De zoon (slot)

Door Gewoonieko gepubliceerd op Friday 24 April 20:42

Eerst deel 3 lezen?

Tevreden kijkt hij uit het raam. Onder hem doen de kleurige parasols van het terras hem denken aan een lappendeken. Zo één waar zijn moeder hem vroeger in verpakte als hij zich ziek voelde en een vreemd gevoel van missen welt in hem op. 
Nee, niet nu dwingt hij zichzelf en hij probeert zijn aandacht op iets anders te richten. Op de bosrand in de verte waarachter een oudheid schuil gaat. De blauwe lucht er boven waar vliegtuigen als zilveren pennen op hemelsblauw papier witte strepen trekken. Op de stilte die door het open raam doordringt tot in alle hoeken van zijn verblijf.  

En zo, aan zijn tafeltje met daarop zijn schrijfpapier, een pen en een sandwich die hij zojuist heeft gekocht, wacht hij op wat er komt. Want dat er een ingeving gaat komen, daarvan is hij overtuigd. 
In de verte kucht iemand terwijl hij langzaam kauwt op een hap van zijn broodje. De liefde waarmee zijn snack is klaargemaakt, de overdaad aan eerlijke en verse ingrediënten ontgaan hem. Zou iemand hem al hebben kunnen wijzen op de pure smaak van de biologische kaas of het heerlijk verse tomaatje, dan nog zou hij onverschillig zijn schouders hebben opgehaald. Hij heeft immers alleen maar honger en dus is elk broodje goed genoeg.  
Gedachteloos bijna veegt hij de kruimels van zijn witte vel papier dat voor hem op het tafeltje ligt, de pen in zijn knoestige hand. Klaar om te kunnen reageren op die plotselinge inval. 

Het is laat die dag als hij na weer een onvruchtbare middag zich realiseert dat hij op het broodje van vanmiddag na niets meer heeft gegeten of gedronken. Hij besluit – omdat het met het schrijven toch nog niet wil lukken - om in het hotel te dineren.
Beneden is het echter stil. De receptie is verlaten en in het – wat later de ontbijtzaal blijkt te zijn – restaurant is de verlichting reeds uit. 
De oude eigenaar geniet buiten van het laatste restje zon van die dag, nippend aan een beslagen glas gevuld met helder, koel bier.
“Eten?” vraagt de man verwonderd, “Nee, alleen ontbijt meneer. Voor een warme maaltijd, tja, … daarvoor moet u naar het dorp.”
Het was niet eens door wat de man zei. Niet zijn exacte woorden, maar misschien meer door de manier waarop hij ze uitsprak, dat hij plotseling vanuit een bijna niets wist hoe zijn begin zou zijn.
Met een ruk draait hij zich om en loopt terug het gebouw in. Schoorvoetend eerst, maar hij versnelt zijn pas en voorbij de balie zou je gezegd hebben dat hij aan het hardlopen was.
Hij grijpt met zijn rechterhand de leuning en slingert zich de trap op, slaat twee treden over en gooit zichzelf als het ware omhoog.  
In zijn haast verstapt hij zich. De bal van zijn voet balanceert op de afgeronde rand van de laatste tree, maar glijdt er vanaf. Het wild maaien van zijn armen kan niet voorkomen dat hij toch zijn evenwicht verliest en hij slaat met een ijselijke kreet, die door het hele hotel te horen is, achterover. Tree voor tree stort hij helemaal naar beneden waar de marmeren vloer geen mededogen kent. 

Een wit velletje papier wordt door een windvlaag opgetild, om na een seconden durende tocht op het zachte tapijt neer te komen, juist wanneer de zwarte limousine het terrein verlaat.  

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dit verhaal kende ik dus al. Hij staat in het boek Obessie volgens mij. Toen vond ik hem al geweldig goed.
Dank je. En het klopt. Ik heb het verhaal ingezonden voor een schrijfwedstrijd. Het is uiteindelijk in de bundel n.a.v. die wedstrijd terecht gekomen.
Dat weet ik alleen maar omdat wij het boek hier hebben. Mijn zus staat er ook in. Het is toch altijd leuk om in een boek te staan.
Respect! Dit is topkwaliteit. Schrijf eens vaker iets.
Dank je voor je lovende reactie. Vaker iets schrijven? Hm... Misschien doe ik dat wel.
Soms word je obsessie je dood...mooi verhaal
Pas maar op dan met het hebben van een obsessie Ingrid.
Sjonge nog us er an toe. nou wordt die perfecte beginzin zijn dood, das best gemeen
Tja ... ach ... gelukkig is het maar fictie.