x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Het machtspel: Hfdst 6: Het grotonderzoek

Door Nature gepubliceerd op Saturday 28 May 20:25

Hoofdstuk 6 Het grotonderzoek

 

Hoofdstuk 6 Het grotonderzoek

Die ochtend was Jonasson vroeg op. Zijn vrouw sliep nog als een roosje en dat wilde hij voorlopig zo houden ook, niet dat ze ruzie met elkaar hadden maar hij wilde gewoon even alleen zijn. Na ontbeten te hebben vertrok hij zonder een briefje voor zijn vrouw achter te laten naar het politiebureau. Hij was nog maar de enige aanwezige op het bureau, maar dat vond hij niet erg. Integendeel zelfs. Hij liep naar zijn kantoor waar hij met zijn jas nog aan aan zijn bureau ging zitten en nadacht over hetgeen er zich in de afgelopen weken had afgespeeld. Opeens schrok hij op uit zijn gedachten. Hij ging rechtopzitten en keek met versufte ogen om zich heen. Hij deed de bovenste la van zijn bureau open en haalde het testament van Naomi er voorzichtig uit waarna hij de papieren voor zich op het bureaublad legde. Hij bekeek ze zorgvuldig en zeer langzaam totdat hij bij een alinea kwam die nogal opviel. Het duurde even voordat de essentie van de tekst tot hem doordrong. Voor jou Nicky laat ik een uniek voorwerp na, een voorwerp dat weinig mensen hebben. Ik laat jou een gouden zwaard na. Bewaar het veilig, en zorg ervoor dat niemand het zwaard ooit te zien krijgt. Jonasson kreeg opeens een onbehaaglijk gevoel toen hij dat gelezen had. Het gevoel nam met de minuut toe. Had Nicky het zwaard ooit gekregen? Zoja waar had ze het dan verborgen? Waar lag het nu? In een goedbeveiligde kluis waarvan zij alleen de code kende? Of had de kluis – indien het zwaard inderdaad in een goedbeveiligde kluis zou bevinden -     alleen een slot, en had zij de sleutel daarvan? Of had de kluis zowel een code als een slot? Op die vragen moest hij spoedig een antwoord zien te vinden. Hij legde het testament opzij en liet zijn gedachten de vrije loop gaan. Naarmate hij daarover  verder nadacht des te meer vragen er bij hem opkwamen. Hoe had die Naomi in hemelsnaam een gouden zwaard in haar bezit kunnen krijgen? Of was het een erfstuk van haar moeder of vader geweest, en had zij het op de één of andere manier gestolen zonder dat haar ouders ervan op de hoogte waren? Of hadden ze het wel geweten? En hoe had Lisa dat testament in hemelsnaam in haar bezit kunnen krijgen? Op die vragen kon hij maar op één manier achter het antwoord komen namelijk door ernaar toe te gaan Maar dat feit moest maar wachten. Eerst had hij wel andere dingen aan zijn hoofd, het komende grotonderzoek bijvoorbeeld. Hij keek door het raam naar buiten en ontdekte dat het lichtjes aan het regenen was. Nog even en de rest van zijn collega’s zouden arriveren. Toen hij dat bedacht had schrok hij opnieuw op uit zijn gedachten doordat hij voetstappen op de gang hoorde die vlakbij zijn kantoor opeens stilhielden. Jonasson stond voorzichtig op en liep met grote, langzame passen naar de deur. Hij deed die voorzichtig open en zag tot zijn opluchting Olafson in de deuropening staan. Wat ben je vroeg: zei Jonasson die Olafson verbaasd aanstaarde. Dat had ik nu nooit van je verwacht. Wat moet ik dan van jou zeggen: vroeg Olafson die zijn collega glimlachend aankeek. Ik kon niet meer slapen, vandaar dat ik besloot om naar het politiebureau te gaan: zei Jonasson op kalme toon. Olafson zei niets, maar knikte alleen maar. Bij mij is dat juist dezelfde reden: zei Olafson na een poosje gezwegen te hebben. Maar laten we het daar nu even niet over hebben. Ik zie in je ogen dat er iets is. Ja je hebt gelijk: zei Jonasson kalm. Kom maar binnen dan kun je het met je eigen ogen zien: voegde hij er direct aan toe. Olafson stapte Jonassons kantoor binnen en ging op de bezoekersstoel zitten die tegen het raam stond. Wat is er aan de hand: vroeg hij nadat Jonasson de deur achter zich dicht had gedaan. Hij liep naar het bureau pakte Naomi’s testament en gaf dat aan Olafson die de papieren verbaasd van zijn collega in ontvangst nam. Wat is daarmee: vroeg hij niet-begrijpend toen Jonasson weer achter zijn bureau had plaatsgenomen. Lees het aandachtig door dan zul je met je eigen ogen zien wat er misschien aan de hand zou kunnen zijn: zei Jonasson op raadselachtige toon. Olafson deed wat er hem gevraagd werd, maar begreep er geen woord van.

Olafson keek zijn collega met grote ogen aan toen hij de papieren nauwkeurig had doorgenomen. Blijkbaar wist hij niet goed wat hij ervan moest geloven. Een gouden zwaard: zei hij op kalme toon. Ik kan het bijna niet geloven. Dat is er aan te zien: zei Jonasson lachend.Ik denk dat we morgen die Nicky Campo nog eens moeten bezoeken en haar de vraag stellen ofdat ze het zwaard ontvangen heeft of niet: zei Jonasson nog steeds op kalme toon. En als dat niet zo het geval is? Dan tasten we in het duister: zei Jonasson. Ik vroeg me al af waar dat gouden zwaard eventueel zou kunnen zijn, maar ik heb er geen flauw idee van. Zou het misschien in een kluis kunnen zitten die goed beveiligd is? Die vraag stelde ik me indien Nicky het zwaard inderdaad in haar bezit zou hebbe ook, maar langs de andere kant ben ik ervan overtuigd dat dit misschien weleens een dwaalspoor zou kunnen zijn. Olafson knikte kort maar krachtig.Je moet er niet van uitgaan dat het zwaard in een goedbeveiligde kluis zou kunnen zitten, zolang we Nicky Campo daarover niets gevraagd hebben: zei Olafson op strenge toon. Dat weet ik ook wel Olafson, maar mijn gevoel zegt me dat we in die richting moeten zoeken, dat we die piste verder moeten onderzoeken. Vergeet het maar vriend, we moeten eerst die grotten doorzoeken weet je nog? Jonasson knikte kort. Ja, dat ben ik zeker niet vergeten hoor. Oké laten we daar maar vandaag mee beginnen: voegde hij er direct aan toe. Ze pakten hun jassen en verlieten het politiebureau. Nog even en ze hadden de oplossing in hun handen. Wat die ook mocht inhouden.

Naomi was onrustig. Ze voelde dat er iets niet in de haak was, maar wat het precies was wist ze niet precies. De politie was haar op het spoor en dat moest ze voorkomen in de zin van dat ze er zo snel mogelijk een stokje voor moest steken. De angst om ontmaskerd te worden was zeer groot. De woede die al een tijdje in haar borrelde haalde heel haar leven door elkaar en ze wist niet meer hoe ze dat probleem moest oplossen. De politie had alles verknoeid en zij moest wraak nemen. Opeens leek het alsof er een licht scheen in haar brein. zij moest die inspecteur op de één of andere manier naar haar zien te krijgen. Ze moest hem lokken en ze wist al op welke manier zij dat zou doen. En onwillekeurig – of toch niet helemaal – begon ze plannen te maken om haar idee zo goed mogelijk uit te werken. Ze moest de politie tegenhouden en liefst zo snel mogelijk. Ze wist de zwakke plek van Jonasson zitten. Zijn vrouw. Zijn vrouw moest eraan. Dan zou Jonasson breken, iets wat ze al heel lang wilde. Maar langs de andere kant: ze kon toch niet weten dat Jonasson een vrouw had? Maar daar kan ik snel genoeg achterkomen: zei ze tegen zichzelf waarna er een brede glimlach op haar gezicht verscheen. Haar doel was nu Jonassons vrouw. Vannacht zou ze hen gadeslaan, en wel vanaf een spiegel, de welke wist ze niet, want ze was nog nooit in Jonassons huis geweest, maar er moesten toch spiegels hangen? Als het niet in de slaapkamer is moet het wel op een andere plaats zijn de badkamer bijvoorbeeld. Daar moet ik zo snel mogelijk achter zien te komen.vanaf dat moment zou ze Jonasson en diens vrouw volledig in haar macht hebben.Dan was het mooie liedje uit. Hoe ze het koppel kon lokken wist ze nu ook. Ze moest hen bellen en zeggen dat ze een tip had voor Jonasson, een tip die weleens tot een doorbraak zou kunnen leiden. Maar langs de andere kant zou ze zichzelf daardoor verraden als de politie erachterkwam dat zij de anonieme tipgeefster was. Ze kon het ook op een andere manier oplossen. Ze kon ook Jonassons vrouw ontvoeren. Of ze kon haar vermoorden waar hij bij was. Maar dat was ook zeer riskant. Verdomme hoe moet ik het dan aanpakken? Wat ik wel kan doen is hen via de spiegel gadeslaan, en als dat achter de rug was zou ze dan wel zien hoe ze het verder ging aanpakken. Eerst moest dat achter de rug zijn. Eindelijk heb ik ze bijna in mijn macht en dan zal het gedaan zijn met de held uithangen, dan zal Jonasson de grote verliezer zijn en zou hij zijn baan misschien niet meer willen uitoefenen. Dat is nu juist wat ik nodig heb. Ze draaide zich om en verschool zich weer in het diepste punt van het meer. Ze was tevreden.

Terwijl ze naar de plaats delict reden ging Jonassons gsm over. Hij schrok op uit zijn gedachten toen hij het luide belsignaal hoorde. Hij diepte het ding op uit zijn broekzak en keek naar het display dat een fel schijnsel op zijn hand wierp. Hij nam zonder enige aarzeling het gesprek aan. Het was de patholoog-anatoom. Wat heb je voor nieuws? Het staat nu zo goed als een paal boven water dat Christophe Van geel is doodgeschoten vlak voor hij verbrand werd: zei hij. En hoe ben je daarachtergekomen? Door de inslag van de kogel: zei hij op kalme toon. De kogel zat er zelfs nog in. Blijkbaar moet die kogel gemaakt zijn van een niet-brandbare stof: voegde hij er na een korte stilte aan toe.Prima werk: zei Jonasson die tevreden was met de informatie waarna hij de verbinding verbrak. Ze reden zwijgend verder. Olafson keek hem vragend aan. En wat had de patholoog-anatoom te zeggen: vroeg hij de steeds pijnlijkerwordende stilte verbrekend. Hij zei dat het nu zeker is dat Christophe Van geel is doodgeschoten vlakvoor hij verkoold werd: zei Jonasson. Ik dacht dat hij dat al wist: zei Olafson. Zo had hij dat tenminste tegen mij gezegd. Blijkbaar wilde hij het echt zeker weten. Ze waren intussen bij de plaats delict gearriveerd. De plek lag er verlaten bij, en dat was nu juist wat ze nodig hadden. Ze parkeerden hun auto ietsje verderop, stapten uit en liepen met groten vastberaden stappen naar de plaats delict. Moet ik de rest van de garde oproepen voor het zoeken van eventuele vingerafdrukken: vroeg Olafson. Jonasson knikte zwijgend waarna Olafson een eindje verderop ging staan om te bellen. Niet veel later kwam hij terug met de mededeling dat de mensen van de technische recherche onderweg waren en dat ze binnen tien minuten ter plaatse zouden zijn. De stilte op de plaats waar ze zich bevonden had een onaangenaam effect gegeven op Jonasson die opeens krijtwit weggetrokken was. Hij had hier in een droom ookal gestaan en dat maakte hem grote zorgen. Wat had die droom in hemelsnaam te betekenen? Had die echt iets met deze zaak te maken? In de verte hoorde hij het geluid van naderende sirenes en zag hij het felle schijnsel van de blauwe zwaailichten van de naderende combi’s tussen de bomen opdoemen. Ze zijn er eindelijk: zei hij tegen Olafson die wat dichterbij was gekomen omdat hij zich zorgen om zijn collega begon te maken omdat hij opeens zo bleek geworden was.wat is er: vroeg Olafson. Voel je je niet goed Jonasson? Je ziet opeens zo bleek? Het is niets: loog Jonasson op goed geluk. Maar Olafson liet zich niet makkelijk van zijn stuk brengen. Je liegt Jonasson: zei Olafson op kalme toon. Ik zie aan je gezicht dat er iets is, anders zou je nu niet zo bleek zien. Een nachtmerrie: zuchtte Jonasson, hoewel je het eigenlijk geen nachtmerrie kunt noemen. Ik heb over deze plek gedroomd, en ik moet zeggen dat het niet echt een aangename ervaring was om over deze plaats te dromen. De sirenes hielden abrupt op. De technische recherche was eindelijk gearriveerd. Jonach Smets en zijn collega’s stapten uit hun wagens en liepen op Jonasson en Olafson toe. de groep verdeelde zich over de verschillende grotopeningen waarna ze de grotten betraden en in de ondoordringbare duisternis verdwenen. Jonasson keek Olafson met een glazige blik in de ogen aan, maar hield zijn lippen stijf op elkaar alsof hij bang was iets te zeggen. Die droom die hij een tijdje terug had gehad was ook zo levensecht geweest. Een plotse angst overviel hem met zo’n kracht dat hij bang was dat hij daaronder zou bezwijken. Hij was blij dat Olafson nu zijn gelaatsuitdrukking niet opmerkte, maar dat moment duurde niet lang Olafson echter liet niet blijken dat hij Jonassons angst gezien had, maar Jonasson wist maar al te goed dat hij zijn angst wel degelijk ontdekt had, dat stond als een paal boven water.

Het duurde minstens een kwartier voordat de mensen van de technische recherche de grotten weer verlaten hadden. smets was de eerste die op Jonasson en Olafson toeliep om hen mee te delen dat hun werk erop zat. Ze hadden overal vingerafdrukken genomen en nu was het hun beurt om de grotten grondig te onderzoeken. Je hebt samen met je medecollega’s prima werk geleverd: zei Jonasson waarna hij smets een schouderklopje gaf. Smets glimlachte alleen maar. Hij wenkte zijn collega’s en begaven zich terug naar de combi’s. terwijl ze wegreden keek Jonasson voor de zoveelste keer om zich heen. Hij wenkte Olafson waarna ze samen naar de grotopeningen liepen. De openingen leken wel gapende bekken van haaien of andere zeedieren die op hen lagen te wachten om hen op te slokken. Ze stapten de grot binnen waar de duisternis compleet was.Het duurde even voordat hun ogen aan de duisternis gewend waren. De grond waarop ze liepen was gladgepolijst en Jonasson vroeg zich af van welk materiaal de grond gemaakt was. Toen hij dit alles bedacht kwam er opeens een heel logische gedachte bij hem op, een gedachte die nog logischer leek als hetgeen hij zonet bedacht had. De grond was helemaal niet gladgepolijst, het feit dat de grond zo glad was was te wijten aan het feit dat de grotten zich onder het meer bevonden. Jonasson vervloekte zijn lompheid in stilte want hij wilde voorkomen dat Olafson dat zou opmerken. Je bent zo stil Jonasson? Is er iets? Jonasson schudde krachtig het hoofd. Toen zijn ogen aan de duisternis gewend waren ontdekte hij dat de grot waardoor ze nu aan het lopen waren in verschillende delen verdeeld was. En nog wat later besefte hij dat dat kamers of slaapvertrekken waren. Dus dat was de schuilplaats of liever gezegd de verblijfplaats van de bende van christophe Van geel en Kurt Lambregts. Dus dat wilde ook zeggen dat Naomi hier ook ergens moest zijn bedacht hij in zichzelf. Jij doet de linkerkant en ik doe de rechterkant: zei Jonasson die Olafson een klopje op de schouder gaf. Jonasson draaide zich half om naar de kant die hij grondig zou doorzoeken zonder ook maar op een reactie van Olafson te wachten en verdween algauw uit het gezichtsveld van zijn beste vriend. Olafson richtte zijn blik op de kant die hij zou onderzoeken en algauw was hij in de ondoordringbare duisternis verdwenen.

Naomi spitste haar oren. Ze meende een geluid gehoord te hebben maar het echt zeker weten deed ze het niet. Ze dacht dat ze een mannenstem meende te horen, maar voordat ze zich daarop concentreren was het alweer stil geworden in de omliggende grotten. Waar kwam die stem in hemelsnaam vandaan? Ik weet zeker dat dat die verdomde politieman was: zei ze hardop tegen zichzelf. Die man moet eraan. Ze luisterde gespannen naar de ijzige, drukkende stilte om haar heen. Nog even en die vervloekte politieman is van mij. En zijn collega natuurlijk ook.

Jonasson bleef opeens als aan de grond genageld staan en spitste zijn oren. Hij stond bij een stalactiet die zo glad was als een meer dat al wekenlang bevroren was. Hoorde ik niet iemand iets zeggen? Indien dat wel het geval was wist hij wat er hem te doen stond. Maar zou hij met zijn gsm ontvangst hebben in deze vervloekte grotten? Hij dacht van niet. Hij liep verder, wetende dat hij door zo te staan op dit moment kostbare tijd aan het verliezen was. Toen kwam hij bij de slaapvertrekken van Kurt Lambregts. Hier bleef hij opnieuw staan. Hier is het: zei hij hardop tegen zichzelf. Hier is het spreekwoordelijke hol van de leeuw. Eens kijken of er iets te vinden is wat goed van pas zou kunnen komen in het onderzoek. Maar Jonasson vond niet direct iets wat eventueel van pas zou kunnen komen in de zoektocht naar de moordenares van Lisa turx en diens ouders en de bende van christophe Van geel en Kurt lambregts. Misschien heeft Olafson meer geluk.

Olafson keek versuft om zich heen en vroeg zich af hoelang hij hier al aan het rondneuzen was.zou Jonasson misschien iets gevonden hebben? Hij haalde zijn gsm uit zijn broekzak en toetste Jonassons nummer in. Tot zijn grote ergernis had hij geen ontvangst. Verdomme: siste hij gefrustreerd. Hoe kan ik Jonasson in hemelsnaam laten weten dat er niets te vinden is? Hij draaide zich half om en bestudeerde zijn schoenen. Opeens schrok hij op doordat hij een eigenaardig geluid hoorde. Zou er dan toch iemand aanwezig zijn? Het leek wel of er een ijzeren vuist zijn hart omsloten had. Hij rilde opeens van de kou, hoewel het op deze plaats niet zo koud was. Verbeeldde hij het zich of hoorde hij echt een stem iets onverstaanbaars tegen hem zeggen? Olafson bekeek elk slaapvertrek van de bende, maar hij had niets gevonden wat misschien van pas zou kunnen komen.  Olafson zuchtte diep en besloot om weer naar het middelpunt van de grot te gaan om daar op Jonasson te wachten. Hopelijk heeft hij echt meer succes gehad dan ik: zei hij terwijl hij zijn uiterste best deed om een geeuw te onderdrukken. De stilte die er in de grot heerste was als het graf en drukte als een loodzwaar voorwerp op zijn hart. Even was hij bang dat hij zou flauwvallen of sterven, maar daar verzette hij zich tegen, ookal kostte hem dat enorm veel energie.                                                                                      Het leek wel of de temperaturen aan het dalen waren ookal was hij er rotsvast van overtuigd dat dat niet zo het geval was. Overal om hem heen hoorde hij druppelend water, maar zag geen enkele druppel op de gladde vloer vallen. Toen hij in het midden van de grot aankwam zag hij tot zijn grote schrik dat Jonasson er nog niet was, ze waren nochtans tegelijkertijd vertrokken. Jonasson waar ben je? Zijn stem bleef tussen de wanden hangen en weergalmde door heel de ruimte en had een spookachtig effect op hem. Angst schoot als braaksel naar de keel, maar hij slikte de krop weg.

Jonasson was doodop toen hij alle vertrekken grondig had doorzocht. Hij kon het feit niet verkroppen dat hij niets bruikbaars voor het onderzoek gevonden had, maar langs de andere kant had hij ook niet veel verwacht. Hij hoopte vurig dat Olafson iets gevonden zou hebben maar ook dat leek hem maar een schrale troost te bezorgen. Hij besloot om weer naar het middelpunt van de grotten te gaan om vandaaruit weer naar het politiebureau te rijden. Toen hij eindelijk bij het middelpunt van de grotten aankwam en daar Olafson zag staan maakte hij bijna een vreugdesprongetje. Voor Olafson gold natuurlijk hetzelfde. Heb jij iets gevonden Olafson: vroeg hij toen zijn hartslag gekalmeerd was. Olafson schudde krachtig het hoofd. Jonasson keek zijn collega met een spijtige blik in zijn diepblauwe ogen aan en schudde ook krachtig met het hoofd. Ik heb ook niets gevonden wat misschien van cruciaal belang zou kunnen zijn voor het onderzoek. Opeens keek Jonasson verstard naar zijn collega. Hebben we wel grondig genoeg gezocht: vroeg hij zich hardop af terwijl hij Olafson aanstaarde. Indien dat wel het geval moest zijn moeten we terug zoeken en deze keer grondiger dan daarjuist. Olafson keek Jonasson aan alsof hij op het matje geroepen werd. Aan de slag Olafson: zei Jonasson waarna hij zich omdraaide en weer naar de slaapvertrekken van christophe van geel en Kurt Lambregts liep. Wat als Luycx daarachter zou komen? Daar wilde hij al niet teveel bij stilstaan. Het duurde even voordat hij weer bij de slaapvertrekken van de boezemvrienden aankwam. Opnieuw had hij het onbehaaglijke gevoel dat hij weer eens voor de zoveelste keer aan het falen was. Shit. Opeens viel zijn blik op een voorwerp dat hem eerder niet was opgevallen. Het ding stond op een schap dat recht tegenover hem aan de wand hing. Hij liep eropaf, pakte het voorwerp van de plank en bestudeerde het heel aandachtig. Het was een glazen fles, en in die fles zat een doorzichtige substantie die hij nog nooit eerder gezien had, hij wist echter wel meteen dat het spul dat in die fles zat zeer gevaarlijk kon zijn. Het leek misschien wel sterk op één of andere sterke drank – wodka bijvoorbeeld – maar dat was het beslist niet. Hij moest die fles aan Olafson laten zien en liefst zo snel mogelijk. Hij zette de glazen fles met de mysterieuze substantie voor zich op het gladgepolijste bureau waarna hij zijn aandacht op de zich daaronderbevindende laden richtte. Hij deed de bovenste la voorzichtig open alsof hij bang was dat hij teveel lawaai zou maken, maar daar moest hij zich geen zorgen over maken. In de grotten heerste de stilte van het graf. De bovenste bureaulade was leeg, maar hij gaf de moed niet op. Hij sloot de lade om vervolgens de tweede te openen. En die bleek ook leeg te zijn. Hij deed de derde en meteen ook de laatste bureaulade open, en daar vond hij eindelijk iets wat misschien voor een doorbraak zou kunnen zorgen. Hij haalde het ding eruit en zag meteen dat het een album van iets moest zijn. Hij deed het album open, bladerde er geconcentreerd in en zag algauw dat het boek waarin hij aan het bladeren was een fotoalbum was. Eindelijk heb ik iets gevonden: zei hij hardop tegen zichzelf. Hij bekeek de andere kasten die er stonden en zag tot zijn grote teleurstelling dat ze allemaal leeg waren. Maar hij had tenminste iets. Zijn tweede zoektocht door Kurt Lambregts slaapvertrekken was toch een succes voor hem geweest, en voor Olafson? Het antwoord op die vraag zou niet lang op zich laten wachten. Daar was hij heel zeker van. Yes! Hij ging op Kurts bed zitten en bekeek het fotoalbum nogmaals aandachtig. Misschien zaten daar foto’s bij die als bewijsmateriaal konden dienen. En hij kreeg gelijk zo bleek al snel. Hij sloeg een blad om en stuitte op een paar foto’s die van de reünie moesten zijn. Terwijl hij die foto’s bekeek begon zijn hart sneller te slaan. Hij had eindelijk gevonden wat hij zocht. Maar wat had Kurt in hemelsnaam aan dit fotoalbum, wetende dat hij blind was? Daar moest hij zo snel mogelijk achter zien te komen.

Olafson zuchtte diep en keek nogmaals versuft om zich heen. Hij had alle kasten van Christophe uitgekamd maar hij had niets gevonden wat hij wilde. Zou Jonasson iets ontdekt hebben? Hij ging op bed zitten en boog het hoofd. Dit is echt waardeloos en vooral zinloos: zei hij hardop tegen zichzelf. Hij ging liggen en staarde naar het donkere plafond. Ik ben iets over het hoofd aan het zien maar wat weet ik niet. Hij voelde de vermoeidheid toeslaan, en wat had het voor zin om daartegen te vechten? Maar hij moest doorzetten, hoe gefrustreerd hij ook was. Hij slaakte een diepe zucht en stond dik tegen zijn zin op en liep naar het bureau dat in de linkerhoek van de ruimte stond. Hij deed de eerste lade open vurig hopend dat daar misschien iets in zou liggen, maar die hoop was ijdel. Hij deed de lade dicht waarna hij de tweede opende. Hij keek erin, voelde met zijn handen in alle hoeken, maar ook dat leverde niets op. Hij deed de bureaulade dicht en vestigde al zijn aandacht en concentratie op de derde en meteen ook de laatste bureaula. Hier moest iets inzitten, dat kon gewoon bijna niet anders. Zijn woede en frustratie sloeg meteen om in opwinding toen hij de bureaulade opengedaan had. Hij ging op zijn knieën zitten en keek in de onderste schuif. Hij zag iets liggen maar wat precies kon hij niet zien. Hij stak zijn arm uit en haalde er een boek uit. Eindelijk heb ik iets gevonden. Dat werd tijd. Hij deed de bureaulade dicht waarna hij op het bed ging zitten, het boek op zijn schoot legde en het opensloeg. Hij zag meteen dat het een fotoalbum was. Hier moet bewijsmateriaal inzitten: zei Olafson hardop tegen zichzelf. Aan het begin van het boek waren er niet zo’n interessante foto’s, maar naarmate hij verderbladerde des te interessanter de foto’s werden. Hij zag meteen dat er foto’s van de reünie inzaten, en dat was nu juist wat ze nodig hadden. Maar wat had Christophe Van geel in hemelsnaam aan een fotoalbum? Hij kon niet eens zien wat er op die foto’s te zien was. Kurt Lambregts was volledig blind, dus hij kon totaal niets meer van die foto’s zien, maar had Kurt Lambregts ook zo’n fotoalbum zoals christophe, of was christophe de enige die zo’n fotoalbum had? Die vraag moest hij aan Jonasson stellen vanaf het moment dat ze elkaar weerzagen. Christophe was zwaar slechtziend, dus hij kon eigenlijk ook niet zien wat er op die foto’s te zien was. Dus wat deed dat fotoalbum verdomme in zijn onderste bureaulade?

Jonasson liep al zuchtend naar de deur van de slaapvertrekken van Kurt Lambregtsdie op een kier stond. Er klopt iets niet, maar ik kan het niet zien. Hij liep de donkere gang op waarna hij de zware deur achter zich dichtdeed en tegen de gladde grotwand bleef staan. Hij kreeg weer het gevoel dat hij aan het falen was. Ik moet echt mijn ontslag gaan indienen: zei hij hardop tegen zichzelf. Zijn stem weergalmde spookachtig door de gang en even was hij bang dat iemand zijn stem gehoord zou hebben. Hij liep langzaam naar het middelpunt van de grotten waar hij tegen de linkerwand ging staan om op Olafson te wachten. Zou hij iets gevonden hebben? Hij hoopte van wel. De stilte was diep en had een dreigende werking op de nabije omgeving. Na een tijdje hoorde hij in de verte zware voetstappen weerklinken. Jonasson spitste zijn oren en luisterde zeer aandachtig naar het geluid van Olafsons zware, naderende voeten. En heb je iets gevonden: vroeg Jonasson toen Olafson binnen gehoorsafstand was. Olafson knikte enthousiast waarna hij zich bij zijn collega voegde. Een vleermuis scheerde rakelings langs hen heen. Even had Jonasson het idee dat de vleugels van de vleermuis zijn gezicht even had aangeraakt. Ik heb een fotoalbum gevonden: zei Olafson de stilte die er tussen hen heerste verbrekend, en geloof me daar staat zeer interessant materiaal in, materiaal dat zeer waarschijnlijk goed van pas zou kunnen komen bij ons onderzoek: voegde hij er enige tijd later aan toe. Ik heb ook een fotoalbum gevonden: zei Jonasson kalm, waarschijnlijk is dat fotoalbum hetzelfde als hetgeen jij gevonden hebt. Maar dat is niet het enige wat ik gevonden heb: voegde hij er direct aan toe. Wat heb je dan nog meer gevonden? Een glazen fles met een doorzichtige mysterieuze substantie in: antwoordde Jonasson met een trotse ondertoon in zijn stem. Ik vraag me af wat die fles temaken heeft met deze moeilijke en vooral lastige zaak: zei Olafson die zijn collega niet-begrijpend aanstaarde. Daar kunnen we alleen maar achterkomen als we dat nader gaan bekijken: zei Jonasson op raadselachtige toon, waarna hij Olafson wenkte en hem naar de uitgang van de grotten voerde. Jonasson was blij dat dit eindelijk achter de rug was. Hij snakte naar frisse lucht en die kon hij maar op één plaats vinden, namelijk buiten aan de oever van het spiegelgladde, zwarte, mysterieuze meer. De angst om door iemand gezien te worden was aanzienlijk verminderd. Maar toch had Jonasson het onbehaaglijke gevoel dat iets of iemand hem en Olafson nauwlettend in de gaten hield, maar hoe kon hij dat in hemelsnaam tegenover Hoofdcommissaris Luycx bewijzen? Ze stapten zwijgend in de auto waarna ze weer naar het politiebureau reden. Jonasson keek met een verslagen blik in zijn glazige ogen naar de langs flitsende huizen, weiden, velden, bossen, modderige hopen die niets voorstelden, bomen waarvan de bladeren er troosteloos bij hingen en kleine, smalle straatjes en stegen die je je niet opgevallen zouden zijn als je niet aandachtig op de weg lette zoals Jonasson dat nu deed. Angst wrat aan hem. Olafson concentreerde zich zeer aandachtig op de weg die zich voor hem bevond, waarbij hij zijn lippen stijf op elkaar hield. Hun zoekactie had toch iets opgeleverd. Iets wat ze eindelijk konden gebruiken bij het verloop van het onderzoek. En dan had je het onbekende gouden zwaard ook nog, maar Jonasson had sterk het idee dat het gouden zwaard waarover Naomi iets in haar testament had geschreven niets maar ook niets met deze zaak te maken had. Maar langs de andere kant mocht hij het gouden zwaard absoluut niet uit het oog verliezen. Hij moest aan die Nicky vragen ofdat ze dat zwaard daadwerkelijk van haar vriendin in ontvangst had genomen of niet. En als dat zo was moest hij zich de vraagstellen waar zich dat zwaard bevond. Zorg ervoor dat niemand het te zien krijgt had er op het papier gestaan. Zou Nicky  daarom misschien het zwaard in een goedbeveiligde kluis hebben verborgen, een kluis waarvan alleen zij de code kende? Of had ze dat zwaard op haar kamer verborgen in een kast die op slot kon en waarvan zij alleen de sleutel had? Op die vragen moest hij zo snel mogelijk een antwoord krijgen, en dat kon hij alleen maar krijgen als hij met haar over het zwaard ging praten. Maar dat moest maar tot de volgende dag wachten. Nu was het nog te vroeg om daaraan te beginnen vond hij.

Hoofdcommissaris Luycx zat achter zijn bureau zijn hoofd rustend op beide armen. Voor hem lag nog steeds hetzelfde memo dat hij een tijdje geleden nog aan het lezen was. Het was oersaai, maar hij moest het tegen overmorgen uit hebben. Naast het werk dat hij bij de politie deed zat hij ook nog eens bij de politiek, maar hij was van plan om er in de nabije toekomst uit te stappen want hij vond dat er dingen waren waarmee hij het oneens was, en luisteren deden ze toch niet naar hem hoezeer hij ook zijn best deed om de rest van de partij ervan te overtuigen dat hetgeen zij beslisten allesbehalve oké was, en dan had hij het vooral over de toekomst. Langs de andere kant wou hij het ver schoppen in de politiek. Hij droomde er al jaren van om minister te worden, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. En ooit in zijn stoutste dromen wou hij premier van dit vervloekte land worden, of koning. Wat als hij premier of koning werd? Zou het dan nog steeds hetzelfde zijn als nu het geval was, of zou hij drastische veranderingen doorvoeren? Die vragen had hij zich al dikwijls gesteld en vooral op de momenten waarop hij alleen was zoals nu het geval was. Zijn gedachten werden ruw verstoord door het plotselinge gerinkel van de telefoon die naast hem op het bureau stond. Hij zuchtte diep en nam de hoorn van de haak. Hoofdcommissaris Luycx: zei hij met een iet of wat scherpe ondertoon in zijn toch al ruwklinkende stem. Met wie heb ik het genoegen?    

Aan de andere kant van de lijn viel er een doodse stilte. Met wie heb ik het genoegen: vroeg Luycx nogmaals maar nu klonk zijn stem scherper dan de vorige keer. Hoofdcommissaris ik ben het: zei Jonasson wiens stem helder en vastberaden klonk. Jonasson: vroeg Luycx op verbaasde toon, zijn scherpe ondertoon in zijn stem was als sneeuw voor de zon verdwenen. Weet je wel hoe laat het is? Ja dat weet ik maar al te goed Hoofdcommissaris, maar het is zeer belangrijk en ik denk dat je wel geïnteresseerd  zult zijn in hetgeen ik je te vertellen heb. Er viel opnieuw een stilte, een langere ditmaal en toen: wat heb je me te vertellen Jonasson? We hebben de grotten grondig onderzocht en we hebben daar twee fotoalbums en een glazen fles gevonden. Een glazen fles: vroeg Luycx op nog steeds diezelfde verbaasde toon. En wat zit daar in? Een doorzichtige vloeistof waarvan ik niet weet wat die vloeistof precies is: zei Jonasson op kalme toon hoewel hij zich helemaal niet kalm voelde. Olafson heeft ook zijn werk prima gedaan, want zowel hij als ikzelf hebben een fotoalbum gevonden en het straffe aan dit verhaal is dat de fotoalbums  identiek zijn en in beide exemplaren zitten foto’s  van de reünie waarbij Naomi om het leven is gekomen. Prima werk heren: zei Luycx die een brede glimlach niet kon onderdrukken. Breng die glazen fles naar het labo, en ga morgen met die Nicky Campo over die fotoalbums praten, misschien  kan zij jullie verderhelpen. Bedankt: zei Jonasson

waarna hij de verbinding verbrak en zijn tocht naar huis verder zette. Eindelijk.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.