1 mijn woorden Deel 1

Door Haraelmans gepubliceerd op Sunday 04 September 22:13

Het boek van de schepping deel 1.

1 Mijn woorden Genesis schepping mens 1+2

Hoe zijn wij geschapen?

De scheppende krachten. In Deel 1

1 De nieuw makende natuurwet. De scheppende natuurwet.

2 De werkende natuurwet. Die brengt al het nieuwe met het al bestaande in evenwicht brengt.

3 De natuurwet die ons de fantasie geeft. En een geraamte in de fantasie.

De scheppende kracht God fantasie wordt beschreven in hoofdstuk 2.

 

Deel 1. De schepping van de materie en leven.

Het begin van het begin is onbekend. Het begin van hoofdstuk 1 is onbekend.

De scheppende natuurwet plande. Een ruimte voor het leven. Het aardoppervlak omgeven door de dampkring. En ook het leven. Van planten. Dieren. En ons mensen, een dier met fantasie. Het enigste dier met fantasie.

1:2 Het stuk materie de naam aarde kreeg was zo heet dat het vloeibaar was. De aarde was omhuld met water. Hij was in het donker. De werkende natuurwet was in actie om alles in evenwicht te brengen.

1:3 De plannende natuurwet zorgde voor licht.

1:4 De werkende natuurwet zag dat het licht goed was. En bracht een scheiding aan tussen het licht en de duisternis.

1:5 Er werd in die tijd op rollen geschreven. Met licht en donker werden er tijdperken gemaakt. Een indeling in hoofdstukken was nog onbekend.

Hoofdstuk 2

1:6 De nieuw makende natuurwet plande.  Een waterhuishouding. Water in het aardoppervlak, het grondwater. Water op het oppervlak, het oppervlaktewater. Water in de lucht, de dampkring.

1:7 En de werkende natuurwet ging ertoe over het zo te laten ontstaan. Alles in het teken dat het met het al bestaande in evenwicht komt.

1:8 En de werkende natuurwet noemde de dampkring voortaan hemel.

Hoofstuk 3

1:9 De nieuw makende natuurwet plande. Grote gaten in het wateroppervlak waarin het oppervlaktewater verzameld wordt en het afgekoelde droge land tevoorschijn komt.

1:10 De werkende natuurwet noemde het droge land aarde. Het verzamelde water noemde hij zeeën. De waterhuishouding wordt door de werkende natuurwet goed gekeurd.

1:11 De nieuw makende natuurwet plande. Op de aarde laten groeien. Zaaddragende planten groei. Vruchtbomen die vrucht opleveren naar hun soort waarvan het zaad erin is. Op aarde.

1:12 De werkende natuurwet liet het zo ontstaan dat een evenwicht ontstond met al het bestaande.

1:13 En de werkende natuurwet zag dat het goed was.

Hoofdstuk 4

De scheppende natuurwet plande Een vast ritme in het licht en donker.

De werkende natuurwet ging het laten ontstaan in evenwicht met het al bestaande. Aarde en maan komen in vaste banen, die gevormd worden door magnetische krachten en middelpunt vliegende kracht. In evenwicht. Er ontstond de vaste tijdsduur van de dag. Er ontstond de vaste tijdsduur van de maand. Er ontstond de vaste tijdsduur van het jaar. Er kunnen tijdperken vast gesteld worden. En de natuurwet zag dat het goed was.

Wat wij mensen gefantaseerd hebben. De dag 24 uur. Een week en de week 7 dagen. Een maand 4 weken. Dat komt niet overeen met wat de natuurwet geschapen heeft. Een grote rommel. (Wij fantaseren ons in hoogmoed tot baas over de natuurwet. En leven zo. In hoofdstuk 3.)

Hoofdstuk 5

1:20 De nieuw makende god plande. In het water een gewemel van levende zielen. Het dierenleven. Vliegende schepselen die door de dampkring vliegen en niet hoger.

1:21 En de scheppende natuurwet ging het zo maken. Ook de grote zeedieren. De werkende natuurwet zei tegen de dieren naar soort: Weest vruchtbaar en vermenigvuldig u wordt tot velen. Ga heen en vul de hele aarde. De natuurwet zorgde dat het in evenwicht kwam en zorgde dat het in evenwicht kwam met het al bestaande.

Hoofdstuk 6.

1:24 De nieuw makende natuurwet plande. Dieren op het land. Huisdieren, werkdieren en wilde dieren naar soort.

1:25 De werkende natuurwet laat het ontstaan. A: Het verzorgen van de jongen. Dieren die eitjes afzetten en dat is het. (Slak.) Dieren die de jongen verzorgen. (Zoogdieren) Alleen levende dieren. De moeder brengt de jongen groot en jaagt ze dan weg. Dan heeft ze tijd voor ander jongen. (Leeuw) Dieren die in groepen leven. De moeder brengt de jongen groot en die gaan dan zelfstandig in de groep leven. (Olifanten.) B: Het instinkt gedrag en aangepast gedrag aan het landschap. Dieren die alleen een instinkt gedrag hebben. (Slak) Als deze dieren in een ander landschap komen overleven ze het niet. Dier met instinkt gedrag en aangeleerd gedrag. Als een dier van een vochtig in een droog landschap komt zal het zich aanpassen. De jongen dieren gaan dit gedrag nadoen. Een aangeleerd gedrag. C: Het instinkt gedrag van groepsdieren dat niet aangepast wordt. Bijvoorbeeld mieren en bijen ze hebben een vast instinkt gedrag. De orde in het samenleven kan niet verstoord worden. De samenleving orde bij zoogdieren, een kudde die kan veranderen als ze in een ander landschap terecht komen. Deze dieren zijn geschikt om er huis-werkdieren van te maken. Wij mensen horen tot de groep die geschikt is om er huis-werkdieren van te maken.

Voedsel. De mens is van nature een vruchten eter. Wij hebben het gebit vaneen vruchten eter.

Dit is wat ik lees.

Deel 1 van de schepping. Deel 2 is de schepping dat we een geestelijk leven krijgen. De schepping van God fantasie. In mijn woorden wordt dat een ander verhaal. Namelijk de fantasiewereld zoals God fantasie die gepland heeft. We leven niet volgens die planning. We hebben een eigen fantasie gemaakt dat oorlog gemaakt wordt door normale mensen. Ook als een land niet in oorlog is dan is er tocht haat en moord. Dat is toch niet normaal. 

De god fantasie is een plannende kracht. De werkende kracht zijn wij mensen.

Wij Nederlanders praten over oorlog. Het leger wordt verheerlijkt. Waarom praten we niet over wereldvrede? Omdat de andere landen over oorlog praten.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.