Het Monster (stoppen met roken) deel 7

Door Cathz gepubliceerd op Monday 31 August 09:22

Bijna een taboe

Roken is tegenwoordig bijna een taboe. Soms, als roker, behandelen mensen je alsof je melaats bent. Vroeger was dat heel anders. Klink als een oud wijf maar het is wel zo en ik zeg niet dat het beter was. Mensen van mijn leeftijd kunnen zich waarschijnlijk nog wel herinneren dat we als kind op familie verjaardagen gewoon tussen de rokende ooms en tantes zaten en speelden. En ze rookte allemaal. Op tafel stonden zelfs glaasjes met in het ene glaasje zoute stokjes en in het andere, jawel, peuken. Mijn ouders haalde zelfs verschillende merken, voor ieder wat wils.

Op de basisschool rookte “de meester” gewoon in de klas. Dat weet ik nog goed. Ik kan me zelfs herinneren dat de juf een keer een sigaret gebruikte om te demonsteren dat de rook van een stoomtrein altijd naar achteren dwarrelde. Dat was in de tweede klas geloof ik. Nu groep 4? Geen idee. Niemand vond het gek of onverantwoord dat er in de klas gerookt werd en ik neem aan dat het schoolplein rond het middaguur vol stond met rokende moeders om het kroost weer op te halen van school.

Op de middelbare school gebeurde dat niet meer. Wij mochten ook alleen roken buiten de hekken van het schoolplein. Dat was balen want in de kleine pauze mochten we niet van het schoolplein af. Toen rookte ik al, sinds mijn vijftiende ongeveer. Ik weet nog goed, eerst stiekem. Mijn vader was natuurlijk niet achterlijk en op een dag sprak hij me er op aan. Hij zei dat ik zelf moest weten of ik wilde roken maar dat ik het niet stiekem op straat moest doen. Vanaf die dag rookte ik dus thuis.

Ik moest het even opzoeken maar het klopt wel ongeveer. Sinds mijn middelbare schooltijd, de jaren tachtig, is het gebruik en de mening betreffende roken langzaam verandert. Langzaam, heel langzaam. Ik heb me zelf ook schuldig gemaakt aan achteraf gezien belachelijke taferelen. Zo heb ik tijdens beide zwangerschappen gewoon gerookt. Ja, ik schaam me daar nu diep voor en ik heb het altijd een beetje ontkent tegen mijn kinderen maar helaas is het de waarheid. De dag dat mijn dochter geboren werd. Zeventien november negentieneenennegentig. Rond het middaguur waren wij weer thuis. Twee uur later was de huiskamer vol familie en vol met rook. Met een net geboren baby!!!

Nu haal je het niet in je hoofd om te roken met een klein kind in de buurt. Iedereen gaat uit zichzelf richting tuin of balkon. Niemand die je daar op hoeft te wijzen. En dan die keer dat ik mijn dochter per ongeluk gebrand heb met een peuk. Schaam, schaam, schaam. Hoe walgelijk. Jammer genoeg is de verslaving zo heftig dat het geen reden is om te stoppen. Toen niet.

Ergens in 2012 ben ik naar de begrafenis van de moeder van één van mijn beste vriendinnen geweest. Heel triest, veel te jong natuurlijk. De precieze doodsoorzaak weet ik niet maar het had wel te maken met de gevolgen van roken. Na de dienst liepen wij naar buiten. Iedereen stond na te praten over de dienst en hoe triest het allemaal was onder het “genot” van een sigaret. Dezelfde sigaret die zojuist een geliefde tante, moeder, schoonmoeder of zus heeft doen begraven. Ik was toen al gestopt maar had wel trek in een sigaret.

Tegenwoordig zie ik steeds vaker mensen op hun balkonnetjes staan blauwbekken om te kunnen roken. In veel huizen is roken blijkbaar niet meer gewenst. Ook mijn buurman om de hoek zag ik vaak buiten voor de deur staan met een peukie. Zag, ik denk dat hij overleden is.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat roken min of meer uit de tijd is. Zo het vroeger geaccepteerd werd en zelfs als een status symbool werd gezien, zo not done is het nu. Als je een sigaret op steekt in de buurt van een ander kijken ze je aan alsof je iemands haar in de fik steekt. Niet rokers klagen over de rokers op het werk. Zij gaan steeds naar buiten om te roken, dat is elke keer minimaal vijf minuten. Ik moet eerlijk toegeven dat ik me daar nu ook een beetje schuldig aan maak. Ook ik denk nu vaak “nu al weer” als mijn collega’s gaan roken. Vanmorgen was dat wel na dertien minuten voor de tweede peuk dus helemaal onterecht zijn mijn gedachten niet. Ik zal ze trouwens nooit uitspreken. Niemand vervelender dan een klagende ex-roker. Dat vond ik zelf ook. Ik weet nog goed een paar jaar terug tijdens een bedrijfsuitje. Een aantal collega’s staan buiten te roken, moet er natuurlijk weer een ex-roker roepen “joh, hou er toch mee op”. Op dat moment dacht ik dat hij gewoon eigenlijk diep in zijn hart jaloers was en ook best een sigaretje zou willen roken. Misschien is dat ook wel zo, onbewust. Daarom zal ik zoiets nooit zeggen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.