Flarden (4)

Door Gewoonieko gepubliceerd op Wednesday 06 May 22:32

Eerst vorige delen lezen?

 

Aan het ontbijt keuvelen de kinderen zoals ze dat altijd doen: Kaj die zwijgend, rustig op gang moet komen en Jens die honderd procent alert is vanaf het moment dat zijn oogjes open gaan. Oma, die na de onheilstijding direct de trein heeft genomen en in ieder geval blijft tot na de operatie, glimlacht genoegzaam; haar jongens. 
Gelukkig worden we al vroeg in het ziekenhuis verwacht en hoeven we niet nog een lange dag tegen de afspraak aan te hikken. Wanneer we vertrekken ligt mijn boterham belegd met mijn favoriete kaas nog onaangeraakt op mijn ontbijtbord. 

In de auto is het stil. De radio staat op standje ‘heel zacht’ en het monotone gezoem van de banden overstemt alles. 
Waar ik zwijgend voor me uitkijk en de neiging om de auto om te keren moet onderdrukken, kijkt Monique zwijgend opzij, naar buiten. Ze lijkt zo eenzaam en zo kwetsbaar nu. Eigenlijk wil ik stoppen. Gewoon de auto op de vluchtstrook zetten en haar vasthouden. Haar vertellen hoeveel ik van haar hou en dat het allemaal wel goed gaat komen, maar over dat laatste ben ik zelf niet zo heel erg zeker meer en omdat we om negen uur in het ziekenhuis moeten zijn doe ik niet wat ik eigenlijk zou willen doen. 

Ze legt haar hand op die van mij die op de versnellingspook rust en draait haar hoofd om me aan te kunnen kijken. 
“Weet je?” vraagt ze, “Als we dan tenminste nog maar een jaar of acht krijgen.”

Marjan lacht deze keer niet wanneer ze ons ophaalt uit de wachtruimte. Haar blik is deze ochtend genoeg om me kippenvel en een dichtgeknepen strot te bezorgen. 
De kanker blijkt tegen de verwachtingen in ook al in haar okselklieren aanwezig te zijn waarmee ze bevestigd wat we eigenlijk sinds het telefoontje van gisteren al wisten. 
Tissues worden over de tafel aangereikt en iets te drinken wordt aangeboden. We schudden allebei ons hoofd en houden elkaar vast. 
“Heb ik zes miskramen gehad om nu mijn kinderen niet te zien opgroeien?” 
De wanhoop en het verdriet zijn tastbaar en liggen als een loden deken op onze schouders terwijl het voelt alsof ons leven als fijn zand tussen mijn vingers doorglipt. Ongegeneerd huilend houd ik haar vast en ik voel haar tranen in mijn hals. 
Elke zekerheid die we hadden, de beloftes aan elkaar om samen oud te worden. Toen we trouwden, nu zo’n vier jaren geleden, zei ik dat ik alles zou willen opgeven voor één dag extra met haar. 
De jongens …. Hoe moet het met de jongens? Ze zijn veel te jong. Het is niet eerlijk. Kinderen horen dit niet mee te maken. Ze horen een onbezorgde jeugd te hebben waarin geen plaats is voor ziekte en dood. Dood …
en ik doe mijn best om het woord uit mijn gedachten te bannen. 

Er worden afspraken gemaakt: aanstaande maandag moeten we terug komen en gaan ze een scan van Monique’s botten maken, een echo van haar lever en een foto van de longen. Ze gaan op zoek naar uitzaaiingen, besef ik me en ik doe mijn best om niet te kotsen. 

Deel 5

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Droevig!
Veel sterkte
Het is wat het is.
Dank je wel.
Verschrikkelijk! Heel veel sterkte.
Vreselijk, sterkte.
Ieko, ook wij kregen deze onheilstijding, de oksel is helemaal gereinigd ( schuildklierpoortwachter) Gevolg is wel dat ik mijn leven lang met een kous en handje om moet lopen. Maar hé, houd de moed erin hoor, Ze zijn tegenwoordig kunstig genoeg met dit soort van operaties. Keep your head up....Liefs van die andere kneus. Jullie worden zeker lekker oud samen met de kidsxxx
ingrijpend. zeer goed overgebracht en mooi geschreven
Dit is ook weer zo goed geschreven, het hakt er in.
ontroerend..kippevel ..onmachtig en toch ergens krachtig dat je dit zo kan schrijven .. de kaars gaat ook hier aan voor jullie ik wens jullie alle kracht om dit te doorstaan