Genesis. Logisch-niet logisch

Door AelmansHar gepubliceerd op Sunday 12 June 16:25

Voorwoord Genesis. Een.

Wat is er in de wereldsamenleving aan de hand?

We kennen logisch en niet logisch. We hebben logisch tot onze vijand gemaakt. We verdedigen het niet logische. Een samenleving gebaseerd op goed en kwaad. We hebben tot heerser op aarde gemaakt een gefantaseerde kracht in de lucht. Sinds Eva, de niet logische fantaseren we krachten die de natuurwetten uit hoofdstuk 1 kunnen veranderen.

Materie.

Materie wordt bij elkaar gehouden door trilling. Bij materie hebben we altijd te maken met Elektriciteit. Magnetische krachten. Trilling onze waarneming verloopt via de trillingen. Geluid. Als we op een afstand van een kilometer of meer naar het heien kijken. We zien het gewicht neervallen pas even daarna horen we het geluid. De trilling van het geluid heeft tijd nodig zich te verplaatsen. De trilling van licht gaat sneller. Geluid de trilling gaat door een ijzeren plaat. De trilling van licht niet. Licht gaat wel door vensterglas. Licht gaat door materie. Vensterglas is echt materie je kunt er geen vinger doorsteken. Het licht gaat ook door de materie water. Als we haaks kijken. Als we in het water staan en naar onze voeten kijken kunnen we die zien. Kijken we over het oppervlakte van het water werkt het als een spiegel. Water heeft nog wat raars. Er kunnen stoffen in zitten die we niet kunnen zien. Een walvis heeft voedsel en ademhaling als een systeem. Als hij adem haalt filtert hij gelijk plankton uit het water. Hoeveel kilo voedsel heeft een walvis per dag nodig. Het water moet toch wel een soort van plankton soep zijn. We kunnen het niet zien.

Leren op de lagere school en denken.

Op de lagere school geleerd. De open ruimte in het heelal is leeg. Mijn gedachte, dat kan niet. Hoe kan zonlicht en warmte dan bij de aarde komen? Licht en warmte zijn trillingen. Een trilling kan zich niet door het niets verplaatsen. Er moet wat zijn dat trilt. Deze materie kunnen we met onze zintuigen of apparaten niet waarnemen. Deze materie is er niet alleen tussen de zon en aarde. Heel de open ruimte in het heelal is ermee gevuld. Heel de open ruimte in het heelal is gevuld met elektriciteit en magnetische krachten. De aarde hangt niet los in de ruimte. Hij zit gevangen in de krachten van middelpunt vliegende kracht en magnetische krachten. Een evenwicht. De aarde zit vast in een magneet baan. Zoals alles in het heelal vast zit in een evenwicht.

De nul die niet bestaat.

Pakken we een blokje bijvoorbeeld kaas. We delen het blokje in twee. Een helft doen we weg. De andere helft delen we weer in twee. Een helft doen we weg. Daarmee gaan we door. Het overgebleven blokje wordt zo klein dat we een microscoop nodig hebben. Het blokje wordt zo klein dat we moderne apparaten nodig hebben. Dan wordt het blokje zo klein dat we alleen in fantasie door kunnen gaan. In fantasie delen we blokje nog een paar honderd duizend keer of zo. Volgens de wetenschap wordt het blokje zo klein dat we bij een verdere in twee delen materie en energie krijgen.  Nu fantaseert de wetenschap dat uit energie, de trilling materie is ontstaan. Mijn gedachte. Trilling voor de materie. Wat moet er dan trillen? En zou het waar zijn dan is niet de nul bereikt. Want is er trilling. Dat uit het niets het alles ontstaan is voor ons onbegrijpelijk. Het gaat onze fantasie te boven.

De tijd stilzetten.

We kunnen de tijd niet stilzetten. De zon heeft geen knopje om hem uit te zetten. De waarnemingen uit de ruimte. Er is iets met licht waargenomen. Honderd duizend jaar terug. Zolang heeft het licht erover gedaan om hier bij de aarde te komen. Het zegt dus niets over de toestand nu. Er is geluid waargenomen tienduizend jaar terug. Het heeft die tijd nodig gehad om bij de aarde te komen. Dat zegt niets over het licht van honderd duizend jaar terug. Het zegt niets over de toestand nu. De toestand in de ruimte nu. Daar weten we niets van. De signalen komen pas over duizenden jaren bij de aarde.

 

Beginnen met Genesis.

1:1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.

1:1 De naam God is hier gegeven aan de schepper van het alles uit het niets. De ruimte voor het leven wordt geschapen. Het aardoppervlak wordt geschapen en de hemel, de koepel de buitenste laag van de dampkring. De ruimte daartussen is de ruimte voor het leven. Een vergelijkbaar leven in ons zonnestelsel is niet mogelijk. Dan zou er een vergelijkbare levensruimte moeten zijn.

1:2 De aarde bleek nu vormloos en woest te zijn En er lag duisternis op het oppervlak van waterdiepte: En Gods werkzame kracht bewoog zich heen en weer over het oppervlak van de wateren.

1:2 De aarde was zo heet dat hij vloeibaar gesteente was, vormloos. De aarde was omgeven met water. Het oppervlak van de aarde was woest. Er was duisternis.

1:3 En nu zei God “er kome licht” Toen kwam er licht.

1:3 De aarde komt in het zonlicht.

1:4 Daarna zag God dat het licht goed was. En God bracht een scheiding teweeg tussen het licht en de duisternis.

1:4 Er is afwissend licht en duisternis op aarde.

1:5 En god noemde het licht voortaan dag maar de duisternis noemde hij nacht. En het werd avond en het werd morgen een eerste dag.

1:5 Dat er de naam dag en nacht gegeven wordt betekend niet dat ze de tijden hebben zoals we die nu kennen.

Het water. Tweede dag.

1:6 Verder zie God; Er kome een uitspansel tussen de wateren en een scheiding tussen de wateren en de wateren.

1:6 Het buitenste oppervlak van de dampkring wordt geschapen. Het wateroppervlak van het water op aarde en de dampkring. 1 We kennen water in het oppervlak van de aarde. 2 We kennen water op het oppervlak van de aarde. 3 We kennen water in de dampkring.

1:7 Toen ging god er toe over het uitspansel te maken en een scheiding te maken tussen de wateren die onder het uitspansel en de wateren die boven het uitspansel zouden zijn. En het werd zo.

1:7 De dampkring wordt geschapen. De aarde is nog omgeven met water. Het uitspansel is de scheiding tussen het water dat de aarde bedekt en het water in de dampkring.

1:8 En god noemde het uitspansel voortaan hemel. Het werd avond en het werd morgen een tweede dag

1:8 Wat wordt nu met de naam hemel bedoeld?

Planten leven. Derde dag

1:9 Verder zie God: Dat de wateren onder de hemel in een plaats verzameld worden en het droge land te voorschijn kome. En het werd zo.

1:9 Er komen grote kuilen in de aarde waar het water samenstroomt. Het afgekoelde land wordt zichtbaar.

1:10 God noemde het droge land voortaan aarde maar de verzameling der wateren noemde hij zeeën. Voorts zag god, dat het goed was.

1:10, Dat is duidelijk.

1:11 Verder zei god: De aarde late gras ontspruiten, zaaddragende planten groei, Vruchtbomen die vrucht opleveren naar hun soort waarvan het zaad er in is. Op de aarde. En het werd zo.

1:11 hoe zit het met het plantenleven in het water?

1:12 De aarde nu bracht gras voort, plantengroei die zaad droeg naar zijn soort. En bomen die vruchten opleverden waarvan het zaad er in is naar haar soort. Toen zag God, dat het goed was.

1:12, Dat is duidelijk.

1:13 En het werd Avond en het werd morgen. Een derde dag.

Evenwicht tussen zon aarde en maan. Vierde dag.

1:14 Verder zei God: Dat er hemellichten komen aan het uitspansel om een scheiding te maken tussen dag en nacht. En ze moeten dienen tot tekenen en voor het vaststellen van tijdperken en dagen en jaren.

1:14 Er komt evenwicht tussen zon aarde en maan. Ze komen in een vaste baan. De tijd wordt zoals we die nu kennen.

1:15 En ze moeten dienen tot hemel lichten aan het uitspansel van de hemel om op aarde te schijnen. En het werd zo.

1:15 Zon en maan verlichten de aarde.

1:16 En god ging ertoe over de twee grote hemellichamen te maken. Het grootste licht om te heersen over de dag. En het kleinste lichaam om te heersen over de nacht. En ook de sterren.

1:16 Het is duidelijk dat Genesis niet door een persoon geschreven is. Het zijn verschillende verhalen die in elkaar geschoven zijn.

1:17 Aldus plaatste hij ze aan het uitspansel van de hemel om op aarde te schijnen.

1:17 Het lijkt mij dubbel.

1:18 En om overdag te heersen en om een scheiding te maken tussen het licht en de duisternis. Toen zag god, dat het goed was.

1:18 Nog een keer herhalen. Het valt uit deze beschrijving niet op te maken welke vorm de aarde heeft.

1:19 En het werd avond en het werd morgen. Een vierde dag.

Vissen en vogels. Dag vijf.

1:20 Verder zei God: Dat de wateren een gewemel van levende zielen voortbrengen. En dat de vliegende schepselen over de aarde vliegen langs het vlak van het uitspansel Van de hemel.

1:20 Wat wordt bedoeld met levende zielen?

1:21 En god ging ertoe over de grote zeemonsters te scheppen en alle levende ziel die op aarde beweegt. Waarvan de wateren gingen wemelen naar hun soort En elk gevleugeld vliegend schepsel naar zijn soort. Toen zag God, dat het goed was.

1:21 Het kleine spul bacteriën. Wordt dat vergeten?

1:22 Daarop zegende God ze zeggende: Weest vruchtbaar en wordt tot vele en vult de wateren in de zeebekken en dat de vliegende schepselen tot vele worden op aarde.

1:22 Hoeveel woorden had deze taal? Wat wordt bedoeld?

1:23 En het werd avond en het werd morgen. Een vijfde dag.

De mens.

Landdieren. Dag zes.

1:24 Verder zei God: laat de aarde levende zielen voortbrengen naar hun soort: huisdieren en zich bewegend gedierte en wild gedierte naar hun soort. En het werd zo.

1:24 Er wordt gepland.

1:25 En god ging ertoe over het wild gedierte der aarde te maken. Naar zijn soort en de huisdieren naar hun soort en het zich bewegende gedierte van de aardbodem naar zijn soort. Toen zag God, dat het goed was.

1:25 Het ontstaat zo. Huisdieren. Dieren die geschikt om er huisdieren van te maken. Huisdieren maken doet de schepping niet. Dat doen wij mensen met onze fantasie van braaf en stout. We maken ze braaf. Het is toch overbodig dit op te schrijven. Dat God ( de natuurwet ) huisdieren maakt. Dat kan niet. Deze onduidelijkheid bepaald onze verkeerde houding tegenover goed en kwaad.

De mens geschapen.

De mens geschapen. De mens geschapen nog geen geestelijk leven. Nog geen fantasie.

1:26 Verder zei god: laten wij de mens maken naar ons beeld en overeenkomstig onze gelijkenis. En laten zij de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en de huisdieren en de gehele aarde en al het zich bewegende gedierte dat zich op aarde beweegt in onderworpenheid hebben.

1:26 Is me dat even de onduidelijkheid. Wij mensen worden de baas op aarde. We zijn de baas maar niet de eigenaar van de aarde.

1:27 En God ging ertoe over de mens te scheppen naar zijn beeld, naar Gods beeld schiep hij hem. Als man en vrouw schiep hij hen.

1:27 Naar God beeld. Wat wordt hier nu mee bedoeld?

1:28 Voorts zegende God hen en god zei tot hen: Weest vruchtbaar en wordt tot vele en vult de aarde en onderwerp haar en hebt de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en elk levend schepsel de zich op aarde beweegt. In onderworpenheid.

1:28 Hij spreekt tegen elk mens. Het is niet de bedoeling dat een groep mensen een andere groep gaat onderwerpen.

1:29 Verder zei God: Ziet ik heb U de zaaddragende plantengroei die op de oppervlakte van gehele de aarde is En elke boom waar zaaddragende boomvrucht aan zit gegeven. Het dienen U tot voedsel.

1:29 Planten en vruchten als voedsel.

1:30 En aan al het wild gedierte der aarde en aan elk vliegend schepsel van de hemel en aan alles wat zich op aarde beweegt waarin leven als een ziel is, heb ik alle groene plantengroei tot voedsel gegeven” En het werd zo.

1:30 De roofdieren zijn vergeten. Het gaat erom natuurwet is natuurwet. En de natuurwet is onveranderlijk.

Dit is het einde van het eerste hoofdstuk.

Het is duidelijk dat hier de natuurwetten in onze levensruimte beschreven worden. Op welke manier ze er zijn gekomen maakt niet uit. Ze zijn onveranderlijk. Alles is zo dat het in evenwicht is. Er hoeft niets bestuurt te worden.

Op de vraag waarom maken wij de wereldbevolking oorlog met ons de wereldbevolking?

Hier is het niet te vinden alles is in orde zoals de schepper de natuurwetten gemaakt heeft. Hij heeft de natuurwetten onveranderlijk gemaakt.

De schepping is nog niet voltooid. Wij mensen hebben nog geen geestelijk leven, nog geen fantasie. In hoofdstuk 2 wordt beschreven Dat we onze fantasie, ons geestelijke leven ingeblazen krijgen.

Laat hij die het beter ziet, Het beter opschrijven.

Tot een leesbaar geheel komen. De neiging om met de onderwerpen te schuiven, te niet doen. Per regel inhoudelijke hetzelfde houden. In de opbouw van de regels zit een logisch ten grondslag. Die zorgt voor duidelijkheid. En duidelijkheid tussen de hoofdstukken. De opbouw van de regel passend in het geheel maken. Het moet toch mogelijk zijn het geheel in gangbaar Nederlands op papier te krijgen. Is er nog het probleem met de verschillende vertalingen. Met logisch beredeneren wat er moet staan.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.