In onze moeders schoot.

Door Emy Schreiber gepubliceerd op Tuesday 16 June 16:48

Net voor ze haar ogen voor de allerlaatste keer sloot, fluisterde mijn grootmoeder me iets toe. “Vertel het aan niemand, maar vergeet het niet te vertellen als jouw tijd gekomen is,” begon ze haar verhaal. “Alleen jouw dochter of kleindochter mag dit horen.” Met haar laatste krachten kon ze het geheim vertellen. Met open mond luisterde ik. Sprakeloos, ze kreeg me verdorie gewoon sprakeloos.

De tranen vochten om om het eerst uit mijn lichaam te rollen.

Door de verbazing van dat wat ik net hoorde leek het echter of alles even stopte. Niet alleen de ademhaling van moeke, maar ook mijn hart stopte met slaan, de klok stopte met tikken. De tranen die zo vochten hoopten zich op maar rolden niet van mijn wangen en de krop in mijn keel werd alleen maar groter.

De combinatie van grote verbazing en intens verdriet is onbeschrijfelijk. Niet alleen de vragen over het leven doorkruisten mijn wazige gedachten, maar allerlei vragen over…, ja … ‘Wat heeft ze nu eigenlijk gezegd? Heb ik dat nu juist verstaan? Kan ik bij iemand vragen of ik het überhaupt juist verstaan heb? Kan ik mijn moeder iets vragen en zo ja, waarom vertelde moeke het dan aan mij? Wat als ik later zoon zal krijgen, of zou het sowieso een dochter zijn?’

Duizenden vragen door één simpele boodschap. ‘Ok, geen simpele, maar …’ Soms kunnen woorden zo eenvoudig lijken tot je er dieper over gaat nadenken. In dit geval was filosoferen niet eens nodig, enkel in mijn hoofd herhalen wat ze zei en mijn hersenen gingen spontaan over in functie ‘overdrive’. Alsof ik in een refter vol kleuters zat, die net het sein hebben gekregen dat ze terug mogen praten. Dat in mijn hoofd.

Ik zette mijn handen op mijn oren, sloot mijn ogen en riep: “Moeder Maria, laat het stil zijn”.

Misschien was het maar een idee of het logische gevolg van het zelf hard roepen, maar het werd stil. Muisstil. Toen ik me weer bewust werd van alles rondom mij zat ik op mijn knieën. Hoe lang de stilte duurde weet ik niet. Ik had mijn moekes hand vast en leunde er met mijn voorhoofd tegen. De tranen stroomden nu over mijn wangen zonder oponthoud.

Nu, een goeie zestien jaren later, zit ik met een dilemma. Beantwoord ik de vragen de ze me stelt? Is het wel aan mij om deze te beantwoorden, of eerder, om haar in te lichten over wat nog komen gaat. Jarenlang heb ik er een draai aan kunnen geven. Een leugentje hier, een smoesje daar. Maar het vreet zo aan mij. Toch heb ik plechtig beloofd om niet te zeggen. Pas als de tijd er rijp voor is en dat is nog niet zoals ze het bedoelde.

“Mama, zeg het me gewoon” roept Stefanie me in mijn gezicht.

Moe antwoord ik: “Stefke, ik weet het niet, ik weet het niet. Als ik het niet weet, kan ik het niet zeggen.”

“Ik geloof er geen snars van, ik zoek het zelf wel uit!”

Voor de zoveelste keer vertrekt Stefanie met slaande deuren.

Ik begrijp haar wel en ergens lieg ik niet, want ik weet het eigenlijk ook niet echt. Maar hoe maak ik haar dat nu wijs?

Ze wordt bijna zestien en wil dolgraag weten wie haar vader is. Meer nog, ze wil een sweet-sixteen feestje, waar ze haar vader voor de eerste keer wil zien. Haar vader. Iemand die ze nooit ontmoet heeft. De ene keer doet ze alsof ze hij God is, voor alle talenten die ze duidelijk niet van mij geërfd heeft. De andere keer spreekt ze alsof hij de duivel is, omdat hij me laten zitten heeft. En ze gelooft niet dat ik niet weet wie het is. Ok, toegegeven, ik ben geen saaie huismus, maar ook geen straatbloempje dat door eender wie geplukt kan worden.

De puberteit en onwetendheid zorgen voor een vreemde sfeer in huis. Ze is een schat van een dochter, maar kan het bloed van onder de nagels halen als ze wéér dat ene onderwerp aanhaalt.

“Hoe dan ook, het zal een feestje worden zonder vader,” gooi ik er hardop uit, w  aarop ik spontaan in mezelf denk ‘of met, wie weet?’. Door die gedachte schiet ik in een slappe lach. Waarschijnlijk door de emoties binnenin en de prikkelbaarheid door heel de situatie. Ik weet het niet meer. Soms krijg ik de vreemdste reacties. Wat ik weet is dat je nooit mag denken dat het onmogelijke onmogelijk is want blijkbaar is er veel meer mogelijk dan we denken.

“Zesendertig jaar zijn en een dochter van bijna zestien hebben. Oh ja, ik moet Stefanie nog vertellen dat er vermoedelijk een zusje bij zal komen. Geen idee, ja, wie de vader ook maar zou kunnen zijn. De vader, de zoon, of de heilige geest. Amen.” Bij die gedachte sprint ik naar toilet voor ik weer eens een ongelukje heb.  Een van de kwaaltjes naast misselijkheid en vermoeidheid zijn de toiletbezoeken.

Een kleine drie maanden geleden hebben we afscheid moeten nemen van mijn moeder.  Een zalig goed mens, de vriendelijkheid zelve voor al wie op haar levensweg kwam.  Ze was bekend om haar vreemde humor.  Slecht nieuws trachtte ze steeds met een vreemde opgewekte toon te brengen, zodat er volgens haar meer ruimte was om mentaal wat weg te zakken.  Als je met een bedroefde basis begint zak je dieper, vond zij.

Een alleenstaande moeder, die toch tijd kon maken voor iedereen. Zij kon dat nog, de tijden zijn enorm veranderd. Werken, dat moet je doen nu als je alleenstaande moeder bent, liefst nog met een bijbaantje voor dat extra paar schoenen of dat feestje waar de dochter naar toe wilt.

Mijn moeder riep me bij haar.

“Mieke,” zei ze, “Mijn tijd is gekomen. Je zal het vanaf nu alleen moeten doen. Stefanie is nog geen zestien, ze is te jong maar jij kan het wel aan.” Fluisterde ze. “Je moet geven en nemen, maar dat weet je al.”

“Ja moeder,” zei ik stil.

Vol ongeloof zat ik aan een sterfbed, voor de tweede keer. De tijd bleef stilstaan terwijl ze de boodschap, die ik al kende, vertelde.  Alleen drong het nu beter tot me door, nu verstond ik het woord voor woord.

Wij zijn nakomelingen van Moeder Maria, Moeder van Jezus. Of dat wordt ons toch wijsgemaakt. Door de strikte geheimhouding, weet niemand hoe lang wij al bestaan. Onze herinneringen blijven niet. Wij wel, wij komen terug. Wij reïncarneren in de vorm van ons eigen kleinkind.  Meer bepaald onze eigen kleindochter sedert de laatste eeuwen. Volgens overlevering zouden we ooit ook jongens gebaard hebben. Maar of dat waar is, kan niemand meer met zekerheid bevestigen. Wij geven het leven van onze ouder of grootouder en nemen het nieuwe leven in onze schoot. De onbevlekte ontvangenis, zeg maar. Tegenwoordig noemen ze ons BOM moeders, bewuste ongehuwde moeder. Dat is natuurlijk ook niet echt correct, tegen dat we het beseffen, groeit de kleine al in onze schoot, onze moeders schoot.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (12) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
origineel
Dank je Anerea
Gelezen
Geweldig gewoon!
Echt geweldig.
Dank je Nonnie :)
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen.
Leuk om weer eens iets van je te lezen! Een wel heel originele en mysterieuze invulling van de opdracht. Best wel 'yummie'! ☺
Dank je :) Zo vaak wel begonnen aan een opdracht (af en toe alleen lezen) maar nu kunnen schrijven èn plaatsen... Wel, dat deed echt deugd :)
Ok, het is geen mysterie ontrafelen, niet echt volgens alle regels, dus niet veel concurrentie ;-) maar al blij dat ik na zoveel maanden nog eens een opdracht/verhaal kon 'afwerken'.