Dilemma (1)

Door Harlinger gepubliceerd op Sunday 13 March 06:59

0abd913dadecf89d78ce4c78c86de992_medium.

Dilemma   (1)

De gewelddadige dood van Maartje Visser had de hele dorpsgemeenschap geschokt. Het is alweer meer dan twee maanden geleden dat Stientje, de huishoudelijke hulp van Maartje, op die maandagochtend het ontzielde lichaam van de zeventigjarige vrouw in de woonkamer van haar woning aan de Celsiusstraat had aangetroffen. Het was haar, achteraf gezien, alleen opgevallen dat Maartje niet op haar vertrouwde plekje bij het raam had gezeten, van waaruit ze altijd vrolijk naar haar hulp zwaaide. Maar op het moment dat Stientje de huissleutel in het slot van de voordeur stak, waren haar eerdere gedachten alweer in het niet verdwenen. Met het altijd ’Goedemorgen, ik ben het’, had zij haar jas en tas aan de kapstok in de gang opgehangen. In de woonkamer gekomen, had ze Maartje Visser op haar rug liggend op de grond voor haar stoel bij het raam aangetroffen. Met beide handen voor haar mond geslagen en een gil onderdrukkend, staarde Stientje in de wijd opengesperde dode ogen van Maartje. Haar altijd vriendelijke uitstraling was veranderd in een ondoorgrondelijke starre koude blik. Nadat ze zich van de dode aanblik had losgemaakt, ontdekte Stientje pas dat Maartje bijna naakt was. Met een gevoel van schaamte bij het zien van het halfnaakte lichaam was ze naar buiten uitgerend. Eenmaal buiten had ze met haar mobiel 112 gebeld. Zowel haar handen als haar stem hadden gebeefd toen ze de melding aan de centralist deed.

                                                                       *

De hevige stortbui van de afgelopen nacht heeft plaatsgemaakt voor een druilerige regen. Boven het kleine dorp hangt een grijs wolkendek als Irma haar donderblauwe Audi 160 nabij perceel Celsiusstraat 20 parkeert. Irma kijkt vanuit haar auto naar de keurig onderhouden rijtjeswoning. Dan ziet ze de in een blauwe overall gestoken man voor de woning staan. De man zal zeker niet ouder dan rond de vijfendertig  jaar zijn, schat ze. Ze kijkt enigszins geschrokken op haar horloge. Ze is toch niet te laat? Haar horloge geeft kwart over acht aan. Ze stelt tevreden vast dat ze mooi op tijd is, aangezien ze met het verhuisbedrijf om half negen heeft afgesproken. Ze ziet dat de man in zijn blauwe overall haar blijkbaar nog niet heeft opgemerkt. Enigszins verveeld staat hij, sigaret rokend, naar de grijze lucht te staren. Niet bepaald een atletisch figuur, bedenkt ze als ze de gebolde buik onder zijn overall ontwaart. Opnieuw staart ze naar de oude woning waar ze vandaag, en wellicht ook morgen, in zal moeten bivakkeren. Haar uitzicht wordt door de regen op de voorruit van haar auto steeds meer belemmerd. Irma buigt zich naar rechts voorover en pakt haar bruinleren schoudertas met daarin onder andere haar laptop en mobiele telefoon van de passagiersstoel. Na nog een laatste blik op de grijze lucht boven haar geworpen te hebben, opent ze het portier van haar geliefde stadsauto. Net op tijd ziet ze de plas regenwater op het trottoir. Oeps, het scheelde niet veel of ze had op deze vroege maandagochtend al natte voeten opgelopen. Na de auto afgesloten te hebben, zet ze de kraag van haar amberkleurige jack omhoog en loopt in versnelde pas en met enigszins gebogen hoofd tegen de druilerige regen naar de woning. Als ze in de gang van de betreffende woning staat, huivert ze. Ze stopt de sleutel waarmee ze de voordeur heeft geopend, terug in een grote bruine enveloppe. Ze voelt zelfs koude rillingen over haar lijf gaan. Als ze haar jack heeft uitgetrokken voelt ze kippenvel op haar onderarmen. Is het de druilerige regen en de lage buitentemperatuur die voor het kippenvel zorgen of is er een andere oorzaak? Heeft het misschien met de korte kennismaking met de man van het verhuisbedrijf in zijn blauwe overall en gebolde buik te maken?

 

Hij had zich aan haar voorgesteld met de woorden: ’Ik ben Pieter’. Ze voelt nog zijn weke en klef aanvoelende hand met de worstvingers, die haar hand langer vast heeft gehouden dan beslist noodzakelijk was. Pieter had haar met zijn grijze ogen en lege uitdrukking aangekeken. Nadat ze hem met een priemende blik had aangekeken, ging zijn koele en uitdrukkingloze blik over haar lichaam. Hij had zelfs de brutaliteit gehad om ter hoogte van haar borsten even pauze te nemen. Wat een geluk dat ze die ochtend in verband met haar werkzaamheden die dag voor een coltrui heeft gekozen. Had ze het goed gezien, dat er nu al zweetdruppels op zijn voorhoofd en rond zijn haviksneus parelden? En dat terwijl hij nog niks aan fysieke arbeid had gedaan, wat ook niet de bedoeling was. De afspraak die Irma een week van tevoren met de baas van het verhuisbedrijf had gemaakt, hield alleen in, dat er iemand van het verhuisbedrijf aanwezig zou zijn om de inboedel, die opgeslagen moest worden, op omvang te schatten. Daarnaast zou er een kostencalculatie gemaakt moeten worden. Irma heeft expres deze vroege maandagochtend uitgekozen, omdat ze zeker de hele dag wel bezig zal zijn met het inventariseren en registreren van de inboedel. Bovendien moet alles fotografisch vastgelegd en op waarde geschat worden.

Al vanaf het moment dat de moord op de zeventigjarige Maartje Visser via de pers naar buiten kwam, is Irma de ontwikkelingen blijven volgen. Ze kan maar geen redelijke verklaring bedenken waarom ze meer dan gemiddelde belangstelling voor de gruwelijke gebeurtenis heeft. Het is zelfs een vreemd soort van fascinatie dat ze de afgelopen maanden heeft ontwikkeld. Okay, ze kende Maartje nog uit de periode dat ze zelf nog in het dorp woonde, inmiddels heel wat jaren geleden. En wat is kennen? Iedereen kende Maartje tot op zekere hoogte. Vooral als mededorpsgenoot, die voor iedereen een vriendelijk woord en een luisterend oor had. Maartje Visser is na de overval in haar woning verkracht en vervolgens met de centuur van haar eigen kamerjas gewurgd, had Irma uit de berichtgeving in de pers begrepen. De woning van Maartje was niet overhoop gehaald. Er zijn geen braaksporen gevonden die op een inbraak zouden kunnen wijzen. De politie heeft vorige maand nog de medewerking van de inwoners van het dorp gevraagd om bijzonderheden met betrekking tot verdachte personen of situaties via een speciaal daartoe opengesteld telefoonnummer bij de politie te melden. Irma haar gedachten gaan terug naar het moment dat ze net onder de douche vandaan was gekomen en de uitzending van ‘Opsporing Verzocht’ net begonnen was. Ook toen had ze gehuiverd. Maar dat had een andere oorzaak. Met een groot badlaken om haar lichaam geslagen, en met halfnatte voeten in haar badstoffen muiltjes gestoken, had ze op de hoek van haar bank de beelden voorbij zien komen. Maartje was een knappe vrouw met mooi zilvergrijs haar en een mooi vol gezicht. Irma moest toen nog aan haar inmiddels overleden tante Bettie uit Barneveld denken Ondanks dit alles had het Irma nog niet verder geholpen bij het vinden van de reden, waarom ze meer dan gewone belangstelling voor deze moord heeft ontwikkeld.

                                                                       *

Irma staat inmiddels in de woonkamer, die tot voor kort een vertrouwde plek voor Maartje Visser was geweest. Doordat het huis al meer dan twee maanden onbewoond is, ruikt de woning een beetje muffig. Irma kijkt de woonkamer rond. De oude en deels antieke meubels, waar de woonkamer vol mee staat, lijken Irma wat droevig aan te staren. Dan vangt haar blik de verbleekte krijtstrepen op het versleten tapijt, dat op de eveneens versleten vloerbedekking ligt. Aan de vorm is te zien dat daar Maartje heeft moeten liggen. Nu ze hier staat, naast de leren stoel met hoge rugleuning, ziet ze de beelden van de vermoorde vrouw voor zich. De stoel, waar Maartje waarschijnlijk altijd in gezeten heeft, met als uitzicht het plantsoen aan de overzijde van de straat.

Beelden die steeds concreter en helderder worden. Beelden die vergezeld worden door flarden van woorden. Woorden die maar geen zinnen willen worden. Toch gaat de beeldvorming verder. Irma krijgt het er warm van. Als ze in de stoel van Maartje gaat zitten, zakt ze weg in het soepele leer, waarbij haar linkerarm op een pijnlijke wijze in contact komt met de beklede armleuning. Ze zakt achterover tegen de hoge rugleuning. Van hieruit heeft ze een uitzicht op de rest van de kamer. Een onaangeroerde kamer waar alle meubelstukken nog op hun plaats staan. Toch wel een beetje vreemd dat de meubels na het grondig uitgevoerde politieonderzoek er zo onaangeroerd bij staan, denkt ze bij zichzelf. Na vandaag, maar zeker morgen, zullen die mooie oude meubels door vreemde mannenhanden vastgepakt, opgetild en weggevoerd worden. Ze zullen vervolgens over niet al te lange altijd voorgoed van elkaar gescheiden worden. Het glazen servieskastje zal ontdaan worden van haar prachtige porseleinen kopjes. En zal het schilderij van de ‘Stier van Potter’ een stoffige verhuisdeken over zich heen geworpen krijgen. Dan zullen deze meubels voor het eerst in hun rustige bestaan kennismaken met de buitenwereld, om vervolgens voorlopig in een grote, kille opslagloods terecht te komen. Het is slechts een kwestie van tijd als de smaakvol en warm ingerichte woonkamer van Maartje veranderd zal zijn in een kaal kil vertrek. Na het afvoeren van de meubels zal de oude belegen vloerbedekking door een scherp stanleymes doorkliefd worden. Daarmee zullen de verbleekte sporen, waar vele jaren de meubels hebben gestaan, voor altijd worden gewist.

In onpeilbaar diepe gedachten verzonken, zit Irma nog steeds in de leren stoel van Maartje. Ze staart opnieuw met een sombere blik naar de vage krijtstrepen op het tapijt. Het wordt hoogtijd om aan de slag te gaan. Er is nog veel werk te doen. De politie heeft pas onlangs de woning vrijgegeven. Kort na het vrijgeven heeft de gemeente het kantoor van ‘Van Gogh notarissen en advocaten’ de opdracht gegeven om een onderzoek naar mogelijke erfgenamen in te stellen. Als vrijgevestigd Beëdigd Taxateur roerende zaken heeft Irma van het notariskantoor het verzoek gekregen, om de gehele inboedel te inventariseren en te registeren. Tevens heeft ze van haar opdrachtgever de opdracht gekregen om, hangende het onderzoek, de inboedel tijdelijk op te laten slaan. Volgens de notaris zal het nog geruime tijd gaan duren dat het onderzoek naar nog in leven zijnde erfgenamen afgerond zal kunnen worden, zo heeft ze vernomen.

                                                           *

Pieter zit op die vrijdag aan zijn ‘vroeg bakje’ koffie te nippen als zijn baas, de eigenaar van het verhuisbedrijf waar hij al meer dan vijftien jaar werkzaam is, de kleine kantine binnenkomt. Hoewel Pieter graag werkt, kijkt hij altijd weer naar het vrije weekend uit. Morgen gaat hij met zijn boezemvriend naar een autocross buiten de regio. Nu maar hopen dat het weer een beetje beter mag gaan worden. De laatste dagen regent het constant, wat niet bepaald bevorderlijk is voor de kwaliteit van het parcours waar de cross zal worden gehouden. Pieter heeft met zijn vriend afgesproken dat ze na de wedstrijd bij het eetcafé van ‘Tante Bet’ een warme hap zullen nuttigen. ‘Goedemorgen, Pieter,’ klinkt het plotseling achter hem. Hij heeft zijn baas niet aan horen komen.‘Moggu,’ bromt Pieter wat binnensmonds, waarna hij de laatste slok koffie achteroverslaat. Als Peter de opdracht van zijn baas voor aanstaande maandag verneemt, krimpt hij ineen van schrik. Het lege koffiebekertje in zijn hand begint te beven. Maar dat niet alleen. Heeft de baas gemerkt dat zijn handen trilden toen hij de adresgegevens in zijn kleine notitieboekje noteerde en die met bevende handen in de borstzak van zijn blauwe overall stak?

Op weg naar de wasplaats van het bedrijf, beletten zijn nog steeds bevende handen hem, om een sigaretje te draaien. Zowel de autocross als de warme hap bij Tante Bet zijn uit het hoofd van Pieter verdwenen. Met een hoofd vol andere en veel minder prettige gedachten, die als bliksemflitsen door zijn brein schieten, komt hij bij de wasplaats aan en begint de eerste van de vier verhuiswagens te wassen. Wordt vervolgd.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.