IJskoude citaten voor een warme zomerdag

Door Appelpit gepubliceerd op Saturday 04 July 16:02

“De muren van het slot waren van jachtsneeuw en ramen en deuren van snijdende winden; er waren over de honderd zalen, al naar gelang de sneeuw joeg; de grootste strekten zich vele mijlen uit, alle belicht door het helle noorderlicht en ze waren zo groot, zo leeg, zo ijzig koud en zo schitterend.” (H.C. Andersen, De sneeuwkoningin)

 

“De ijskou kroop in zijn neus en in zijn longen en in zijn ogen en in zijn tenen en alles deed hem pijn. Eindelijk was hij helemaal stijf en ging boven op een pak vis zitten huilen. Zijn tranen bevroren onmiddellijk en vielen als ouderwetse peerdrups op de vloer waar ze ketsten.” (A.M.G. Schmidt, De diepvriesdames)

 

“De bossen waren wit, alsof elke boom een schoongesteven hemd droeg; de meren waren keihard van het zwarte ijs en in plaats van velden met grassen, lagen er hagelwitte reuzenzakdoeken. De zon kwam op, maar hij steeg niet hoger dan ijf duim boven de horizon, als een grote, rode bal. Hij zette het witte rijk in een rossige gloed en deed de ijsegels aan de stenen regenboog fonkelen.” (Paul Bieggel, Het sleutelkruid)

 

“Op het koudste stukje van de aarde, waar het altijd vriest, waar de zon geen schijn van kans heeft, waar de wind dag en nacht over het ijs heen jakkert, woont de dapperste onder de dieren: de keizerspinguïn” (Bibi Dumon Tak, Winterdieren)

 

“Ze zette zich schrap tegen de ijzige kou van het zwarte water en stak hijgend van de kou haar hand erin. Omdat ze maar een paar seconden de tijd had voordat haar arm geheel gevoelloos zou worden, maakte ze voort.” (Tom Rob Smith, Kind 44)

 

“Het werd winter. Er viel sneeuw, het begon te vriezen en de rijp veranderde Ronja’s bos in een ijsbos. Iets mooiers bestond er niet. Ze ging er skieën, en als ze in de schemering terugkeerde, had ze rijp in haar hare en waren de nagels van haar vingers en tenen gebarsten ondanks haar warme bontwanten en laarzen.” (Astrid Lindgren, Ronja de Roversdochter)

 

“Ineens betrok de hemel. Een loeiende stormwind zwiepte de kruinen van de sparren tegen elkaar. Het bos leek te huilen van de pijn. ‘Blizzard!’ schreeuwde Charles. Een dichte sneeuwmuur kwam driegend naar hen toe.” (Robert H. Schoemans, Blizzard)

 

“Als de winter komt, echt komt, met al zijn ijzigheid. Als hij zichzelf over het land heen legt, echt heen legt met zijn witte klauwen en vinnige kou Dan staat iedereen te kijken van wow, echt wow, we waren vergeten hoe mooi dat was” (Bibi Dumon Tak, Winterdieren)

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Héél mooi
en dat terwijl de hittegolf ons hier overspoelde :-)
Heel mooi en cool!