Rare woorden Genesis twee - De schepping van onze fantasie door de natuurwet.

Door Haraelmans gepubliceerd op Friday 14 April 03:10

Rare woorden Genesis twee -  de schepping van onze fantasie door de natuurwet.

Genesis zelf schrijven. Het is de bedoeling dat hier een bijbel naast ligt.

Wij hebben voor de organisatie van het samenleven geen instinkt gedrag van de schepper gekregen. Wij hebben fantasie gekregen. Wij fantaseren de organisatie van onze samenleving zelf.

We zien twee soorten mensen met een ander geestelijk leven. De moord normaal mens met vrije gedachte. De natuurlijke mens met een geraamte in de gedachte. Dat geraamte stuurt de gedachte. Het is een inperking van de vrijheid. Er wordt rekening gehouden met andere mensen. De moord normaal mens heeft dit geraamte dood gemaakt. Doordat wij in groepen gaan leven om tot een werkverdeling te komen beperken we elkaar. Voor de moord normaal mens is dit een beperking. Voor de mens met een geraamte in de fantasie is deze beperking het sociaal leven.

Wij kennen lichamelijke gevoelens en geestelijke gevoelens. Op welke leeftijd treden de lichamelijke gevoelens in werking? Is dit bij de geboorte? Of werken de lichamelijke gevoelens al als we nog in het moederlichaam zitten? Op welke leeftijd beginnen de geestelijke gevoelens te werken? Het elkaar aanvoelen, het elkaar begrijpen?

2:7 We krijgen ons geestelijk leven door de neusgaten ingeblazen. Is het ontstaan van onze lichamelijke gevoelens gelijk met het ontstaan van de geestelijke gevoelens?

2:8 het geraamte in onze fantasie. De economie. De eerste mensen gaan een stroom van traditie vormen. De hoofdstroom omstroomd de hof. Daar is het goud. Het goud is niet persoonlijk bezit maar eigendom van de mensheid. Het staat onder beheer van mensen die een organisatie vormen. Het inkomen van deze mensen is het lid zijn van een dorp. We worden in een tuin, een dorp geplaats. ieder dorp heeft een eigen goud met een eigen traditie. Het inkomen van de mensen is het lid zijn van het dorp en voor ieder mens gelijk. De slager heeft zijn inkomen als lid van het dorp. Het geld dat hij gebruikt voor de inkopen is van het dorp. Het geld dat hij ontvangt door de verkoop is eigendom van het dorp. Zij beloning is de waardering van de andere inwoners van het dorp. Op dit idee dient de organisatie van de economie gebaseerd te zijn. Alle kleiner groepen van het dorp worden omstroomt met traditie.

In het dorp is ook het sociaal leven. Met de onderverdeling in kleiner groepen. De beslissingen die een kleiner groep aangaan worden in de kleinere groep genomen. Dus niet in het ver weg Holland. Het sociaal leven is mogelijk doordat bij de natuurlijke mens een gevoel een gevoel is. Bij de moord normaal mensen bestaat een gevoel ook uit het tegenovergestelde. Liefden en haat zijn een gevoel. Het een noemen we goed het andere slecht.

2:17 De kennis van goed en kwaad mogen we niet tot voedsel maken. Niet tot onderdeel van ons samenleven maken. Dan is gelijk ons geraamte in de fantasie dood.

Goed en kwaad gebruiken we om van dieren huisdieren te maken. Met braaf en stout leren we een dier een gedrag aan dat wij wensen. Het instinkt gedrag van dat dier wordt gedood. Met peuters doen we hetzelfde als met het huisdier. Op de peuterschool worden ze onder commando van goed en slecht gesteld. Het gedrag moord is normaal wordt ze aangeleerd. Daarmee wordt de natuur het geraamte in de fantasie dood gemaakt.

2:18 Ons geestelijk leven onze fantasie wordt tot man of vrouw gemaakt.

2:19 Een dier is als een dier is. Wij vormen ons in fantasie een beeld hoe het dier volgens ons is.

2:20 De eerste mensen beginnen met de traditie. De traditie stroom. De techniek bijvoorbeeld het gebruik van vuur. De taal. Alles krijgt een naam. Er komen zoveel woorden dat een zin gevormd kan worden. Een verhaal verteld kan worden. Er komt de verhalenverteller. Verhalen die de mensen zo leuk vinden dat ze generatie na generatie verteld worden. Een aantal verhalen, een verhalenslang in de traditie.

2:24 Een man zal ouders verlaten. De bescherming van de ouders verlaten. De moeder met het is mijn jongetje dient te vervallen. Het onderwerp. In de kinderjaren een te weinig aan bescherming, of een teveel aan bescherming.

2:25 de fantasie van man en vrouw is wederzijds zichtbaar. Ze schamen zich niet voor hun fantasie.

Dit is het geraamte in de fantasie dat we van de schepping hebben.

Het is vergelijkbaar met hoofdstuk 1 Het werk van de scheppende natuurwet. Maar nu gaat niet de werkende natuurwet voor het wiebelen zorgen. Wij dienen met onze fantasie voor het wiebelen te zorgen. Als we natuurlijke mensen zouden zijn. Maar we zijn moord normaal mensen.

Samenvatting. We hebben van de scheppende natuurwet geen volledig vrije fantasie gekregen. Een gedeelte zit gebonden in het geraamte. We maken dit geraamte dood met de beoordeling goed en slecht. Nu hebben we een vrije fantasie maar geen vastigheid voor waarheid. We weten niet wat waarheid is. Alhoewel. Waarheid is de scheppende natuurwet maar die waarheid willen we dus niet waar hebben.

Hoort bij 1. In doos 1

Telling van tijd. We beginnen met 0.

Telling van materie eenheden. We beginnen met 1.

Hoe beginnen we nu de telling bij het ontstaan van het universum? Wat wij bij elkaar fantaseren daar zal het universum zich niet druk over maken.

Snelheid is een eigenschap van materie. Een snelheid kan zich niet van A naar B verplaatsen. Hoe snel kan een spook? Dan moeten we het spook als materie fantaseren.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.