Ijzer deel 5 en de bouwkunde

Door Safwat gepubliceerd op Sunday 26 June 23:13

Ijzer en Bouwkunde door bouwkundige keuring Amsterdam:

Franse nauwgezetheid:
Hoewel afkomst en status verschillen van die van de Engelse ingenieur, verstaat ook zijn Franse evenknie de ontwikkeling van een technisch concept. De Franse ingenieur is een militair van origine, een man met aanzien en diploma’s, een kenner van militaire werktuigen, met een brede wetenschappelijke vorming. De Franse ingenieur is minder kleurrijk en minder avontuurlijk dan de Britse ingenieur, maar met pioniers als Navier (mechanical), Polonceau (constructie) en Eiffel (productie) wordt de grondslag voor de theoretische onderbouwing van de experimenten gelegd.
Het spanttype dat Camille Plonceau in 1836 ontwikkelt op basis van theoretische modellen wordt over de gehele wereld toegepast. Uitgaande van een driescharnierconstructie bestaan de beide spanthelften uit een onderspannen deel met een drukstaaf en een trekband. Een trekstang zorgt voor de opvang van spatkrachten. In vergelijking met de concurrerende spanten en voorlopers blijkt het materiaalgebruik aanzienlijk te zijn gereduceerd volgens bouwkundige keuring Amsterdam.
 

De betekenis van het Polonceau-spant is in de modern architectuur geheel geactualiseerd. De gesmede ijzeren trekstaven zijn vervangen door hoogwaardig stalen staven of kabels, maar ook in de moderne onderspannen constructive kan men het principe gemakkelijk herkennen. Het voordeel van Polonceau-constructies is dat bij ongelijke overspanningen, de hoofdelementen in dimensie en detaillering gelijk kunnen blijven. Immers de werking van de constructive kan worden geregeld met toegevoegde onderdelen die in hoogte en tegenwoordig ook in (voor)spanning kunnen worden gevarieerd. Deze geexpliciteerde constructies leveren een belangrijke bijdrage aan het aanzien van de technische architectuur in de Jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Nederlandse voorbeelden daarvan zijn te vinden in het werk van Zwarts & Jansma, Cepezed, Jan Brouwer en Benthem Crouwel( Naar de mening van bouwkundige keuring Amsterdam)

Scheiding der geesten
Tegen het einde van de 19e eeuw, de tijd van grote prestigieuze projecten, tekent zich langzamerhand de definitieve scheiding af tussen de ingenieur en de architect. De meeste architecten verschuilen zich in het ontwerpen achter bekende materialmen die van oudsher het beroep hebben geschraagd. In sommige projecten waarin de functie vraagt om een licht draagconstructie met een grote overspanning, zoals bij spoorwegstations (vergelijk Amsterdam, Haarlem, Groningen), ontstaat een klassiek geworen splitsing in een formeel traditioneel gebouwd ‘ voorhuis’ en een in ijzer opgetrokken ‘achterhuis’.
De Franse Ecole des Beaux Arts en de Ecole Polytechnique zijn de broedplaatsen voor respectievelijk de architecten en de ingenieurs. In Nederland kand men de splitsing van een afdeling Bouwkunde (1895) van de afdeling Weg- en Waterbouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft zien in het licht van de verzelfstandiging van de architect-ingenieur naar de ingenieur-constructeur.

De taal van de tijd
In de eerste ijzerconstruties vinden we de kolom, de latei en de ligger in de meest klassieke configuratie (ordes) terug. De reden was, dat de status van het uiteindelijke product niet mocht worden aangetast. Aan het nieuwe materiaal kleven echter niet de nadelen van de conventionele materialen. Het verlaten van de traditionele ordes leidt tot een uitbreiding van de mogelijkheden, bij gelijke of zelfs geringere inspanning.

Referenties: Bouwkundige keuring Amsterdam



 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.