" Alle 't ie te zegge è"

Door Mijler gepubliceerd op Monday 23 May 10:28

Allee ’t ies te zegge è !

 

In mijn actieve atletiektijd was ik een trouw deelnemer aan de veldlopen in het Vlaams Belgische land. De technische commissie van de KNAU, was destijds geen voorstander van deelname aan dit brute werk door hun paradepaardjes van de baan. Het geploeter in het woeste, geaccidenteerde terrein met blubber, los zand en ongelijke paden zou een moordende uitwerking hebben op frisheid van de stylisten van de gebaande wegen in de atletiekstadions.

Het was vooral aan Nic Lemmens te danken dat er regelmatig in de stille winterperiodes een kleine vertegenwoordiging Nederlandse afstandlopers aan een “criterium der azen” of “volksloop” deelnam. Vaak behoorde ik tot deze verkozenen

U begrijpt al waar ik heen wil, want naast een klare organisatie en een pronkende prijzentafel met allerhande boedel, bijeengebracht door plaatselijke sympathisanten en nijveraars, werd er in een Vlaams jargon gekeuveld. Dit droeg bij aan de goesting die ik voor deze ruige sport koesterde.

Zo was het bij de start een vaak terugkerend tafereel, dat de ongeduldige atleten tot achter de startlijn teruggedreven moesten worden, wat steevast begeleid werd met de kreet: “Allee vooruit, achteruit!” Ik herinner me nog een situatie, waarbij de starter het startpistool in zijn jaszak stak en schreeuwde: “Kiek schiet nie, allee vooruit, achteruit” Ondertussen hield hij in de gaten of den Gaston (Roelands) in goede positie was en prompt werd het startschot vanuit zijn broekzak gelost.

Ook het zinnetje: “Allee ‘t ies te zegge è!” werd veelvuldig als een soort stopzinnetje (woordje) gebruikt om zichzelf nog enige bedenktijd te geven bij een ietwat moeilijke vraag of probleem.

Als liefhebber van wielerkoersen op de weg en in het veld, bezoek ik vaak de verslagen op de Belgische t.v.-zender, omdat ze niet alleen kundig zijn maar vooral ook doordat ik mede door hun amusante spreektaal meegevoerd wordt in de sfeer van de wedstrijd. Veel van de typische uitdrukkingen in het wielerjargon zijn ook in meer of mindere mate toepasselijk op de langere loopnummers in de atletiek.

Zo zal ook de atleet in het geaccidenteerde terrein vaak moeten stoempen en zal hij geregeld op zijn adem trappen. Vermoeide atleten uit vorm hebben geen benen en zullen in de race vaak geparkeerd staan. Sluwe lopers die profiteren van de het kopwerk van de ander linkeballen, eten eerst het bord van de ander leeg of rijden op het zweet van een ander. De hongerklop zal in de atletiek weinig voorkomen tijdens het lopen, maar mogelijk iets als een droogval? Een strijkijzer heeft weinig sprintvermogen en zal moeilijk kunnen verdapperen in de eindspurt, ook wel plafonneren genoemd In de veldlopen geconfronteerd worden met een vierkant rondje is een parcours met weinig bochten. Als het slecht gaat praat men over flanellen benen gevuld met pap.

Aan het elastiek hangen of er een snok aan geven zijn tegengestelde begrippen.

Allee, ’t ies mar te zegge niewaar!

 

 

De verteller

 

een inspirerend prater

plukt woorden uit de lucht

woont in zijn verhalen

bespeelt klanken

golvend in toon

brengt hoorders in een waan

laat hen in verbeelding zweven

tot hij zelf in nevelen verdwijnt

doch, zijn verhalen blijven voortbestaan

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Fier geschreven en plezanterij ten top !
Hier kan ik echt van genieten. Heerlijk geschreven.
Geweldig, dat Vlaamse wielerjargon! Mooi taalgedichtje ook.
Heerlijk stuk om te lezen.

Ik ben dol op mountainbiken met slecht weer en met joggen blijf ik ook niet enkel op de nette makkelijk loopbare plekjes. Is veel te leuk om door plassen te stampen. -))