Valse emoties

Door Zevenblad gepubliceerd op Friday 08 May 11:19

Huilen, huilen, huilen.
Lange uithalen, een lopende neus en tranen die over zijn wangen biggelden. Een hoofd zo rood dat het haast leek te barsten, krampachtig tot vuisten gebalde handen, schokkende schouders. En toch af en toe een steelse onderzoekende blik alsof hij in mijn gezicht naar begrip en medelijden zocht.

Als professional had ik al lang geleden geleerd om mijn gezicht in een neutrale plooi te houden als dat nodig was. Toen hij niet vond wat hij zocht  gooide hij er nog een schep bovenop. Hij kromp even ineen en greep naar zijn hoofd, maar toen ik bleef zwijgen kwam hij ineens weer overeind.
'Ik wil dood', beet hij mij toe. Het snikken hield op en hij wachtte op mijn reactie.
Ik bekeek hem zonder een spoor van emotie te tonen.
Een man van midden dertig, klein in vergelijking met de gemiddelde lengte van zijn leeftijdsgenoten, met een al licht kalend hoofd. Hij was, in afwachting van zijn proces, tijdelijk opgenomen vanwege zijn steeds weer herhaalde zelfmoorddreigingen.
Hij droeg het soort joggingpak dat in de inrichtig bijna de standaardkleding voor patiënten was, terwijl het vaste personeel een uniform droeg en de onderzoekers meestal een pak met stropdas. Ik had de stropdas thuis gelaten, misschien dat hij daarom dacht dat hij mij kon manipuleren.
 
Ik keek naar een foto in het dossier. Het was een familieportret van enkele jaren geleden, dat hem met zijn vrouw en twee kinderen toonde: een jongetje van een jaar of drie en een meisje van rond de 2 jaar. De vrouw leek een stuk jonger dan hij: hooguit begin twintig. Zij zag glimlachend naar hem op. Hij keek eerder demonstratief ernstig, alsof hij zich een houding probeerde te geven. Naar de gezichtsuitdrukkingen op de foto te oordelen was zij het die hem overgehaald had om te poseren en had hij zich slechts met tegenzin in het onvermijdelijke geschikt.
Ik schoof de foto naar hem toe. Hij keek meteen de andere kant op.
'Wilt u dat liever niet zien?' vroeg ik.
Hij antwoordde niet. Ik bladerde verder en schoof een andere foto in zijn richting. Dat was een politiefoto van zijn vrouw, met een gezwollen blauw oog, een dikke lip en een hematoom op haar voorhoofd. Zijn hoofd bleef afgewend.
'En toch is dit de realiteit' zei ik. 'Of niet soms?'
'U begrijpt er niets van'. zei hij nijdig. 'Die slet is vreemdgegaan. En dat kind was niet eens van mij'. Het huilen was opgehouden. Zijn gezicht toonde nu alleen maar ergernis.
'Die klappen had ze allemaal verdiend!'.
'Dit kind soms ook?' vroeg ik. Ik schoof nu een foto over mijn bureau waarop een klein meisje op een sectietafel te zien was. Het witte doek dat alleen maar haar hoofd vrijliet bedekte een klein uitgemergeld lichaam.
Hij begon weer te snikken, maar de woede op zijn gezicht won het van het geveinsde verdriet.

100c1ff9976b86ad24b3735f2752df45_medium.|


'Ik wil terug naar mijn kamer', schreeuwde hij.
'Zo meteen', zei ik. 'Ik heb nog enkele vragen'.
'Bekijk het maar', was zijn reactie.'ik zeg niets meer'.
'Weet u wel dat het DNA-onderzoek met zekerheid aantoont dat dit meisje wel degelijk uw kind was?'  
Zo gemakkelijk kwam hij niet van mij af.
Hij bleef zwijgen. Dan, ineens, kwam de woede weer terug.
'Jullie liegen allemaal.' barstte hij uit. 'Dat wijf, de politie, die krengen van de Kinderbescherming. Je kon toch wel zien dat dat mijn kind niet was?'
 
Het meisje was twee keer geopereerd aan een gespleten gehemelte, en het was duidelijk dat hij deze onvolkomenheid niet voor zijn rekening wenste te nemen.
'Bij ons in de familie kwam dat niet voor'.
Uit de stukken bleek dat hij zijn vrouw vlak na de geboorte begon te mishandelen. Zij had hem met een onvolmaakt kind opgezadeld. Hém!
Spijt? Nee, spijt was wel het laatste wat hij had. Het speet hem dat hij aangehouden en opgesloten was. Medelijden met zijn dochtertje had hij zeker niet. Wel met zichzelf: dat iedereen het hem zo kwalijk leek te nemen dat hij deze schandvlek eindelijk uitgewist had.
 
De volgende dag kwam zijn vrouw. Niet op bezoek, maar op uitnodiging.
Zij wilde hem niet zien. Ook zij huilde, maar iets meer ingetogen.
Er was de laatste weken nogal wat op haar afgekomen. De dood van het kind, de politieverhoren, de onvermijdelijke autopsie. Haar man was aangehouden op verdenking van mishandeling met dodelijke afloop. Omdat hij - als marktkoopman - niet kon werken had zij een uitkering aan moeten vragen. Het spande er overigens om of zij ook terecht zou moeten staan wegens medeplichtigheid.
'Ik houd nog steeds van hem' snikte zij.
'Ook toen hij u mishandelde?'
'Ja, eigenlijk altijd. Hij heeft het ook niet gemakkelijk gehad in zijn leven.'
Zij had nog steeds medelijden met hem, ondanks alles wat er gebeurd was. Begrip voor zijn woedeaanvallen, omdat het immers háár schuld was dat hun tweede kind een hazenlip had.
'Ja, en de drank natuurlijk. Dan was hij zichzelf niet'.

Ze waren getrouwd toen zij achttien was, hij was elf jaar ouder. Zij wilde haar ouderlijk huis ontvluchten omdat haar vader haar sloeg terwijl haar moeder gewoon toekeek. Bij haar vriend hoopte zij bescherming te vinden, maar ze kwam van de regen in een rivier terecht: een slachtoffer sinds haar vroege jeugd - te bang om voor zichzelf en haar kinderen op te komen. Het contact met haar ouders was meteen na haar huwelijk verbroken. Haar man wilde dat zo.

'Ik was erbij toen het gebeurde', jammerde zij. 'Ik durfde hem niet tegen te houden'.
Nu was zij het die haar tranen de vrije loop liet. Schuldgevoel, wanhoop en spijt. Nee, zij wilde haar man niet zien - liefst nooit meer. Maar zij hield nog steeds van hem, zei ze.
Een symbiotische relatie - maar één van het allerberoerdste soort. Beiden in een rol die hen sinds hun vroegste jeugd ingeprent was: de één als slachtoffer en de ander als dader. Zo verschillend, maar toch complementair. Zij kon niet met hem leven en ook niet zonder hem. En als zij hem los had kunnen laten was haar volgende partner vrijwel zeker wéér een niets ontziende bruut geweest.
 
Nee, het was niet hij die dood wilde. Hij was hooguit tot een halfslachtige poging in staat: om aan te geven welk verschrikkelijk onrecht hem aangedaan werd, hopend dat men zich dan schuldig zou voelen. Zij zei het niet, maar deed het enkele dagen later wél, met een overdosis. Haar zoontje had zij naar de buren gebracht en toen een dodelijke hoeveelheid tabletten geslikt. Die waren thuis in ruime hoeveelheden beschikbaar.

Toen het bericht hem bereikte had hij slechts zijn schouders opgehaald. Naar de crematie - onder begeleiding - wilde hij in geen geval. Deze vernederende vertoning gunde hij zijn buren niet.
Hij werd enkele maanden later veroordeeld tot 9 jaar gevangenis, wegens zware mishandeling de dood ten gevolge hebbende. Ook op de zitting had hij gehuild, maar niet erg overtuigend.
Na twee derde van zijn straftijd uitgezeten te hebben kan hij weer op zoek gaan naar een nieuw slachtoffer.

Reacties (13) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
ach er wordt niet geluisterd, mensen begrijpen de ander niet, jaren lange frustratie hoop zich op, barst als een bom, niet begrepen door zgn. professionals, dei werken volgens boekje en regels zoals iemand moet zijn hokjes denken, hokjes geest, na jarenlang niet begrepen te zijn, er niet naar mij geluisterd werd, het roer omgegooid en nu? ben ik mezelf ben ik tevreden, wie er bleef niemand van die mensen die zgn. mijn vrienden waren , die familie zijn, niemand die de moeite neemt de nader echt te begrijpen, ik ervaar dit dagelijks, en als ze merken dat ik wel luistert dan komen de verhalen en dat ik niet oordeel maar mijn verhaal verteld van verandering, niet meer de ander volgt, mijn best doet voor een ander, geen compliment meer wil maar gewoon mezelf zijn en NU, ja ik ben blij met mezelf
Gelezen en beoordeeld!
Zeer geloofwaardig geschreven. Uit alles blijkt een professionele kennis van een bepaald type mens, dat je zeer levensecht hebt beschreven. Brrrr.
[[Deleted]]

'Inderdaad: je leert om je gezicht in de plooi te houden.'

Vooral om geen afkeuring of minachting te laten blijken. De morele afkeuring is te taak van de rechter, maar uitsluitend door middel van de straftoemeting. Ook die moet zich inhouden wat de bejegening betreft.
De taak van een neutrale deskundige beperkt zich tot het oordeel of iemand toerekeningsvatbaar is, of zo zwaar gestoord dat hij geen besef had waarmee hij bezig was.
Alcohol doet daarbij niet af aan het schuldbesef - die neemt hooguit een paar remmen weg.
Dit lijkt op een gevalletje van gebrek aan emoties.
ja, behalve dan als het om zijn eigen welbevinden gaat. De enige echte emoties waartoe zo iemand in staat is zijn woede, en angst om zijn gezicht te verliezen.
Gelezen
Gelezen.