar op het moment dat je hem daadwerkelijk gaat liften, kost het zoveel kracht, dat je de spieren in je lijf niet voelt aantrekken, maar wel dat er een pijn komt. Pijn die er voor zorgt dat je de wil, de kracht en het vertrouwen, letterlijk en figuurlijk uit de vingers voelt glippen, waardoor je de bak ongewild los laat. Alsof 20 liter stiekem verzwaard is met 60 kilo steen.

Meer pijn en krachteloos. Ik had het beter niet kunnen zeggen. De discussie voert verder. Pa heeft ook last van spieren die hij nooit gevoelt heeft. En we kennen allemaal wel het gevoel van fluitend een kilometer fietsen om de volgende dag enorm tegen diezelfde kilometer op te zien. Ik vertel haar nog dat ik geen last heb van spieren die ik niet ken, ik train. En ik zie niet tegen de activiteit op. De discussie blijft echter.

Later op de dag is het schitterend warm weer en heb ik mijn lange broek omgeruild voor een korte broek. Mijn bleke benen steken er onderuit. Dezelfde bleken benen die, volgens mijn schoonmoeder, jaarlijks worden op gesloten in lange broeken, waardoor ik maar niet bruin wordt. Al die jaren leg ik haar ook steeds weer uit dat ik niet een persoon ben die makkelijk kleurt. Aan het eind van de dag ziet ze hoeveel ik verkleurd ben. Niet dus. En het wonder geschiedt.

Jij wordt niet zo snel bruin zeker? (Gôh! Nee Jôh! Echt nie?)

Nee, zeg ik, behalve als we op een eiland zijn. Maar ook dat is niet waar. We waren samen op vakantie en de zon scheen toen volop. Toen ben ik ook niet bruin geworden. Gek hé? In mijn herinnering hebben we twee middagen in de zon gezeten bij de caravan. Maar heb ik ook gefietst met regen. Was ik blij met mijn nieuwe Terschellinger fleecejack, aangezien het niet warm genoeg was voor blote armen. Ofwel was het weer niet geschikt om te bakken.

De discussie gaat verder. Alweer....

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.