Vriendje Elvis op bezoek.

Door Binjamin Heyl gepubliceerd op Sunday 09 August 16:53

Boze tongen beweren dat ik een allemansvriend ben. Ik kan wel beweren dat het niet zo is, maar dan wordt het zo'n welles nietjes spelletje. Ik was vroeger wat schuw en terug getrokken. Toen ik in Alkmaar woonde vond mijn buurvrouw dat ik aan een vriend toe was. Ik was daar gauw mee klaar. Vriend er in, ik er uit. Enkele weken later had ze een heel verhaal van dat ene Gijs verwaarloosd werd en of ik hem in huis wilde nemen. Om het verhaal kort te maken, Gijs kwam en ik bleef. Ik had wel met de buurvrouw afgesproken als het niks zou worden zij hem in huis zou nemen. Gijs leek minder traumatisch dan ik gedacht had en wist meteen waar er eten te halen viel. Om nu niet meteen al te wild te beginnen besloot ik, heel autoritair zonder enige inspraak, of advies, dat er apart geslapen werd. Dat was geloof ik niet naar de zin van meneer want toen ik op bed lag werd ik besprongen en kroop meneer luid spinnend tegen me aan. Kattenliefhebbers zullen begrijpen dat hier een eeuwigdurende verbintenis ontstond. Gijs werd wel Gijsje en het was Gijsje voor en Gijsje na. Na Gijs kwam Mien, als spoedig Mini genaamd, erbij en die twee konden het goed met elkaar vinden.  Mini wist wel haar plaats, want op bed lag Gijsje richting hoofdeinde, dat wil zeggen het liefst met zijn achterste in mijn gezicht, hij accepteerde dat dit toch echt wel weer iets te ver ging  en Mini richting voeteneinde.

Drie jaar in Israel gewoond en Gijsje en Mini waren in goede handen en uiteraard bij elkaar. Twee weken voor dat ik terug zou keren kreeg ik plots bericht Gijsje was ernstig ziek en moest aan het infuus, want het dier at en dronk niet meer en was aardig afgeslankt. Wat te doen? Wat een vraag. Natuurlijk werd de terugkeer vervroegd. De dierenarts had gezegd, Gijsje leed aan heimwee. Ooit gehoord een kat die heimwee heeft. Ik kwam binnen. Gijsje stond op, at en dronk en kon zo mee naar huis. Hij spinde de hele weg naar huis helemaal tegen me aan gekropen. Mini, keek me aan, zo van, wie ben jij ook weer, moet ik jou soms ergens van kennen? Hierna volgde Moustique en Boris. Ze hadden het alle vier best naar hun zin en ze mochten elke dag de tuin in, wel aan de lijn, en dat ging prima. Was wel even wennen en vooral als oude boerderij kater maakte Gijs duidelijk, hoewel tevergeefs, dat een kattendier een vrij dier is en geen hond die zich laat commanderen door een baas en zich aan een touw laat vastbinden. Ze mochten kuilen graven, poepen en als er een plant sneuvelde, kwam er weer een nieuwe. Gijsje overleed in de gezegende leeftijd van 24 jaar, Mini 22, Joris 18 en Moustique 14. Ze zijn alle vier in mijn armen gestorven en Gijs, Gijs bleef tot het allerlaatst spinnen. Hoe het komt weet ik niet. Geen katten meer. Af en toe een kat verzorgen en verwennen, okay.   

Toen kwam Sep een hond bij een vriend en kennelijk heb ik ook wat met honden, we konden meteen met elkaar lezen en schrijven. En hij vond dat mijn bed prettiger lag dan die van zijn baas. Slim als hij was sprong hij 's morgens het bed uit om nog even bij zijn baas te gaan liggen, kennelijk in de verwachting dat die niets door had en dacht dat hij de hele nacht bij hem gelegen had. We hebben het zo gelaten. Ik ging met de trein naar Friesland en werd dan opgehaald door Sep en zijn baas (let op de volgorde) . Meestal wanneer beiden wachtten, werd er meteen een stukje gewandeld en was er meestal een trein eerder die weer richting Amsterdam ging. Daar had Sep geen belangstelling voor bij het rinkelen van de slagbomen verzette hij geen poot meer en wilde met alle geweld naar het perron. Sep, Duitse staander, o ja, mijn katten waren alle vier vuilnisbakkenras, overleed 16 jaar oud.

De opvolger van Sep was een product van moeder Labrador en vader Boxer en genaamd Bender. Een totaal gefrustreerde hond 'opgevoed' door twee dieren beulen in net pak en keurige jurk. Het jonge hondje werd vast gebonden aan de verwarming als zij naar het werk gingen en weer los gelaten als 'papa ' en 'mama' weer thuis kwamen van 'eventjes boodschapjes doen.' Het dier werd groter en begon, zo begreep ik wat vreemd gedrag te vertonen. Kwam bij een heel aardige mevrouw terecht, waar hij een goed leven kreeg, alleen hij werd te sterk voor haar. Zij werd dus door de hond, mee gesleept. Via het asiel bij mijn Friese vriend. In het begin heeft hij de deur naar de keuken kapot gekrabt, puur uit verlatingsangst. Toen hij begreep dat zijn baas echt niet weg bleef, kon de deur weer goed in de verf gezet worden. Toen ik kwam was dat geloof ik niet de bedoeling. Het gegrom werd dreigender wanneer ik zijn veilige mand naderde. Dat werd snel opgelost. Ik greep hem bij zijn nek en maakte hem duidelijk als hij durfde te bijten hij een pets zou krijgen die hij zijn leven miet meer zou vergeten. Dat pakte goed uit. Hij stopte met brommen al werd ik uiteraard goed in de gaten gehouden. Dat was van korte duur want iets lekker doet nogal eens wonderen, zeker wanneer je dan ook nog eens gemeend vriendelijk bent. en jawel, 's nachts, wie kwam daar aan wandelen, meneer Bender, of er nog een plekje voor hem was in de herberg. Het was kerstmis, dus dan maar wat opschuiven. Hoewel het absoluut slecht schijnt te zijn, voor mens en dier, dat een dier zich op bed begeeft om samen met de aanwezige mens te slapen, hebben mijn dieren en ik daar, zover ik kan beoordelen, niet onder geleden. Noch lichamelijk, noch psychisch , noch sociaal. Na het overlijden van Bender 11 jaar, trad het dierloze tijdperk in.Hetgeen ik niet echt erg vond en vind. Het is goed zo.

Op een gegeven moment werd mij toch gevraagd of een lieve hond bij mocht logeren. Vier dagen. Ja, wat moet je dan? Best wel leuk, maar wel aan passen aan de hond. Zeker wanneer je weet dat deze hond ook verlatingsangst heeft. Laat ik het er maar op wagen en zo verscheen daar op een dag Elvis. Het was niet de bedoeling dat hij alleen achter gelaten werd en dat maakte hij meer dan duidelijk bekend. Al speodig sneuvelde een plant, die hij al rennend door het huis omver liep. De plant kon gered worden en Elvis gekalmeerd. We gingen wandelen, dat was echt fantastisch. Dat deed meneer goed. En hij was gek op takken. En we hadden de tijd dus hij kon zijn energie kwijt. Wel of niet los laten. Was mijn hond niet.  Een hond met verlatingsangst loopt niet weg. Het ging prima, dat werd dus stokken gooien. Toch was er iets met die hond, hij liep niet goed. Mij was niets verteld dus ik keek of er iets niet goeds was, niets te zien en ook niet echt te voelen. Hij gaf ook geen pijn aan als ik drukte. Wel of geen zorgen maken? Wel of niet overdreven om naar een dierenarts te gaan? Besloten als hij geen pijn aangaf, levendig bleef, het zo maar te laten. Het bleek iets van een operatie te zijn en dus onschuldig. Zorgen om niets gemaakt. Meneer had het goed naar zijn zin. Natuurlijk het huis van hem, het bed was van hem; vaak naar buiten en 24 uur bewaking. Geert Wilders zou jaloers zijn. Hij heeft ook niets tegen katten, bij hem thuis is een kat en dat gaat prima samen. Alleen katten vindt hij rare beesten omdat zijn hun baasjes nooit opgevoed hebben om eens met hen te gaan wandelen en met stokken te gooien. Hoewel er ook honden zijn, aldus Elvis, gestudeerd hondenkenner, die alleen maar dieren op jagen, dieren gaan ophalen of alleen maar kuilen graven. 

Op de maandadochtend club weet iedereen inmiddels wie Elvis is en soms springt Elvis op schoot bij mij om de vergadering te openen en dus iedereen aan het lachen maakt. Hij loopt vrij en blij door de ruimte want hij loopt echt niet weg. Hij krijgt ook verboden voedsel toegediend. Koekjes. Het is wel aan banden gelegd. Hooguit twee koekjes en verder niet. Tegen het einde van de koffie ochtend komt zijn baasje hem weer ophalen, of zijn vriendin, Ursula. Hij is dan helemaal weer extra blij en rent tussen haar en mij op en neer, want hij zou ons tweeen liefst op wereldreis nemen, maar dat kan niet. Ursula moet werken en naar school en ik heb zo mijn werk en Elvis heeft geen geld, die denkt dat alles zo maar uit de hemel komt vallen of dat een en ander bij de mensen op hun ruggen groeit.  

Wanneer hij weg is mis ik hem wel, maar vier dagen is ook mooi genoeg. Nu kwam hij even op bezoek, alleen zaterdag. Veel met hem gewandeld, niet achter elkaar anders veel te warm voor hem. Lag voor zijn doen ook veel op bed, lekker uitrusten en kijken wat ik allemaal zat te doen achter de computer. Ik had me zelf voor genomen om eens een foto van hem te gaan maken. Een foto voor de dierengalerij. Aan de zijkant van mijn houten boekenkast hangen alle dieren die ik gehad en anderszins verzorgd. Allemaal overleden: Gijs, Mini, Moustique, Boris, Joris, Sanne, Sep, Bender. Ik heb Elvis uit de krant geknipt, met bril en opgeplakt. Elvis is inderdaad van het gelacht Jack Russel. 

Ik zie hem zeker wel verschijnen, maar nu even niet. Nog wat zaken afhandelen, voorbereiden vakantie en na september is er af en toe ruimte in mijn leven voor mijn vriendje Elvis. 

  

 

 

 

 

 

 

   

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ach, wat een leuk verhaal!