Uit de duisternis geroepen.

Door Sophia24 gepubliceerd op Saturday 21 January 18:54

IN 607 v.Chr. viel een gigantisch leger onder aanvoering van koning Nebukadnezar II Jeruzalem binnen. De Bijbel zegt over het bloedbad dat erop volgde: "Nebukadnezar doodde in het huis van hun heiligdom hun jonge mannen met het zwaard, ook had hij geen mededogen met jongeling of maagd, oude of afgeleefde... Voorts verbrandde hij het huis van de ware God en brak de muur van Jeruzalem af en al zijn woontorens verbrandden zij met vuur en ook al zijn begeerlijke voorwerpen’ (2 Kron. 36:17, 19).

De vernietiging van Jeruzalem kwam niet onaangekondigd. De Joden waren jarenlang door Gods profeten gewaarschuwd dat als ze Gods Wet zouden blijven negeren, ze in handen zouden vallen van de Babyloniërs. Veel Joden zouden door het zwaard omkomen en degenen die de strijd zouden overleven, zouden de rest van hun leven in ballingschap moeten doorbrengen in Babylon (Jer. 15:2).

Wat de profeten hadden voorspeld, kwam uit. Via Jeremia had Jehovah het volk de raad gegeven om het beste te maken van het leven in ballingschap: ‘Bouwt huizen in Babylon en bewoont ze, en legt tuinen aan en eet de vrucht ervan. Zoekt ook de vrede van de stad waarheen ik u in ballingschap heb doen gaan, en bidt ten behoeve ervan tot Jehovah, want in haar vrede zal er vrede voor ú blijken te zijn’ (Jer. 29:5, 7). Degenen die naar Jehovah luisterden, hadden in Babylon een relatief normaal leven. Ze mochten tot op zekere hoogte hun eigen zaken regelen. Ook mochten ze binnen het land reizen. Babylon was in die tijd een belangrijk handelscentrum. Uit oude documenten blijkt dat veel Joden daar leerden zakendoen. Anderen specialiseerden zich in bepaalde ambachten. Sommige Joden werden zelfs rijk. Het leven als balling in Babylon was niet te vergelijken met het leven als slaaf in Egypte eeuwen ervoor. (Exodus 2:23-25.)

In Babylon hadden de Joden het in materieel opzicht dus best goed. Maar hoe ging het in geestelijk opzicht met ze? Jehovah’s tempel en het altaar waren vernietigd en er was geen georganiseerde priesterschap meer. Onder de ballingen waren ook trouwe aanbidders van Jehovah, die de straf niet verdienden. Maar ook zij leden onder de gevangenschap. Ondanks dat deden ze wat ze konden om zich aan Gods Wet te houden. Daniël, Sadrach, Mesach en Abednego bijvoorbeeld aten niets wat volgens die Wet verboden was. En van Daniël weten we dat hij regelmatig tot Jehovah bleef bidden (Dan. 1:8; 6:10). Toch was het voor een oprechte Jood onmogelijk om onder heidense overheersing de Wet volledig te gehoorzamen.

Zouden de Israëlieten Jehovah ooit weer volledig kunnen dienen? Dat leek tijdens de gevangenschap erg onwaarschijnlijk. Babylon liet zijn gevangenen nooit vrij. Maar Jehovah’s beloften komen altijd uit; hij had zijn volk beloofd dat ze bevrijd zouden worden. En dus gebeurde dat ook (Jes. 55:11).

Hebben christenen net zoiets meegemaakt als de Joden in Babylonische gevangenschap? In het verleden zeiden we dat Gods volk in 1918 door Babylon de Grote werd gevangengenomen en in 1919 werd bevrijd. Maar om redenen die in dit en het volgende artikel worden genoemd, is deze zienswijze gewijzigd.

Babylon de Grote is het wereldrijk van valse religie. Uit de feiten blijkt dat Gods gezalfde aanbidders in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog loskwamen van Babylon de Grote. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de gezalfden dan wel vervolgd, maar daar waren vooral de politieke autoriteiten verantwoordelijk  voor, niet Babylon de Grote.

Tijdens Pinksteren 33 werden duizenden Joden en proselieten met heilige geest gezalfd. Deze nieuwe christenen werden ‘een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, een volk tot een speciaal bezit’. ( 1 Petrus 2:9, 10.) De apostelen bleven hun leven lang toezicht over de gemeenten houden. Maar vooral na de dood van de apostelen kwamen er mannen die ‘verdraaide dingen’ spraken ‘om de discipelen achter zich aan te trekken’ (Hand. 20:30; 2 Thess. 2:6-8). Veel van die mannen hadden verantwoordelijkheden in de gemeenten. Ze dienden als opzieners en later als ‘bisschoppen’. Er ontwikkelde zich een klasse van geestelijken, terwijl Jezus had gezegd: ‘Gij allen zijt broeders’ (Matth. 23:8). Prominente mannen die gecharmeerd waren van de filosofieën van Aristoteles en Plato introduceerden valsreligieuze ideeën die geleidelijk de waarheden uit Gods Woord vervingen.

In 313 n.Chr. werd deze afvallige vorm van het christendom wettelijk erkend door de heidense Romeinse keizer Constantijn. Vanaf die tijd werkten Kerk en Staat nauw samen. Na het Concilie van Nicea bijvoorbeeld besloot Constantijn, die bij die kerkelijke bijeenkomst aanwezig was geweest, om Arius, een priester met een afwijkende mening, te verbannen omdat die weigerde Jezus als God te erkennen. De verontreinigde vorm van het christendom kwam bekend te staan als de katholieke kerk. Onder keizer Theodosius I (379-395 n.Chr.) werd de katholieke kerk de officiële religie van het Romeinse Rijk. Historici zeggen dat het heidense Rome in de vierde eeuw ‘christelijk’ werd. Maar de waarheid is dat het afvallige christendom tegen die tijd de heidense leringen van Rome had overgenomen. Het was dus deel gaan uitmaken van Babylon de Grote. Tegelijkertijd probeerde een klein deel van de symbolische tarwe, de gezalfde christenen, God op een juiste manier te aanbidden, maar ze waren ver in de minderheid. (Mattheüs 13:24, 25, 37-39.)

Het was duidelijk dat ze in Babylonische gevangenschap waren. In de eerste paar eeuwen na Christus konden veel mensen de Bijbel in het Grieks of Latijn lezen. Daardoor konden ze de leringen uit Gods Woord met de leringen van de kerk vergelijken. Op basis van wat ze in de Bijbel lazen, verwierpen sommigen de onbijbelse geloofsbelijdenissen van de kerk. Maar het was gevaarlijk — levensgevaarlijk — om zulke ideeën openlijk te uiten.

Na verloop van tijd konden steeds minder mensen Grieks en Latijn lezen. Degenen die Gods Woord in de gangbare talen wilden vertalen, werden door de kerk tegengewerkt. Daardoor konden alleen geestelijken en enkele andere hoogopgeleide mensen de Bijbel persoonlijk  lezen, hoewel ook niet alle geestelijken goed konden lezen en schrijven. Iedereen die een andere mening had dan wat de kerk onderwees, werd zwaar gestraft. Trouwe gezalfde aanbidders van God moesten in kleine groepjes vergaderen, als ze überhaupt al konden vergaderen. Net zoals in de tijd van de eerste ballingschap functioneerde de gezalfde ‘koninklijke priesterschap’ niet als georganiseerde groep. Babylon de Grote hield het volk in een ijzeren greep. 

Zouden echte christenen God ooit weer openlijk en op de juiste manier kunnen aanbidden? Jazeker! Er begonnen kleine straaltjes licht in de duisternis te schijnen, dankzij twee belangrijke factoren. Ten eerste de uitvinding van de drukpers met losse letters, halverwege de 15de eeuw. Voor die tijd werd de Bijbel zorgvuldig met de hand overgeschreven. Exemplaren van de Bijbel waren zeldzaam en duur. Er wordt gezegd dat een bekwame kopiist tien maanden over een handgeschreven kopie van de Bijbel deed. Verder waren de materialen die kopiisten gebruikten (velijn of perkament) erg prijzig. Maar met een drukpers en papier kon een vakman 1300 bladzijden per dag produceren! 

Een tweede factor was de beslissing van een paar moedige mannen aan het begin van de 16de eeuw om Gods Woord te vertalen in de talen van het gewone volk. Dat deden ze vaak met gevaar voor eigen leven. De kerk was geschokt. Een Bijbel in handen van godvrezende mannen of vrouwen kon een gevaarlijk wapen zijn — in de ogen van de kerkleiders.  En toen de Bijbel eenmaal was vertaald, lazen mensen die ook daadwerkelijk. Sommigen stelden vragen als: Waar in Gods Woord wordt er over het vagevuur gesproken? Over betaalde missen voor overleden personen? Over kardinalen of een paus? Dat maakte de kerkleiders woedend. Hoe durfden de mensen vraagtekens te zetten bij wat de kerk onderwees! De kerk vocht terug. Mannen en vrouwen werden veroordeeld voor ketterij omdat ze weigerden leerstellingen van de kerk te aanvaarden. Veel van die leerstellingen waren gebaseerd op de heidense filosofieën van Aristoteles en Plato — mannen die al leefden voordat Jezus was geboren. De kerk veroordeelde mensen ter dood; de staat voerde die straffen uit. Kerkleiders wilden mensen op die manier ontmoedigen de Bijbel te lezen en leerstellingen van de kerk in twijfel te trekken. Het plan slaagde grotendeels. Maar een paar moedige mensen weigerden zich te laten intimideren door Babylon de Grote. Ze hadden geproefd aan Gods Woord — en ze wilden meer! Het toneel werd gereedgemaakt voor een toekomstige bevrijding van valse religie. 

Velen die hongerig waren naar Bijbelse waarheden wilden Gods Woord lezen, bestuderen en erover praten zonder dat hun werd gezegd wat ze moesten denken. Daarom vluchtten ze naar landen waar de kerk minder invloed had. Een van die landen was de Verenigde Staten, waar Charles Taze Russell eind 19de eeuw met een paar anderen systematisch de Bijbel begon te bestuderen. In het begin was het zijn doel erachter te komen welke van de gevestigde religies de waarheid onderwees. Hij vergeleek zorgvuldig de leerstellingen van veel verschillende religies, zelfs niet-christelijke religies, met wat de Bijbel zegt. Maar hij ontdekte al gauw dat niet een van deze religies volledig de waarheid uit Gods Woord onderwees. Op een gegeven moment kwam hij met een aantal plaatselijke geestelijken samen. Russell hoopte dat deze mannen de waarheden die hij en zijn medewerkers hadden ontdekt, zouden aanvaarden en gaan onderwijzen. Maar de geestelijken waren niet geïnteresseerd. De Bijbelonderzoekers moesten de feiten onder ogen zien. Ze konden God niet aanbidden samen met mensen die bleven vasthouden aan valse religie. ( 2 Korinthiërs 6:14.)   Word vervolgd

Sophia

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een indrukwekkend verhaal, de volledige 'waarheid' kennen wij en ook en (zelfs) Jehovah's Getuigen niet. Dat bewijst wat er in de geschiedenis door het WTG is gecorrigeerd en allerlei voorspellingen niet uitkwamen! Er kwamen daarop allerlei nieuwe en of gewijzigde zienswijzen. Daar is van geleerd en voorspellingen over het einde van de 'wereld' blijven, en terecht uit, ook het WTG besturend lichaam leert van fouten en menselijke tekortkomingen, zoals een ieder niet waar?! want het niet uitkomen daarvan geeft verwarring bij gelovigen ook van het besturend lichaam (7) van het Wachttorengenootschap.kennis en voortschrijdend inzicht ons door de wetenschap aangereikt, maakt dat ook feiten relatief zijn en opnieuw vastgesteld. Ook nu anno 2017 bestudeerd het WTG olv het besturend lichaam de bijbel: lees De Nieuwe Wereldvertaling'JHS'Getuigen bijbel. En soms leidt dat tot gewuijzigde en nieuwe inzichten die dan in literatuur 'Wachttoren'met name en Óntwaakt'openbaar worden gemaakt. Zo zijn het WTG wat milder geworden inzake de 'staat' en ook inzake de kwestie 'bloed'en bloedtransfusie, wat een voorbeeld is van kennis en voortschrijdend inzicht, medische wetenschap, in de tijd van de bijbel nog onbekend.De wereld en ook het WTG ontvangt nieuwe spirituele boodschappen van Johova God en wellicht ook van Jezus van Nazareth uit de ruimte?!
Ik hoop je Sophie te ontmoeten op het congres in Swifterband. Want ik blijf geïnteresseert in Jehovah's Getuigen WTG die claimen de geloofswaarheid te hebben en andere geloofsinzichten veroordelen als 'valse en anti-christelijke leer'onder invloed van Satan/Duivel die verantwoordelijk zou zijn voor al het kwaad op Aarde bij de mens! mvg Co Meijer 072 5091087