Genesis 2 Logische samenleving

Door AelmansHar gepubliceerd op Sunday 12 June 19:43

Voorwoord Genesis hoofdstuk twee.

Wie dient de baas te zijn?

Wij mensen hebben twee geestelijke levens. Persoon en lid van groepen. Persoon dat zijn we als we met onze gedachte alleen zijn. Zijn we met meerdere personen gaat het waarde en normen systeem van die groep werken. Als een baby geboren wordt vormt hij samen met de moeder een groep. Wij vragen ons af wie is nu de baas de baby of de moeder? Als de baby begint te huilen omdat hij wil eten of omdat hij verschoond wil worden zal de moeder het huilen niet kunnen weerstaan en toegeven. Toch is de baby niet de baas. De natuurwet is de baas. De moeder heeft een aandrang de baby te verzorgen. Zo dienen we als volwassenen ook te leven. We dienen onder de dictatuur van de natuurwet te leven. De natuurwet die we als innerlijke aandrang in ons hebben. We hebben niet de andere personen als vijand. We hebben de waarden en normen van de andere groep als vijand. Als we als wereldbevolking dezelfde waarde en normen hebben is er geen vijandschap meer. We fantaseren het samenleven zelf, over heelde aarde.

Vooruit lopend.

Een kind van drie – vijf jaar kent het verschil tussen waarheid en leugen niet. Het verschil tussen gefantaseerd en werkelijkheid niet. Nu zou je toch zeggen wij als volwassen gaan zeer zorgvuldig om met dit gegeven. Maar wat doen we? We weten van gekkigheid niet meer te verzinnen dan als we de kleine vertellen. En voor de kleine is alles waarheid. We hebben gezamenlijk als groep beslist dat deze handelswijze normaal is. We maken de kinderen net zo gestoord als we zelf zijn. We bewijzen elkaar dat oorlog maken, een kennis van goed en slecht, normaal is. Maar hier zitten we al in hoofdstuk drie. Dat komt later aan de orde.

Wij mensen krijgen hier in hoofdstuk twee onze fantasie. In hoofdstuk een, de natuurwetten kan niets aan veranderd worden. In hoofdstuk twee krijgen we de natuurwetten voor de samenleving. Zoals in hoofdstuk een de wetten voor materie.

Geestelijk leven.

Het gaat om ons geestelijk leven. De woorden dienen in hun geestelijke betekenis gelezen te worden. De geestelijke betekenis van de woorden kennen we niet meer. Dat wordt dus zoeken.

 

 

 

Genesis hoofdstuk twee.

2:1 En zo kwamen de aarde en hun geliefde leger tot voltooiing.

2:1 De wereld van materie is klaar. Het leven is klaar.

2:2 En tegen de zevende dag kwam god tot voltooiing van zijn werk dat hij gemaakt had En hij ging ertoe over op de zevende dag te rusten van al het werk dat hij gemaakt had.

2:2 Tijd vaststelling. Tegen de zevende dag. In andere woorden het einde van de zesde dag. Op de zevende dag is het klaar.

2:3 Voorts zegende god de zevende dag En hij heiligde die Omdat hij daarop is blijven rusten Van al het werk dat God geschapen heeft Om het te maken.

2:3 De schepper is klaar hij gaat op vakantie en is gewoon weg.

Afsluiting hoofdstuk 1 De schepper wordt vervangen door Jehova god, de logische

2:4 Dit is de geschiedenis van de hemel en aarde ten tijde dat ze werden geschapen. Op de dag waarop Jehova god, de logische aarde en hemel maakte.

2:4 We zien een wisseling, een nieuwe naam Jehova god, de logische. Jehova god, de logische neemt het over van God de schepper van aarde en leven. Jehova god, de logische gaat ons de fantasie geven. Een aarde en hemel van fantasie. Een samenleving van logisch.

2:5 Nu viel er nog geen enkele struik van het veld op de aarde te bespeuren en er ontsproot nog geen plantengroei van het veld. Want Jehova god had het niet laten regen op aarde en er was geen mens om de aardbodem te bebouwen.

 2:5 Er was nog geen resultaat van fantasie. Want er was nog niet gefantaseerd. Er was geen mens met fantasie.

2:6 Maar een nevel steeg geregeld op uit de aardbodem en drenkte de gehele aardbodem van de aarde.

2:6 De mens is geschikt om fantasie te krijgen.

Jehova god, de logische komt in actie.

2:7 En Jehova god, de logische ging er toe over de mens te vormen uit stof van de aardbodem en in zijn neusgaten de levensadem in te bazen en de mens werd een levende ziel.

2:7 Uit het logisch vormde jehova god, de logische het geraamte van het geestelijk lichaam van de mens. We krijgen onze fantasie ingeblazen, ons geestelijk leven. Een levende ziel. Een levend gevoel. Wij mensen zijn het enigste leven op aarde dat fantasie heeft.

2:8 Voorst plantte Jehova god, de logische een tuin in Eden, tegen het Oosten, en daar plaatste hij de mens die hij had gevormd.

2:8 tuin. Een verzamel naam voor een aantal planten.  Wat tegen het Oosten betekend? Wie zal het zeggen. Wij mensen vormen een verzameling. We gaan groepen vormen. Ik mis de hof. De verzameling voor de dorpen. Éen gezamenlijke overkoepelend bestuur.

2:9 Zo liet god jehova god, de logische allerlei geboomte ontspruiten begeerlijk voor het gezicht en goed tot voedsel en ook de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad.

2:9 Onze fantasie is als een boom die vruchten draagt. De boom van het geestelijk leven in het midden van het dorp. De boom die de vrucht draagt van de kennis van braaf en stout. Braaf en stout geeft ons de mogelijkheid dieren tot huisdier te maken. We vormen ze naar het gedrag zoals wij dat wensen.

2:10 Nu kwam er vanuit Eden een rivier om de tuin te drenken en van daar splitste ze zich Werd ze als ware tot vier hoofdtakken.

2:10 Het lichaam van een baby wordt groter. Daar heeft hij voedingstoffen voor nodig. De geest van de baby wordt groter. Daar heeft hij voedingsstoffen voor nodig. Die voedingstoffen zijn de kennis uit de traditie. Een stroom van traditie. De maas stroomt. Langs de Maas worden mensen geboren en sterven mensen. Daar trekt de maas zich niks van aan. Hij blijft doorstromen. Het begin van de stroom traditie,de kennis is de eerste fantasie van de mens.

2:11 De naam van de eerste is Pison: Deze omstroomt het hele land Havila. Waar goud is.

2:11 De hoofdtraditie omstroom het hof. Daar is de organisatie van de economie.

2:12 En het goud van dat land is goed. Daar is ook het bdeilliumhars en de onyxseen.

2:12 De economie. Er is de organisatie groter als het dorp, de hof. Het dorpsbestuur regelt economie. Het inkomen van ieder mens op aarde is het lid zijn van het dorp. Dat geld ook voor de mensen die de economie van het hof regelen, de wereldeconomie. Studeren is werken studenten krijgen dus het inkomen van het lid zijn van het dorp. Zijn ze afgestudeerd blijven ze het inkomen dorpsbewoner houden. De traditie omstroomt. Wij hebben de verkeerde traditie een traditie van goed en slecht. De waarde en normen worden bepaald door de traditie. We dienen te leven met de traditie het samenleven. Dit is de leeromgeving van middelbaar en hoger onderwijs.

2:13 En de naam van de tweede rivier is Gilhon: Deze omstroomt het hele land Kusch.

2:13 Het dorp wordt omstroomt. Het dorp krijgt zijn geestelijke voeding. Zijn waarden en normen uit de traditie. Dit is de leeromgeving van het lagere school kind.

2:14 En de naam van de derde rivier is Hiddekel: Deze loopt naar het oosten van Assyrië.

2:14 De dorpswijk. De dorpswijk heeft zijn waarde en normen uit de traditie. Dit is de leeromgeving van de kleuter.

2:14 En de vierde rivier is de Eufraat.

2:14 Het gezin en put. De waarde en normen komen uit de traditiestroom. Dit is de leeromgeving van een baby.

We worden geplaatst.

2:15 Jehova god, de logische nam nu de mens en plaatse hem in de tuin van Eden om die te bebouwen en er zorg voor te dragen.

2:15 We worden in de wereld economie geplaatst, de economie van het dorp. We dienen er zorg voor te dragen. We worden in de geestelijke wereldbevolking geplaatst, in de geestelijk samenleving van het dorp dorp.

Kennis van goed en kwaad.

2:16 En Jehova god, de logische legde de mens ook het volgende gebod op: Van elke boom van de tuin moogt gij tot verzadiging eten.

2:16 Alle kennis in het dorp mogen we tot onze eigen kennis maken. Als geestelijk voedsel voor de kinderen gebruiken.

2:17 Maar wat de boom van de kennis van goed en kwaad betreft gij moogt daarvan niet eten, Want op de dag dat gij daarvan eet zult gij beslist sterven.

2:17 Met de kennis van goed en slecht kunnen we dieren tot huisdieren maken. Braaf en stout. Beloning en afkeuring. We regelen dat een dier het gedrag krijgt dat we wensen. Het natuurlijk gedrag van het dier wordt verdrongen dood gemaakt. Een kind opvoeden zonder goedkeuring en afkeuring zal niet gaan. Waarop wordt de goedkeuring afkeuring gebaseerd? De ouders baseren zich niet op het mens zijn maar. De basis voor goed en afkeuring is een kennis van goed en slecht. De waarden en normen in de traditie. We fantaseren een onzichtbare macht in de lucht die beslist over goed en kwaad. We maken die macht tot baas over ons leven. We maken ons mens zijn dood.

Jehova god, de logische heeft een menselijke geest geschapen.

Hij gaat ervan maken; een mannelijke en een vrouwelijke geest.

2:18 Verder zei Jehova god: Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik zal een hulp voor hem maken als zij tegen hanger.

2:18

2:19 Nu vormde Jehova god, de logische uit de aardbodem al het wild gedierte van het veld en elk vliegend schepsel van de hemel. En vervolgens bracht hij ze tot de mens. Hoe hij elk daarvan zou noemen, Elke levende ziel, Dat was zijn naam.

2:19 Uit het logisch vormde Jehova god, de logische. Jehova, de logische gaf de beesten en de vogels gevoel. De mens benoemd de gevoelens.

2:20 De mens gaf dus namen aan alle huisdieren en aan alle vliegende schepselen van de hemel en aan al het wild gedierte van het veld, :Doch voor de mens werd geen hulp gevonden als zijn tegenhanger.

2:20 De menselijke geest vindt geen andere menselijke geest.

2:21 Daarop liet Jehova god, de logische een diepe slaap op de mens vallen. En terwijl hij sliep nam hij een van de ribben en sloot toen het vlees over die plaats toe.

2:21 Hij pakte logisch uit het geestelijk leven van de mens. Hij sluit de fantasie over die plaats dicht.

2:22 Daarna pakt Jehova god de rib die hij uit de mens had genomen tot een vrouw. En bracht haar naar de mens.

2:22 Het logisch dat hij uit de mens had genomen. Daar maakte hij een vrouw van.

2:23 Toen zei de mens: Dit is eindelijk been van mijn gebeente. En vlees van mijn vlees. Deze zal mannin worden genoemd . Omdat deze uit de man werden genomen.

2:23. De mens is klaar. Man met zijn mannen lichaam. Zijn mannen logisch. Zijn mannen fantasie. De vrouw is klaar met haar vrouwen lichaam. Haar vrouwen logisch. Haar vrouwen fantasie. Een voorbeeld van het verschil tussen het logisch van de vrouw en de man. De innerlijke hoofdaandrang te opzicht van de baby. De hoofdaandrang van de moeder is de baby verzorgen. De hoofdaandrang van de vader de baby beschermen.

2:24 Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en hij moet zich hechten aan zijn vrouw en zij moeten een vlees worden.

2:24 Een man moet zich losmaken van de verzorging en bescherming van de ouders. Hij dient zich te hechten aan zijn vrouw. Hun fantasie dient een fantasie te worden.

2:25 En ze blijven beiden naakt de mens en zijn vrouw en toch schaamden ze zich niet.

2:25 Hun logisch en fantasie bleven naakt. Ze omhulde zich niet met een mantel van schone schijn, een toneelspel van kijk dat ben ik. Ze zijn een open boek.

Einde hoofdstuk twee.

We zien hier een wereldbevolking zonder oorlog. Man en vrouw zonder dat ze oorlog maken.

Wat hebben we nu verkeerd gedaan? Van de boom die vrucht draagt van de kennis van goed en slecht hebben we gegeten. We hebben de kennis van goed en slecht tot onze baas gemaakt. We hebben de kennis van goed en slecht de naam god gegeven.

In hoofdstuk drie: De verhalenslang en Eva lezen we er meer over.

Laat hij die het beter kan lezen het lezen. Laat hij het vertellen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.