Het machtspel: hfdst 4: Het derde slachtoffer

Door Nature gepubliceerd op Saturday 28 May 20:11

Hoofdstuk 4 Het derde slachtoffer

 

Hoofdstuk 4 Het derde slachtoffer

Jonasson kon die nacht de slaap maar niet vatten. Alles om hem heen leek wel een vredig bestaan te hebben, maar op dit moment twijfelde hij aan zichzelf vooral op het werkvlak waardoor hij zich afvroeg hoe het nu in hemelsnaam verdermoest met zijn leven en zijn werk. Zijn vrouw sliep als een blok. In feite kon het hem niet veel meer schelen wat er in de toekomst zou gaan gebeuren. Op dit qqeigenste moment wilde hij niets liever dan dood zijn. Hij had al de hele avond het lastige gevoel gehad dat alles om hem heen misliep, vooral als het om het onderzoek ging. Zou ik naar de hoofdcommissaris gaan om mijn ontslag aan te vragen of niet? Vroeg hij zich nu af. Zijn vrouw draaide zich langzaam om en ging opeens rechtopzitten waarna ze haar man een bezorgde blik toewierp. Je ligt al de hele tijd te woelen en te draaien: zei ze op bezorgde toon. Heeft het misschien iets met je werk te maken? Jonasson keek haar langdurig aan en knikte uiteindelijk in de hoop dat ze het niet verkeerd opvatte. Wat is er nu weer gebeurd schat? Jonasson schraapte zijn keel en zei toen: Ik heb al de hele tijd het gevoel dat ik aan het falen ben zowel in het liefdesleven als op mijn werk. Ze keek hem medelijdend aan en zei op geruststellende toon: wat ons liefdesleven betreft ben ik er absoluut van overtuigd dat dat goedzit. Zeker de seks: voegde ze er enige tijd later op zachtere toon aan toe.Jonasson keek haar glimlachend aan en zei: Als jij zegt dat de seks goedzit ben ik gerustgesteld, maar als het om mijn werk gaat ben ik toch enigszins ongerust over het feit hoe het nu in hemelsnaam verder moet met het onderzoek, zeker nu ik weet en besef dat ik op dat vlak een zware en cruciale fout gemaakt heb en dat het voor mij heel moeilijk is om de brokken die ik heb aangericht door die fout te maken weer aan elkaar te  lijmen Ik heb zelfs al overwogen om naar de hoofdcommissaris te gaan om mijn ontslag aan te vragen: voegde hij er na een tijdje gezwegen te hebben aan toe. Dat meen je niet: vroeg zijn vrouw op ongelovige toon waar ook iets van scherpte in doorklonk. Waarvoor is dat nodig? Je weet verdomd goed dat je die zaak aankan en dat je die zonder problemen kunt oplossen: voegde ze er direct aan toe. Jij weet niet hoe de vork in de steel zit: zei hij op scherpe toon waarvan zijn vrouw schrok. Er zijn verdomme al twee slachtoffers gevallen en we hebben nu nog altijd geen enkel spoor waarop we ons kunnen vastpinnen, dus wat weet jij er nu van verdomme? Het was lang geleden dat hij zijn zelfbeheersing verloor in het bijzijn van zijn vrouw. Zijn vrouw keek hem met waterige oogjes aan. Je mag verdomme van geluk spreken dat ik nog niet in de drank gevlogen ben: zei hij na een tijdje op mildere toon. Ja zeg dat wel: zuchtte ze. Ik ben blij dat je nog niet aan de drank zit, dat moest er trouwens nog aan mankeren ook. Ben je boos op me? Ze schudde krachtig met haar hoofd. Boos niet: zei ze op kalme toon ‘maar teleurgesteld natuurlijk wel. Ze stond op en gaf haar man een kus op zijn linkerkaak die na de aanraking van haar fluweelzachte lippen rood aanliep en opslag begon te gloeien. Als je vastzit met iets dat met het onderzoek te maken heeft wil ik je gerust helpen hoor: zei ze na een tijdje gezwegen te hebben. Jonasson begon weer te glimlachen en zei na een tijdje: Ik zal er aan denken als dat probleem zich zou aandienen. Er viel opnieuw een doodse stilte in de slaapkamer. Denk je dat je nu wel de slaap kunt vatten? Jonasson knikte kort waarna hij ging liggen en zijn ogen dichtdeed waarna hij als een blok in slaap viel. Zijn vrouw was al binnen de minuut weer in slaap gevallen, maar snurken deed ze gelukkig voor haar man niet, en hij evenmin. In de verte kraste er een raaf, maar of het nu een kerk, een bos, of een veldraaf was wist Jonasson niet, en eigenlijk kon het hem ook niet veel schelen integendeel zelfs. Hij nam zich voor zich voortaan op niets anders dan zijn vrouw en het lopende onderzoek te concentreren. Ik moet me dringend herpakken anders vlieg ik er nog uit en dat is nu niet echt de bedoeling hield hij zichzelf voor. En mijn vrouw wil dat beslist ook niet, en gelijk heeft ze natuurlijk.

Het mysterieuze meisje zwom door het ijskoude water en genoot intens van de doodse ondoordringbare stilte om haar heen. Dat had ook een effect op haar brein want ze kon nu veel helderder denken als voorheen, en haar gedachten kon ze nu veel beter op een rijtje zetten. Er zat niets anders op dan om haar planning te wijzigen, eerst moest de moeder van Lisa vermoord worden, als dat niet direct gebeurde liep ze het risico iets te doen wat zeer schadelijk voor haar kon zijn, en daar moest ze zo snel mogelijk iets aan doen.wat wist ze nog niet zeker, maar het moest weldra gaan gebeuren. Toen kreeg ze opeens een schitterend idee. Verdomme dat je er niet eerder op gekomen bent: zei ze hardop tegen zichzelf. Waarom zit je in hemelsnaam je tijd te verdoen door hier rondjes te zwemmen in de wetenschap dat je je moet haasten met het plan de moeder van Lisa te vermoorden. Wat ze echter nog niet wist was dat Lisas vader  intussen ook dood was en dankzij dat feit maakte dat er de zaak een heel stuk makkelijker op. En dat beschouwde ze als een pluspunt. De angst om gezien te worden was nu een heel stuk kleiner geworden dan toen ze Lisa vermoord had door haar spiegel volledig te laten barsten, zodat zij de plaats van het glas kon innemen om zo Lisa met een mes uit de weg te ruimen. Ze begon langzaamaan naar boven te zwemmen, waarna ze op wegging naar het huis van Nathalie Turx. Er was niemand in de nabije omgeving die haar kon opmerken, omdat er totaal niemand in deze buurt woonde en omdat er hier op dit tijdstip van de vroege ochtend nog geen wandelaars te bespeuren waren.

Midden in de vroege ochtend schoot Nathalie Turx met een schok wakker, ging met een ruk rechtopzitten en bekeek zichzelf in de brede spiegel die vlak tegenover haar aan de muur hing. Een bleek gezicht keek haar aan, diepe wallen zaten rond haar diepblauwe ogen, en haar gezicht was doorgroefd door diepe slaaprimpels. Op de een of andere manier voelde ze zich niet echt op haar gemak, kon het aan de stilte’ liggen of lag het aan iets anders, iets wat op dit moment ging gebeuren, of lag de oorzaak van het feit dat ze zich niet op haar gemak voelde bij totaal iets anders? Ze keek nogmaals naar de spiegel en besefte opeens dat het glas stilaan aan het barsten was. De glasscherven waren in het begin klein, maar naarmate de spiegel verder barstte werden de glasscherven steeds groter en vielen als een soort hagel op het vloerkleedje. Op de plaats waar het glas zonet gezeten had bevond zich nu het gezicht van een meisje dat zij ooit eerder had gezien, het was iemand die in Lisas klas had gezeten, maar de naam ervan kon ze nu niet vinden of liever ze kon op dit moment niet direct op de naam van het meisje dat haar vanuit de spiegel zat aan te staren komen. Het meisje hield een glimmend voorwerp in haar rechterhand geklemd. Ze stapte rustig uit de resten van wat eerder nog een mooie, glanzende, spiksplinternieuwe spiegel was geweest en kwam met gestrekte armen op de moeder van Lisa af. En toen, plotseling, totaal onverwacht sloeg het meisje tot drie keer toe. Ze stak het vlijmscherpe voorwerp in de tepels van het slachtoffer., bloed spoot als champagne uit een fles waarmee heftig geschud was tegen de muren, kasten, ramen, de slaapkamerdeur, en vormde een diepe plas op de bedsprei. Nathalie Turx sloeg achterover op het hoofdkussen waar zij roerloos bleef liggen. Het meisje doopte een vinger in haar bloed waarna ze naar een stuk muur liep dat nog schoon was en schreef de volgende woorden in piepkleine lettertjes: Macht en Onmacht. Toen ze klaar was zorgde ze ervoor dat ze er als de bliksem weer vandoor ging. De moord op de moeder van het slachtoffer luchtte haar enigszins op en tegen de tijd dat ze weer in het meer was voelde ze zich even onaards. Het was alsof haar geest opeens besloten had om ermee op te houden. Ze genoot intens van het vredige bestaan dat ze hier kon genieten. Althans voor even.

Kurt zat rechtop in bed en dacht na over hoe hij dat plan in hemelsnaam kon uitvoeren. Christophe Van Geel had het plan wel goed begrepen, maar langs de andere kant vroeg hij zich af ofdat het wel zo verstandig was om het plan wel degelijk uit te  voeren of niet. Hij stond op en begon door de kamer te ijsberen, opeens sterk in de knoop met zichzelf. De angst om te falen was opeens zeer groot geworden. Na een tijdje besefte hij dat ijsberen geen enkele zin meer had. Hij ging weer op zijn bed liggen, sloot zijn ogen en dacht weer aan die vreemde droom die hij een tijdje geleden had gehad. Hij wenste vurig dat die droom werkelijkheid was maar hij wist maar al te goed dat dat nog een tijdje zou duren voordat hij werkelijk een vriendin zou hebben. Elke nacht opnieuw  hoopte hij stiekem dat er een meisje op zijn deur zou komen kloppen om kennis met hem te maken, maar ook dat feit kon hij maar beter achterwegen laten. Hij draaide zich op zijn linkerzijde en viel weer als een blok in slaap. Hij bevond zich weer in dat parkje met de klaterende fontein op de achtergrond. Het bankje waar hij op zat was ijskoud onder zijn achterste omdat het een metalen bankje was, maar hij sloeg daar geen acht op. Hij had wel andere dingen aan zijn hoofd en één daarvan was dat hij vanavond in dit parkje een date had met een meisje dat hij nog nooit eerder gezien had.  Hij luisterde als een bezetene naar het klaterende water en wachtte verwachtingsvol op de komst van het onbekende meisje. Minuten verstreken en regen zich aan elkaar tot een kwartier, twintig minuten, een half uur tot misschien zelfs een uur, een uur en een half en twee uur. Zolang ik hier maar geen drie of vier uur moet zitten wachten op dat meisje is het allemaal goed voor mij: zei Kurt hardop tegen zichzelf, blij dat er op dit ogenblik in de nabije omgeving geen mensen waren die hem konden horen of zien. Opeens hoorde hij in de verte het geluid van voetstappen die algauw dichterbijkwamen.Meteen ging zijn hart een paar maten sneller slagen. Zou zij er dan eindelijk zijn? Net op het moment dat hij wilde opstaan om de voetganger tegemoet te wandelen werd hij met een schok weer wakker en ging hij met een ruk rechtopzitten. Hij spitste zijn oren en luisterde aandachtig. Hoorde hij iets bewegen op de gang? Of was het gekraak dat hij zonet gehoord had? Hij spitste zijn oren nog wat meer en vestigde zijn volledige aandacht op het geluid dat hij buiten op de gang meende te horen, maar het was weer stil geworden in de nabije omgeving en dat feit baarde hem op de een of andere manier ernstige zorgen, vanwaar echter opeens die ongerustheid kon hij niet meteen thuisbrengen. Zijn lichaam verstijfde opeens van angst toen hij dat vreemde geluid weer hoorde, en deze keer was het dichterbij als de vorige keer. Het leek wel of zijn hart het opeens begeven had. Opeens hield het geluid weer op en Kurt dacht dat dat vlak voor zijn slaapkamerdeur was Het geluid weergalmde weer door de gang. Zijn hart ging als bij toverslag weer sneller slaan. Hij stond op, liep naar de slaapkamerdeur, deed die open en schrok zich een ongeluk bij hetgeen hij in de gang aantrof. Ookal kon hij niets zien, toch voelde hij de aanwezigheid van iets of iemand die hem wel kon zien, en die zeer gevaarlijk uit de hoek kon komen als hij of zij op stang gejaagd werd. Hij draaide zich langzaam weer om, probeerde zich rustig te houden en liep zo voorzichtig mogelijk weer zijn slaapvertrek binnen, deed de deur zo langzaam mogelijk weer dicht, bang dat hij lawaai zou maken, ging weer op zijn bed liggen waarna hij weer als een blok in een diepe, vredige, ondoordringbare slaap viel, zijn onderbewuste echter was nog altijd met het feit bezig wie en waarom er op de gang rondspookte. De droom over het feit dat hij een date zou hebben met een volslagen vreemdeling kreeg hij voor de rest van die nacht niet meer. Het ding dat hij in de gang meende gezien te hebben was in werkelijkheid de geest van het meisje dat  intussen al drie moorden op haar geweten had en die spoedig weer ging toeslagen en wel op het eigendom van de heer Kurt Lambregts en zijn bendeleden die binnenkort geen bendeleden meer zullen zijn, toch niet die van Christophe Van geel en zijn boezemvriend en medeverantwoordelijke en bendeleider als wel die van het mysterieuze meisje dat besloten had om in de zeer nabije toekomst een eigen leger op te richten met de geesten van haar slachtoffers, maar dat zouden niet de enige zijn die deel zullen uitmaken van haar leger. Weldra zouden er nog andere wezens intrekken op het eigendom van haar en haar kleine leger dat spoedig zou uitgroeien tot een immens leger met over de honderd, misschien wel duizend machtstroepen, zowel voor de luchtmacht, de mariene en het land

Nog even en Christophe Van Geel en Kurt Lambregts en hun overige bendeleden zouden tot de verleden tijd behoren en wel voor goed. Als alles volgens plan verliep natuurlijk, en op dit eigenste moment was het mysterieuze meisje blij dat dat het geval was. Daar drink ik op: zei ze hardop tegen zichzelf waarna ze zich terugtrok in de diepste grotten die er in de omgeving van het donkere, gladde, glanzende, roerloze meer te bespeuren waren. Op dit ogenblik voelde ze zich totaal volmaakt, gelukkig en oppermachtig en niemand, zelfs Kurts bende niet kon dat gevoel bij haar wegnemen. Zoals de levenden dan zeiden: Op dit moment kan mijn dag niet meer stuk..

Jonasson werd met een ruk wakker. Hij ging rechtopzitten, wreef de slaap uit zijn ogen, wachtte totdat zijn ogen aan de volslagen duisternis gewend waren alvorens hij om zich heen kon kijken. Zijn vrouw sliep nog als een roos, maar daar hechtte hij op dit moment geen waarde aan. Hij vroeg zich af hoe het kwam dat hij opeens wakker geworden was, maar na een tijdje nadenken schoot het hem weer te binnen. Hij had het geluid van een telefoon gehoord meende hij, maar erg zeker wist hij het niet meer. Opeens hoorde hij het gerinkel van de telefoon weer. Hij stond op, rekte zich uit en liep naar de telefoon die aan de muur in de gang hing. Hij, pakte de hoorn van de haak en luisterde gespannen naar de stem van zijn collega die hem wist te vertellen dat ze weer een lijk gevonden hadden, en dat het deze keer niet op zelfmoord maar moord leek. Toen Olafson uitgesproken was vloekte Jonasson inwendig. Hij had niet gezegd wie het slachtoffer was, maar hij had het donkerbruine vermoeden dat de plotselinge dood van  het slachtoffer iets te maken had met de vorige twee slachtoffers. Hij schreef een briefje naar zijn vrouw om te zeggen dat hij dringend wegmoest en dat hij zijn uiterste best zou doen om voor het avondeten thuis te zijn, maar dat hij niets kon beloven. Hij stapte in zijn auto en reed zo snel mogelijk naar het adres dat Olafson hem had gegeven. Toen hij daar eenmaal aankwam schrok hij zich een ongeluk toen hij besefte dat het adres dat hij van Olafson had gekregen dat van Nathalie Turx was. Het was eerst niet goed tot hem doorgedrongen, maar nu drong het besef daarvan door tot in al zijn hersencellen. Hij stapte uit en ging onmiddellijk het huis binnen waarna hij op zoek ging naar Olafson die zich in de keuken van het huis bevond. Wie heeft het lijk gevonden was het eerste dat hij vroeg toen hij Olafson een hand gegeven had. De buurvrouw heeft het slachtoffer in haar slaapkamer aangetroffen: zei Olafson op kalme toon. De buurvrouw? Ja de buurvrouw. Zijn jullie haar al gaan ondervragen? Olafson knikte kort. De patholoog-anatoom is er al. Het is het zelfde scenario als bij Lisa: zei Olafson op diezelfde kalme toon, alleen kon Jonasson duidelijk horen dat er ook een ondertoon in Olafsons stem te bespeuren viel die alleen mensen hebben als ze iets een droevige zaak vonden. Ik wil het lijk zien: zei Jonasson op vastberaden toon waarna hij opstond en naar de trap liep die naar de bovenverdieping van het huis leidde. Hij beklom de trap en bleef op de overloop vlak voor Nathalies slaapkamer staan. De deur stond op een kier, maar hij kon niets in de slaapkamer zien dat erop wees dat er op dit ogenblik iemand aan het werk was.  Hij betrad de ruimte en bleef voor het bed staan. Het bedsprei was bedekt met glasscherven en de muren hingen vol bloed. Ook hier stond er iets op de muur geschreven en Jonasson kon al raden wat de boodschap inhield. Macht en onmacht. Wat had die boodschap in hemelsnaam te betekenen? Het lijk was weggehaald, maar op dit ogenblik was dat niet meer nodig geweest dat het lijk nog op het bed lag want hij wist al wie de vermoorde vrouw was. Nathalie Turx was op dezelfde manier vermoord als haar dochter, en haar echtgenoot had  waarschijnlijk – dat zouden ze echter nooit te weten komen - zelfmoord gepleegd. Dit was het derde slachtoffer in deze zaak en ze waren nog altijd geen stap verder gekomen. Ze hadden wel een testament  gevonden maar al snel bleek dat dat geen sporen opgeleverd had. Wat waren in hemelsnaam de motieven van de dader? Waarom moesten Lisa, haar moeder, en haar vader in hemelsnaam dood? De dood van Lisas vader had wel met totaal iets anders te maken, maar toch kon Jonasson niet het gevoel van zich afzetten dat haar vader rechtstreeks of onrechtstreeks iets met de zaak te maken had. Hij draaide zich om en liep weer naar de keuken waar Olafson nog altijd aan de tafel zat met zijn hoofd rustend op zijn beide armen zijn er ook al foto’s van het lijk genomen: vroeg Jonasson die zijn collega aanstaarde. Olafson knikte krachtig. Toen jij arriveerde was de fotograaf juist vertrokken. En voordat je het zou vragen wie hem verwittigd had heb ik je nog dit te zeggen. Ik heb Jones gebeld en hem gevraagd of hij foto’s van het slachtoffer wou nemen, hij zei ja en de rest weet je natuurlijk al. Morgen kun je de foto’s  op je bureau verwachten.. Nu zit er echt niets anders op dan praten met Lisas medestudenten en leerlingen die bij haar op de middelbare school hebben gezeten: zei Jonasson die zijn uiterste best deed om een geeuw te onderdrukken. Dat dacht ik ook al: zuchtte Olafson waarna hij met een ruk rechtop ging zitten en om zich heen keek. Ik was er echt van overtuigd dat Lisas ouders er iets mee te maken hadden, maar blijkbaar hebben we er daar ons lelijk in vergist: voegde hij er enige tijd later aan toe. Inderdaad: zei Jonasson. Maar we zullen er spoedig  achterkomen wie de moorden op zijn of haar geweten heeft, en als we dat nu eenmaal weten zullen we de dader snel vinden: voegde hij er direct aan toe waarna hij zijn collega vergenoegd aanstaarde. Hopelijk heb je gelijk Jonasson Jonasson stond op en liep naar het raam dat op de tuin van het huis  uitkeek. Hoe moeten we in hemelsnaam die studenten opsporen? De angst dat hij niet zou slagen sloeg opeens als een mokerslag op zijn hart. Hij keerde zich weer om en liep terug naar de keukentafel waar Olafson aanzat. Ik vind dat we morgen met het opsporen van de studenten en medeleerlingen waarmee zij in het middelbaar heeft gezeten moeten beginnen zei Olafson met een vastberaden ondertoon in zijn stem. Ik zal overleggen met hoofdcommissaris Luycx: zei Jonasson kalm. Hij staat nog altijd boven ons en wij kunnen niet doen waar we zin in hebben tenzij  we opstaande voet ontslaan willen worden. Olafson zuchtte diep en zei toen met de nodige tegenzin:  Je hebt gelijk Jonasson, we moeten eerst met hoofdcommissaris Luycx overleggen. Ik zal nu met hem bellen: zei Jonasson blij dat Olafson daarmee ingestemd had.

Kurt zat in zijn slaapvertrekken na te denken over wat er nu in hemelsnaam moest gebeuren. Het plan dat hij samen met Christophe had uitgedokterd zou weldra in werking kunnen treden. De sfeer tussen de bendeleden onderling was intussen met de dag erger en grimmiger geworden. Soms dacht Kurt weleens dat de bendeleden elkaar zouden uitmoorden als deze situatie zo door bleef gaan, maar daar vergiste hij zich lelijk in. Jammer dat ze elkaar zelf niet uitmoorden: zei hij hardop tegen zichzelf dan moeten wij dat niet meer doen. Er werd zachtjes op de deur geklopt. Kurt kwam meteen daarna weer in de werkelijkheid. Hij liep naar de deur en deed die op een kiertje open. Ah ik dacht al dat je nog wakker zou zijn: zei Christophe op zachte fluistertoon, bang dat hij door harder te praten  de andere bendeleden wakker zou maken en dat was wel het laatste waar Kurt en Christophe zin in hadden. Kom erin: zei Kurt die ook begon te fluisteren. Christophe liep Kurts slaapvertrekken binnen en ging op diens bed zitten. Kurt sloot de deur achter zich en ging naast Christophe op het bed zitten dat door het gewicht van de beide mannen een centimetertje inzakte. Wat kan ik voor je doen Christophe: vroeg Kurt nu op normale toon omdat niemand hen toch niet hoorden praten. Ik vroeg me al een tijdje af hoe het stond met de voorbereidingen van onze plannen: vroeg Christophe ietwat op aarzelende toon. O die schieten goed op, je moet je daarover geen zorgen maken ik heb alles onder controle. Ben je daar absoluut  zeker van Kurt? Kurt keek zijn beste vriend lang en diep in de ogen aan alvorens hij zijn keel schraapte en op vastberaden toon zei: Ik ben daar zeer zeker van Christophe. Of twijfelde je soms aan mijn manier van werken? Nee, nee, nee: zei Christophe snel, maar ik dacht misschien dat er iets verkeerd liep of zoiets. Als dat het geval geweest zou zijn had ik je dat allang meegedeeld Christophe of dacht je soms dat ik je in de steek zou laten? Deze keer klonk er iets van scherpte door in zijn stem. Ik vertrouw je volkomen Kurt  en dat heb ik altijd gedaan. Ik hoop het voor jou Christophe, want je weet maar al te goed wat er met jou zou gebeuren vanaf het moment dat je me niet meer vertrouwd en dan kan het wel eens zijn dat ik je inderdaad in de steek zou laten, zoals ik eerder heb laten blijken in de voorafgaande gesprekken, als je je die tenminste nog kunt herinneren. Als jij mij ooit in de steek zou laten zou ik maar eens beginnen nadenken over welk soort kist je wilt voor de begrafenis: voegde hij er enige tijd later op scherpere toon aan toe. Ik heb het begrepen baas: zei Christophe met hakkelende stem, waarna hij zijn vriend met een beschaamde blik in zijn ogen aanstaarde. Je kunt gaan Christophe: zei Kurt met een dreigende ondertoon in zijn nog steeds scherpklinkende stem.  Christophe knikte zwijgend, keek zijn vriend smekend aan, stond toen langzaam op, liep naar de deur, deed die open, stapte de gang op waarna hij de deur met een zachte klik weer dichtdeed. Hij liep naar zijn eigen slaapvertrekken waar hij zichzelf opsloot en zonder zich uit te kleden in bed kroop en in slaap viel. Kurt daarentegen deed er lang over om de slaap te vatten. Er was iets wat hem ernstige zorgen baarde, maar hij kon er de vinger niet op wijzen. Het enige dat hij wist was dat het met Christophe te maken had. Hij moest er iets aan doen en liefst zo snel mogelijk, maar wat wist hij niet. De kans dat Christophe onbewust het plan in het water liet vallen was opeens heel groot geworden. Als dat zo door blijft gaan ben ik genoodzaakt Christophe uit de weg te ruimen: zei hij hardop tegen zichzelf  als dat nodig moest blijken had hij het liefst dat dat zo snel mogelijk  ging gebeuren. Toen hij dit alles bedacht kwam er een fonkeling in zijn ogen, een fonkeling dat je met een vonkje vuur kon vergelijken. Als Christophe vermoord zou worden had hij vrijspel  om over alles te heersen. Christophe zei wel dat hij zijn beste vriend vertrouwde maar hoe langer Kurt daarover nadacht des te ongeloofwaardiger dat dat werd. In zulke situaties moest hij koste wat het kost zien te vermijden of nog beter: voorkomen. In dat geval moesten de plannen die ze eerder gemaakt hadden gewijzigd worden, dat echter bleek veel makkelijker te zijn dan hij eerst gedacht had. Hij moet eraan en wel zo snel mogelijk. Christophe zou alles verpesten daar was hij nu al zeker van. Hij moet weg. Nu onmiddellijk. Hij stond op en liep naar de intercom waar hij christophes nummer intoetste. Het duurde even voordat er gereageerd werd. Zijn stem klonk zeer slaperig. Christophe ik wil dat je onmiddellijk hierheen komt om te praten: zei Kurt op dwingende fluistertoon. Had je dat niet eerder kunnen zeggen Kurt? Nee dat kon niet eerder: snauwde Kurt. Als jij dat nodig vond had je dat maar eerder moeten zeggen. Maak dat je hier bent of anders kom ik naar jou en ik zweer je dat je dat niet prettig zou vinden. Er viel een doodse stilte en toen zei Christophe zachtjes dat hij er binnen enkele ogenblikken zou zijn. En dat gebeurde ook effectief. Christophe stond er binnen de minuut. Wat wil je nu weer van me: vroeg hij nadat hij Kurts slaapkamerdeur achter zich dicht had gedaan. Ga naast mij op het bed zitten Christophe, dan zal ik je uitleggen wat het probleem is. Probleem: vroeg Christophe op ongelovige toon. Welk probleem? Ik zie niet in wat het probleem is. Nou ik wel Christophe: zei Kurt op dreigende toon. Het probleem is namelijk dat ik je niet meer vertrouw zoals ik vroeger gedaan heb: voegde hij er na een pijnlijke stilte aan toe. In het begin deed ik dat natuurlijk wel ik had het volste vertrouwen in je maar nu is gebleken dat het vertrouwen dat je toont aan het wankelen is. En je snapt toch hopelijk wel wat voor gevolgen dat met zich meebrengt Christophe? Christophe knikte en keek zijn beste vriend die nu opeens een bedreiging voor hem was geworden opnieuw smekend aan, maar Kurt sloeg daar geen acht op. Ik wil dat je begrijpt dat dat zo niet meer verder kan Christophe: zei Kurt nu met een kille ondertoon in zijn stem. Ja dat weet en besef ik maar al te goed: zei Christophe. Op dit ogenblik schaamde hij zich dood. Ik besef dat en ik wil daar onmiddellijk iets aan doen. Fijn dat te horen Christophe maar ik vrees dat het daar nu wel veel te laat voor is. Christophe keek zijn vriend verschrikt aan. Hij schraapte zijn keel en vroeg op hakkelende toon: Meent u dat echt Kurt? Wil je me uit de weg ruimen? Kurt knikte langzaam. Hij stond op liep naar een van de kasten, deed die open en haalde er een pistool uit. Christophe kon niet zien welk soort wapen het was, maar één ding wist hij wel. Hij zou sterven dat stond vast en er was geen ontkomen meer aan. Kan ik dat vertrouwen op de een of andere manier niet herstellen: vroeg hij, vurig hopend dat Kurt daarmee misschien akkoord mee zou gaan, maar zijn hoop bleek ijdel te zijn. Kurt liep met langzame, vastberaden stappen op Christophe af, bleef staan, richtte het pistool op de plaats tussen zijn ogen en haalde de trekker over. Het schot weergalmde door de hele ruimte en misschien daarbuiten en even was Kurt bang dat de overige bendeleden daardoor wakker zouden worden, maar dat bleek niet het geval te zijn, en daar was Kurt dan ook zeer blij om. De rest van de bende mocht namelijk niets van christophes dood te weten komen, ze mochten niet weten hoe en vooral door wie Christophe vermoord was. Het lijk lag voor zijn neus op de grond, het bloed was al bezig een diepe plas op de stenen vloer te vormen, maar dat kon hem niet schelen. Christophe was dood en dat was op dit moment het belangrijkste. Nu lag de weg naar de absolute overwinning open, er waren geen hindernissen meer. Het was voorbij en weldra konden Kurt en zijn bende aan een nieuw hoofdstuk beginnen. En dat werd hoog tijd. Eindelijk kon hij weer opgelucht ademhalen..  Na een tijdje werd hij met een schok wakker  - hij was even in slaap gesukkeld - en besefte hij dat het lijk van Christophe nog in zijn slaapvertrekken lag. Hij stond op en liep naar de plaats waar het lijk lag. Hij moest iets doen, het lijk moest  zo snel mogelijk weg niemand mocht ooit te weten komen dat hij Christophe vermoord had, als ze daar wel achter zouden komen kon het wel eens zijn dat hij in grote problemen zou terechtkomen en dat moest hij zien te vermijden.Hij  tilde het lijk voorzichtig op, bang dat er misschien iets zou breken. Hij liep zo geruisloos mogelijk naar de deur, deed die open en stapte de gang op. De stilte om hem heen  had een rustgevend effect op zijn lichaam en geest. Het lijk woog zwaar in zijn armen, maar hij verbeet de pijn die dat met zich meebracht. Uiteindelijk bereikte hij de uitgang van de grot waar hij het lijk op de stenen vloer liet vallen en opgelucht ademhaalde. Hij voelde de frisse nachtelijke bries van buitenaf op zijn gezicht spelen. Hij snoof de lucht dankbaar in en liet die door heel zijn lichaam stromen. Hij tilde het lijk weer op en stapte de nacht in. De hemel was diepblauw van kleur en fonkelend van de vele sterren die er straalden met pal in het midden het nog fellere schijnsel van de maan die een wit helder licht op het omringende landschap  wierp. Het zwarte water van het meer echter ontsnapte maar net aan het heldere witblauwe licht van de maan, en dat had een zeer beangstigend effect op hem, ookal kon hij dat tafereel niet aanschouwen door zijn blindheid waarmee hij al heel zijn leven  geconfronteerd was. Er kraste een raaf in de verte en dat maakte er de situatie des te griezeliger op. Hij liep naar de dichtstbijzijnde bomen en liet het lijk daar opnieuw vallen. Hij had iets nodig om een kuil te graven, maar hij had geen schop of iets anders binnen handbereik waarmee hij een geschikte kuil voor Christophe kon graven. Daarom besloot hij maar om het lijk te verbranden. Eigenlijk had ik dat moeten doen terwijl  hij nog in leven was, dan was het tenminste een rechtvaardigere dood geweest, dan was alles in één enkele klap vernietigd. Maar het is nu zo. Het is te laat om de plannen nog te wijzigen. Hij mocht van geluk spreken dat hij een doosje  lucifers  en een aansteker binnen handbereik had. Hij haalde die uit zijn broekzak stak een lucifer aan waarna hij die op het lijk legde dat algauw vlam vatte. De vlammen likten hongerig aan de kledij die Christophe nog aanhad en algauw schoot daar niets meer van over. Kurt zette een paar stapjes achteruit zodat de vlammen hem niet konden raken. De warmte was intens, en even later schoten de bomen waaronder het nu intussen verkoolde lijk van christophe nog lag na te smeulen ook in brand, zodat Kurt genoodzaakt was nog verder achteruit te gaan om de warmte die nu ondraaglijk geworden was niet meer te hoeven voelen. Hij liet een vreedzame lach horen. Zijn stem weergalmde over het terrein  en bleef spookachtig tussen de bomen  zweven. Hij keerde zich naar het water en fixeerde zijn blik daarop. Op de een of andere manier voelde hij dat hij in de gaten gehouden werd, en dat het ding wat het dan ook was op elk moment ten tonele kon verschijnen. En dat gebeurde ook zo bleek al snel. Het water begon opeens te borrelen en te schuimen waarna er pal in het midden van het meer een draaikolk verscheen. Het was een spektakel dat hij nog nooit eerder had meegemaakt. Precies in het midden van de draaikolk verscheen er een gezicht dat Kurt nog nooit eerder aanschouwd had. Ookal kon hij dat gezicht niet zien, toch had hij het gevoel dat hij op de een of andere manier  het bleke, magere gezicht toch kon zien Kurt slaakte onwillekeurig een angstkreetje. Het gezicht  dat van een meisje bleek te zijn was nu volledig uit het water opgerezen en keek Kurt met een innemende blik aan. Nu was het lichaam bezig uit de draaikolk op te stijgen. Na een minuutje of twee  stond het meisje op de oever van het meer en kwam met grote, langzame passen op Kurt afgelopen. Wat wil je van me: vroeg hij met hakkelende stem. Het meisje antwoordde niet maar bleef hem aanstaren alsof ze nog nooit eerder zo’n mooie jongen als Kurt Lambregts  in haar leven had gezien. Het meisje greep hem vast en gooide hem in het gras. De klap voelde hard aan en even was hij bang dat hij flauw zou vallen maar dat gebeurde niet. Het meisje lachte kil in zijn linkeroor en greep hem nu zo stevig bij de keel dat hij geen adem meer kon halen. Even vreesde hij voor zijn leven maar dat verschrikkelijke moment was in een fractie van een seconde weer voorbij. Hij kon weer opgelucht ademhalen. Nu kan ik je eindelijk betaald zetten wat je mij in het verleden hebt aangedaan: siste het meisje in zijn oor. Toen ze dat gezegd had begon er in zijn onderbewustzijn een belletje te rinkelen. Je moet niet doen alsof jij en Christophe blind zijn jongen, want ik weet inmiddels toch dat jullie dat helemaal niet zijn: voegde ze er een tijdje later aan toe. Hoe wist je dat Naomi: vroeg Kurt met een schorre stem. Dat is geen kwestie van erachter komen of niet: zei ze op zachte fluistertoon. Het is een kwestie van gewoon je gezond verstand gebruiken. Maar nu heb ik geen tijd om van die onnozele, zinloze vragen te  beantwoorden, want ik heb nu wel andere dingen aan mijn hoofd, dingen die allemaal temaken hebben met jullie flauwe grap of wat het ook mocht zijn. Ik zie dat je Christophe Van geel al vermoord hebt, prima dan moet ik dat niet meer doen. Daar ben ik je nu al dankbaar voor, maar er komt een tijd dat liedjes uit zijn of ze nu mooi zijn of niet, en een van die liedjes ben jij Kurt. Jou liedje is uit, jou rol is gespeeld, de kaarten zijn verdeeld, en jij hebt nu eenmaal slechte kaarten net als de overige bendeleden van je. Dus zeg maar dag met je handje tegen je carrière als bendeleider. Lisa is al uit de weg geruimd, samen met haar ouders, ookal moet ik zeggen dat ik haar vader niet vermoord heb, en nu ben jij aan de beurt, samen met jou vrienden, en als dat nu eenmaal achter de rug is kan ik eindelijk weer opgelucht ademhalen en dit hoofdstuk volledig, definitief afsluiten, en hoeft de politie daar niet achter te komen. Toen ze dat gezegd had pakte ze Kurt bij zijn beide bovenarmen en begon hem langzaam maar zeker naar het meer te slepen. Hij viel met een harde plons in het water waarna hij in de diepte verdween en buiten bewustzijn raakte. Het laatste dat hij voelde was de intensiteit van het ijskoude water dat ervoor zorgde dat hij zijn bewustzijn verloor en uiteindelijk het leven achter zich liet. Naomi genoot intens van het feit dat ze Kurt Lambregts eindelijk in haar macht had en dat ze binnenkort, heel binnenkort zelfs de rest van de bendeleden onderhanden kon nemen. Dan pas zou haar wraak echt compleet zijn, en hoefde ze de politie niet eens meer onderhanden te nemen. Of toch wel? Inspecteur Jonas Jonasson en diens vrouw misschien, maar verder niemand.Nu ze eenmaal weer in het meer was kon ze met de planning beginnen voor de toekomst voor te bereiden. Alles moest vlekkeloos verlopen, er mocht absoluut niets fout gaan. Maar hoe kon ze er in hemelsnaam voor zorgen dat de planning om de rest van de bendeleden uit te moorden en de politie zodanig op een dwaalspoor te brengen dat ze er nooit achter zouden komen dat zij achter dit alles zat. Vlekkeloos kon verlopen?

Hoofdcommissaris Luycx zat achter zijn bureau te lezen toen zijn telefoon opeens overging. Hij vroeg zich af wie er op dit late tijdstip hem nog wilde bellen. Hij legde het memo dat hij aan het bestuderen was met een zucht weer op zijn bureau, stond op en liep naar de telefoon waarna hij de hoorn van de haak nam en luisterde naar de persoon die hem wilde bereiken, en tot zijn ontzetting was de persoon die hem zo laat nog op de avond wilde spreken inspecteur Jonasson. Wat wil je inspecteur: vroeg hij op enigszins scherpe toon hoewel dat niet zo bedoeld was. Ik zou graag de medestudenten van het slachtoffer willen ondervragen, als we dat zouden doen zouden we misschien meer over haar of de situatie omtrent haar dood te weten kunnen komen. Heeft het slachtoffer geen verdere familieleden die je eventueel kunt ondervragen,  alvorens je met de medestudenten begint inspecteur Jonasson: vroeg hoofdcommissaris Luycx op nog scherpere toon als in het begin van het telefoongesprek. We hebben dat nagetrokken en zijn tot de constitutie gekomen dat het slachtoffer geen verdere familie meer had buiten haar vader en moeder: zei Jonasson op botte toon. En als ze die toch gehad zou hebben weet ik zeker dat we als we de overige familieleden zouden ondervragen  totaal op het verkeerde spoor zouden terechtkomen en dat is het laatste waar jij en ik op dit moment behoefte aan hebben vind jij ook niet hoofdcommissaris? Luycx zuchtte diep en zei toen: Je hebt geluk dat het slachtoffer geen overige familie meer heeft Jonasson, want als ze die toch had had ik je uitdrukkelijk verboden om met haar medestudenten te praten. Wanneer was je van plan dat te doen inspecteur? Morgen hoofdcommissaris: zei Jonasson op enigszins kille toon. Hij verbrak de verbinding voordat hoofdcommissaris Luycx daarop kon antwoorden. Hij smeet de hoorn op de haak en richtte zijn aandacht weer op het memo dat voor hem op het bureau lag. Ik heb wel belangrijkere dingen aan mijn hoofd dan deze vervloekte moordzaak: zei hij hardop tegen zichzelf waarna hij het memo met een krachtige duw van zich afschoof. Dat hij maar zijn plan trekt. Ik bemoei me er niet meer mee.

Later kreeg de,politie een melding binnen over een  hevige bosbrand vlakbij de plaats waar de moorden gepleegd  waren. Hij belde Jonasson en zijn collega’s op, waarna ze even later bij de bosbrand waren. De brandweer was ook al ter plaatse evenals de fotograaf. Algauw hadden ze de brandhaard gevonden, iemand had een boom in brand gestoken. Wie heeft de brand opgemerkt? Een man die een heel eind verderop woont, hij had een rookpluim ontdekt die blijkbaar uit deze richting kwam:  zei Olafson. Opeens hoorden ze een kreet. Het vuur was inmiddels onder controle, maar ze hadden iets gevonden dat vlak onder de verbrande boom lag. De vlammen waren allemaal gedoofd, en de rook dreef weg naar het oosten. Ze kwamen dichterbij en bleven toen staan. Er lag een verkoold lichaam. Verdomme: zei Jonasson tussen zijn tanden. Jones kwam naast hen staan en schoot een paar plaatjes van de verkoolde massa dat een tijdje terug nog een levend mens was. Wie is het: vroeg  Jonasson aan de patholoog-anatoom die intussen naast hen was komen te staan. Dat kan ik je niet zeggen, omdat  het lijk totaal verkoold is: zei de patholoog-anatoom op kalme toon. Daarvoor is nader onderzoek nodig en  zoals je namelijk al zult weten heb ik hier niet het geschikte materiaal  bij me om dat onderzoek te doen, wat ik je wel kan zeggen is - maar dat weet ik niet zeker  - dat verbranding  waarschijnlijk de doodsoorzaak is, maar het kan ook evengoed -  iets totaal anders zijn.  Tijdstip van Overlijden? Dat kan ik onmogelijk bepalen aangezien het slachtoffer totaal verkoold is. Bedankt voor de informatie dokter, je hebt al goed werk geleverd voor vandaag: zei Jonasson . de patholoog-anatoom wenkte zijn collega’s en samen ruimden ze de verkoolde resten op.  Even later verdwenen ze samen met Jones en waren ze de enige aanwezigen op de plaats delict. De ondervraging van die man moet maar tot overmorgen wachten: zei Jonasson met een diepe zucht. Heb je namelijk zijn gegevens? Olafson knikte kort en gaf hem een blad waar al de gegevens over de desbetreffende persoon opstonden. Prima: zei Jonasson die zijn collega tevreden aanstaarde. De brandweerwagens stonden klaar om te vertrekken. Toen Jonasson en zijn collega in de combi stapte reden ze gezamenlijk weg. De technische recherche had de boel afgezet en het nodige gedaan om op zoek te gaan naar eventuele sporen en vingerafdrukken, maar natuurlijk hadden ze niets kunnen vinden omdat alles zorgvuldig door de hevige bosbrand verwoest was. Toch op het eerste zicht.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.