Orion

Door Staunch gepubliceerd op Friday 24 April 09:07

Proloog

 

Lang geleden leefden er vele goden in het mooie Griekenland. Zo ook de tweeling Apollo en Artemis. Artemis was godin van de jacht, de maagdelijkheid en de kuisheid. Apollo was god van het licht, de zon en muziek. Apollo en Artemis waren als twee handen op een buik. Ze gingen vaak samen op jacht en kwamen daarbij nooit met lege handen thuis. Artemis wilde niets van mannen weten en vroeg haar vader, de god Zeus, om eeuwig ongetrouwd te blijven. Na enige aarzeling stemde hij daarmee in, “maar misschien bedenk je jezelf nog”. Artemis dacht nooit aan haar beslissing te zullen twijfelen.

Tot ze op een dag tijdens de jacht de sterveling Orion samen met zijn hond Sirius tegenkwam. Artemis was op slag verliefd. Hij was een geweldige jager en bovendien erg knap om te zien. Ze brachten steeds meer tijd samen door. Jagen met Apollo kwam er niet meer van. Apollo werd jaloers en vond dat het niet kon dat Artemis verliefd was. Ze was immers de godin van maagdelijkheid en kuisheid. Apollo stapte naar Gaia, moeder natuur, en vroeg haar een einde te maken aan Orions leven. Gaia weigerde dit, de natuur besliste dat immers zelf. Apollo vertelde Gaia dat de prooidieren verdwenen sinds de sterveling in hun woud jaagde. Gaia besefte dat dit waar was en stemde in. “Voor het balans…” zei ze.

Gaia stuurde een giftige schorpioen op Orion af. Orion probeerde zich te verzetten en bevocht zijn lot. De schorpioen dreef hem in zee. Apollo zag Orion de zee in vluchten. Woedend dat zijn plan mislukte riep hij Artemis bij zich. Hij wees haar op een schaduw in het water en daagde haar uit de schaduw te raken vanaf waar ze stonden. Artemis die nog nooit mis had geschoten, nam de uitdaging aan en legde een zilveren pijl op haar gouden boog. Ze richtte en liet de pijl vieren. Zoals verwacht raakte ze de schaduw, die onder water verdween en niet meer boven kwam.

De volgende ochtend baadde Artemis in de zee en het lichaam van Orion spoelde aan. Diepbedroefd nam ze het lichaam in haar armen. Er stak een zilveren pijl uit zijn rug. Ze besefte wat ze had gedaan en was ontroostbaar. Ze verzocht de goden het leven van Orion te redden door hem onsterfelijk te maken. Maar deze weigerden dat. Ten einde raad zette ze de beeltenis van Orion in de sterren, tezamen met zijn trouwe hond Sirius.

De legende vertelt dat Orion nog steeds, eens in de zoveel tijd, op aarde landt, vertoornd op zoek naar de verantwoordelijke van zijn lot.

 

 

 

 

Hij komt!

Gejaagd rent Staunch door de bossen achter zijn vader aan. Gedachten snijden door hem heen als zwaarden. “We zijn roekeloos geweest met onze tijd”. Bomen razen voorbij alsof zij het zijn die rennen en niet Staunch. “We hadden weg moeten gaan, ver weg”. Hij voelt zijn hartslag in zijn keel en bij iedere slag voelt hij zijn voeten op de grond neerkomen. “Iedereen is in gevaar dankzij ons”. Overal om hen heen schieten dieren weg in paniek, alsof ze voelen wat er komen gaat.
    Slechts een paar uur geleden hadden hij en zijn vader samen in een herberg gezeten. Maar als een plotselinge donderslag was het weer omgeslagen, dat kon maar één ding betekenen: Hij komt! Zo snel als ze konden hadden ze hun spullen gepakt en het op een lopen gezet.

    Een harde windvlaag dwingt hen tot stilstand. Angstig kijkt Staunch naar zijn vader, “Damon, wat betekent dit?” Damon kijkt naar de lucht… “Deze keer is anders dan alle andere keren, Staunch.” Een hele zwerm vogels vliegt over hen heen met een heils kabaal. Staunch kijkt schichtig om zich heen, wat bedoelt zijn vader met deze keer is anders? Hoewel alle tekenen er waren, de zandloper die zonder waarschuwing nog minder dan een dag vol zat. De vogels die vluchtten en dan ook nog… “Staunch, hoeveel tijd hebben we nog?”. Staunch haalt de zandloper tevoorschijn. Er zitten nog maar een paar korreltjes in, ze hebben niet veel tijd meer.
    Hij komt er aan. Hier en nu.

 

    Staunch kijkt om zich heen, ze staan op een grote open plaats. De bomen staan dicht bij elkaar, alsof ze elkaar beschermen. Hij sluit zijn ogen. Alle geuren, kleuren en gevoelens van het woud stromen door hem heen. Hij voelt de natuur, de bomen en de spanning die traag door hun bladeren kruipt. Ze voelen wat er gaat komen, ze voelen wat hij met zich meedraagt. Hij probeert dat gevoel te negeren, hij moet zich concentreren op de omgeving. Straks wanneer het donker is moet hij precies weten waar elke boom staat en waar iedere tak hangt. Zo kan hij zich een weg banen door het woud wanneer hij moet vluchten.
   
    Staunch opent zijn ogen, zijn vader is zijn wapen aan het pakken, zijn groene haar plakt tegen zijn voorhoofd van het zweet. “Is het gelukt?” Vraagt hij. Staunch knikt en gooit zijn bepakking af. Voorzichtig haalt hij zijn boog tevoorschijn. Zijn vader had de boog voor hem gemaakt toen hij zeven zomers oud was. Staunch is nu vijftien zomers oud, die tijd lijkt een eeuwigheid geleden. Hij streelt er liefkozend overheen en spant hem aan.
    Toen hij opgroeide had zijn vader er op gestaan dat hij een goede booschutter werd. Op deze manier kan Staunch op een afstand van een gevecht blijven terwijl Damon zich met zijn zwaard in de strijd gooit.
    Staunch kijkt naar het zwaard van Damon, het is prachtig. Het lemmet is dun maar de kling is groot en zwaar. Op het lemmet staan tekens gegraveerd ---. Damon vecht ermee alsof het een verlengstuk is van zijn lichaam.
    Staunch heeft altijd gewild dat Damon het hem zou leren, maar wanneer hij er naar vroeg zei zijn vader: “wanneer je ouder bent, leer eerst pijl en boog schieten, dat is het belangrijkste”. Hij is inmiddels veel ouder en een prima boogschutter. Maar hij durft zijn vader het niet weer te vragen. Wanneer de tijd er rijp voor is zou zijn vader het hem leren, daar is hij zeker van.

    Het begint donker te worden, de eerste sterren worden zichtbaar. Staunch rijkt of hij de Noorderster kan zien. Damon heeft hem ooit verteld dat de geesten van gestorvenen daar verblijven zodra zij het lichaam verlaten. Wanneer het nacht wordt waken zij over geliefde levenden. Hij vraagt zich af of zijn moeder daar ook is en over hem en Damon waakt.
    Staunch zucht en pakt zijn zandloper erbij. Het laatste korreltje valt.

“Het is tijd”.
 
    Direct slaat er een donderslag in die zich in de aarde boort. Een enorm beest daalt neer, verbonden door de lichtstraal.
    Staunch krijgt een onbehagelijk gevoel in zijn buik, een naar gevoel, een combinatie van misselijkheid en spanning. Hij gaat zwaarder ademen en wil het liefst wegrennen, hij kijkt naar zijn vader die met dezelfde symptomen worstelt.

    Het beest landt met een luide dreun op aarde. Door de dreun siddert de grond onder Staunch’ voeten. Hij heeft moeite om te blijven staan. Het beest krijst, een schreeuw die de hele nacht vult en kilometers ver te horen is.
    Staunch bedekt zijn oren om het geluid buiten te sluiten. Zijn trommelvliezen trillen en doen pijn. Verdoofd kijkt Staunch naar het enorme beest. Hij ziet er even afzichtelijk uit als altijd, een groot gedrochtelijk, half menselijk wezen. Het beest is ruim twee-en-een-halve meter lang. Zijn kop, Staunch kan het geen hoofd noemen, is bedekt met een oranje-bruine vacht. Zijn gezicht is misvormd en een grote snuit steekt naar voren. Enorme tanden blinken in zijn bek. Het beest heeft een grote hoorn op zijn kop waarmee hij vervaarlijk uithaalt. Zijn gespierde torso is van voren bedekt met een schubachtige huid waar zelfs Damons zwaard niet doorheen komt. Op zijn rug zit dezelfde afzichtelijke oranje-bruine vacht waardoor zich stekels naar buiten boren. Aan zijn armen zitten klauwen met nagels die groot genoeg zijn om Staunch’ buik te doorklieven.
    Staunch huivert.
    Het enige wat het beest draagt is een broek van leer, er staan dingen ingekerfd; woorden en zinnen in een vreemde taal die Staunch niet begrijpt. In zijn klauwen houdt het beest een grote hardhoute stok. De stok lijkt gemaakt door goden; het kan niet breken en doorklieft alles.
   De ogen van het beest zijn echter het meest afzichtelijk. Staunch kan zich er niet van weerhouden er in te kijken. De ogen zijn menselijk, ze weerspiegelen de man die hij ooit is geweest. Wanneer Staunch erin kijkt, overweldigd hem een gevoel van medelijden en schuld.
    “Orion…” fluistert hij.

 

 

Staunch ontwaakt uit de verdovende invloed van het beest. Hij pakt een pijl en legt hem aan op zijn boog. Hij spant aan, richt en laat de pijl vieren. De pijl suist door de lucht en ketst af op het geschubde bovenlichaam van het beest.
    Het beest richt zich op Staunch en haalt uit met zijn zwaard.
    Staunch ontwijkt het zwaard op een haar na. Hij rent om het beest heen en legt opnieuw een pijl aan die hij laat vieren. De pijl boort zich in één van de stekels van het beest. 
    Het beest draait zich woedend om en dendert op Staunch af.

    Staunch kan niet bewegen. Alles in zijn lichaam roept vluchten, maar hij blijft verstijfd staan. De angst heeft hem veroordeeld: zijn lichaam is bevroren. De angstige kou verdooft, alsof het zich voorbereidt op een pijnloze dood. Staunch raakt in een trance en de wereld om hem heen lijkt te vervagen. Het maakt plaats voor herinneringen…

     Hij ziet een jonge vrouw. Ze heeft dezelfde opvallende felblauwe ogen als hijzelf. De vrouw draagt een baby met groene haren in haar armen, zou het Damon zijn? Nee. De vrouw wendt zich tot een jongere Damon die ook een baby in zijn armen houdt. Beide baby’s hebben een litteken op hun borst in de vorm van een schorpioen. Staunch herkent die maar al te goed, hij heeft hem zelf ook. “Opsplitsen… Kansen… Veilig,” vangt hij op. Staunch wil dichterbij gaan staan om te luisteren maar hij wordt tegengehouden. Zijn blik wordt gevangen door een vreemde jongen met groen haar die vanaf de andere kant toekijkt.

    In een flits staat hij plotseling ergens anders, weer ziet hij alles met dezelfde vage waas, maar deze herinnering herkent hij. Zijn eerste boogschietles. Staunch kan een glimlach niet onderdrukken wanneer hij zijn onhandigheid ziet met het wapen. Hij glimlacht om zijn vaders eeuwige geduld. Maar weer valt hem de jongen op die aan de andere kant toekijkt. Staunch wil hem benaderen maar wederom flitst hij naar een andere herinnering. Deze kan hij niet thuisbrengen.

   De vrouw met helderblauwe ogen richt zich tot een jongen van een jaar of acht met groen haar. “Het is belangrijk dat je nu goed oplet, ooit zal dit van pas komen.” De jongen knikt en de herinnering spat uiteen.

   Staunch is terug in zijn wereld. Vaag dringt alles weer tot hem door. Hij staat aan de grond genageld en het beest komt steeds dichterbij. Alles gebeurt in slow-motion. Hij ziet zijn vader naast het beest rennen. Zijn vader haalt uit met zijn zwaard naar de poten van het beest. Hij probeert de aandacht van Staunch te halen. Het beest slaat er geen acht op. Hij is bijna bij Staunch en heft zijn wapen.
     Staunch hoeft alleen maar te rennen, ontwijken wat zal komen, hij is sneller dan het beest. Maar in plaats daarvan krimpt hij ineen en knijpt zijn ogen dicht.
   “Aah!” Hoort hij Damon schreeuwen. Daarna het geluid van de striemende slag van het wapen van het beest. Gevolgd door een akelig geluid wat hem nog lang zal achtervolgen. Het geluid van zijn vader die tussen hem en de stok van het beest springt. Staunch spert zijn ogen wijd open.

    Zijn vader valt op de grond. Stilte. Verbluffing van zowel het beest als Staunch.

Damons anders vriendelijke ogen stralen doodsangst uit. Zijn lichaam schokt en gedrenkt langzaam in bloed.
    Een fractie van een seconde lijkt het beest spijt te hebben. Hij brengt zijn poten naar zijn kop en krijst.
    Staunch’ hart breekt. Hij valt op zijn knieën. “Damon”, brengt hij moeizaam uit. Zijn vader is buiten bewustzijn. Als Staunch het bloeden niet snel stelpt zal hij doodbloeden.
    Het beest houdt op met krijsen en waanzin lijkt hem meester. Met zijn stok haalt hij uit naar Staunch.
    Staunch kan de stok maar net ontwijken, hij moet hier weg en snel, voordat het beest hem én zijn vader vermoordt. Hij neemt zich voor wanneer het beest weg is terug te komen en voor zijn vader te zorgen. Een andere keus heeft hij niet, of wel?
    Staunch kijkt nog even naar zijn vader en zet het op een lopen. Tranen rollen over zijn gezicht. Hij heeft zijn vader in de steek gelaten.
 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen!
Knap geschreven.