Griekse Mythologie: 7 man tegen Thebe

Door Matthi20 gepubliceerd op Tuesday 26 July 13:14

Algemeen

Dit verhaal is een tragedie van Griekse dichter Aeschilius. Hij heeft nog meegevochten in de slag bij Marathon en de slag bij Salamis tijdens de Perzische oorlog.

Hij is tevens de grondlegger van de Griekse Tragedie en heeft nog andere beroemde werken waaronder de mythe van Prometheus, en een trilogie genaamd “Orestia”, het eerste deel van deze trilogie gaat over het offer van Iphigeneia en de moord op Agamemnon (waar we in de klas ook een tekst over hebben gelezen). Het tweede deel gaat over de wraak van Orestes, de zoon van Agamemnon, die dan Klytaimnestra vermoordt en het derde deel gaat over de straf van Orestes waar hij voor de goden moet komen omdat hij zijn eigen moeder gedood heeft. Hij heeft ook nog een werk geschreven over de Perzen en een werk over de Danaïden.

Het werk dateert uit 467 v.C.

Het verhaal

Thebe, de stad met de zeven poorten, werd lange tijd geregeerd door koning Oedipus en zijn regering was wijs en rechtvaardig. Maar omdat hij zijn vader zonder hem te herkennen had gedood en zijn moeder was gehuwd, stak hij zijn eigen ogen uit.

Wanhopig zocht hij de dood, maar hij vond slechts lijden en kwelling. Intussen losten de beide zonen van Oedipus elkaar in de heerschappij over Thebe af. Het ene jaar zou Polyneikes regeren en het volgende jaar Eteokles. Maar Eteokles was de macht naar het hoofd gestegen. Het regeren beviel hem zo goed, dat hij alle afspraken aan zijn laars lapte. In het jaar van zijn regering had hij zijn positie zo weten te verstevigen, dat zijn broeder voor hem moest vluchten. Eteokles werd nu koning van Thebe, maar Polyneikes zat intussen niet stil. Hij stelde een groot leger bij samen om zo de troon met geweld te heroveren en zich te wreken.

In de stad Argos zocht en vond hij de meeste hulp. Daar heerste koning Adrastos. Hij bracht hem onder in zijn eigen paleis en hielp hem bij de voorbereidingen van de veldtocht.
In zijn paleis zocht ook Tydeus zijn toevlucht. Polyneikes en Tydeus kregen om een of andere reden ruzie en op het burchtplein vochten ze het uit.

Plotseling ontdekte de koning, dat Polyneikes over zijn uitrusting een leeuwenhuid droeg en Tydeus de huid van een everzwijn. Hij dacht aan een voorspelling van het Orakel. Want dat had voorspeld dat zijn dochters met een leeuw en een zwijn zouden trouwen.

Achteraf verzoenden ze zich met elkaar, en ze trouwden wel degelijk met de dochters van Adrastos.

Meer legeraanvoerders zegden hun medewerking toe aan Polyneikes.
Ook Agamemnon bracht een groot leger op de been, maar op het laatste moment trok hij zich terug omdat Zeus hem had bevolen in Mycene te blijven.

Ook Adrastos' schoonzoon Amphiaraos, die van Zeus de gave had gekregen om in de toekomst te kunnen zien, voorzag de slechte afloop en weigerde aan de veldtocht deel te nemen.

Maar Polyneikes wist dat de vrouw van Amphiaraos een grote invloed op hem had, dus hij beloofde haar een kostbare halsketting als Amphiaraos toch deelnam aan de veldtocht. Ze overtuigde hem, ondanks de voorspelling.

En zo kwam de dag, waarop het leger, met Adrastos op kop, uit Argos vertrok.
Iedereen keek ernaar uit om voor de goede zaak te vechten, enkel Amphiaraos beweerde dat ze hem de dood in stuurden.

Ze marcheerden door Kithairon, en al snel stonden ze bij Thebe. Nadat ze hun tenten hadden opgeslagen, kwamen de veldheren bijeen om te overleggen. Maar de verschansing van Thebe was hoog en stevig, en hoewel ze niet aan hun overwinning twijfelden, waren ze het er wel over eens dat de verovering veel mensenlevens zou kosten. Alleen Tydeus riep op tot onmiddellijke strijd, maar de anderen wachtten liever af.
Toen besloot koning Adrastos: "Laten we eerst proberen om te onderhandelen. Misschien denken de goden, dat het in onze bedoeling ligt om Thebe te vernietigen, terwijl we alleen willen dat Polyneikes de troon terugkrijgt."

Tydeus bood zich als onderhandelaar aan en vastberaden ging hij de omsingelde stad binnen, waar Thebe's edelen juist een feestmaal hielden.

De edelen praatten verder alsof er niets aan de hand was en brachten een toost uit op Eteokles, ze zagen Tydeus niet eens staan. Toen hij begon te spreken begon iedereen te lachen. Tenslotte nodigden ze hem uit aan hun tafel.

Tydeus kon zich niet meer beheersen. Hoewel hij helemaal alleen onder vijanden was, daagde hij ze uit voor een gevecht.

Enkele edelen namen hem niet serieus, maar het lachen verging hen gauw; de held had ze namelijk een voor een gedood. De rest liet van schrik hun wapen uit hun hand vallen en maakten dat ze weg kwamen. Eteokles was een van de vluchtelingen. Toen ze buiten de stad waren, remden ze af.

Tydeus' woede was intussen verdwenen en hij keerde naar het kamp terug.

De edelen wilden na een tijd hun makkers wreken. Ze riepen 50 jonge mannen bijeen en voorzagen hen van wapens.

Ze overvielen in een hinderlaag Tydeus, maar ook dat pakte niet, hij vocht als een leeuw. Hij doodde 49 van hen, tot de laatste aan de beurt was. Hij beefde over zijn hele lichaam en zag groen van angst, dus staakte Tydeus plotseling de strijd en riep:
"Ga terug naar Thebe en zeg hen dat we iedere verrader zullen doden. Van nu af aan zullen we geen leven meer sparen. Ga nu..."

Adrastos stelde de plaats van de zeven legeronderdelen vast, en de zes aanvoerders: Tydeus, Amphiaraos, Hippomedon, Kapaneus, Parthenopaos en Eteokles belegerden de zes poorten. Ook Amphiaraos was dus klaar voor de strijd, hoewel hij de aanval op Thebe nog steeds niet goedkeurde en Polyneikes  verwijtte hij dat hij zijn eigen stad wilde vernietigen.

De plaats voor de zevende poort werd door Polyneikes zelf ingenomen. Ook Eteokles had zijn mannen klaargemaakt, om hen een zo goed mogelijke bescherming te kunnen bieden. Zelf plaatste hij zich tegenover zijn broer Polyneikes. Hoewel de Argiërs (aanhangers van Polyneikes) konden weten, dat de goden niet aan hun kant stonden, brachten ze een offer om ze gunstig te stemmen.

Kapaneus legde ladders aan, steeg naar boven en doorboorde met zijn lans iedereen die in de nabijheid kwam. Heimelijk werd hij beheerst door de gedachte, de eerste te zijn die Thebe zou bereiken. Hij stond al op de wallen... Maar plotseling flitste een bliksemstraal uit de hemel en doodde hem.

En daarmee was het hun dan eindelijk duidelijk geworden, dat de Goden niet aan hun kant stonden. Opnieuw probeerde Amphiaraos Polyneikes ervan te overtuigen, dat hij als geboren Thebaan de stad niet mocht vernietigen.

Nog één mogelijkheid bleef er over: de broers moesten de strijd alleen uitvechten. En diegene die won zou koning zijn.

De zevende poort van Thebe werd geopend en Eteokles kwam naar buiten, in de ene hand een schild, in de andere de lans.

Ook Polyneikes trad zijn broer bewapend tegemoet. Zodra de broers elkaar zagen, wierpen ze elkaar woedende blikken toe. En zonder een woord te zeggen begonnen ze hun moordende strijd.

De strijd had hen uitgeput en met het bloed uit de wonden vloeiden ook hun krachten weg. Eindelijk ontdekte Eteokles bij zijn broer een onbeschermde plek. Hij stootte toe en wist hem dodelijk te treffen.

Polyneikes stortte in het gras in elkaar en alle Thebanen braken op de wallen in luid gejuich uit.

De dodelijk vermoeide Eteokles kwam langzaam naar zijn gevallen broer gelopen, om de uitrusting van de dode vijand af te nemen. Maar voor hij zich over de gesneuvelde krijger kon buigen, richtte Polyneikes zich met een laatste krachtsinspanning op, hief zijn zwaard en doorboorde met een krachtige stoot zijn broer. Zo stierven beide broers tezamen.

Het gejuich stierf weg bij de Thebanen en met verschrikte blikken keken ze - samen met de Argiërs - op de verstarde lichamen neer van de zonen van Oedipus. Maar zelfs de dood van beide broers kon aan deze strijd geen einde maken.

Tussen de legers braken opnieuw hevige gevechten uit, en ook dit keer lieten de goden niet weten aan wiens kant ze stonden.

Het leger uit Argos leed zware verliezen. De held Tydeus stierf en met hem ook de andere legeraanvoerders.

Amphiaraos probeerde op een wagen het slagveld te ontvluchten, maar Zeus' bliksemde hem neer en hij werd door de aarde verzwolgen.

Alleen koning Adrastos kon zich als enige overlevende redden. Zijn paard bracht hem naar Athene, waar hij zich enige tijd kon verbergen. Later keerde hij naar Argos terug.
Alleen het lichaam van Polyneikes bleef voor de wallen blijven liggen, als prooi voor de gieren en rondzwervende honden. Want hij had de wapens tegen Thebe opgenomen en vreemden naar zijn stad gevoerd. Daarom zou zijn ziel in het rijk der doden geen rust kunnen vinden en voor altijd door de wereld moeten zwerven...

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.