Is het bij de duivenmelker allemaal begonnen

Door Mijler gepubliceerd op Tuesday 12 January 17:28

Is het bij de duivenmelker allemaal begonnen?  

In de naoorlogse jaren woonden er veel duivenmelkers in West Brabant. Op de zomerse zondagochtenden werden de duiven “opgewacht” zoals dat zo mooi heet. De duivenliefhebbers gingen om zeven uur ’s morgens naar de eerste mis. Ze moesten op tijd “de duivenberichten” van de radio opvangen. Via een speciaal radioprogramma vertelde men dan hoe laat de duiven op verschillende Franse plaatsen waren “gelost.” Bij benadering kon men dan de aankomst van de eerste duiven berekenen.

De melkers waren heel fanatiek en konden uren in de til vertoeven. Naast het voeden en schoonmaken van de kooi, werden de vogels geregeld in de hand genomen en aan een soort conditietest onderworpen. De duif werd vol in de handpalm omvat met de pootjes tussen de vingers en het kopje naar de melker gericht. Dan volgde een reeks controles zoals de vleugels spreiden of alle pennen aanwezig waren en in welke toestand, het borstbeen aftasten of er niet te veel of te weinig vlees op het lijfje zat en de ogen controleren op de blik. Vooral ook de kleurnuance van de proppen (neusdoppen) op de snavel zegt veel over de fitheid van de “duifkes.” Bij een gezonde duif zijn die krijtwit.

Dagelijks werden de duiven uitgelaten als een vorm van training, daarbij aandachtig gadegeslagen door het “baasje.” Tot slot werden ze binnen geroepen “gelokt” met afwisselend roepen “kom, kom, komaaaaan kom!” of met een ritmische fluitroffel, meestal begeleid door het rammelen met een busje met duivenvoer. Deze gewenning was belangrijk om de duiven die van de vlucht op de kooi landden snel binnen te krijgen om de vluchtring te kunnen klokken.

Tegenwoordig gebeurt het registreren van de vluchttijden automatisch bij het landen op de klep. Computergestuurd gaan de resultaten naar een centrale administratie. Toen moest de rubber vluchtring na verwijdering van een pootje, in een hulsje gestopt worden en daarna in een klok met een draai aan een hengeltje werd de tijd vastgelegd. In de namiddag ging men dan naar het dorpscafé alwaar de klokken “gelicht” (gegevens er uit halen) werden.

Kort na de oorlog had niet elke melker een klok. Zo had mijn oom Marijn, die midden in onze straat woonde een klok in bruikleen van de duivenclub. De andere melkers moesten daarheen om te “klokken.” Aan beide zijden op ongeveer vijfenzeventig meter afstand van mijn oom, woonde een duivenmelker, die beiden achttien seconden bonificatie kregen om daar te komen. Mijn broer Adrie liep voor melker Jan en ik voor Leo die aan de andere kant woonde. Het was dus voor ons een zaak om zo snel mogelijk het hulsje met vluchtring naar de centrale klok te brengen. In het gunstigste geval kon je nog winst maken. Op een bepaald moment kwamen veel duiven tegelijk en dan was het een moordende race tussen twee broers die van tegengestelde richting kwamen, om als eerste bij de klok te zijn.

Leo had een hele organisatie op touw gezet. Drie van zijn kinderen (hij had er negen) hielden het erf en het huispad vrij. In de vloer van de hoger gelegen duiventil had hij een regenpijp gemaakt, die via de vloer naar beneden voerde. Ik ving dan met mijn handen onder de pijp het hulsje op en rende via erf, huispad, de straat (onverhard) op naar oom Marijn, waar zoon Jan in schrijlingse zit op een houten bank in afwachting zat met de klok tussen zijn bovenbenen.

Op de straat was het meestal rustig, slechts enkele wandelaars en spelende kinderen. Toch kwam ik eenmaal in volle run vanaf het huispad, terwijl een buurvrouw met kinderwagen het pad kruiste. Ik ben toen in nood over de kinderwagen gesprongen en meteen doorgelopen om geen tijd te verliezen.

Zou toen toch de basis gelegd zijn voor mijn latere atletiekloopbaan?

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het moet daar hoogstwaarschijnlijk begonnen zijn! Kan niet missen!