Je lijkt zo op haar (opdracht familiegeheim)

Door Nonnie gepubliceerd op Friday 19 June 11:41

77159370a2de1499ffd435b1930d6e39_medium.

In de spiegel herken ik mezelf bijna niet, de bloedrode mond, de zwart omrande ogen en het blonde haar dat in een kunstige krans als een aureool om mijn hoofd ligt. Tante Magda heeft me geholpen met dat haar. Zelf had ik nooit zo’n ingenieus kapsel kunnen creëren. Ik bekijk mezelf van alle kanten, glimlach aarzelend naar de verschijning, die halfslachtig terug lacht. Wauw, ik lijk wel achttien. Vanavond is het schoolfeest en voor één keer mocht ik alle make-up gebruiken die te vinden is in de beautycase van tante Magda. De paarse oogschaduw was een beetje té, dus die heb ik grotendeels weer verwijderd, maar die zwarte randjes rond mijn ogen hebben een bijzonder dramatisch effect, heel mysterieus. Ik voel me een femme fatale. Pas maar op, Jordi, daar kom ik aan! Ik draai een rondje voor de spiegel, waarbij mijn blauwe rok in een volle cirkel uitwaaiert. Als ik weer tot stilstand kom, flitst er een schaduw in mijn ooghoek die weer even snel verdwijnt als ze was verschenen. Negeren.

Als ik even later de woonkamer binnen stap, verstomt het gesprek onmiddellijk. Een koude rilling loopt langs mijn ruggengraat omhoog en zet al mijn nekharen overeind. Daar is het weer, dat gevoel. Ze hadden het over mij. Negeren, negeren. Ik loop naar de zithoek bij het raam, waar tante Magda en ome Ries zaten te praten tot het moment dat ik binnenkwam. Ik draai weer rond, laat de jurk even vliegen.
‘En, hoe zie ik eruit?’ Tante Magda komt overeind en slaat hartelijk haar armen om me heen.
‘Prachtig! Je doet me zo denken aan je moeder.’ Er glinstert iets in haar ogen, maar ze draait zich snel van me af. Ome Ries schraapt zijn keel, zoals altijd voor hij iets kritisch gaat zeggen.
‘Van mij had het wel iets minder gemogen. Ik herken je bijna niet met al die troep op je gezicht.’
‘Ouwe brompot!’ Ik knijp hem liefdevol in zijn arm.
‘En ik dan?’ Geen van drieën hadden we haar binnen horen komen, de kleine pittige gestalte van Marion, mijn nichtje annex zusje. Ook zij is helemaal klaar voor het feest in haar gele zomerjurk. Haar lange bruine haar valt in een glanzende waterval over haar rug en op haar gezicht heeft ze alleen een klein likje roze lipstick, meer niet. Keurend houd ik haar op armlengte afstand.
‘Mmmmm, gaat er mee door.’ Prompt krijg ik een tik met een krant die ze bliksemsnel van het tafeltje had gegrist.
‘De dames zijn er kennelijk klaar voor! Dan zal ik de taxi maar voorrijden.’ Ome Ries grijpt de autosleutels van de kast en loopt alvast voor ons uit.

bd34a587b6634192870042e28c5ad8d9_medium.

‘Je doet me zo denken aan je moeder.’ De zin echoot door mijn hoofd, als een plaat die blijft hangen en roept terstond de zwart-wit foto voor de geest van mijn moeder die op mijn kamer hangt. De laatste tijd kijk ik vaak naar die foto, zittend op mijn bed, peinzend over mijn moeder. Is het alweer twaalf jaar geleden dat mijn ouders zijn overleden? Ik was nog jong toen ik bij tante Magda en oom Richard in Limburg kwam wonen en Marion was nog maar een peuter. Veel herinner ik me er niet van, maar vooral de laatste tijd hoor ik steeds vaker dat ik op mijn moeder lijk. Zelfs ik zie de gelijkenis, bijna eng, alsof de foto tot leven is gekomen. En steeds als tante Magda die woorden uitspreekt, vullen haar ogen zich met tranen. Soms draait ze zich af, maar meestal loopt ze snel weg.

Het landhuis in het Limburgse heuvellandschap, waar ik woon met mijn tante, oom en Marion, is een fantastische woning vol hoeken en geheime plekjes, die mijn gevoel voor avontuur ten volle tot bloei laten komen. Ik ben er trots op dat het oude landhuis mijn thuis is, maar steeds meer vult het huis zich met fluisteringen, scherpe incoherente klanken, die abrupt tot stilstand komen als ik mijn oren spits om te horen wat er gezegd wordt. Wat wordt er gefluisterd? Soms is het de stem van tante Magda, vermengd met het gebrom van oom Richard, maar steeds vaker lijken het stemmen, die zich verschuilen in mijn kledingkast, achter een muurtje of boven op zolder, een radiozender die non-stop op de achtergrond draait. Ik rep er met geen woord over, negeer het fluisterkoor uit alle macht. Ik trek me immers ook niks aan van de schaduwen, die ik regelmatig in mijn ooghoeken ontwaar, vreemde vormen die vanuit hun verdekte opstelling grijpgrage handen naar me uitsteken, maar die terstond oplossen in de lucht zodra ik er mijn volle aandacht op richt. Zie je wel, denk ik dan. Er is helemaal niks.

‘Wat zei je?’ De muziek is luid en opeens realiseer ik me dat Alice, mijn beste vriendin, mij vreemd aankijkt. ‘Jordi! Jeetje, waar ben je met je gedachten? Hij komt deze kant op.’ Opgewonden stuitert ze op en neer. Met een ruk ga ik overeind zitten en kijk demonstratief de andere kant op, met bonzend hart in afwachting van zijn komst. Er gebeurt niks. Voorzichtig gluur ik waar hij is gebleven. Staat hij nog geen tien meter verderop met die lellebel van een Patricia te praten. Uitgerekend zij! Met haar weinig verhullende jurk ziet ze er nog sletteriger uit dan anders. Kijk haar nou toch koketteren met haar rode haar over één schouder gedrapeerd. Ze gooit haar hoofd achterover om te schateren, terwijl haar ogen de zijne vasthouden. Ik ga bijna over mijn nek. Ordinair secreet!
‘Hier kan ik echt niet naar kijken', gooi ik Alice nijdig voor de voeten en geërgerd stamp ik weg zonder achterom te kijken. Mijn hart maakt overuren, staat bijna op ontploffen.
‘Kalm nou!’ maan ik mezelf terwijl ik mijn onderbroek langs mijn bovenbenen naar beneden schuif en op mijn hurken ga zitten om te plassen. Dan dringen er opeens opgewonden stemmen tot me door. De schaduwen zijn ook hier, ik voel hun koude handen en ogen als duizend voodoonaaldjes in een lappenpop. Ik hoor lachen en schreeuwen en iemand trekt me aan mijn arm.
‘Marion?’
“Kom, Nadia. Ik heb papa en mama al gebeld. Ze komen ons zo halen.’

Terwijl Marion nog iets te drinken voor me haalt, wacht ik in het felle, genadeloze licht van de garderobe op haar. Een terloopse blik in de spiegel laat me schrikken. Mijn oogmake-up zit in grote vegen over mijn wangen verspreid en de rode lipstick meandert in dunne strepen over mijn kin. Een vampier, die zich zojuist heeft gelaafd aan het bloed van een onschuldig slachtoffer. Marion komt terug met een drankje, dat ik ongemerkt in een plantenbak loos. Ik heb geen dorst. Als tante Magda en oom Richard er eindelijk zijn, zie ik direct dat tante Magda van streek is. Ze zegt niks.
‘Kom, we gaan.’ Ome Ries houdt de autodeur voor me open en ik stap achterin naast Marion. Niemand zegt een woord. Eenmaal op de achterbank laat ik me onderuit zakken en sluit mijn ogen. Even rust.
‘Heb je haar iets gegeven?’
‘Ja, in haar drankje, voldoende om een olifant te vellen.’
‘Slaapt ze?’ Er komt geen antwoord.
‘Wat is er gebeurd?’ De stem van mijn tante klinkt hoger dan normaal.
‘Ze was boos en liep toen de dansvloer op en ging daar zitten plassen.’ De stem van Marion klinkt vlak, emotieloos. Vreemd genoeg voel ik nu pas dat mijn jurk en onderbroek doorweekt zijn. De doordringende lucht van urine vult de wagen.

Even is het stil. Dan hoor ik de onderdrukte uithalen van het snikken van mijn tante.
‘Ik ben zo bang dat ze Saskia achterna gaat.’ Haar stem trilt. ‘Ze lijkt zo op haar. Ik kan er niks aan doen, maar vanavond moet ik weer denken aan het telefoontje van Robert op die verschrikkelijke ochtend twaalf jaar geleden. Hij belde vanuit de auto en ik hoorde aan zijn stem dat hij huilde. ‘Luister, Magda. Het gaat echt niet meer met Saskia. Vanochtend trof ik  haar aan met haar handen rond het nekje van Nadia. Met al mijn kracht moest ik haar ervan weerhouden om het leven uit haar eigen dochtertje te knijpen. Niet doen, Sas!’ Het was even stil aan de andere kant van de lijn. Magda luisterde met ingehouden adem, terwijl de tranen stil over haar wangen rolden. Dan weer de stem van Robert: ‘Ik ben onderweg naar Wolfheze. Ik heb al gebeld. Ze wordt opgenomen.’ Eindelijk vond Magda haar stem terug.
‘En Nadia, hoe is het met haar?’
‘Daar bel ik voor. Nadia is oké. Ik heb haar naar school gebracht, maar ik ben niet op tijd terug om haar weer op te halen. Zou jij haar straks van school willen halen?’
‘Natuurlijk, alles om te helpen. Ik neem Marion gewoon mee. Zij kan wel achter in de auto slapen.’
‘Dank je wel, zus. Je bent de allerbeste! Spreek je la… Niet doen, Sas! Hou je handen thuis.’ Een snerpende gil, een enorme klap, gevolgd door een akelige stilte.

Ik kan mijn oren niet geloven. Mijn moeder had het auto-ongeluk veroorzaakt, waarbij mijn beide ouders zijn omgekomen en mama was rijp voor een inrichting. En ik lijk op haar. Terwijl we over de landweg rijden die naar ons huis in de heuvels leidt, voel ik hoe de schaduwen zich over de auto werpen, duisternis overal om me heen, maar geen stille duisternis. De stemmen lijken over elkaar heen te struikelen, overweldigend in aantal. Ze sissen onverstaanbare taal als een kuil vol slangen en terwijl al mijn spieren zich aanspannen klinkt een ijselijke gil. Oom Richard schrikt van het plotselinge gekrijs en verliest prompt de macht over het stuur. Wat lijk ik toch op haar, twee druppels water!

 

Meer Nonnie?
http://www.nonniegelezen.nl

Reacties (24) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Spannend!
Dank je wel, Willemijntje.
Knap verhaal!
Dank je wel, Zevenblad.
Gelezen
Fijn, dank je wel.
Gelezen en beoordeeld!
Dank je wel.
Heerlijk verhaal! Die eerste foto neemt me terug naar mijn jeugd. Ik kreeg toen wel eens nachtmerries over vrouwen zonder ogen.

Aan de naam 'Wolfheeze' heb ik slechte herinneringen.

Je manier van schrijven en taalgebruik heb je mooi aangepast aan de belevingswereld van een tiener. 'Als een plaat die blijft hangen' klinkt dan misschien wat anachronistisch, maar de LP maakt een come-back, dus dat kan prima.

Hier heb ik echt van genoten. ☺
Ik vond het zelf ook een enge foto, maar dat paste qua sfeer wel bij het verhaal.

Wat betreft dat anachronisme denk ik dat taalgebruik nog lang na-echoot, zelfs als de bron al lang niet meer tot de tijdgeest gerekend kan worden. Kijk maar naar de etymologie.
Die foto bezorgt het kleine jongetje in me aardig wat koude rillingen. Het verschil met de dames uit mijn nachtmerries is het ontbreken van een lang wit nachtgewaad.

Je hebt helemaal gelijk. De connectie 'gladjakker'- zwerfhond is ook niet aan iedereen bekend.
Ook deze leest super! Niemand mocht me komen storen, mooi hoor !
Dank je wel.
Maar goed dat je niet gestoord raakte.
Gelezen.
Thanks.