De scheur

Door Nicolettepietersen gepubliceerd op Friday 29 July 11:39

1937

Klaas schrikt wakker, een naar gevoel bekruipt hem. Hij kijkt de kamer rond en ziet in het donker de contouren van het bed in de hoek aan de overkant. Daar slapen zijn broertjes Pieter en Kees, de tweeling van zes. Zijn blik dwaalt verder, een rafelige plek in het gordijn laat wat licht schijnen op de stoel met drie poten, waar zijn kleding op ligt. O ja, dat was het, die scheur in zijn  broek! Gisteren erin gekomen toen hij buiten speelde met de jongens en helemaal vergeten was dat Moe hem had gezegd voorzichtig te zijn. Hij is tenslotte de oudste en moet goed oppassen. Dat doet Klaas ook altijd, maar gisteren was het zulk heerlijk weer  dat ze buiten konden spelen. Klaas had zich samen met Johan in de schuur verstopt en was zo dicht  tegen de muur aan gaan zitten dat zijn broek aan een spijker bleef hangen.  

Oh, hij heeft zo heel erg hard gebeden toen hij naar bed ging. Eerlijk gezegd dat het zijn schuld was omdat hij gewoon even vergeten was goed op te passen. Dat hij het nooit meer zou doen en echt, héél echt spijt had. Zou de scheur nu gemaakt zijn? Dat zal toch wel? Vader zegt altijd dat het je vergeven wordt als je écht spijt hebt ergens van, dus….. Dan kunnen zijn broertjes zijn broek ook nog dragen, want Moe heeft geen geld om veel broekjes te kopen. Naast hem in het grote bed draait Johan zich om. Wat hadden ze gisteren samen gelachen toen de anderen hen maar niet konden vinden in die schuur. Johan lachte nog steeds toen hij zag hoe beteuterd Klaas naar de scheur in z’n broek keek. ‘Maak je niet druk joh, je kon er toch niks aan doen? We zaten zo goed verstopt! ’ Maar ja, Johan was ook niet de oudste, daar zei Moe niet steeds tegen dat hij goed moest oppassen. Johan zat  zelfs nog te dollen  terwijl  ze samen een emmer aardappelen moesten schillen voor ze naar school gingen. Klaas niet, die deed dan extra zijn best om zo dun mogelijk te schillen want Moe had uitgelegd dat ze dan meer aardappel te eten hadden.

 Zou hij maar even kijken of de broek al weer heel is? Zachtjes om Johan niet wakker te maken sluipt hij uit bed, op de tast pakt hij zijn broek van de wiebelende stoel en zoekt hij naar de plek waar de scheur zat. Zijn handen zoeken en zoeken in het donker de broek af….. een enorme pijnscheut in zijn buik overvalt Klaas: zijn linker hand zakt weg in de scheur! Hij zit er nog, hoe kan dat nou? Woedend gooit hij de broek door de kamer en duikt zijn bed weer in.

 ‘Wat doe je? ‘ mummelt Johan die half wakker wordt.

‘Niks, ik kan niet slapen’ zegt Klaas.

‘Hmm,’ hoort hij naast zich en gelukkig slaapt Johan weer verder.

Die broek móet weer heel worden, dat kan niet anders. Moe zal zo akelig naar hem kijken als hij de scheur laat zien. Bovendien heeft Klaas het idee dat er snel weer een baby zal zijn want Moe loopt weer zo raar. Net alsof ze niet naar voren gaat maar meer heen en weer beweegt. Toen hij aan Johan vroeg of hij dat ook gezien had, moest die natuurlijk weer lachen. Maar Klaas weet het zeker: er zal snel weer een baby zijn, dus moet hij extra goed z’n best doen en kan hij niet met een scheur in z’n kleren aankomen.

Wat moet hij nou toch doen? Weet je wat? Hij gaat nog eens bidden en zal deze keer goed uitleggen hoe het gekomen is. En nu gaat hij niet naast zijn bed zitten, nee hij gaat voor het raam staan en zal naar boven kijken terwijl hij aan het bidden is. Goed zijn handen samenvouwen, ook al wil hij liever met één hand zijn zere buik vasthouden. Maar het moet zo, anders lukt het misschien wéér niet. Aarzelend staat hij even later voor het raam, wat moet hij nou eigenlijk zeggen? Z’n hart gaat als een razende te keer, de pijn in zijn buik leidt hem af maar hij zet door……..Hij vraagt of alstublieft die broek weer heel mag, niet voor hem maar voor Moe! Hij weet dat hij stout geweest is en zal voortaan heel goed zijn best doen…. Oh, alstublieft, alstublieft!

 

1977

Jannie staat voor het keukenraam. Ze legt haar hand op haar hart als ze naar  haar man Klaas en zoon Johan van tien jaar kijkt, die samen  een tekening aan het maken zijn. Iedere dag werken ze aan die tekening, al is het soms maar vijf minuten, omdat Klaas moet werken  of Johan naar voetbal gaat.

Haar blik dwaalt af naar de foto’s op het dressoir: van hun drieën, toen ze met vakantie in Frankrijk waren. En die daar van haar ouders op hun 40-jarige huwelijksfeest. Die mooie foto van haar pas overleden schoonmoeder staat wat achteraf. Van haar schoonvader heeft ze geen foto.

Dan valt haar oog op de klok en ze schrikt op: ‘Klaas het is tijd hoor, anders kom je te laat,’ roept ze. Klaas moet een lezing geven en ze had beloofd op de tijd te letten.  Als hij tekent voelt hij zijn eeuwige buikpijn niet, zegt hij altijd. Jannie gaat bij haar mannen  zitten en haalt  het  prijskaartje van de broek, die ze net voor Johan heeft gekocht. In zijn lievelingsbroek zit een gat omdat hij van zijn fiets is gevallen.  ‘Klaas denk aan de tijd,’ waarschuwt ze weer.

Klaas holt naar boven en komt een paar tellen later fris en netjes  gekleed weer naar beneden.  Hij pakt de stapel papieren op die klaar liggen in de hal. ‘Het geloof: oorzaak van oorlog en verdriet’, is het onderwerp van  zijn lezing. Deze lezing geeft Klaas overal en aan iedereen die het maar horen wil. Als hij bij de achterdeur is, draait hij zich om en roept naar Jannie:

 ‘ik heb nog geprobeerd Vader te bellen, maar die nam niet op.’

 ‘ Wat jammer’ zegt ze ‘misschien vanavond nog eens proberen?’

 Klaas haalt zijn schouders op , ‘Tot straks,’ roept hij. 

 

 

2007

Klaas loopt iedere morgen nog hard en doet oefeningen om fit te blijven. Want hij is van plan héél oud te worden, minstens honderdtwintig! Vergeleken bij honderdtwintig is hij nog jong met zijn negenentachtig jaar. Maar dan ineens valt hij een keer tijdens het hardlopen, vergeet hij regelmatig ‘s morgens zijn oefeningen te doen en zelfs een keer hebben de buren hem thuisgebracht omdat hij zijn huis niet meer kon vinden. Na allerlei onderzoeken krijgt hij van de geriater de diagnose ‘dementie in de naarste vorm’.

Als de jonge huisarts langskomt gaan ze met z’n drieën op het balkon in de zon zitten.

‘U gaat een zware tijd tegemoet , u zult wanen krijgen en angsten bovenop de vergeetachtigheid. Bovendien zullen periodes van vergeetachtigheid afgewisseld worden met heel heldere momenten en dat blijft zo tot het eind,’ legt de huisarts uit. ‘Mocht u euthanasie overwegen dan sta ik daar achter.’

De schrik slaat Klaas om het hart. Euthanasie? Nee, nee…..dat mag toch niet? Van wie eigenlijk niet? Klaas weet het niet meer, hij voelt alleen maar dat dit niet mag.

Jannie pakt zijn hand en zegt: ’Klaas, je kunt niet meer beter worden. Samen komen we er wel uit, wat je ook besluit.’

‘Nee, nee dit mag niet,’ stamelt Klaas weer.

‘Denkt u er samen nog maar over na,’ gaat de huisarts verder,  ‘maar niet te lang. Als u verder in het proces bent ,mag ik niets meer doen want dan bent u niet meer wilsbekwaam.’

Als de huisarts weg is kijken Jannie en Klaas elkaar aan. ‘Dit kan toch niet,’ zegt Klaas weer ‘Zelfdoding mág niet, toch Jannie?’

‘Van wie dan niet, Klaas? Als wij het eens zijn en de huisarts staat er achter is het toch goed?’

Maar Klaas kan alleen maar zijn hoofd schudden, hij heeft geen woorden meer.

Knokkend tegen zijn  vergeetachtigheid  tobt Klaas door. Dan slaat, gevoed door de wanen en angsten, de twijfel toe. Stel je nou voor dat het geloof toch op waarheid berust. Misschien wordt hij dan nu gestraft? Uiteindelijk is Klaas tweeënnegentig geworden. Een gevoelige, strijdbare man, atheïst uit overtuiging, die op het moment  van overlijden  met één hand zijn buik vasthoudt.

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.