Hartje.

Door AelmansHar gepubliceerd op Wednesday 17 February 23:42

239 Hartje.

God geeft zich een pluimpje, een hartje. In Genesis hoofdstuk 1. Aan het eind van een dag. God keurt zijn werk goed. Het hele hoofdstuk 1 is goed. Dit is een andere god als de gefantaseerde god van Eva.

De god van Eva is een fantasie.

In hoofdstuk een Genesis is de wereld klaar. En hij is goed.

Wat niet beschreven is, onze fantasie. Onze fantasie zit dus niet in de wereld van goed. We moeten de samenleving zelf fantaseren. Dat kunnen we doen op de waarheid, de god van hoofdstuk een of de fantasie van goed en kwaad de god van Eva. In het begin fantaseren we een samenleving gebaseerd op de god van hoofdstuk een. En we konden het een hartje geven, een pluimpje geven. Het was goed.

 

De kennis van goed en slecht. Een boer haalt een paard weg bij een kudde die in het wild leeft. Het paard heeft het aangeboren gedrag. De boer gaat dit gedrag vervangen door een gedrag van zijn goed en kwaad. Dat hebben we de naam mennen gegeven. Voor de dieren op de boerderij is de boer god. De boer bepaalt het goed en slecht voor de dieren. Dat we bij een dier het ingeboren gedrag veranderen in het gedrag zoals het volgens ons goed of slecht is hebben we verschillende namen gegeven. Dresseren. Africhten. Domesticeren. Temmen. We laten de dieren de kennis van goed en kwaad eten.

 

In de traditie ontstaat een bundel van fantasie verhalen, een verhalenslang. De verhalen vertellen Eva als je nu zorgt dat het ingeboren gedrag van de vervangt door een gedrag van goed en slecht. Je wordt dan zoals de boer god is voor de dieren op de boerderij de god voor de mensen. De mensen worden dan je werkpaarden. Dat leek eva begeerlijk. Ze zorgde dat de mensen in de kennis van goed en kwaad gingen leven. Dat ze de kennis van goed en kwaad gingen eten. De mensen gingen van goed in een goed en kwaad leven. Eva kwam erachter dat de verhalenslang in de traditie haar bedrogen had. Ze werd niet de god van het dorp. Ze werd onderdeel van de samenleving goed en kwaad.

 

Door de beschavingen heen leven we nog altijd met die fantasietroep van Eva in goed en kwaad.

Hier kunnen we onszelf niet een hartje, een puimpje, voor geven het is goed.

En fantaseren over een weg dat we weer in ons aangeboren gedrag gaan leven? Die weg is geblokkeerd. Met verhalenbundels over hoe goed het goed en slecht is. Onze strijd om bezit en verering. Dat geven we een hartje. Dat daarmee heel de aarde gevuld is met ellende en oorlog doet er niet toe. We eten de kennis van goed en slecht en vertellen ons zelf dat het goed is. Dat geven we een hartje, een pluimpje.

 

We leven niet in de wet van god de schepper van de natuurwetten.

We leven in de wet van goed en kwaad een schepping van Eva.

 

Er moet wat zijn.

En wat is er? Een samenleving, een fantasie gebaseerd op de echte schepper de echte god?

Wat doen we? We maken die samenleving van de echte god dood met een valse god een fantasie van goed en kwaad. We fantaseren de dood als baas over de fantasie van de samenleving. Alle waarden en normen van de echte god de schepper van de natuurwetten worden omgekeerd in de fantasie van onze samenleving. De positieve krachten van de fantasie van de echte god veranderen we in negatieve krachten van de dood. Spoken. Zombies. Maanmannetjes die van heel ver komen. De aarde is ons ruimteschip. Komen we buiten de dampkring moeten we de dampring namaken. Wetenschappers die met zwaartekracht golven komen. Ze weten niet wat tijd is. Tijd is trillingen van materie. Materie kan niet de trillingen van twee tijden hebben.

Wat fantaseren we over een samenleving van de echte god de natuurwet? In een dorp heeft een moeder niet genoeg eten voor de kinderen. De mensen in de straat regelen dat het goed komt. Het dorp heeft een eigen economie. Via de put en wijk wordt dat in het dorpsbestuur geregeld. Alle dorpen op aarde hebben een eigen economie. De steden zijn een verzameling dorpen. Dan moet er een grote economie zijn. De fabrieken en zo. Het inkomen wordt het lid zijn van het dorp. Het staat in Genesis twee. Het goud is op twee plaatsen. In gewone taal maken de bijbelvertalers er een plaats van. In Genesis twee wordt gesproken over een hof en de tuin. De bijbelvertalers van gewone taal laten de hof weg. Lichamelijk worden we twee keer geschapen. Het geestelijk leven wordt weggelaten. Volgens die mensen hebben we geen fantasie.

Mensbeervarken. Een mens met een halve fantasie. Een aap met een halve fantasie. Mensaapvarken.

Mensslangvarken.

De vijand van pastoor is een wereldbevolking zonder oorlog. Pastoor geeft zichzelf een hartje. Is er een gezin waar te weinig inkomen is, komt pastoor langs met zijn offerschaal voor een bijdrage. Maria heeft een nieuw verfje nodig.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een aardige analogie waar ik het wel deels mee eens kan zijn (mijn redeneringen zijn namelijk niet-religieus gestoeld).

Als metaforische aanvulling, de mens is al lang geleden de 'oorspronkelijke weg' kwijtgeraakt waardoor hij het overzicht casu quo ook de controle over zijn (levens)weg is verloren en daardoor in allerlei angsten ronddoolt.
Hierdoor fantaseert de mens allerlei drama's die op onwaarheden zijn gebaseerd, op onterechte angsten die zich uiten in boosheid, haat, vernietigingsdrang (in de breedste zin van het woord), jaloezie, graaigedrag, (on)bewuste Ego-verheerlijking en andere op angst gebaseerde, negatieve emoties.

Het feit dat fantasie, overtuigingen en gedachten, de energieën zijn die verantwoordelijk staan voor het ontstaan van een conforme beleving van iemands persoonlijke werkelijkheid (belevingswereld), behoort ook tot die oorspronkelijke weg (iets wat in het algemeen ook is vergeten en als onzin wordt bestempeld; als klokkenluider dien je daarvoor te boeten :)).

Om terug te komen op Spiegel 2, http://nescio.plazilla.com/page/4295182322/spiegel-2

De passieve kijker neemt daarin zijn zelf-gecreëerde drama's waar, waarop hij als een stier op een rode lap reageert; de actieve kijker regisseert (bewust dan wel onbewust) de wereld die hij waarneemt, waardoor drama's die dreigen te ontstaan, de personen en omstandigheden die daarvoor verantwoordelijk zijn, als vanzelf en moeiteloos uit zijn gezichtsveld verdwijnen. MET KLEM: dit is géén negatief oordeel over de betreffende ongewenste omstandigheden en personen die deze creëren, maar een natuurlijke werking, een universele wet, die, mits (h)erkend en toegepast, de belevingswereld van de ziende kijker verbetert.

De kijkende kijkers zijn zeer zeker ook waardevol en blijven recht houden op hun meningen, maar ze beleven een belevingswereld die niet (meer) aansluit bij die van de ziende kijker.
Volledig mee eens.
Ik baseer me niet op woorden van andere mensen maar op natuurwetten. De natuurwetten kun je in woorden weergeven. Deze staan beschreven in Genesis de eerste hoofstukken. De rest is gefantaseer van de volksleiders. De zonen van Eva leven in de kennis van goed en slecht.
Het eerste de mens is een drie-eenheid. Beschreven in Genesis 2
Beschreven wordt het eerste dorp.
1 De persoon. Krijgt in Genesis de naam boom
2 Lid van de sociale groep het dorp. In genesis met de naam tuin.
3 Lid van der wereldbevolking, de economie. In Genesis de naam hof.
Dit is de natuurwet. We kunnen niet een van de drie weglaten. Dan is er geen mens meer.
De mensen in Alaska die alleen leven. Ze hebben spullen, zijn verbonden met de wereld economie. ze hebben sociale contacten, zijn gebonden aan een dorp. En ze zijn persoon.