De Pizzazuster 5 (Slot)

Door Harlinger gepubliceerd op Wednesday 08 June 06:29

De Pizzazuster 5 (slot)

Merel heeft die ochtend in de verste verte niet kunnen vermoeden dat niet alleen haar werkdag, maar ook de rest van de dag op een bizarre wijze zou gaan verlopen. Maar ook haar leven zal spoedig een andere wending nemen. Hondsmoe en met een zeurende hoofdpijn rijdt Merel het ziekenhuisterrein af. Ze merkt niet eens dat de helderblauwe lucht van eerder die ochtend plaats heeft gemaakt voor een donker wolkendek, waaruit de eerste dikke regendruppen naar beneden komen. Voor het instappen heeft ze gezien dat het half twee is. Merel begrijpt er nog steeds niks van. Wat ze zich nog kan herinneren is, dat er na de eerste lange operatie even tijd was om een kopje koffie te drinken. Op verzoek van de teamleider had ze ermee ingestemd om bij de tweede operatie de anesthesie te doen. Ze kan zich nog herinneren dat kort na aanvang van de tweede operatie de ruimte om haar heen was beginnen te draaien. Op het moment dat ze weer bij haar positieven kwam, lag ze in één van de behandelkamers op de Spoedeisende Hulp. Na daar meer dan een uur te hebben gelegen, had de arts haar laten weten, dat het verantwoord was om met eigen auto naar huis te rijden. Merel heeft wel het advies gekregen om het tenminste de eerste vier weken rustig aan te doen.

Fokelien en Fokke zitten net in hun dienstauto als de eerste dikke regendruppels op het voorruit vallen. In een mum van tijd valt de regen met bakken uit de lucht. Ze hebben voor de zekerheid even bij de woning aangebeld. Je weet maar nooit. Stel dat de vrouw, die ze nodig moeten spreken, haar auto juist vandaag voor een onderhoudsbeurt in de garage heeft en daarom maar een vrije dag heeft genomen. Ze bespreken de te volgen strategie die ze zullen hanteren als de vrouw zal verschijnen. Fokelien en Fokke zijn voorbereid op een aantal uren posten. Hoewel ze wel gewend zijn geraakt aan uren van posten, geven ze wel de voorkeur aan mooi droog weer, wat nu absoluut niet het geval is. Om goed zicht te houden op wat zich buiten afspeelt, laat Fokelien de ruitenwisser regelmatig de voorruit regenvrij maken. Maar echt helpen doet dat niet. Het uitzicht wordt er door de alsmaar hevig wordende regen niet beter op. Fokelien schrikt als haar collega met een ruk overeind schiet. Dan ziet ze wat Fokke al opgemerkt had: de donkerblauwe Fiat 500.

Nadat de vrouw de Fiat 500 naast hun dienstauto tot stilstand heeft gebracht, aarzelen ze ondanks de hevige regen geen moment, en stappen snel uit zodat ze de vrouw, die inmiddels ook is uitgestapt en aanstalten maakt om in een draf haar woning te bereiken, aan te spreken. Geschrokken kijkt ze beurtelings Fokelien en Fokke aan. Nog beduusd van de onverwachte ontmoeting neemt de vrouw op uitnodiging van Fokke vervolgens achterin de dienstauto plaats.

Een kwartier later parkeert Fokke de dienstauto in een vrij parkeervak aan de zijkant van het ziekenhuis. Als Fokelien op de buitenbel van het mortuariumgebouwtje drukt, klinkt het  akelig schelle geluid van de bel door de holle ruimte van de gang. Luttele ogenblikken later opent Pieter, één van de vaste mortuariummedewerkers, de buitendeur  en begroet zijn bezoekers met een korte knik. Fokelien en Fokke hebben het liever te doen met Pieters collega Trijntje, die altijd even opgewekt is, maar bovenal  veel meer gevoel voor piëteit heeft dan de veel stuggere Pieter. Pieter kan  nogal eens bot uit de hoek komen op momenten dat botheid niet bepaald gewenst is.

Merel, die tussen Fokken en Fokelien in staat, draait even haar hoofd weg, als Pieter het laken aan het hoofdeinde van de baar optilt. Als ze vervolgens naar het dode gezicht  kijkt, knikt ze kort als teken van herkenning en draait zich vervolgens om naar Fokelien die haar troostvol in haar armen opvangt. Fokelien heeft met Merel te doen, als ze haar zacht hoort snikken. Intussen kijkt Fokke wat verlegen om zich heen. Dit soort emotionele momenten is niet bepaald zijn ding. Met een kort hoofdknikje laat hij Pieter weten dat de lade met daarop het lichaam van Merel haar broer Nico weer teruggeschoven kan worden. Tijdens de confrontatie heeft Fokke driftig nagedacht hoe hij en Fokelien de situatie in Merels woning aan zal gaan pakken. Fokke besluit voor zichzelf om straks, nadat ze het ziekenhuis hebben verlaten, maar gelijk door te pakken door Merel te verzoeken medewerking te verlenen bij het instellen van een onderzoek naar de vervuiling in haar woning.

De stortbuien van de afgelopen uren zijn inmiddels overgegaan in een miezerige  regen als Fokke de donkerrode dienstwagen in de nabijheid van de woning van Merel parkeert. In tegenstelling tot de heenreis, die zeer zwijgzaam verliep, is het Fokelien tijdens de rit terug gelukt  Merel aan het praten te krijgen. Bij Fokke was daardoor een bevrijdend gevoel ontstaan. Nu hoefde hij Merel niet te bewegen om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de situatie in haar huis. Door op een ontspannen en betrokken wijze wat vragen te stellen, was het zijn collega Fokelien gelukt om aardig wat achtergrondinformatie los te peuteren over haar leven en wonen. Met gebogen hoofd en vol schaamte heeft Merel Fokelien verklaard, dat haar woning binnen een puinzooi is. Maar ook, dat zij, net als bij haar overleden broer Nico het geval was, het leven niet op orde weet te houden. Als Merel in haar schoudertas op zoek is naar een tissue, ziet ze de brief met het ziekenhuislogo. Zonder enige terughoudendheid pakt ze de ongeopende brief uit haar tas en overhandigt deze aan Fokelien. 

Overgave

 ‘Kijk niet naar de rommel,’ zegt Merel verontschuldigend als Fokelien en Fokke midden in haar woonkamer staan en de situatie in zich opnemen. Het schaamrood staat haar op de kaken. Op de grond tegen de muur onder de klok ziet Fokelien zeker een tiental lege sherryflessen liggen. Fokke heeft inmiddels een aanzienlijke stapel ongeopende post op de grote tafel ontdekt. Een tafel die eens als eettafel dienst deed. Op verzoek van Fokelien schuift Merel de gordijnen iets opzij, zodat ze bij daglicht een beter beeld kunnen krijgen van de enorme puinhoop in de woonkamer. De stoelen liggen vol met boeken, tijdschriften, kranten en kledingstukken. Fokelien en Fokke hebben Merels aanbod om te gaan zitten vriendelijk afgewezen. Terwijl Fokelien de chaos in de woonkamer in zich opneemt, ziet ze Merel met betraande ogen bij het raam staan. Hoewel ze wel het één en ander gewend is, raakt het Fokelien behoorlijk. Met een warme blik in haar ogen, ten teken van oprecht medeleven, knijpt Fokelien bij het voorbijgaan Merel zacht in haar bovenarm. 

Stilzwijgend zijn ze inmiddels in de keuken gearriveerd. Ondanks het feit dat Fokke nogal rationeel en dus zakelijk ingesteld is, schokt het hem toch wat hij hier ziet. Dat heeft niet zo zeer te maken met de enorme bende, maar meer met het feit dat deze vrouw met zo’n respectabele baan, er privé zo’n puinhoop van heeft weten te maken. Hoe langer ze in de totaal verwaarloosde keuken staan, des te erger de stank tot hen door begint te dringen.

Met het gesloten raam en de blauwe vleesvliegen nog op haar netvlies, vraagt Fokelien aan Merel of zij even boven een kijkje mogen nemen. Met een gebogen hoofd en een kort deemoedig knikje, geeft  Merel er blijk van geen bezwaar te hebben. Merel gaat hen voor de houten en ongestoffeerde trap op. Fokelien merkt dat Merel vecht tegen een nieuwe stroom tranen. Stilzwijgend opent Merel de deur naar haar slaapkamer. Tegen de lange achterwand staat een onopgemaakt tweepersoonsbed, dat er in betere tijden zeker heel fraai uit heeft gezien. Hetzelfde geldt voor de prachtige eikenhouten linnenkast, waarvan beide deuren wagenwijd open staan. De inhoud, bestaande uit kleding, schoenen en verschrikkelijk veel tassen, puilt brutaal naar buiten. Op de kast ligt een dikke laag stof van minstens een jaar oud, als het niet langer is. Fokelien laat de slaapkamer voor wat die is en neemt een kijkje in de douche annex toiletruimte, dat meer weg heeft van een ongeordend berghok. Op de plaats waar de eigenlijke doucheruimte is, ligt een grote hoeveelheid vuile was, bestaande uit beddengoed, onder- en bovenkleding aangevuld met allerlei rotzooi, die beslist niet in een doucheruimte thuis hoort. Onder de vuile lakens en kleding zijn de contouren van een wasmachine zichtbaar, die zo het lijkt, al in geen tijden enige arbeid heeft verricht. Alleen de toiletpot oogt aardig schoon, wat niet opgaat voor de bijbehorende wastafel, die vol met resten tandpasta, haren en sporen van lipstickresten zit. Fokelien vraagt zich verbijsterd af, hoe iemand in vredesnaam hier met goed fatsoen kan wonen. Natuurlijk heeft zij dit soort situaties veel vaker gezien, maar in die gevallen ging het veelal om mensen met psychiatrische of maatschappelijk gerelateerde problematiek. Ontspoorde lieden, die in eenzaamheid en zonder werk en veelal met een uitkering de dag probeerden door te komen.

Fokke heeft inmiddels ook de slaapkamer van Merel verlaten en staat voor de gesloten deur van een andere kamer op dezelfde verdieping. De kamer met het uitzicht op de achtertuin. Op het moment dat Fokke de kruk van de kamerdeur in de hand heeft, hoort  hij achter zich het luide snikken van Merel, die inmiddels achter hem is komen staan. Fokke heeft het met haar te doen. Hij draait zich om en vraagt waarom ze huilt. “Omdat het allemaal zo vreselijk is” antwoord Merel tussen het snikken door, haar tranen met een arm wegvegend. Dan opent Fokke de deur en terwijl hij op het punt staat de kamer te betreden, wordt hij tegen gehouden door een muur van een ondragelijke stank. Doordat de gordijnen gesloten zijn is het pikkedonker in de kamer. Gelukkig zit de lichtschakelaar op de bekende plaats. Fokke drukt op de lichtschakelaar, maar deze doet het niet. Het blijft donker in de kamer. Hij sluit kokhalzend de deur en kijkt Merel aan die beschaamd en met betraande ogen hem aanstaart. Op zijn vraagt waarom de lichtschakelaar het niet doet, geeft ze geen antwoord. Enkele minuten later doet Fokke een nieuwe poging nadat hij eerst zijn staaflantaarn uit de dienstauto heeft opgehaald. Ook heeft hij voor de zekerheid maar  handschoenen, wegwerp overalls en mondkapjes meegenomen. In de bundel van het licht van de lantaarn wordt pas echt duidelijk wat er aan de hand is. Fokke pakt zijn mobiel uit zijn broekzak en toetst een nummer in.

Het is half een in de nacht. Merel heeft de klok van twaalf uur gemist, althans bewust. Als een klein zielig vogeltje zit ze ineengedoken op haar versleten bank in de woonkamer. Met een glas whisky  in haar hand en een hoofd vol met gedachten, staart ze in het niets. Ze heeft het gevoel of ze vanaf de middag van de inmiddels vorige dag in een horrorfilm heeft gezeten. Haar hand trilt, terwijl ze een slok uit haar glas neemt. Haar ogen voelen loodzwaar, terwijl haar hoofd ieder moment uit elkaar lijkt te kunnen spatten. De beelden van de afgelopen middag en avond spelen zich opnieuw voor haar geestesoog af. Opnieuw beleeft ze het schaamtegevoel toen vier vreemde kerels, gekleed in blauwe weggooioverals, haar woning, en daarmee haar leven binnen gedrongen waren. De mannen hadden honderden vuilniszakken met stinkend huisvuil door het geopend raam naar buiten gegooid, waar ze vervolgens in gereedstaande containers terecht kwamen. Behalve de vuilniszakken met de stinkende inhoud, hadden die ‘vreemde mannen’ rond de zevenhonderd lege pizzadozen geteld. Veel van die pizzadozen bevatten nog restanten van rottende en stinkende pizza’s, die tussen het stinkend huisvuil in de kamer opgeslagen hadden gelegen. Doordat het vocht  van het afval in de wollen vloerbedekking was getrokken, hadden de mannen van het bedrijf ook de vloerbedekking verwijderd en afgevoerd. Rond acht uur waren de mannen pas weer vertrokken.

Terwijl zij door haar huis hadden gebanjerd, had Merel haar hart bij Fokelien uitgestort. Ze had haar alles verteld. Vanaf haar jeugd; het misbruik door de leraar op school, over de scheiding van haar ouders, later. Maar ook over haar inmiddels chronisch  geworden geldzorgen en haar verborgen psychische nood en haar angst om zich bij de hulpverlening aan te melden. Toen Fokelien over haar alcoholverslaving was begonnen, was Merel ‘door het lint gegaan’ en was in grote woede tegen Fokelien uitgebarsten. Waar zij zich wel niet mee bemoeide om haar, haar laatste ‘strohalm’ ook nog wel te willen ontnemen? De woede was overigens maar van korte duur was geweest en had daarna plaats gemaakt voor diep verdriet, met de daarbij gepaard gaande huilbui, die niet meer leek op te houden. Uitgeput had Merel zich vervolgens overgegeven en had ingestemd met de door Fokelien voorgestelde hulp.

De klok slaat opnieuw. Merel kijkt naar de wijzers, die achter het glas van de klok lijken te bewegen als waaiend riet. Het is inmiddels half twee. Merel kijkt lodderig in haar bijna lege glas, die voor haar op de salontafel staat. De fles met nog een kwart liter whisky staat op de grond. Ze grijpt mis waardoor de fles bijna omvalt. Nog net op tijd weet ze de fles bij de hals te grijpen en schenkt de laatste whisky in haar lege glas. Na een slok te hebben genomen, vlijt ze op de bank neer en wordt bijna gelijktijdig overvallen door een diepe slaap. Buiten is het donker en stil. Voor het eerst heeft de nachtelijke wind vrij spel door de openstaande ramen op de bovenverdieping, terwijl de blauwe vleesvliegen al uren daarvoor op de vlucht waren geslagen, op zoek naar nieuw voedsel.

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.