BIPOLAIRE VRIJHEID

Door Zevenblad gepubliceerd op Sunday 16 August 23:22

04f63c763dfeef76a4bcfaf2d368419f_medium.

Vroeger werden deze patiënten manisch-depressief genoemd - tegenwoordig spreekt men liever van een bipolaire stoornis, omdat dat minder stigmatiserend klinkt. Het  ziektebeeld wordt gekenmerkt door opvallende, periodiek optredende stemmingswisselingen met diepe depressies en dan weer extreme euforie, impulsieve activiteit en zelfoverschatting.  Soms is er ook sprake van een psychose, maar de meeste patiënten met deze ziekte hebben zelden of nooit last van waandenkbeelden.
Tijdens de depressieve periode kan er dreigend gevaar voor suïcide zijn, terwijl de patiënt in de manische periode ook gevaar voor anderen kan opleveren. Te denken valt dan aan onverantwoordelijk en roekeloos gedrag, bijvoorbeeld in het verkeer of bij de omgang met vuur.
Gedwongen opnames komen minder voor dan bij psychotische patiënten. Dat ligt er aan dat de eigen omgeving het patroon vaak tijdig herkent en ermee om weet te gaan. Medicatie is dan de aangewezen weg om de diepste dalen en de hoogste toppen af te vlakken en de bipolaire patiënt in zijn eigen omgeving te handhaven.


Maar er zijn ook patiënten die geen sociaal netwerk hebben en elke vorm van  hulpverlening afwijzen, vooral tijdens de manische periode. Dan is de enige oplossing  een machtiging tot opname op grond van de wet BOPZ - tenminste als voldaan is aan het gevaarscriterium. Daarover beslist een rechter.

Mevrouw M. was bij ons al vele jaren bekend met bipolariteit. Ooit was zij een veelbelovende juriste, gespecialiseerd in administratief- en arbeidsrecht. Zij maakte deel uit van een groot advokatenkantoor.
Rond haar dertigste kwam zij voor het eerst in een zware depressie terecht. Men zocht de oorzaak in de drukte op haar werk: een typisch geval van burn-out, luidde de diagnose destijds.  Zij meldde zich ziek en bleef enkele maanden thuis. Daarna probeerde zij haar werkzaamheden weer op te pakken, maar al na enkele maanden werd duidelijk dat zij de druk niet meer aankon. Haar ambitie om in de maatschap
opgenomen te worden was inmiddels ook een brug te ver gebleken.

Zij besloot zelf een praktijk te beginnen om in haar eigen tempo te kunnen werken. Met behulp van haar man en haar ouders lukte dat ook - totdat zij weer depressief werd en niet meer in staat was om te werken.  
Op haar zesendertigste volgde - op haar eigen verzoek - een echtscheiding. Vlak daarna werd zij voor het eerst hyperactief, begon in het wilde weg te solliciteren en kreeg ruzie met haar familie. Pas toen kwam haar huisarts tot de conclusie dat er wel eens sprake kon zijn van een bipolaire stoornis. Na enkele onderzoeken liet zij zich voor het eerst vrijwillig opnemen.

In de daarop volgende zestien jaar verergerde het beeld. De depressies werden zwaarder, de manische periodes steeds bizarder. Gedurende de depressieve periodes was toediening van antidepressiva en lithium mogelijk, maar als de stemming omsloeg ontrok zij zich aan de behandeling en weigerde zij elke medicatie. Eenmaal buiten het bereik van de hulpverlening verviel zij steeds vaker in ongecontroleerd gedrag: zij ging zwerven, gebruikte veel alcohol en allerlei soorten drugs en kwam daardoor vanzelf in verkeerd en gevaarlijk gezelschap
terecht.
Het kwam niet zelden voor dat zij ineens in het buitenland opgepakt werd en weer gerepatrieerd moest worden:  zij reed met willekeurige vrachtwagenchauffeurs mee naar Italië, Frankrijk, Duitsland en Polen en werd daar wegens straatprostitutie of wegens drugsgebruik aangehouden. Haar familie regelde elke keer haar terugkomst naar Nederland, met de nodige spoed zelfs als zij ineens weer in een diep dal zat. Dan volgde er opnieuw een vrijwillige opname - totdat zij weer manisch werd.  Er was duidelijk sprake van zogenaamde ‘rapid cycling’:
steeds snellere wisselingen.

Tien jaar geleden nam ik haar behandeling van een vertrekkende collega over. Het was echt een triest geval: een intelligente en beslist niet onaanzienlijke vrouw die inmiddels de vijftig gepasseerd was, maar totaal onberekenbaar bleek te zijn. Een leven zonder doel en misschien ook wel zonder toekomst, want een stoornis van dit kaliber is niet te genezen. Het enige wat ik voor haar kon doen was haar ook in haar manische periodes vast proberen te houden, maar dat bleek onmogelijk. Ze was dan de advocate ten voeten uit - zo overtuigend in haar optreden en haar argumentatie dat een gedwongen voortzetting van haar verblijf (met en rechterlijke machtiging achter de hand) steeds weer strandde op het gevaarscriterium: er was geen rechter die wilde geloven dat deze zelfbewuste, energieke en verstandige vrouw een gevaar voor zichzelf of voor anderen kon zijn.

Je kon het niet eens 'acteren' noemen: haar persoonlijkheid veranderde zodanig dat niemand er vat op kreeg wie en hoe zij nu in werkelijkheid was: de zielige hulpeloze oudere vrouw die zich het liefst in haar kamer in de kliniek
opsloot en elk sociaal contact afwees - of de flamboyante avonturierster die zogenaamd de hele wereld aankon.
Ze was het allebei, twee verschillende ego's in één lijf.

Het meest opmerkelijke was de voor iedereen zichtbare verandering van haar uiterlijk. Wanneer zij in een depressieve periode zat leek zij kleiner en veel ouder dan zij was. Haar schouders waren voorover gebogen, haar gezicht leek
ingevallen, haar haar was onverzorgd en dof en haar ogen zagen flets en leeg. Je zou haar zeker op meer dan tien jaar ouder schatten dan zij was.
De ommekeer kon je zien aangekomen wanneer ze weer naar de kapper ging en make-up ging gebruiken. Haar lichaam leek langer te worden, haar rug werd rechter, ze droeg ineens weer hoge hakken en elegante kleding - tot op het uitdagende af.
Een buitenstaander zou haar niet herkennen, en zelfs ik was elke keer weer verbaasd over de tranformatie en vroeg mij af waar zij de energie vandaan haalde die ze dan ineens uitstraalde. Je had haar amper veertig jaar gegeven.
Maar het was altijd hetzelfde liedje: wat ik ook probeerde om haar tegen te houden - de rechter trapte er elke keer weer in en liet haar gaan. Meestal was zij dezelfde dag  nog vertrokken, de hort op.
Dat betekende dan weer enkele weken onbezonnen avontuur en bandeloosheid, sexuele ontremming en slecht gezelschap: drank, drugs en rock 'n roll.  Tot aan de volgende inzinking. Die bracht haar elke keer weer ontredderd terug in de kliniek, soms met een SOA, en altijd berooid, misbruikt, verzwakt en aan het eind van haar latijn.
Een trieste, hulpbehoevende schim, een zielig hoopje mens.

Dan sloeg het noodlot toe. Ze bleek gedurende één van haar uitspattingen geïnfecteerd te zijn met hiv-1.
Daar waren toen veel minder effectieve middelen voor beschikbaar dan tegenwoordig. Maar nu was er ineens wél een reden om bij een volgende manische fase een machtiging tot voortgezet verblijf te krijgen: het dreigend gevaar voor anderen (besmetting door seks of door naalden) was immers reëel geworden. Ik wilde haar daarmee niet overvallen en probeerde het vooraf
met haar te bespreken.
Het werd min of meer een monoloog van mijn kant. Ze reageerde nauwelijks, zat ineengedoken op de stoel en keek naar haar handen, die krampachtig verstrengeld in haar schoot lagen. Ze hoorde mij aan, stond op en verliet de spreekkamer zonder een woord te zeggen.
Ik had er veel voor over gehad als ik haar gedachten had kunnen lezen. Wist zij, als zij weer in een depressie zat, wat er in de vorige hyperactieve periode voorgevallen was? Zij sprak er nooit over. Desgevraagd haalde ze alleen haar schouders op en zweeg.
Waren de manische escapades een bewuste ontsnapping uit het trieste ééntonige bestaan in de kliniek? Ik weet het niet.
In elk geval ging ik ervan uit dat zij begrepen had dat wij haar de volgende keer tegen zouden houden als zij weer aan de zwier wilde gaan.
Ik waarschuwde de verpleging dat ze een oogje in het zeil moesten houden en haar eventueel nog een slaapmiddel moesten geven.

Hoever kan en mag je gaan als je een mens, voor zijn eigen bestwil, tegen zichzelf wilt en moet beschermen?
Iemand die op een gegeven moment door zijn ziekte niet meer in staat is om zijn wil in vrijheid te bepalen kan natuurlijk nog wel keuzes maken, maar waar ligt de grens? Hoeveel vrijheid om over het eigen leven te beschikken is er nog, wanneer een 'normale' besluitvorming niet meer mogelijk is en de ziekte het overneemt?  
Mag je iemand die bij zijn volle verstand een verkeerde beslissing neemt tegenhouden? Normaal gesproken niet. Maar iemand die door een ziekte niet in staat is om zijn verstand te gebruiken?  Hoever gaat de vrijheid van een gestoorde geest die geen enkel gevaar meer ziet en zijn impulsen niet meer kan beheersen?
Ons rechtssysteem trekt een grens: zodra er sprake is van een toestand waarin iemand de draagwijdte van zijn handelen niet kan overzien moet je hem tegenhouden - als er een ernstig en reëel gevaar voor hemzelf of voor anderen dreigt.
Dat probeer ik mij steeds weer voor te houden. En toch knagen er twijfels.

Mevrouw M. heeft enkele dagen later een einde aan haar leven gemaakt. Zij hing zich op met haar in repen gescheurde ochtendjas, aan de vergrendeling van het bovenlicht van het raam. Toen men haar in de ochtend vond was zij overleden.
Er lag een vel papier op tafel, met daarop slechts één regel uit een country song van Janice Joplin: "Freedom's just another word for nothing left to lose".
Verder niets.
Vrijheid? De vrijheid om te leven zoals zij wilde werd haar ontnomen - de vrijheid om op haar manier en op haar tijd te sterven niet. Het was, op de keper beschouwd, de enige vrijheid die haar nog bleef.

 
Nota: Dit is een documentatie van een menselijke tragedie die haast epische dimensies heeft. Om mogelijke herkenning te voorkomen zijn twee werkelijk gebeurde gevallen in elkaar gevlochten. Voorop staat deze keer het dilemma van de behandelaar die geen mogelijkheid heeft om de ziekte (zowel de bipolariteit als hiv-1) te genezen, maar er toch voor terugdeinst om een mens zijn laatste restje vrijheid af te nemen.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (19) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Knap hoe je over een heel moeilijk onderwerp zo kan schrijven dat het boeiend blijft tot aan de laatste zin.
Goed geschreven! Ondanks de zware kost leest het luchtig weg!
Zeer herkenbaar geschreven verhaal. Ik schrok even toen ik het begin las.
Een buurvrouw van ons in Nederland zou qua details zo in dat plaatje passen. Alleen is bij haar bewezen dat zeer heftige emoties als gevolg van seksueel misbruik op zeer jonge leeftijd en het seksueel misbruiken van haar jongste kind mede oorzaak zijn van haar gedrag. Ik heb dit verhaal uitgeprint om nog eens goed na te lezen en over na te denken...
In dit geval was er geen sprake van seksueel misbruik. De enige rode draad in haar verleden was haar ambitie om in haar vak uit te blinken en de top te bereiken. De ziekte heeft helaas een afschuwelijke streep door haar toekomst gehaald.
Wisten wij maar zeker waardoor de aandoening ontstaat, dan kon men misschien in een eerder stadium ingrijpen.
Als het een stofwisselingsprobleem is of een tekort aan bepaalde sporenelementen zou dat op termijn mogelijk zijn. Als het erfelijk is is daar minder kans op. Zelfs bij een volksziekte als Alzheimer is de oorzaak nog steeds niet duidelijk, al wordt daar wereldwijd volop aan gewerkt.
Het brein is een uitermate gecompliceerd orgaan.
De wetenschap heeft voorlopig onvoldoende aanknopingspunten voor een biochemische oorzaak. Alleen in de diagnostiek worden vorderingen gemaakt. Daar wordt het helaas niet duidelijker van wat de remedies zouden kunnen zijn. Lees het artikel van Northwind maar.
Heftig en bijzonder goed beschreven. Ik herken in dit verhaal een persoon uit mijn directe omgeving van vroeger.
Ik ga er ook vanuit dat er een erfelijke component aan vastzit, in vele gradaties.
Hier uit blijkt wel weer dat ieder verhaal twee kanten heeft. Je wilt helpen maar feitelijk niets doen. Omdat de ander niet geholpen wilt worden, of omdat er niets te doen is. Ik bedoel met dat laatste vooral dat er geen hulp mogelijk is. Hieruit blijkt ook dat niet alles te genezen is. Sommige mensen moeten tegen zichzelf beschermd worden. EN ja hoe ver kun je daarin gaan?
Bijzonder heftig. Hoe ervaar je als hulpverlener de emotionele impact die het contact en de behandeling van dergelijke patiënten op je heeft?
Een andere invalshoek, idd. Goed artikel.