Wortels

Door Lab Rat gepubliceerd op Monday 21 September 14:35

15bef2f3e87a0f1e84eb36300754441b_medium.

17 september
“Gaan we nou, gaaaaan we nouhouuuuu?!” Karazmin stond op haar achterpootjes tegen Anerea aan.
“Rustig aan, rovertje. Ik heb een muis in de tuin zien lopen en er is nog tijd genoeg, vermaak je daar maar even mee.”
Karazmin spurtte naar buiten. Anerea zorgde goed voor Karazmin, die bij haar inwoonde. In de ochtend stapte ze de deur uit en in de avond kwam ze pas terug. Dan moest ze werken, centjes verdienen om zo goed voor zichzelf en haar te zorgen. Karazmin wist niet wat ze deed, altijd als ze ernaar vroeg werd er iets van ‘geheimhoudingsplicht’ gemompeld. ‘Ach ja, als ze het niet wil vertellen, ook goed’, dacht Karazmin dan maar, ‘zolang ze maar goed voor mij zorgt vind ik het prima.’ Karazmin vermaakte zich ondertussen wel. Ze kroop door de tuin van Anerea, op zoek naar insecten, vogels, kikkers, muizen en konijnen. Soms kwam ze daarbij best ver van huis. Het liefst was ze alleen, maar Anerea mocht ze wel. Anerea was soms, heel stiekem, ook wel een klein beetje bang voor haar. Ze was dan wel tien keer zo groot, ze bleef een zebra, en een katachtige in huis blijft een risico. Maar Karazmin was geen gewone serval. Ze was een klein opdondertje die van jongs af aan al bij de familie van Anerea was opgegroeid. Ze waren zo close met elkaar, dat Anerea wel alleen met haar in een huis durfde te wonen. Op de Drentse heide, zodat de kleine serval genoeg ruimte had om rond te rennen en dieren te schieten. Maar vandaag niet. Vandaag was het eindelijk zo ver. Anerea had na maanden zeuren eindelijk vrij gekregen van haar baas. Haar baas vond dat maar niet kunnen, haar vrij geven zou een gevaar voor de mensheid kunnen opleveren, zelfs in het rustige Drenthe. Maar daar trok deze zebra zich niet zoveel van aan, dan moest die rotzak maar gewoon een vervanger regelen, zo geheim was haar werk nu ook weer niet, ze werd immers elke dag na het werk afgelost door haar collega, dan moest een vervanger vinden ook niet zo moeilijk zijn. Ze zou nu eens goed gaan genieten van een hele maand vrij!

4ffeaf67e147c38703ece5d6be1c7928_medium.

Anerea liep de tuin in. Ze zette haar poten iets wijder uit elkaar en deed haar kop omlaag. Ze nam een flinke hap gras en kauwde er goed op alvorens het door te slikken. Na een paar happen kwam de kleine serval zacht grommend aangerend. Anerea ging snel rechtop staan.
“Kijk, kijk! Ik heb hem!” Karazmin zwaaide sierlijk met een polaroid waarop een prachtige muis te zien was.
Anerea liet haar hoef over de kop van het roofdier glijden en zei lachend “goed gedaan, ik ben trots op je.” Ze liep naar de keukenkast en pakte twee borden. Ze zette ze op tafel en schraapte haar keel. “Kom, eet nog wat, het is nu nog warm.”
“Maar ik wil niet eten, ik wil op avontuur, nu!”
Anerea schraapte nogmaals haar keel en spuugde iets groens op beide borden. Het zag eruit als andijvie die te lang gekookt had, als een grote klodder vies groen snot met stukjes.
“Getverdemme, alweer snot?”
“Kattengras zul je bedoelen. Ik ben een herkauwer en jij een katachtige, dus ik heb heel de tuin vol kattengras geplant. Dan hebben we altijd genoeg te eten en hoef ik jou ook niet aan een fietsenstandaard te binden bij de supermarkt.”
Karazmin at met tegenzin haar bord leeg en Anerea smulde voor de tweede maal van het gras.

2a5f4c0d39dcc20faf08f356a809de3e_medium.

Na de laatste maaltijd op de Drentse hei ging het tweetal op reis. Bepakt en bezakt naar een bestemming waar de kleine serval al een jaar over zeurde. Ze begon ineens steeds ‘wortels, wortels!’ te roepen, en Anerea had haar dan ook beloofd dat, zodra ze eindelijk vrij kreeg van haar baas, ze op zoek zouden gaan naar de wortels van de serval.
Ze parkeerden de auto bij het treinstation en namen vanaf daar de trein naar Schiphol. Karazmin had een hekel aan de auto. Die auto betekende meestal dat ze naar de dierenarts moest en die vrouw vond ze maar niks. Ze ging wel graag met de trein, al werd ze er soms wel een beetje misselijk van en voelde ze zich opgesloten en aangestaard door al die vreemde mensen. Ze vond de trein leuk, omdat ze dan lekker naar buiten kon kijken en uitgebreide speelvelden, soms gevuld met schaapjes of koetjes, langs de route zag. Met de trein gingen ze eigenlijk altijd naar het huis waar Anerea vroeger woonde. Zeker 150 kilometer bij hun vertrouwde huisje vandaan, en Anerea vond dat te ver rijden met de auto. Als ze bij haar ouders langs gingen, kozen ze maar voor de trein.
Meestal gedroeg Karazmin zich ook heel braaf en Anerea vond het geen probleem om samen met de trein te reizen. Katten mochten op schoot immers gratis mee, dus dat scheelde al de helft van de prijs. En omdat Karazmin niet alleen bij haar op schoot zat, maar ook op de grond en voor het raam, op en neer sprong, durfde niemand bij hen in de buurt te zitten, waardoor ze het lekker ruim hadden. Tot vijf jaar en twee weken geleden dan. Toen durfde toch ineens iemand het aan om bij hen te komen zitten. Het was een grote rat, iets kleiner dan Karazmin, maar bang was zij zeker niet. Uit de zak van haar labjas haalde ze een foto van een school haringen. Ze keek er goed naar en stopte de foto met weemoed weer terug in haar zak. Vervolgens begon ze haar nagels te lakken met een gifgroene lak. Karazmin was nieuwsgierig op de geur van de aceton af gegaan, zoiets had ze nog nooit geroken, en die rat zag er eigenlijk ook best smakelijk uit. Het Lab Ratje vond dat wel leuk en wilde Karazmin knuffelen. Anerea probeerde Karazmin nog terug te trekken maar het was al te laat. Met een grote hap beet Karazmin de linkerpoot van de rat af. Het ratje had wel pijn, maar riep “eet mij maar op, ik besta toch niet!” en dat deed de serval dan ook maar. Toen de conducteur langs kwam lag er alleen nog maar een verscheurd labjasje en een stapeltje botten op de stoel naast de serval. De conducteur vond het onacceptabel en Karazmin kreeg een treinverbod voor vijf jaar lang en ze moest een cursus zelfbeheersing volgen. Maar nu mocht ze weer lekker met de trein en ze genoot met volle teugen van de rit. Ook Anerea genoot van de rit en vooral van hoe blij het de kleine serval maakte en de uren durende reis naar het vliegveld ging eigenlijk best snel. Op het vliegveld namen ze het vliegtuig naar Parijs en daar stapten ze over op een vliegtuig naar Kinshasa.

6ccfb3692e8500864bc9a6f7b946fcd2_medium.

Eenmaal in Kinshasa aangekomen was Karazmin door het dolle heen, ze was bij die wortels die ze zo graag wilde! Maar na een paar keer op en neer stuiteren werd ze ineens heel rustig.
“Waar zijn ze nou? Ik zie ze niet!”
“Rustig meisje”, zei Anerea, “dit is het vliegveld nog maar. Ze weten niet dat wij eraan komen, maar we gaan ze zo meteen opzoeken. Het is veel rustiger daar, veel minder mensen.”1
Ze liepen naar de taxistandplaats. Eerst bij het zebrapad de weg oversteken. Anerea rilde terwijl ze er omheen liep. Ze wilde even niet aan haar werk denken en vond het zielig dat er hier ook zebra’s werden misbruikt omwille van de veiligheid. Ze namen een taxi naar het mooiste stuk savanne waar de chauffeur hen heen kon brengen en Anerea stapte blij uit. “Kijk eens aan, hier moeten je wortels zijn.”
“Waar, waar waar? Ik zie ze niet ik zie ze niehieeeet!” Karazmin sprong wild op en neer maar zag niets van die wortels die haar beloofd waren, alleen een uitgestrekt stuk met enkele bomen en de taxi die wegreed. Ze besloot in de boom te klimmen om te zien of ze misschien op haar af kwamen als ze erom zou roepen. “Mwarwrrr wortels, wortels!!! Mwarwr mwawwww grrr WOOOOOOOORTEEEEELS!!!!”
“Ik denk niet dat ze komen, kleintje.” Anerea stond onderaan de boom en strekte haar voorpoten naar boven uit. “Kom maar, we zijn hier nog vier weken, tijd genoeg om ze te vinden.”
Karazmin klom uit de boom en ging op de rug van Anerea zitten. Vanaf daar kon ze lekker ver kijken. Ze liepen verder de savanne op en keken hun ogen uit. Bij iedere slang of hagedis die ze tegenkwamen trok Karazmin haar fototoestel tevoorschijn en legde alles vast. Na drie uur te hebben gelopen wilde Anerea een veilige slaapplaats gaan zoeken. Mogelijk moesten ze de hele wandeling terug lopen én het stuk dat de taxi hen gebracht had. In Khinsasa was vast wel een veilige slaapplaats te vinden. Ze besloten terug te gaan en als ze onderweg een geschikte boom tegenkwamen zouden ze daar slapen. In de verte zagen ze een aantal bomen, daar hadden ze op de heenweg nog wat bladeren van gegeten en even uitgerust. Mogelijk konden ze daar een goede plek voor de nacht creëren. Ze liepen erheen. Karazmin rende het laatste stuk vooruit klom in één van de bomen om te onderzoeken of  ze daar lekker kon slapen. Anerea hoorde vanuit de verte een hele hoop geblaas en gegrom en galoppeerde een stukje vooruit. Eenmaal dichterbij klonk het als twee katachtigen, dus ze besloot om er niet heen te gaan, maar een stukje verderop van achter een boom toe te kijken.
203800b0f9d12895dffc6f3177d03f24_medium.
Een fel gevecht was gaande, maar aan de geluiden te horen was het voornamelijk de vreemde katachtige die eronder leed en was haar kleine serval aan het winnen. Dat bleek na een paar minuten ook zo te zijn. Er viel een serval uit de boom en niet lang daarna sprong de kleine Karazmin erbovenop. Nog een paar rake klappen werden over en weer uitgedeeld, maar de vreemde serval koos eieren voor zijn geld en droop af.
“Ha, mooi! Anerea, waar beeeeeeeen je???? ZAG JE ME ZAG JE ME?!!!” Karazmin stuiterde op haar achterpootjes op en neer terwijl ze de verte in keek waar Anerea was. Die kwam achter de boom vandaan en liep naar haar serval toe.
“Zag je het? ZAG JE HET? IK heb hem klappen gegeven. IK. Hij zat in die boom en ik wilde daar slapen. IK heb hem verslagen. IK IK IK. GOED HE?”
Anerea wist niet zo goed wat ze hier nu mee aan moest. Nu hadden ze eindelijk de wortels van Karazmin gevonden, was het uitgelopen op een gevecht. Wortels gevlucht, en het leek er ook nog op dat Karazmin het gevecht was begonnen.
“Mijn voorpootje doet wel een beetje zeer, dus ik denk niet dat ik in de boom kan slapen.” Karazmin likte voorzichtig aan haar bebloede pootje.
“Wil je tussen mijn voorpoten slapen dan?”
“Ja. Lekker warm en veilig.”
“Dan doen we dat, maar eerst wil ik naar je pootje kijken.” Anerea keek goed naar het voorpootje van Karazmin en concludeerde dat de vreemde serval er in had gebeten. En goed hard ook. Ze spoelde de wond met wat water en bond er een zakdoek omheen. Dat was alles wat ze nu kon doen.
“Hij heeft je hard gebeten. We moeten er echt even mee naar de dokter, het spijt me maar het is niet anders. Maar eerst overnachten we hier nog.”
Ze begon bladeren van de boom te plukken. Ze at er een aantal op, en van de rest bouwde ze een mooie schuilplaats. Ze aten wat en sliepen met één oog open.
Zodra het ochtend was, en ze nog wat hadden gegeten en gedronken, vertrok het tweetal richting de stad. Karazmin zat op de rug van Anerea, die binnen anderhalf uur terug naar Khinsasa galoppeerde. Eenmaal daar aangekomen vonden ze al snel een dierenarts die wel even naar de poot van Karazmin wilde kijken. Ze kreeg er prikkend spul in, maar het hoefde gelukkig niet gehecht. Wel een mooi verband erom, eentje met tijgerprint, dat vond ze wel stoer. En ze moest rust houden. Niet springen, niet rennen, kleine stukjes lopen. Twee weken lang.
Ze besloten om een hotelkamer te boeken in de stad, zodat ze daar veilig konden rusten.
“Wil je nog terug naar je wortels?”
“Wortels”, zei Karazmin geërgerd, “die wortels wil ik niet hoor, veel te gemeen!”
“Waarom viel je die serval aan?”
“Hij zat in de boom die ik wilde. Opsodemieteren. Grrr.”
“Ik dacht dat je naar je wortels wilde?”
“Ja. Maar niet die. Wanneer gaan we weer naar huis?”
Anerea had er flink de pest in dat de kleine eigenwijs zo reageerde. Maar ze begreep ook wel dat de serval er geen zin meer in had. Zelf had ze niet gedroomd van een reis naar Afrika, maar ze wilde er een leuke tijd beleven. Karazmin wilde niets meer. Alleen slapen en naar huis. Anerea probeerde om de tickets van de terugvlucht om te boeken en dat lukte, ze konden op 2 oktober terugvliegen naar Parijs. Karazmin vond dat te lang duren en heeft bijna twee weken lang gemopperd. Anerea kreeg steeds meer het gevoel dat de vakantie compleet was verpest. Ze had thuis nog wel twee weken vrij, maar ze wist ook dat ze daarna weer dagenlang op de weg moest liggen om voetgangers veilig over te laten steken, en daardoor kon ze er nu niet van genieten. De twee weken kropen voorbij. Het pootje van Karazmin heelde goed en ze probeerde er wel steeds wat meer mee, maar ze wilde nog steeds zo snel mogelijk naar huis.
 

2 oktober
Het tweetal checkte uit bij het hotel en vertrok richting het vliegveld. Karazmins pootje was weer helemaal gezond en ze sprong er dan ook vrolijk op rond.
“Je moet nog steeds rustig aan doen, kleintje.” Anerea had er nog steeds de pest in dat ze terug moest. Karazmin trok zich er weinig van aan en was net zo door het dolle heen als op de heenreis.
Hun vlucht had vertraging, waardoor Anerea wist dat ze die nacht in Parijs zouden overnachten. Karazmin werd drukker en vervelender naar mate de vertraging langer duurde, maar toen ze uiteindelijk vlogen, genoot ze met volle teugen.
De overnachting in Parijs verliep voorspoedig en de volgende ochtend vlogen ze terug naar Amsterdam.
446971d9f603a3c5058326ef927bf5bf_medium.

3 oktober
Anerea was blij. De vlucht naar Amsterdam was volgens planning verlopen en Karazmin had zich, voor haar doen, uitstekend gedragen. En nu ze toch aan de andere kant van het land waren, en eigenlijk nog lang niet naar Drenthe terug moesten, besloot Anerea Karazmin te belonen voor haar goede gedrag. En daarmee ook zichzelf.
Door het treinverbod van de serval hadden ze de ouders van Anerea al jaren niet gezien. Ze hadden het nog wel een keertje geprobeerd met een taxi, maar die rit was veel te lang en duur, en Anerea zag het echt niet zitten om het met de auto te proberen.
“Heb je zin om naar het oude huis te gaan?”
“Ja, mag dat? Kan dat weer? Ik mis ze zo! Waarom komen ze eigenlijk nooit bij ons?” Karazmin begon langzaam te stuiteren, maar naar mate ze meer vragen stelde, stuiterde ze sneller en hoger.
“Je weet toch dat ze allebei moeilijk lopen, zo’n lange reis vinden ze veel te veel gedoe op die leeftijd. Ik mis ze ook, daarom kunnen we nu wel langs gaan.”
Anerea stapte de trein in en de serval stuiterde om haar heen de coupé door totdat ze een zitplaats vonden. Ook hier gedroeg ze zich keurig. Ze wilde niet nog eens een treinverbod, ze had echt wel geleerd van haar fout.
In Leiden verlieten ze de trein en voor het laatste stukje van de reis namen ze de bus. De ouders van Anerea waren dolbij om de twee te zien en haalden de doos bonbons uit de kast. Ze waren wit uitgeslagen. Blijkbaar hadden haar ouders deze gekocht voor de volgende keer dat ze langs zouden komen, maar ze kwamen maar niet. Niet dat de chocolade er minder om smaakte. Ze namen er allemaal twee, behalve Karazmin, die de hele doos leegvrat en daarna het plastic waar ze in lagen uitgebreid aflikte. Karazmin hield van bonbons. Ze waren zo lekker zoet en met het plastic laagje in de doos kon je zo leuk spelen. Dat kraakte fantastisch als je erop ging staan en je kon het ook prima door de lucht gooien. Daar was ze wel even zoet mee.
98f4a52a41c030378a1312d24c2b0f29_medium.
“Zullen we even de stad in gaan?” De moeder van Anerea ging er eigenlijk al van uit dat iedereen volmondig ‘ja’ zou zeggen, want ze liep al naar de hal om haar schoenen en jas te halen.
“Ik wil mee! Ik wil mee! Ik mag wel mee toch?” De serval had haar interesse voor de bonbondoos abrupt verloren en liep streek sierlijk met haar kop langs de poten van Anerea om haar geslijm extra kracht bij te zetten.
“Natuurlijk mag jij mee, je moet zelfs mee!”
De vraag om de stad in te gaan kwam niet zomaar. Er was groot feest, want het Beleg van Leiden werd, net zoals elk jaar, op die dag gevierd. Ze bezochten de kermis, maar daar werd Karazmin wel misselijk van. Na twee attracties kotste ze haar suikerspin uit en wilde ze niet meer op de kermis blijven. Het viertal besloot om dan maar naar de optocht te gaan kijken. Ze genoten van al het moois en Anerea besloot om in Leiden te overnachten zodat ze in de avond het vuurwerk nog konden zien.
In het ouderlijk huis aangekomen begon haar moeder aan het eten terwijl Karazmin door de tuin kroop op zoek naar kleine dieren. Anerea vertelde over de geflopte vakantie en hoe Karazmin haar wortels had aangevallen en daar een verzwakte poot aan had overgehouden.
“Aan tafel!”
Iedereen stormde naar de tafel toe en moeders lichtte de deksel van de pan om iedereen te voorzien van een flinke schep hutspot.
“WORTELS!!!!” Karazmin kon haar geluk niet op. DIT waren de wortels waar ze al die tijd zo naar verlangd had!  
1b41fa126a3ce3e3044067a7186285a5_medium.

Reacties (22) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Bijzonder leuk bedacht, met al die verwevingen (arme LabRat, heb je net je nagels gelakt met die innovatieve nagellak, wordt je opgevreten).
Ach, Lab Rat was toch maar digitaal hm. Zal vast goed gevuld hebben voor Karazmin :P
prachtig geschreven verhaal, spannend en geweldige plaatjes erbij
Tja ondanks alles is het wel mijn serval en daar moet ik lief voor zijn. Helemaal vergeten dat 3 oktober Leidens ontzet is. Had ik toch moeten weten omdat mijn pappie, voor hij naar Groningen emigreerde in Leiden is geboren.
Ik heb hier ook al hard om moeten lachen. Wat ik niet mee maak in mijn vakantie zeg.
En dan heb je nog 2 weken over ook.... mocht ik nog een deel 2 willen verzinnen... (ga daar maar niet van uit)
tegen Lab Rat
1
Ach de Drentse hei is altijd mooi. Ben er nog geweest vandaag, en dat is serieus. Voor half tien zaten we al op de fiets vanmorgen.
Toen rolde ik mn bed eens uit :P
Om half tien? Meis, ik had er toen al een uurtje of zes opzitten. -))
Ik vind het een geweldig verhaal.
Danku *bloost*
Bugeroni, ik haat hutspot!
Geweldig verhaal. alleen wel een beetje sneu voor dat ratje in de trein.
Als ik dat had geweten... dan had ik je ook gewoon een konijnenhol in kunnen sturen :P
Zolang je mij maar niet in het echt opeet :)
tegen Lab Rat
2
Hmm, je bent toch niets meer dan een computerprogramma met wat ingewikkelde software? Als je nou een chocolademuisje was...
Shit, heb gisteren een hele reep op denk ik, met mn plak chocoladecake en chocoladetoetje en nog wat gevonden paaseitjes... van binnen ben ik al chocolade...