Het machtspel: Hfdst 5: De onverwachte doorbraak

Door Nature gepubliceerd op Saturday 28 May 20:14

Hoofdstuk 5 De onverwachte doorbraak

 

Hoofdstuk 5 De onverwachte doorbraak

Jonasson zat achter zijn bureau en zette alles wat er gebeurd was op een rijtje. Hoofdcommissaris Luycx leek niet echt tevreden over het feit  dat hij en Olafson de medeleerlingen en studenten van het slachtoffer gingen ondervragen, maar langs de andere kant kon hij niet anders dan ermee instemmen want algauw bleek dat het slachtoffer geen verdere familie meer had buiten haar ouders. Jonasson was er echter ook van overtuigd dat de oplossing van dit alles zich verborgen hield bij de studenten. Hij wist zeker dat er iets gebeurd moest zijn in de tijd dat zij nog op school zat. Terwijl hij dit alles bedacht had ging de telefoon. Hij strekte zijn rechterhand uit en nam de hoorn van de haak, benieuwd wie er nog zo laat op de avond belde. Met Jonasson: zei hij terwijl hij zijn uiterste best deed om een plotselinge geeuw te onderdrukken. Hij was verbaasd  dat hij Olafsons stem door de luidspreker horde. We hebben een lijk gevonden: zei hij op kalme toon, ‘en zo te zien is het geen zelfmoord: voegde hij er enige tijd later aan toe. Jonasson vloekte inwendig toen hij dat hoorde. Alweer een lijk, waarom houdt dat in hemelsnaam nooit eens een keertje op? De patholoog-anatoom is al ter plaatse: zei Olafson de steeds pijnlijkerwordende stilte verbrekend. Is het lijk al geïdentificeerd: vroeg Jonasson die nog altijd niet kon geloven dat er echt weer een lijk gevonden was. We weten het niet helemaal zeker, maar we denken dat het lijk dat we gevonden hebben van een zekere Kurt Lambregts is: zei Olafson Ik kom eraan: zei Jonasson die opstond, zijn jas van de bureaustoel haalde en die aantrok. Geef me hoogstens een kwartiertje de tijd: zei hij waarna hij de verbinding verbrak. Hij draaide zich om liep naar de deur en stapte even later in zijn auto.

Naomi bevond zich weer in haar schuilplaats, blij dat haar eerste taak erop zat. Christophe Van geel was al dood en dat dankzij zijn vriend Kurt Lambregts, dus daar hoefde ze zich al geen zorgen meer rond te maken. De rest van de bende zou weldra ook sterven wist ze en dat allemaal dankzij haar wraak jegens hen. Onwillekeurig vroeg ze zich af of ze de rest van haar klasgenoten ook moest uitmoorden of niet. Zij hadden onrechtstreeks ook iets misdaan, door gewoon toe te kijken hoe zij in elkaar geslagen werd. Zij echter hadden moeten ingrijpen wat ze niet gedaan hadden, iets wat ze echter wel hadden moeten doen.waarom hadden ze niet ingegrepen? Waren ze misschien bang dat ze als ze ingrepen ook in elkaar geslagen zouden worden om ervoor te zorgen dat zij de leerkrachten niet konden inlichten over het feit dat er serieuze rellen aan de gang waren? Dat zal er wel dik ingezeten hebben dacht ze met pijn in haar hart, hoewel ze geen hart meer had. De volgende keer ging ze de rest van de bende die christophe Van Geel en Kurt Lambregts  gevormd hadden met de harde hand aanpakken, weldra zou de politie een hele hoop lijken aantreffen. Ze had gezien hoe de politie de lijken behandelde om ze daarna naar het labo te voeren Inwendig zat ze de politie uit te lachen omdat ze zo stom waren om de aanwijzingen die er waren over het hoofd te zien. Typisch de politie: dacht ze hardop in zichzelf. Ze moest de politie in het oog houden en liefst zo snel en zo intensief mogelijk, ookal moest zij daardoor een hele hoop slaap laten schieten. Maar dat had ze ervoor over. De stilte om haar heen deed haar goed. Eindelijk weer rust: zei ze tegen zichzelf. Met die stilte om me heen kan ik tenminste deftig aan mijn planning voor de toekomst werken: voegde ze er enige tijd later aan toe. Of lievergezegd: met die stilte om me heen kan ik tenminste deftig mijn plannen  bewerken of indien nodig corrigeren  of in het slechtste geval helemaal opnieuw beginnen met bedenken wat er beter kan en wat er al goed is. Ze slaakte een diepe zucht, waarna ze weer aan de slag ging. Hopelijk spendeer ik daar minder tijd aan als de vorige keer: zei ze tegen zichzelf.

Toen Jonasson eindelijk op de plaats delict aankwam was er meer tijd verstreken dan hij oorspronkelijk gedacht had. Hij had er minstens een halfuur langer over gedaan om hierheen te komen, iets waar hij nietbepaald trots op was. Dus daar ben je eindelijk Jonasson: zei Olafson die het feit dat hij geïrriteerd klonk vanwege Jonassons late aankomst niet onder stoelen  of banken kon steken. Sorry dat ik zo laat ben ik had gedacht dat ik er minder lang over zou doen, maar ik heb me daarin lelijk vergist. Olafson knikte kort waarna hij zijn collega een vernietigende blik toewierp. Je moet eens leren wat het verschil is tussen een kwartier en een halfuur Jonasson: zei Olafson op scherpe ietwat ijzige toon. Ja ik weet het ondertussen al wel hoor en het spijt me enorm Olafson. Moet ik nu ook nog mijn excuses aanbieden? Het enige wat je op dit moment mag doen is je bek houden  en aan het werk gaan. Je hebt al genoeg tijd verloren, en nu mag je de rest van het werk alleen doen, ik heb al genoeg gedaan voor vanavond, nu mag jij ook eens uit de pijp komen. Vindt jij ook niet? Jonasson hield koppig zijn mond en vertikte het om zijn collega in de ogen te kijken. O ja voordat ik het vergeet: zei Olafson op nog scherpere en ijzigere toon als voordien ‘je mag blij zijn dat ik Hoofdcommissaris Luycx daarover nog niet heb aangesproken. Toen hij dat gezegd had draaide hij zich abrupt om en liep zonder nog één woord of hem een blik waardig te keuren weg. Jonasson keek om zich heen en bestudeerde de plaats delict zeer aandachtig. Natuurlijk was al het werk al gedaan of toch bijna al het werk. Het lijk was al weg, alleen het oranje politielint bleef nog over. Het begon te schemeren en alsof dat nog niet genoeg was begon het ook nog zachtjes te regenen. Hij liep nijdig op zichzelf weer naar de auto deed de koffer open, op zoek naar een zaklantaarn of iets anders wat licht kon geven, want de duisternis viel al zeer snel in. Toen hij eindelijk iets gevonden had wat degelijk licht gaf, sloot hij zijn auto af en ging weer naar de plaats delict waar hij het licht van zijn zaklantaarn op wierp, vurig hopend dat hij doormiddel van het licht van de zaklantaarn iets kon zien wat misschien van groot belang kon zijn. En dat gebeurde uiteindelijk ook. Toen zijn ogen eindelijk aan het felle schijnsel van de zaklantaarn gewend waren ontdekte hij donkere schaduwen die – dat dacht hij tenminste – openingen of een opening van een ondergrondse ruimte of een grot kon zijn. Hij liep erop af en bekeek toen de schaduw eens wat beter en zag inderdaad dat die donkere vlek afkomstig was van een grotopening. Toen hij zich weer omdraaide hoorde hij in de verte het geluid van voetstappen die al snel dichterbijkwamen waarna even later Olafson in het schijnsel van het licht kwam te staan. Jonassons hart sloeg bijna een slag over, zo opgelucht was hij Olafson weer te zien. Ik was even bang dat je dat misschien niet ging doen: zei Jonasson op kalme toon, en even was hij bang dat hij in tranen zou uitbarsten, maar dat gebeurde gelukkig niet. Ik was ook eerst van plan je alleen te laten, maar toen besefte ik opeens dat dat onverantwoord van me was. Maar goed. Zand erover. Jonasson lachte uitbundig waarna hij Olafson omhelsde en de verleiding weerstond hem een kus op de wang te geven. Hij had ook het gevoel dat ze twee buberende jongeren waren die voor de zoveelste keer ruzie met elkaar hadden en die het weer bijlegden. Hoe is het slachtoffer om het leven gebracht: vroeg Jonasson de stilte verbrekend. En hoe weten wij in hemelsnaam dat die lijken – waarvan we één verkoold hebben aangetroffen te midden van een bosbrand -  die van Christophe Van Geel en het lijk dat we nu gevonden hebben van  Kurt Lambregts was? Ik herkende die van in de krant: zei Olafson op een toon die liet blijken dat dat zo klaar was als een klontje. Ben je daar absoluut zeker van Olafson? Olafson knikte langzaam alsof hij er toch niet zo zeker meer van was dan hij eerst gedacht had. Niet dus: zei jonasson. Jonasson schudde opeens zijn hoofd. Daarvoor is DNA-onderzoek nodig: zei Olafson kalm. Inderdaad: zei Jonasson. De doodsoorzaak bij Kurt Lambregts is zeer simpel: verstikking door water op de longen. Christophe Van Geel echter is doodgeschoten: voegde hij er enige tijd later aan toe. Dat kon de patholoog-anatoom al zeer snel met trotse zekerheid vaststellen. Dan heeft hij inderdaad zeer snel gewerkt: merkte Jonasson zeer scherpzinnig op. En weet hij ook misschien iets af van het tijdstip van het overlijden? Dat kon hij niet melden: zei Olafson. Spijtig. Er viel een stilte. De vraag is alleen hoedat hij daar achtergekomen is: voegde hij er de stilte verbrekend aan toe. Daar kunnen we zeer snel achterkomen: zei Olafson. Er viel even een doodse stilte. Er zijn al vijf mensen vermoord en we staan nog altijd geen stap verder: zei Jonasson met een diepe zucht de doodse stilte verbrekend. Pardon? Het is toch zo Olafson, er zijn al vijf slachtoffers en de zaak zit nog altijd muurvast, tenzij ... Jonasson deed er abrupt het zwijgen toe alsof er hem opeens iets tebinnenschoot wat hij zonet nog gezien en vergeten was. Olafson kom onmiddellijk mee, ik denk dat ik iets ontdekt heb wat misschien van belang is voor het onderzoek. Jonasson liep naar de plaats waar hij eerder die avond die donkere schaduwen gezien had. Olafson liep achter hem aan en bleef bij Jonasson staan die wees naar de plaats waar zich de opening van een grot of een ondergrondse ruimte bevond. Zou dat echt een grot kunnen zijn; vroeg Olafson die nauwelijks kon geloven dat er echt een grot of een ondergrondse ruimte was. Moet ik de technische recherche bellen; vroeg Olafson. Wacht daar nog een tijdje mee: zei Jonasson op bevelende toon. Wat je wel mag doen is de rest van de garde optrommelen, ik wil dit terrein helemaal onderzocht hebben voordat de dag aanbreekt. Olafson draaide zich zonder iets te zeggen om en liep naar de bosrand ietsje verderop, pakte’ zijn mobieltje uit zijn broekzak en belde de overige collega’s. Jonasson voelde dat ze op dit ogenblik op het randje van een belangrijke doorbraak van het onderzoek stonden. De rest is onderweg: zei de stem van Olafson die vlak bij zijn beste vriend bleef staan. De stilte om hen heen was drukkend. Jonasson draaide zich om en liet zijn blik op het spiegelgladde meer rusten. Ik vind dat we morgen met het ondervragen van de studenten moeten beginnen: zei Olafson kalm. Dat ben ik met je eens: zei Jonasson. Na een kwartiertje hoorden ze in de verte het geluid van naderende sirenes. Jonasson had het gevoel dat het water waarnaar hij aan  het kijken was misschien ook veel verrassingen te bieden had. Hoe hij opeens op die gedachte kwam wist hij echter niet, maar toch kon hij dat feit niet uit zijn hoofd zetten, hoezeer hij dat wilde en hoezeer hij daar ook zijn best voor deed wilde het hem niet lukken. Toen zagen ze de blauwe zwaailichten van de naderende politiewagens in de verte opdoemen.  Eindelijk zijn ze er

Naomi steeg ietsje op want ze had zin om frisse lucht te scheppen. Toen ze dat wilde doen hoorde ze ver boven haar stemmen weerklinken, stemmen die ze nog nooit eerder gehoord had. Wat hadden ze hier in hemelsnaam te zoeken verdomme? Is er iets gebeurd misschien? Ze spitste haar oren en luisterde aandachtig naar wat ze te zeggen hadden. Ze hadden het over lijken die ze eerder die avond gevonden hadden. Verdomme ik ben ontdekt: zei ze in een vlaag van blinde paniek die haar opeens overmande. Ze hebben mij nog niet gezien, dus ze kunnen moeilijk weten dat ik achter dit alles zit. De stemmen hielden abrupt op alsof ze haar gehoord hadden. Ze draaide zich om en zonk weer in de diepte van het meer, ze had wel andere dingen aan haar hoofd, dingen die ze zo snel mogelijk gedaan moest hebben. Onwillekeurig moest ze weer aan de gebeurtenissen van die dag denken. Ze hadden ruzie om iets gehad, maar wat wist ze niet direct. Één ding wist ze wel en dat was dat het iets met een zwaard te maken had, of had het er toch niets mee te maken? Het was zo lang geleden dat ze het niet meer zeker wist.  Had het ook niet met een soort ritueel te maken, en hadden ze geen ruzie gemaakt toen ze op de hogeschool zaten? En was het eigenlijk wel een ruzie? Ze wist het niet meer en dat baarde haar enigszins grote zorgen. Moest zij niet iets doen tijdens een reünie?   Was zij niet alleen met een paar andere studenten, en hadden zij haar niet gedwongen iets te doen waar zij bang voor was? Het angstzweet brak haar weer uit toen ze daaraan terugdacht.  Het enige wat zij nu echt zeker wist was het feit dat een zekere Jim – zijn achternaam wist ze niet meer – Kurt Lambregts, Eren Kirpik Christophe Van geel en nog anderen erbij waren geweest. Zij hadden niets misdaan, hoewel gewoon toekijken hoe iemand mishandeld werd en niets doen ook wel een misdaad was. Hadden zij optijd ingegrepen was de kans zeer groot geweest dat zij er levend vanaf zou gebracht hebben. Maar nee, zij deden niets hoe hard zij ook geschreeuwd had, maar langs de andere kant: wat moesten ze doen op het moment dat zij aan het stikken was? Hulp gaan halen was het meest logische wat je zou kunnen doen, maar wat doe je op het moment zelf? Je wilt misschien hulp gaan halen, maar op dat moment denk je er niet aan, omdat je niet weet wat je in zo’n situatie moet doen. Kalm blijven is één ding, maar de rest… toen ze zagen dat ze aan het stikken was begonnen ze ook te panikeren. Toen ze dat allemaal bedacht wist zij ook opeens weer wat er nu weer precies gebeurd was. Ze hadden haar gedwongen om in een kist te kruipen terwijl ze heel goed wisten dat ze claustrofobie had. Maar was het wel een kist? Ze wist dat ze ergens moest inkruipen, maar het was geen kist. Of toch wel? Ja het was een kist, nu wist ze het heel zeker daar was ze in gestorven, omdat ze het deksel te lang dichthielden. En dat de leider van de groep zo stom was om niet in te grijpen begreep ze helemaal niet. Zoiets was bij een reünie totaal niet toegelaten, integendeel zelfs. Zoiets was verboden..En sindsdien hadden zij een criminele bende gevormd, vandaar dat ze liefst zo snel mogelijk allemaal uit de weggeruimd moesten worden. Christophe Van Geel en Kurt Lambregts waren al dood en daar was zij heel blij om. Kurt Lambregts had Christophe Van Geel vermoord en daar was ze hem zeer dankbaar voor, en zij had Kurt Lambregts vermoord, maar nu moest de rest van de bende zo snel mogelijk vermoord worden. En dat op zeer slinkse wijze. Zo was het gegaan en niet anders. Ze ging op de bodem van het meer liggen en probeerde zich enigszins te ontspannen wat haar ook uiteindelijk lukte. Ze was blij dat dit alles zeer binnenkort achter de rug zou zijn. Na een tijdje besloot ze om naar de omliggende grotten te gaan gewoon om te zien of de rest van de bende zich daar bevond of niet, en als ze er waren kon ze hen ook maar meteen uit de weg ruimen en was ze in één klap van al die miserie af. Ze steeg weer op en ging weer op weg naar de grotten. Ze zorgde er wel voor dat de politiemensen die boven haar aan het werk waren haar niet konden zien. Na een tijdje bereikte ze de grotten en ze had geluk, groot en veel geluk zelfs. De rest van de bende was aanwezig, maar zij hadden niet eens door dat zij er was, en dat was een enorm voordeel voor haar. Ze had veel en zeer sterk touw bij zich waarmee ze hen kon vastbinden, wurgen en tenslotte ophangen aan een boom in het bos ietsje verderop, waarna zij die boom in brand zou steken, vurig hopend dat zij daarmee alle sporen die zij eventueel had aangericht in één klap weer kon uitwissen, zodat de politie nooit te weten zou komen dat er nog een paar mensen extra vermoord waren. De overige bendeleden waren gelukkig aan het slapen. Ze ontrolde de touwen één voor één voorzichtig uit en bond ze langzaam en zeer zorgvuldig de overige, slapende bendeleden stevig aan elkaar en knoopte de overschot van de touwen om tot een stevige lus. Ze hoorde het geluid van stikkende mannen en genoot daar met volle teugen van. Toen ze zeker was van het feit dat ze gewurgd waren verliet ze langzaam de grot. De agenten waren alweer vertrokken dus ze had vrijspel. Ze vond een geschikte boom, bleef daar staan, legde de lijken op de grond en bestudeerde de omgeving aandachtig. Ze pakte de lijken op en sleepte ze wat verder naar de boom toe. Ze pakte de lus krachtig beet en hees de lijken zeer voorzichtig op, totdat ze in de lucht zweefden. Ze bond de lus stevig vast aan de bovenste takken van de boom en bekeek toen met een zeer tevreden blik in haar ogen het tafereel dat ze gecreëerd had. Ze nam een soort aansteker uit haar zak, drukte erop zodat er een vonkje vrijkwam en streek met het zilveren ding over de schors van de boom die zeer droog was, dus dat was ook nog een pluspunt. En ze slaagde er met succes in. De boom vatte meteen vlam, dat onderdeel van het plan slaagde met succes, de rest echter niet. Toen de vlammenzee           

Eindelijk de aanelkaargebonden lijken bereikten wist zij ook meteen dat de politie de verkoolde lijken op de één of andere manier toch zou kunnen identificeren. Ze bleef van op een geruime afstand naar de allesverwoestende vlammen kijken met het gevoel dat zij toch op de één of andere manier gefaald had. As dwarrelde als fijne poedersneeuw neer op het kurkdroge terrein. Ze genoot intens van de warmte die het vuur over het hele terrein verspreidde. Het duurde echter niet lang of er schoot niets meer van de boom over. Van de touwen waarmee de lijken waren vastgebonden bleef alleen een verkoolde massa over net als  van de lijken. Toen de vlammen eindelijk uitgedoofd waren ging zij weer naar haar ondergrondse watervertrekken haar pogingen om de lijken volledig te vernietigen vervloekend. Maar dat vergat ze al snel. Het enige wat nu nog telde – en daar was ze zeer tevreden over – was het feit dat ze eindelijk van die vervloekte mannen afwas.Eindelijk kon ze weer een rustig en vredig leven lijden, zonder ook maar door één iemand gestoord te hoeven worden. Nu was het de taak van de politie om deze zaak zo snel mogelijk op te lossen, zodat dit hoofdstuk voor eeuwig en altijd afgesloten kon worden. Dan was iedereen in de nabije omstreken tevreden en konden zij ook eindelijk weer eens een enigszins normaal leven leven. En dat werd te hoogste tijd vonden de mensen in de nabije omgeving, wat nietbepaald waar was. Of toch? Opeens moest ze weer aan die reünie denken. Slechts één iemand – haar beste vriendin wel te verstaan – had haar uiterste best gedaan om ervoor te zorgen dat zij nog in leven bleef, maar de leider sloeg daar geen enkele acht op en dwong haar de kist met daarin het intussen omgekomen meisje te begraven wat zij met de nodige tegenzin deed natuurlijk en daar was ze haar beste vriendin zeer dankbaar voor.

.Jonasson zat weer op zijn kantoor van het politiebureau en dacht na over de gebeurtenissen van die nacht. Het feit dat er nog eens lijken gevonden waren zorgde ervoor dat de zaak een rare wending kreeg, een wending war hij met zichzelf geen blijf mee wist. Hij nam de hoorn van de haak en belde hoofdcommissaris Luycx om hem over de feiten van die nacht in te lichten.Hij was gelukkig op zijn bureau want hij nam de hoorn vrijwel onmiddellijk van de haak.  Met hoofdcommissaris Luycx: zei hij met een stem waaruit Jonasson kon afleiden dat hij nog slaapdronken was. Dat was Hoofdcommissaris Luycx echter niet, hij dacht dat hij elk moment in slaap zou vallen maar dat gebeurde echter niet. Jonasson meldde zich aan en vertelde hem wat er die nacht allemaal gebeurd was. Hij zei er niet bij dat hij een halfuur te laat was op de plaats delict, maar hij vertelde wel dat hij een flauw vermoeden had dat de oplossing van alles zich in het mysterieuze meer bevond. Heb je daar enige argumenten voor: vroeg Luycx op enigszins bruuske toon. En hoe kun je in hemelsnaam met zekerheid zeggen dat de oplossing zich in dat mysterieuze meer bevindt? Hoe kan trouwens een oplossing van een moordzaak zich in een meer bevinden?  Ja dat weet ik maar al te goed Hoofdcommissaris, en dat spijt me oprecht. Weet je het dan nu of niet Ik weet het niet zeker Hoofdcommissaris. De oplossing van een moordzaak kan toch niet te vinden zijn in een meer: vroeg Hoofdcommissaris Luycx opnieuw. Dat is toch totaal ondenkbaar? Niet direct chef, maar ik heb het gevoel dat er iets met dat water aan de hand is, maar wat weet ik ook niet precies, maar het gevoel is er wel en ik kan het maar niet van me afzetten hoezeer ik mijn best daarvoor doe, en hoezeer ik me ertegen verzet, maar het wil maar niet lukken. Toen hij dat gezegd had viel er een doodse stilte aan de andere kant van de lijn. Jonasson vroeg zich af ofdat Hoofdcommissaris Luycx nog aan de lijn hing of niet. Na een korte poos gezwegen te hebben zei Hoofdcommissaris Luycx met de nodige tegenzin: Dan mag u morgen beginnen met het opsporen van eventuele medestudenten van Lisa Turx, ik hoop dat ik je daarmee tevreden stel aangezien ik toch geen keuze heb aangezien Lisa toch geen naaste familie meer heeft. Natuurlijk ben ik tevreden Hoofdcommissaris Luycx wat dacht je anders? Opnieuw een stilte, een langere ditmaal en toen zei Luycx die zijn uiterste best deed om niet in woedde uit te barsten: Ik dacht nu echt dat jij nooit of lievergezegd vandaag niet het laatste woord zou hebben, maar ja, jij hebt het toch meestal bij het rechtte eind, en dat zal toch nooit veranderen, tenzij ik natuurlijk opeens besluit om ontslag te nemen en tegen mijn opvolger zeg dat jij een moeilijke collega voor hem zult zijn. Toen hij dat gezegd had smeet hij de hoorn met zo’n kracht weer op de haak, dat Jonasson even bang was dat Hoofdcommissaris  Luycx echt uit zijn vel was geschoten en dat hij nu op weg was naar zijn kantoor om hem eens goed de les te lezen, Maar dat gebeurde gelukkig voor hem niet. Hij nam weer de hoorn van de haak, belde Olafson om hem te zeggen dat hij toestemming van Hoofdcommissaris Luycx gekregen had om morgen de medestudenten van Lisa Turx op te sporen en te ondervragen, waarna hij aflegde opstond, zijn kantoor afsloot en naar huis reed. Eindelijk kwam er eens wat schot in deze moeilijke, gruwelijke, onwerkelijke en vooral lastige zaak. Ik hou van je schat: zei hij kalm

Die ochtend begonnen Olafson en Jonasson al vroeg met het opsporen en ondervragen van de medestudenten van Lisa turx. Ze waren ,nu op weg naar een zekere Nicky Campo. Het weer van die dag viel heel goed mee. De hemel was helderblauw en je kon voelen dat het vandaag weer een zeer warme dag zou worden. Denk jij dat we hiermee iets gaan bereiken Jonasson: vroeg Olafson die er niet helemaal zeker van was ofdat ze er nu goed aan gedaan hadden de medestudenten van Lisa turx te ondervragen of niet. Jonasson antwoordde niet direct. Hij was de krant aan het lezen. Heb je me wel gehoord Jonasson? Jonasson knikte kort maar krachtig. Natuurlijk doen we er goed aan, het was immers jou voorstel. Wie moeten we anders ondervragen, nu we inmiddels weten dat Lisa Turx geen familie meer heeft. Na een tijdje draaiden ze de oprijlaan van een fraai gelegen landhuis op. Woont hier werkelijk een studente: vroeg Jonasson zich in gedachte af toen hij het immense gebouw eens wat beter bestudeerde. Olafson liep het pad naar de voordeur op en belde aan. De deur werd opengedaan door een beeldschoon meisje dat gekleed was in een bloemetjesjurk en een daaropassend T-shirtje dat net als het kleedje gebloemd was. Ze keek de mannen verlegen aan. Jonasson stelde zich als eerste voor waarna hij zijn legitimatiebewijs aan het meisje liet zien. Jonas Jonasson federale recherche: zei hij met een stem waaruit ze kon afleiden dat ze zich vooral geen zorgen hoefde te maken. En dit is mijn collega Kurt Olafson: voegde hij er enigszins weifelend aan toe. We zijn hier om de moord op één van je medestudenten te onderzoeken. Mogen we binnenkomen? Pardon? U spreekt niet met mijn zuster, in mijn groep is er niemand om het leven gekomen. Oh sorry jongedame ik dacht eerst dat ik… dat is helemaal niet erg hoor meneer. Het meisje keek hen verlegen in de ogen, draaide zich half om en zei: Ik zal mijn zus even laten weten dat jullie er zijn. Ze liep de hal in en liet de inspecteurs even alleen achter. Even later kwam er een jongedame voor hen in de deuropening staan. Ze liet hen zonder iets te zeggen binnen en leidde hen naar de fraai ingerichte woonkamer waar ze hen stoelen aanwees waarop ze konden zitten. Ik neem aan dat je nog thuis woont: zei Jonasson die sterk onder de indruk was met hetgeen hij rondom hem zag. Inderdaad: zei Nicky Campo op ietwat verlegen toon. Mijn ouders zijn op dit moment naar hun werk, ze zijn pas tegen vanavond weer thuis. Kan ik jullie iets te drinken aanbieden heren: vroeg ze met vriendelijke stem. Jonasson knikte, maar Olafson schudde krachtig het hoofd. Voor mij een cola alstublieft: zei Jonasson die de jonge vrouw vriendelijk aankeek. Ze stond op en liep naar de keuken om cola in twee glazen te schenken. Toen ze daarmee terugkwam bedankte Jonasson Nicky Campo uitvoerig. Wat kan ik voor jullie betekenen heren: vroeg ze nogmaals. We zijn hierheen gekomen om de moord op één van je medestudenten te onderzoeken mevrouw: zei Jonasson die haar glimlachend aanstaarde. Word ik dan meteen als verdachte beschouwt of wat: vroeg ze op scherpe toon. Al haar vriendelijkheid was opslag verdwenen. Ze keek de twee mannen één voor één kil en berekenend aan. Natuurlijk niet mevrouw: zei Jonasson die schrok van deze plotselinge ommezwaai. We komen je alleen vragen stellen. In dat geval ben ik bereid al je vragen die je aan mij wilt stellen te beantwoorden. Goed. Wanneer heb je Lisa Turx voor het laatst gezien? Dat was op de avond van de reünie: zei Nicky op kalme toon. En wanneer was die reünie? Vier weken geleden, meerbepaald op een dinsdagavond. Kunt u me ook vertellen de hoeveelste het toen was? Jazeker kan ik dat: zei Nicky Campo op nog steeds diezelfde vriendelijke toon. Dat was op de dertigste juni, en het begon om acht uur ’s avonds. En waar kwamen jullie bij elkaar? Op een plaats waar bossen, een zwart meer en grotten zijn: zei Nicky. Waar precies die grotten, bossen en het meer zijn weet ik niet, maar ik herken de plek direct als ik er opnieuw zou zijn. Gedroeg Lisa zich normaal, ik bedoel was ze zoals je ze altijd kende, of viel er jou iets op wat niet klopte? Nee, niet dat ik me op dit ogenblik kan herinneren. Lisa was gewoon zoals ze anders altijd was wanneer ik ze zag voor een schooltaak te maken. Is er iets tijdens die reünie gebeurd waardoor Lisa’s houding tegenover jou en de rest van haar medestudenten plotseling veranderd was of niet? Toch wel: zei Nicky. Kan je wat concreter zijn alstublieft? Ze wist op de één of andere manier dat er iets met haar ging gebeuren, maar wat wist zij ook niet. En toch voelde ze of kreeg ze in de gaten dat er iets met haar ging gebeuren? Ja. Hoe ben je daar achtergekomen? Ik merkte het aan haar houding, ze was ook opvallend stil geweest die dag en vooral die avond, stond de hele tijd op enige afstand van de rest van de groep en ik zag het aan de blik in haar ogen dat ze deze zaak op de één of andere manier niet vertrouwde. Ik heb haar de hele avond lang ik de gaten gehouden – ongemerkt natuurlijk – waardoor ik die vreemde, ietwat angstige blik in haar ogen heb gezien. Ik kan jullie iets vertellen: zei Nicky. Naomi maakte ook deel uit van de groep en zij is tijdens die reünie om het leven gekomen. Als ik daar aan terugdenk komen de tranen me nog altijd in de ogen. Had Naomi hetzelfde gevoel als Lisa gehad? Kreeg zij ook in de gaten dat er iets te gebeuren stond, iets wat zij niet vertrouwde? Nee. Er was niets wat erop leek dat zij de zaak ook niet vertrouwde: zei Nicky. Wat is er dan gebeurd? Een paar van ons hebben haar gedwongen om in een kist te kruipen, wetende dat ze claustrofobie had. Toen ze dat zei werd alles voor haar ogen opeens zwart. Ze bevond zich weer op de plaats waar dit alles plaats had gevonden. Ze dwongen Naomi in een kist te kruipen, eerst stribbelde ze tegen, maar uiteindelijk overmeesterde ze haar waarna ze haar in een houten kist lieten zakken. Toen werd alles weer zwart voor haar ogen. Het koude zweet brak haar opeens uit. Ik weet dat ik alarm heb moeten slaan – wat ik ook gedaan had - dat ik de politie heb moeten bellen wat ik niet gedaan heb omdat ik verstijfd stond van angst en blinde paniek of iets anders had moeten doen wat ik ook gedaan had maar alles wat ik deed haalde niets uit zei ze met bevende stem. De tranen sprongen in haar ogen, maar ze drong ze weg. Ze had nu geen tijd om in tranen uit te barsten. Ik was volledig in paniek, ik blokkeerde helemaal. Het enige wat ik deed was op hen toelopen roepen en schreeuwen dat ze ermee moesten ophouden, omdat het nu zeer duidelijk was dat ze aan het stikken was maar luisteren deden ze niet. Integendeel zelfs. Ze lachten me uit en zeiden dat Ik als straf voor mijn onbeschoftheid – ik had ook gezegd dat ze mijn allerbeste vriendin was en dat ik hen zou aangeven bij de politie – een graf voor haar moest graven wat ik ook gedaan heb omdat ik veel te bang was om daarop in te gaan. Het graven had minstens een halfuur geduurd waarna ik de kist in die kuil liet zakken en de berg aarde die ernaast lag er weer opgooide zodat de kist helemaal bedekt werd.  heb me dan omgedraaid en ben naar de dichtstbijzijnde bomen gelopen om daar alles uit te kotsen wat ik die dag gegeten had. Wie bedoel je met (ze? Vroeg Jonasson kalm. De rest van de groep inspecteur. En wie is de rest? Kurt Lambregts, christophe Van geel, een zekere Jim waarvan ik de achternaam niet ken, mezelf niet bij gerekend natuurlijk. Eigenlijk was die reünie maar zeer klein. En na die gebeurtenis hadden zij een criminele bende gevormd, samen met Jim en de rest van de jongens die erbij waren.Een zekere scot was er ook bij, maar zijn achternaam weet ik ook niet meer vanbuiten. er waren ook nog andere meisjes bij die ik niet bij naam ken vanwege het feit dat die in een andere groep zaten. Voordat de activiteiten van start gingen hadden we over de examenleerstof van de vorige maand gehad.  Dus zo geblokkeerd was je dan toch niet: zei Jonasson kalm. Als ik het zo hoor heb je de zaak – ondanks de paniek – toch goed aangepakt vind jij ook niet? Nicky knikte zwijgend.Meer hoeven we ook niet te weten: zei Jonasson kalm de stilte verbrekend. Je hebt ons fantastisch geholpen. Dat is graag gedaan heren: zei Nicky Campo breed glimlachend, hoewel de tranen nu over haar wangen begonnen te stromen. O ja nog één vraag: zei Jonasson. Kan het zijn dat jullie Naomi onbewust opzettelijk omgebracht hebben of niet? Zoja wat was dan jullie motief? Nicky keek hem geschrokken aan. Hoe komt u daarbij: vroeg ze met bevende stem. Ik zei al dat Naomi mijn beste vriendin was, ik had zeker geen enkele reden om haar te vermoorden mocht u dat soms bedoelen. Haar stem klonk nu ietwat opstandig.  De rest van de groep had duidelijk wel een motief om haar te vermoorden – althans de mannen onder ons – maar ik kan jullie niet zeggen wat hun motief was ookal had ik dat graag aan jullie verteld.Ik geloof je als je zegt dat je geen enkele reden hebt om Naomi omzeep te helpen. Maar misschien had de rest van de groep wel een motief, één waarvan jij totaal niet op de hoogte wasInderdaad ik kon duidelijk merken dat de mannen een motief hadden anders hadden ze haar wel uit die kist laten komen. Bij mijn weten was het geen ongeluk maar moord met voorbedachte raden: zei Nicky Campo wiens stem nu niet meer beefde. Bedankt voor je oprechte en eerlijke verklaring mevrouw. Dat stel ik zeer erg op prijs. Er viel een stilte.    Op dat moment ging de mobiele telefoon van Jonasson over. Hij excuseerde zich en verplaatste zich naar de hal waar hij de telefoon oppakte en het gesprek aannam. Met Jonasson? smets hier: zei hij kalm. We hebben zonet een hele hoop verkoolde lijken ontdekt. Nog meer lijken: vroeg Jonasson verbaasd en angstig tegelijk. Houdt dat dan nooit op in deze zaak? Blijkbaar niet: zei smets nog altijd kalm. Waar is het deze keer te doen? Op dezelfde plaats als bij de andere gelegenheden: zei smets. Geef ons tien minuten dan zijn we ter plaatse: zei Jonasson waarna hij het gesprek afbrak en zijn mobieltje weer in zijn zak stak. Hij liep weer naar de woonkamer en legde uit wat er aan de hand was. Er zijn weeral lijken gevonden, en deze keer zijn ze verkoold, ik weet zeker dat dat weeral eh een nieuwe uitdaging voor ons zal zijn. Bedankt voor je gastvrijheid mevrouw, je mag er van verzekerd zijn dat we nog weleens langskomen, maar ik wil ook dat je weet dat we je op dit moment niet als verdachte beschouwen. Nicky stond op en leidde de inspecteurs naar de voordeur, glimlachte naar hen en zei toen: Ik ben blij dat ik jullie heb kunnen helpen. Als er nog iets is wat ik voor jullie kan doen wil ik dat gerust doen. Nog één ding: zei Jonasson kalm. Na die gebeurtenissen moet er toch een verdwijning gemeld zijn bij ons, ik bedoel: Iemands geweten moet toch op een bepaald moment opgespeeld  hebben of niet? Dat lijkt mij ook: zei Nicky. Moest ik haar vermoord hebben zou mijn geweten me ook even in de steek gelaten hebben, ik zou de politie ervan op de hoogte brengen, maar niet iedereen doet dat helaas: voegde ze er direct aan toe. Bedankt: zei Jonasson kalm. Jonasson stapte de oprijlaan op, stapten in hun auto en reden weer naar de plaats waarvan Jonasson gedacht had dat ze er niet meer naartoe zouden moeten rijden. Maar er was nog iets wat hem dwarszat, iets waarvoor hij op dit moment geen woorden kon vinden. Was het die Nicky Campo? Of iets anders? Jonasson wist zeker dat het niets met deze zaak te maken had, hij had gezien dat Nicky Campo de waarheid gesproken had. Het was iets totaal anders wat hem dwarszat. Maar wat verdomme? Ben ik de dwarsligger? Ben ik degene die mezelf opfokt? Ben ik degene die mezelf dwarszit? Ikzelf? Ja dus.

Toen ze op de plaats delict aankwamen was het donker geworden. Wie kon er nog meer vermoord worden nu Kurt Lambregts en Christophe Van geel, Lisa turx en haar ouders – tenminste Lisas moeder haar echtgenoot had waarschijnlijk zelfmoord gepleegd -  vermoord waren? smets stond hen al op te wachten aan de rand van de omringende, donkere bossen. Verschiet niet als je ze aantreft: zei hij op kalme toon. De patholoog-anatoom is er al bij, en er zijn ook al foto’s genomen, en de technische recherche is ook al ter plaatse. Bedankt voor de informatie Jonach: zei Jonasson. Ze liepen langzaam naar de plaats waar de verkoolde lichamen lagen. Ik weet niet ofdat je het gemerkt hebt Olafson maar bij mijn weten is Jonach smets ook een technisch rechercheur: zei Jonasson op nauwelijks hoorbare fluistertoon, zodat Olafson de enige was die hem kon verstaan.                .     toen ze bij het afgesloten stuk grasveld kwamen sprong Jonasson bijna een meter achteruit. Hij staarde voor zich uit en moest zijn best doen om niet te braken. Er schiet niets meer van die mensen over: zei hij met stokkende adem. Dat moet toch ontzettend veel pijn hebben gedaan? Jonasson draaide zich om en staarde naar het meer en hij kreeg opeens het onbehaaglijke idee dat er iets in het water was dat niet normaal was. Hij had het vermoeden dat de oplossing van dit alles zich in dat water bevond, hoe hij er opkwam wist hij ook niet. Wie is de dader, en wat is zijn of haar motief voor deze gruweldaden? De angst om te falen kwam weer in volle hevigheid in hem op. Er kraste een raaf in de verte. Hij draaide zich weer om en keek Olafson aan. Ik heb zo het idee dat de oplossing van dit alles zich hier op deze plek bevind, als het hier niet is is het in het meer, de omliggende bossen en grotten. Ik ben het met je eens Jonasson: zei Olafson. De patholoog-anatoom kwam op hen af en zei dat de zaak voor hem afgelopen was en dat de doodsoorzaak niet te zeggen was, omdat ze niet wisten ofdat er nog iets gebeurd was voordat ze verbrand waren. Hij kon ook niet met zekerheid zeggen wie de slachtoffers nu eigenlijk waren, maar Jonasson was er rotsvast van overtuigd dat het om de rest van de criminele bende die Kurt Lambregts en Christophe Van geel gevormd hadden nadat ze Naomi om het leven hadden gebracht ging Het tijdstip van overlijden kon hij evenmin vaststellen. Wat hij hen wel wist te vertellen was het feit dat hij de wonde ter hoogte van de hartstreek op Lisas lijk niet eerder had opgemerkt – wat hij wel had moeten doen – waardoor hij die wonde pas later ontdekt had, en die wonde had er mee voor gezorgd dat ze stierf..Bedankt voor de informatie dokter: zei Jonasson. De patholoog-anatoom draaide zich om en verdween algauw uit het gezichtsveld van de rechercheurs. Ze bleven alleen achter op de plaats delict. Jonasson draaide zich opnieuw om en staarde gefascineerd leek het wel naar het spiegelgladde wateroppervlak alsof daar het antwoord op al hun vragen zich daar bevond. Olafson kwam naast hem staan en staarde ook naar het spiegelgladde, zwarte water. Denk jij wat ik denk Olafson? Olafson antwoorden niet direct maar bleef naar het zwarte meer staren. Ik denk dat we alles eens rustig en op ons gemak moeten bekijken: zei Olafson de steeds pijnlijkerwordende stilte verbrekend. Maar we moeten eerst hoofdcommissaris Luycx inlichten over dit alles alvorens wij toestemming kunnen vragen om een grot en meeronderzoek te doen, we hebben daarvoor duikers nodig, en het zal zeer moeilijk zijn om die vast te krijgen, en ik denk niet dat Luycx staat te springen om ons daarvoor toestemming te geven. Je hebt gelijk Jonasson: zei Olafson. Maar hoe kunnen we er dan achter komen? Daar zullen we snel achterkomen, zei Jonasson na een poosje gezwegen te hebben. Ik ga hem nu bellen. Hij liep weg waarna hij het telefoonnummer van hoofdcommissaris Luycx intoetste.

Terwijl hij dat deed vroeg hij zich in hemelsnaam af hoedat de oplossing van een moordzaak zich in hemelsnaam in een meer zoals dit kon bevinden.

Hoofdcommissaris Luycx wilde net naar huis vertrekken toen zijn telefoon overging. Wie belt er nu nog zo laat op de avond: zuchtte hij waarna hij weer ging zitten en de hoorn van de haak nam. Als ik het niet dacht: zei hij nog voordat Jonasson het woord kon voeren. Luycx Jonasson hier: zei Jonasson op iets scherpere toon dan hij eigenlijk gewild had. Wat wil je Jonasson? Ik zou graag willen dat je onmiddellijk hierheen komt: zei Jonasson. Voor wat moet ik naar jullie komen? Jullie hebben toch geen problemen hoop ik? Ofwel soms? Er viel even een doodse stilte aan de andere kant van de lijn en toen zei Jonasson op nog scherpere toon als anders: Fijn dat je het opmerkt Luycx, zou je dan nu zo vriendelijk willen zijn om hierheen te komen alstublieft? Luycx zuchtte diep en zei toen: goed ik kom af, binnen tien minuten ben ik hopelijk bij jullie, en hou in het vervolg dat scherpe toontje van je achterwege, tenzij je graag wilt dat je je baan verliest. Hij smeet de hoorn met zo’n kracht weer op de haak dat hij even bang was dat de hoorn kapot was, maar gelukkig was dat niet zo . Hij verliet zijn kamer en reed naar de plaats die Jonasson hem had opgegeven. Vervloekte rechercheur.

Jonasson kwam weer bij Olafson staan die nog altijd naar het zwarte meer stond te kijken. Luycx is onderweg, zij het wel dik tegen zijn zin. Ik dacht dat je hem de situatie zou uitleggen: zei Olafson zonder op te kijken. Ik ben op het laatste moment van gedachte veranderd: zei Jonasson kalm. Het leek me opeens een goed idee hem hierheen te halen in plaats van hem alles aan de telefoon uit te leggen. Dat is misschien wel beter dan hem alles via de telefoon uit te leggen: beaamde Olafson. Daarmee kunnen we beter ons doel bereiken: voegde hij er enigszins aarzelend aan toe.

Hoofdcommissaris Luycx reed langzaam alsof hij totaal geen zin had om naar de rechercheurs te gaan en eigenlijk was dat ook het geval. Na een tijdje kwam hij eindelijk aan, stapte uit zijn auto waarna hij naar de rechercheurs liep en het terrein aandachtig begon te bestuderen. Hij moest toegeven dat deze plek iets mysterieus had, maar wat precies wist hij niet zeker. Hier hebben alle slachtoffers gelegen die er tot nu toe zijn gevallen in deze vreemde moordzaak: zei Jonasson toen hij Luycx in het oog kreeg. En daarom wilde ik je eigenlijk vragen ofdat je ons toestemming wilde geven om deze plek grondig te doorzoeken: voegde hij er na een tijdje gezwegen te hebben aan toe. Ik vind deze plek ook eng en daarom geef ik jullie uiteraard toestemming om deze plek uit te kammen. We hebben daar wel duikers voor nodig, maar ik zal zien wat ik voor jullie kan doen, maar ik beloof natuurlijk niets hoor je? Bedankt directeur: zei Jonasson kalm alsof er tevoren niets gebeurd was. De grotten en de bossen kunnen jullie al doorzoeken, maar dat zwarte meer geeft een klein probleem, want zoals ik al eerder gezegd hebben we daarvoor duikers nodig. Nogmaals bedankt directeur: zei Jonasson. Hoofdcommissaris Luycx draaide zich om, liep naar zijn auto en reed weg. Zo dat is dan ook weeral geregeld: zei Jonasson die tevreden over zichzelf naar het meer keek. Ik denk dat we nu ook maar beter naar huis vertrekken: voegde hij er enige tijd later aan toe. Olafson reageerde echter niet. Hij bleef naar het meer staren alsof hij dacht dat hij iets gezien had wat niet normaal was voor deze plaats en tijd van het jaar. Heb je me wel gehoord Olafson: vroeg Jonasson die opeens ongerust werd. Hij draaide zich weer om en staarde naar het meer. Het water begon opeens te borrelen en te bruisen, maar dat hield even snel weer op als het begonnen was. Ik denk dat we hier zo snel mogelijk wegmoeten, er is hier iets wat niet in de haak is, en ik ben ook niet van plan hier te blijven totdat ik vermoord word. Olafson stond daar met wijd opengesperde ogen naar het meer te staren, draaide zich toen om en liep samen met Jonasson naar hun auto waarna ze zwijgend terug naar het politiebureau reden. Ze stonden nu vlakbij een mogelijke dader wist hij, en hij had ook een idee wie het zou kunnen zijn. Naomi.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.