Close encounters of the second kind

Door Zevenblad gepubliceerd op Tuesday 09 June 01:17
Als je lang genoeg leeft heb je wel de nodige vreemde ontmoetingen en avonturen meegemaakt, en hoe langer die terugliggen hoe kleurrijker zij worden. Dat staat haaks op het algemene ervaringsfeit dat herinneringen na verloop van tijd verbleken.
Dat laatste zal wel opgaan voor de dagelijkse sleur en de routinematige belevingen, maar er zitten ook wat krenten in de pap die vele jaren later de status van sleutelervaringen verkrijgen. Daarvan heeft iedereen vast de nodige onuitwisbaar in zijn geheugen opgeslagen: dingen die je zo in merg en been zijn gaan zitten dat ze je voor de rest van je leven bijblijven - en uiteindelijk zelfs een aureooltje krijgen, of op z'n minst een leuke anekdote worden.
 
Zo zal ik bijvoorbeeld nooit de dag vergeten dat ik in Singapore een hele middag - bij een temperatuur van 40 graden en een luchtvochtgehalte van om de 95% - met mijn net gekochte (ja, duty-free natuurlijk!) Kodak de mooiste orchideeën gefotografeerd had. 36 opnamen vanuit alle mogelijke hoeken, waarbij ik geregeld, zwetend als een otter, op de buik in de modder lag totdat de film helemaal vol was.
Nog dezelfde avond leverde ik de buit bij een 24-hours fotoshop in. U begrijpt wel dat dat lang vóór het digitale tijdperk was, en dat de 24-uurs service natuurlijk - vergeleken met de toen nog driedaagse wachttijd thuis - een enorme vooruitgang was. Even snel de net geschoten plaatjes terugkijken was toen nog sci-fi.
De volgende avond stond ik precies op tijd in het winkeltje waar een vriendelijke Chinees mij, met een van medeleven haast gebroken stem, duidelijk maakte dat de hele film onbelicht was - behalve de eerste foto waar alle 36 shots tegelijk op stonden. De film was niet goed ingelegd of op andere wijze blijven hangen.
De camera bleek in orde, maar ik voelde mij zo vreselijk beetgenomen dat ik die het liefst ter plekke ingeruild had. Ik kreeg een nieuwe kodakfilm mee die hij veiligheidshalve zelf voor mij in de camera plaatste.
Ik had de volgende dag geen tijd meer om terug naar de orchideeënkwekerij te gaan, dus kocht ik een hele waaier postkaarten waarop de mooiste exemplaren afgebeeld stonden. Af en toe kom ik ze nog tegen, ergens achter in een fotoalbum, want ze tussen mijn eigen werk te plakken voelde ik als pronken met andermans veren. Vandaag kan ik er oprecht om lachen.
 
Maar dit slechts ter inleiding, over onvergetelijke gebeurtenissen.
 
Encounters of the second kind zijn natuurlijk die met dieren.
 
Ik was voor een drieweekse cursus in de V.S. - in Virginia - en gebruikte de vrije weekeinden natuurlijk zoveel mogelijk om de omgeving te verkennen. Dat deed ik met een gehuurde auto, helemaal in mijn eentje. Ik had vlak bij het congrescentrum een verhuurbedrijf gezien dat 'Rent-A-Wreck' heette: die hadden een hele loods vol gedateerde Amerikaanse sleeën staan. Grote comfortabele 8-cylinders die benzine zopen als ketters, deels zelfs met ingebouwde koelkasten. Hier kun je je met goed fatsoen niet in zo'n pooierbak vertonen, maar daar reed (begin jaren '80) half Amerika in rond. Benzine kostte bovendien per gallon net zoveel als hier bij ons per liter, dus ook daar hoefde ik niet  wakker van te liggen. De enige beperking van mijn dagelijkse actieradius was de algemene maximumsnelheid van 60 mijl/h die in heel Virginia gold. Die snelheid redt inderdaad menige wasbeer, vos en opossum het leven, want men houdt zich daar doorgaans braaf aan de snelheidslimieten, vooral in de afgelegen uithoeken.
 
Het was in de buurt van het Shenandoa National Park, vlak boven Charlottesville, waar ik van de doorgaande weg af ging en de route door de bossen nam. Kalm aan natuurlijk, want ik genoot van het adembenemende landschap. Verkeer was er nauwelijks, er reed ook niemand achter mij. Ik zag in de verte tussen de bomen door af en toe de Blue Ridge Mountains die inderdaad in een blauwe mist leken te liggen - adembenemend mooi. Ik had een country en western zender op de radio gevonden en was helemaal in de 'Oh Shenandoa' stemming. Het was min of meer toevallig dat ik op dat moment weer recht voor mij op de weg keek.
Ik zag iets midden op de weg bewegen en trapte direct op de rem. Het was duidelijk een slang die daar kronkelde. Hij  leek wel op een kleine python: ongeveer 1,10 m lang, zwartbruin gevlekt en zo dik als een opgeblazen fietsband. De slang probeerde duidelijk van de weg af te komen, maar dat lukte niet zo best. Ik vermoedde dat hij aangereden was.
Nu ben ik niet bang uitgevallen, maar voor slangen in een vreemd land heb ik altijd respect. Aan de andere kant houd ik veel van dieren en kan het niet aanzien als een dier lijdt, ook al is het (in de meest letterlijke zin van het woord) een serpent.
 
Daar zat ik dan, ingespannen door de voorruit turend, de grote slee half in de berm waar ik al remmend terechtgekomen was en dacht koortsachtig na wat ik nu moest doen: kon doen, wilde doen, en vooral dúrfde te doen.
Ik opende van binnen de kofferbak, stelde de knipperlichten in werking, klom over de versnellingsbak en stapte aan de bermkant uit. In mijn eigen auto heb ik altijd van alles en nog wat achterin liggen, onder meer een sleepstang, een inklapbare korte legerschop uit de dump en een kleine bezem om gebroken glas of andere rommel van de weg te vegen als dat eens nodig mocht zijn. Maar deze kofferbak was helemaal schoon en leeg.
Ik keek naar de bomen en struiken in de berm waar ik misschien een lange tak af kon breken. Tot mijn grote opluchting zag ik aan de andere kant van de vangrail een droge tak liggen, lang genoeg om de slang mee van de weg te schuiven zonder binnen het bereik van zijn tanden te komen. Ook pythons kunnen immers gemeen bijten, dat wist ik wel. Ik wist ook dat pythons in de V.S. in het wild voorkomen: afgedankte en ontsnapte huisdieren - maar dan toch eerder in Florida en in de Mississippi delta. 
De gedachte dat een tegenligger uit de voor mij gelegen bocht zou komen en hem helemaal zou pletten vond ik eigenlijk een veel erger vooruitzicht dan het met een kleine wurgslang van ruim een meter aan te leggen.
 
Ik kroop onder de vangrail door, pakte de tak beet en brak de dunne uiteinden af zodat ik een soort vork met drie tanden overhield - anderhalve meter lang ongeveer. Daarmee gewapend stapte ik voorzichtig op de slang af. Dat achter mij langzaam een auto stopte hoorde ik niet eens.
Ik hoorde ook de stem niet die iets naar mij riep - zo geconcentreerd was ik op dat gewonde beest zo vlak voor mij. En dan viel ineens een oorverdovend schot.
Dat schot weerkaatste ergens in de bossen en leek als een tienvoudige echo weer naar mij terug te komen.
Ik schrok mij een ongeluk. Stond stokstijf als aan de grond genageld. Toen hoorde ik pas de stem achter mij:  "Don't move! Please, DON'T YOU MOVE!"
Ik deed een stap terug, want ik kon onmogelijk omkijken en tegelijkertijd de slang in het oog houden. Op hetzelfde moment kwam een jonge man in uniform naast mij staan. Geen politieman, een ranger eerder, met een kaki kleurige padvindershoed. Hij hield een jachtgeweer in zijn linker hand en pakte mij met de rechter hand bij mijn linker arm. "Please don't move." zei hij nog eens. "It's a copperhead".
fde3631fe2fef321f374c251752e33f0_medium.
This is a Copperhead snake. They are native to the United States and dangerously venomous, so don't anger them! They are found mostly in rocky areas. They are medium sized snakes, so they probably won't squeeze you to death but they will kill you -  so if you see one...run.
 
Wist ik veel wat een 'copperhead' was... Als hij 'mocassin snake' gezegd had had ik hem beter begrepen, maar ik begon ineens te vermoeden dat hij niet de slang wilde redden maar mij. Toch enigszins opgelucht dacht ik op dat moment nog dat wij dat klusje nu wel met z'n tweeën zouden klaren.
Ik legde uit dat ik de slang gewoon van de weg af wilde schuiven omdat ik bang was dat hij nóg eens overreden zou worden.
"It has already been hit", zei hij rustig. "You can't save it, it's backbone is broken. It won't survive anyway. But it can still lash out at you. It's a venomous viper - you could have been killed out here."
Ach ja... het tijdperk dat iedereen een mobiele telefoon voor noodgevallen bij zich had lag nog ver in het verschiet.
 
Hij herlaadde zijn geweer en schoot de slang met één gericht schot de kop eraf. Het lichaam kronkelde nog even en lag toen stil. Hij pakte de tak die ik nog steeds vasthield en schoof het lijkje in de richting van zijn auto, tilde het op en deponeerde het in een linnen zak die achter in zijn auto lag. Ze zouden de slang onderzoeken, zei hij. Er was kennelijk iemand in het park die de populaties bijhield.
Wij zaten nog een poosje in zijn auto na te praten. "You're some lady", zei hij. "You would have touched it, wouldn't you?" Ik haalde mijn schouders op. Hij zal wel gedacht hebben...stupid tourists! Ik begreep nu ook pas dat hij de eerste keer in de lucht geschoten had om mij te waarschuwen. Dat had in elk geval perfect gewerkt. Wij moesten er achteraf allebei om lachen.
 
De dag verliep verder heel anders dan ik gedacht had. Hij nam mij mee naar een klein wildlife rescue station in het bos waar een collega van hem bezig was 'pancakes' te bakken en in een witte melkachtige pap te roeren. Ik kreeg een grote beker slappe oploskoffie en mocht toen mee naar een hok aan de achterkant van de blokhut waar ze twee jonge opossums en een wasbeertje verzorgden. Daar was de pap natuurlijk voor bedoeld.
Onder bulderend gelach van zijn maat gaf mijn redder mij nog wat adviezen mee voor de terugweg: dat ik geen zwarte beer mocht aaien als ik er eentje tegenkwam, en dat ik beter geen 'hikers' onderweg op kon pikken. Dat was kennelijk nog gevaarlijker dan een gewonde gifslang van de weg te schuiven.
 
Lifters meenemen doe ik nooit trouwens, maar dat van die beren: daar was ik niet zo zeker van.

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (11) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een Am. Copperhead is geen adder - ook al lijkt hij er wel op - maar de slang is wel giftig. Adders herken je vooral aan de duidelijk driehoekige kop. Het gif van de Am. Copperhead is redelijk potent, al is deze slang lang niet zo bedreigend als zijn Australische naamgenoot, want bij een beet van zijn Australische evenknie is vrijwel altijd de dood het gevolg na een beet.
Het gif van de Am. Copperhead kan allergische reacties en verlammingen teweeg brengen, soms zelfs ook met dodelijke afloop.

Het is trouwens heel onverstandig om een slang in de natuur te benaderen als je niet exact weet wat voor serpent het is en wat zijn reactie op de benadering kan zijn. Soms liggen slangen 's avonds gewoon op de weg. Ze verkeren dan vaak in een situatie van schijndood, als gevolg van grote hitte of juist flinke koude.
Raak zo'n serpent nooit aan want dan zal hij snel ontwaken en gelijk aanvallen en bijten.

Heerlijk en lekker vlot geschreven verhaal. Heb wel eens een python (jonkie hoor en vrij relaxed) vastgehouden, voelde als één bonk spieren, niets voor mij, ben meer van het aaibare type dier.
En dan voel ik me al een geluksvogel als ik een addertje en een ringslang tegen kom op één dag. :)
Je bent een meesterverteller.
Mooi verhaal.
Ik weet niet wat ik gedaan zou hebben, dat beest laten liggen waarschijnlijk omdat ik niet wist hoe gevaarlijk het was. NIet dat ik bang voor slangen ben, meer gezond respect en de wetenschap dat ze levens gevaarlijk kunnen zijn. Een paar weken geleden heb ik een adder en een ringslang gezien in het Fochterloerveen.
Ik dacht in het begin echt aan een python, daar leek hij ook nog het meest op.
Adders maken meestal dat ze wegkomen als ze de trillingen van je voetstappen voelen. Maar als ik ergens in de ruigte loop (om paddenstoelen te zoeken meestal) heb ik bijna altijd laarzen aan.
Mijn vader is eens door een adder in zijn hand gebeten toen hij bramen aan het plukken was. Dat heeft hem een maandenlang zwerende wond aan zijn rechter onderarm opgeleverd.
Een prachtige herinnering en waarachtig zeer kleurrijk. Je ziet in elk geval niet snel beren op de weg, heb ik zo de indruk.
Prachtig verhaal!
Zo'n geintje zou ik ook uit kunnen halen; angst voor slangen voelt voor mij onnatuurlijk.

Ik heb nog nooit zoveel 'road kill' gezien als in de USA.
Ja, dat klopt inderdaad. Dat komt vooral omdat ze de dieren daar niet zo snel weghalen als hier, alleen maar de grotere. Een platgereden wasbeer laten ze liggen tot die opdroogt, maar een aangereden hert natuurlijk niet.
De meeste dode slangen zie je in de woestijnen (vooral 'rattlers') omdat die beesten daar 's nachts op het 'warmere' asfalt gaan liggen.
Een ratelslang is een addersoort. Het gif van deze serpents is heel potent. Kun je beter niet benaderen gezien het feit dat ze fel kunnen uitslaan. ( adder slaat ongeveer 1/2 van zijn lichaamslengte uit. Dit in tegenstelling tot veel andere gifslangen waarbij meestal 1/3 van de lichaamslengte de slaglengte vormt)