Flarden (7)

Door Gewoonieko gepubliceerd op Sunday 07 June 17:50

Eerdere delen

 

“Als het verband er af gaat willen we graag dat jij er bij bent,” en ze richtte het woord tot mij tijdens één van de eerste gesprekken.
Ik knikte: “Natuurlijk.”
“We kunnen wel zeggen dat het meevalt, maar dat doet het niet,” vervolgde ze. 
Nee, nee dat begreep ik wel. Ik had ondertussen op internet al gezocht op de term ‘borst amputatie’ en werd bedolven onder beeldmateriaal. Vervolgens zocht ik een foto met een borst die qua grootte en omvang op die van Monique leek zodat de voorstelling zo dicht mogelijk tegen de toekomstige realiteit aan zou schurken. Dan was ik tenminste voorbereid.
In de aanloop naar de operatie oefen ik bijna dagelijks. Ik bedenk wat ik ga zeggen wanneer de wond aan mij getoond gaat worden en spreek verschillende zinnen hardop uit. Niks klinkt goed en ik blijf zoeken en oefenen. 
“Het valt mee.” Ik zeg het wel honderd keer hardop en elke keer slaat het nergens op; natuurlijk valt het niet mee. Ik sta naast het bed en de verpleegster haalde zojuist het verband er af. Waar gisteren nog haar borst prijkte is nu een krater ontstaan, gemarkeerd door een donkerrode wond die ongeveer begint waar haar borstbeen zich bevindt en doorloopt, zover dat ik het einde niet kan waarnemen.  

Ik kijk naar mezelf in de spiegel en herhaal het nog eens: “Het valt mee,” en het klinkt als een bespottelijke leugen.
Als je er maar mee om kunt gaan; haar woorden galmen keer op keer in mijn hoofd. Haar angst dat dit, haar ziek zijn en alles wat het met zich mee brengt ons einde zou kunnen betekenen. Niet omdat ze het niet zou overleven, maar omdat ik niet zou kunnen wennen aan haar verminkte lichaam.  Dat ik niet om zou willen gaan met alle beperkingen die de kanker en straks de chemo met zich mee gaan brengen.
Andersom, ha, nee, andersom zou ze zonder twijfel wel bij mij blijven en ik werd er kwaad om. 
“Alsof ik een slechter mens ben dan jij,” snauwde ik haar af om direct erna mijn spijt weg te drinken met enkele teugen Westmalle Tripel.  
Het had maar weinig gescheeld of haar borst had er niet af gehoeven … Ik verafschuw de gedachte en mijn spiegelbeeld sist me “egoïstische klootzak” toe.

Haar huilen knijpt mijn keel dicht.
“Wat is er?” probeer ik en ik doe mijn best zo rustig mogelijk te blijven.
Door de telefoon hoor ik haar een paar keer diep ademhalen en dan verteld ze dat ze juist onder de douche vandaan komt. Dat leek haar lekker na en twee dagen het bed te hebben gehouden, even douchen. 
De spiegel met een oppervlakte van twee vierkante meter loog niet en was confronterend geweest: “Oh, het is zo lelijk. Het is zo afschuwelijk lelijk.” 
“Waarom heb je niet gewacht? We zouden dit samen doen.” Ik wil haar vast houden en zeggen dat het mee valt en me ergeren aan haar ongeduld. 
Halsoverkop vertrek ik, vind op dit tijdstip eenvoudig een plek voor de auto en begroet haar zo luchtig mogelijk en met een droge mond. 
Met koffie en kletspraat proberen we het moment uit te stellen maar op precies het afgesproken tijdstip komt Marjan de kamer op; of we er klaar voor zijn.
“Ja hoor,” zeg ik zonder twijfel in mijn stem en met een hart dat in mijn slapen bonkt. 
Als na enig gepeuter alle pleisters zijn verwijderd belanden wij in wat wellicht één van ons meest oprechte momenten is en kan ik door mijn tranen heen alleen maar stamelen.
“Ik vind het zo erg voor je …” 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Vreselijk.
Jij beschrijft heel goed wat jullie doormaken, hoe moeilijk het is en met alle twijfels en al dan niet egoïstische gedachten. En boven alles proef ik de liefde die jullie voor elkaar hebben.
Ik had het al eerder gelezen maar nu weer knijp je me, met je schrijven de keel dicht. Het is eerlijk, rauw en zo indringend.