Inleiding 03 De naam god

Door Haraelmans gepubliceerd op Wednesday 15 February 01:31

Inleiding 03 De naam god

Al dat die overbodige ellende in de mensheid.

Al dat overbodige bezit.

Al die overbodige oorlogen.

Al die overbodige verhalen over goed en slecht.

Al die overbodige Goden.

Er is maar een waarheid, de waarheid van de natuurwet.

De bijbelvertalers vanuit hun goed en slecht geven alles de naam god. Het verhaal Genesis 1-4 wordt onleesbaar. Namen geven. Wie is de schepper?

De schepper van aarde en lucht is de waarheid. De waarheid maakt zich kenbaar door de natuurwetten.

De naam scheppende natuurwet. De naam: Waarheid. De scheppende waarheid schept de nieuwe dingen. Een waarheid is wereldomvattend en voor alle tijd. Die waarheid heerst.

De naam werkende natuurwet. De naam: Werkelijkheid. De werkelijkheid is niet geldig voor heel de aarde. Niet geldig voor alle tijd.

De scheppende waarheid schept het nieuwe. De werkende werkelijkheid gaat aan de slag om de nieuwe schepping in bijna evenwicht te brengen met het al bestaande. Een nieuwe schepping door de waarheid volgt. De werkende werkelijkheid gaat weer werken.

De laatste schepping door de waarheid zijn wij mensen.

De werkelijkheid. Dat zijn de natuurwetten van de scheppende waarheid een beetje anders in evenwicht. Dus meerdere natuurwetten. Dat bijna in evenwicht kan per tijd en plaats anders zijn. Het blijven de natuurwetten van de scheppende waarheid.

Bekijken we.

Een bepaalde plek op aarde in een bepaalde tijd. De natuurwet van de waarheid heerst. Er is de werkelijkheid van de werkende natuurwet. De veranderingen in het bijna evenwicht. De veranderingen van de seizoenen bijvoorbeeld. Het heersen van de scheppende natuurkracht tussen de verschillende wetten. De werkende natuurwet brengt geen veranderingen aan in de scheppende natuurkracht. Het heersen ten opzichte van elkaar wordt een beetje veranderd.

Heersen en werkelijkheid.

De geschapen natuurwetten voor onze samenleving in hoofdstuk twee. Een samenleving voor de tijd van Eva. Deze natuurwetten zullen heersen in de samenleving. Een bepaalde tijd, een bepaalde plaats. Er is de werkelijkheid van. Niet van de werkende natuurwet. Maar van onze fantasie.

Vergelijk

Een auto. Er heerst de benzine. De werkelijkheid. Door verbranding wordt de benzine omgezet in een andere energievorm. Onze samenleving, we hebben de benzine dood gemaakt. Zonder de verbranding van de benzine is de auto waardeloos.

Het is een vergelijk. Benzine kan opraken. De waarheid die de natuurwetten voor onze samenleving geschapen heeft kan niet opraken. We maken die waarheid dood.

We komen bij hoofdstuk 2 van genesis.

Bij de schepping van ons mensen hoort de fantasie. Die wordt hier apart beschreven. De schepping van de waarheid voor ons samenleven. Wij krijgen onze fantasie. Ons geestelijk leven. Die is dus wereldomvattend en geldt in alle tijden. Wij gaan aan het werk om met de werkende fantasie een werkelijkheid te vormen.

De namen in Genesis twee. Namen krijgen een dubbele betekenis. Voor Eva en na Eva.

Voor Eva krijgen alle namen de toevoeging: gelijkheid. Een gelijkheidswereld. Bijvoorbeeld het dorp wordt gelijkheidsdorp.

Na Eva krijgen alle namen de toevoeging: van goed en kwaad. Een goed en kwaad wereld. Bijvoorbeeld het dorp. Een dorp van goed. Hetzelfde dorp is een dorp van slecht. Wij mensen maken van ons een persoon van goed en dezelfde mens een persoon van slecht.

Verder met Hoofstuk 3.

Eva praat met? Wij mensen kunnen de stem horen van onszelf. Wij kunnen de stemmen van andere mensen horen. Als we de stemmen niet op deze manier horen zit de stem in onze fantasie. Een smurf in het hoofd. Hij zegt mijn broek is veel te groot. Hij vraagt kunt U mij een passende broek fantaseren?

Eva praat met een figuur uit de verhalenslang, de verhalenbundel in de traditie. Een smurf en die smurf verteld. Eva weet Adam te overtuigen. Adam krijgt hetzelfde verhaal als waarheid. De smurf wordt gezamenlijk, tot waarheid. De schepping van de natuurwetten voor de samenleven zijn daarmee dood gemaakt.

Hoofdstuk 4 De drie zonen van Eva

Kaïn heeft de smurf in zijn hoofd en praat ermee. De smurf geeft hem het merkteken. Onze geestelijke gestoordheid is compleet. Jezus geeft de smurf de naam God. En we blijven volhouden de echte waarheid is niet de waarheid van de schepping. De echte waarheid is de waarheid die we gefantaseerd hebben. Jezus kan op het water lopen.

Onze tijd

Het kindje van baby tot kleuter leeft zonder de kennis van goed en slecht. Het leeft in de schepping van de natuurwet. Op de peuter leeftijd wordt het onder commando van goed en slecht gesteld. De gelovige maken we verhaaltjes. Jezus was dood als volwassen mens werd hij opnieuw geboren. De waarheid die wij fantaseren is de echte waarheid. Wij zijn de baas over de waarheid van de schepping

Genesis lezen

Welk verhaal lezen we?

Het staat geschreven in Genesis de hoofdstukken 1-4. Welk verhaal lezen we? En welk verhaal lezen we als we de leugens van Jezus eruit halen? Een slang, een dier dat kan praten. De appel die de vrucht van goed en kwaad vervangt. Eva is de eerste mens. Het verhaal is dan niet meer wartaal, het krijgt betekenis.

Wie liegt er? Jezus of Genesis? Gaar de paus nu het verhaal van Genesis uit de bijbel halen? Hij geeft de offergaven, de staven goud door aan Jezus zegt hij. Doet hij dat met kerstmis of zo?  Op school moeten leren. De paus weet toch zelf dat hij wat fantasie troep uitkraamt.

Wij een persoon. Wij de wereldbevolking. Waarheid.

In hoofdstuk 2. Wij hebben de waarheid van de scheppende natuurwet. De waarheid van de scheppen natuurkracht die wetten in onze fantasie gezet heeft voor het samenleven.

Wij beslissen dat is niet de echte waarheid. De waarheid die we fantaseren is de echte waarheid. De smurfenwaarheid is de echte waarheid. Iedere groep heeft een andere naam voor de smurfengod. We helpen onszelf en heel de wereldbevolking in de ellende.

We gaan ermee door. Wereldwijd worden de peuters onder het commando braaf en stout gesteld en daarmee de ellende in geholpen. Wanneer komen we op het idee ons af te vragen wat de echte waarheid is. We praten met onze smurf.

Waarheid en onze samenleving.

Als we het over waarheid in de samenleving hebben dan spreken we over de gelijkheidsmens. Een lichaam waarin een persoon woont.

Daar spreken we niet over. We praten over goed en slecht. Een lichaam waarin twee personen wonen. Een persoon van goed en een persoon van slecht. Hier vinden we geen waarheid, alleen fantasie.

Het kindje tot de peuterleeftijd heeft een lichaam en een persoon. Bij de peuterleeftijd wordt dat veranderd. Er komen twee personen in het lichaam. Een stout en een slecht wordt geleerd.

Volgens de samenlevingswetten die de waarheid voor ons geschapen heeft is wereldvrede de natuurlijke toestand. Dat blijven we ontkennen met het gedoe van goed en slecht.   

Leven na de dood.

Een dode boom leeft verder dank zijn zaad. De kiemkracht van het zaak is beperkt.

Was Jezus een lichaam met een persoon erin? Een gelijkheidsmens dus. Of was Jezus een lichaam met twee personen erin. Een persoon van goed en een persoon van kwaad. Een Eva mens?

De waarheid die de natuurwetten in onze fantasie heeft geschapen. We hebben die natuurwetten dood gemaakt. De werkelijkheid van die natuurwetten moeten we zelf fantaseren. We kunnen de schepping van de waarheid voor onze samenleving levend maken.

Waarheid is niet aan tijd gebonden. De waarheid van de schepping niet. Hoofdstuk 2. De waarheid van die schepping van de natuurwetten voor de samenleving in onze fantasie is ook niet aan tijd gebonden. We hebben van de schepping een geraamte in de fantasie.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.