Ma de liefjes

Door Weltevree gepubliceerd op Wednesday 22 April 09:11

Ik word vanzelf wakker, moet dus toch hebben geslapen. Niemand heeft me gewekt, een goed teken, want dan is de situatie beneden niet noemenswaardig veranderd. De Rozenheuvel slaapt als een onschuldig kind, denk ik om half zeven. De serene stilte in de oude villa heeft een veilig omarmend vermogen. Het is nog donker, een heldere sterrenhemel schittert door het kleine dakraam waardoor ik denk dat het waarschijnlijk wel vriezen zal.
Om zeven uur komt Broer zacht de zolder opgelopen en schudt even aan mijn schouder om meteen te verdwijnen in een identieke kamer tegenover de onze.
Ma ligt alleen, alleen, realiser ik me en de adrenaline giert plotseling door mijn keel alsof dat snippertje nachtrust al mijn zekerheden om zeep heeft gebracht. Op de tast wankel ik slaapdronken uit bed zonder licht te maken opdat mijn dochter door kan slapen en ik schiet zenuwachtig in schone kleren. Onzeker sluip ik de prachtige brede trap in de centrale hal die eindigt schuin tegenover de gesloten deur waarachter van mijn moeder aan het sterven is. Ze ligt daar alleen, alleen, klopt het door mijn drukke, niet uitgelapen, bange hoofd en ik schiet laf de deur van de woonkamer in.

cd6b1b252eef1c569deb944027829a9e_medium.

Wat tref ik in haar kamer aan? Drieënveertig jaar, maar in paniek van de onherroepelijke realiteit. Bij het ene lampje dat in de open keuken de hele nacht door brandt, vul ik de waterkoker, want de thermoskannen voor thee en koffie worden gevuld door wie er toevallig aan toe komt en ik smeer heel secuur een snee brood. Ik heb haast, maar nadat ik de grauwe snee heb belegd met kaas, die nog van ma in de koelkast ligt, snijd ik het brood, zoals altijd, in zestien stukjes. Uit macht der gewoonte en ineens val ik mezelf ongelooflijk tegen. Vanwege het zinloze getreuzel. Omdat ik in de stille keuken blijf zitten terwijl ik mijn brood bij ma op zou kunnen eten. Onnozel, aan een immens grote, zeer afgeleefde kringloopeettafel, kauw ik met lange tanden op kleine brokjes brood en merk hoe stompzinnig verlamd ik mezelf tegenkom. Al zoveel situaties overwonnen waarvan de uitkomst niet voorspelbaar was en nu zie ik er tegenop om bij mijn eigen stervende moeder naar binnen te gaan. Ben ik echt zo onvolwassen dat ik mezelf toesta zo te talmen? Foeifoei, dat verdient geen schoonheidsprijs en ik noem mezelf een verantwoordelijke dochter en moeder? Ik moet me schamen!

Ineens vliegt het hele leven me aan.
Vanaf dat ik me bewust ben, verdorie, heb ik alles al alléén gedaan! Noodgedwongen, omdat wie medeverantwoordelijk waren hun aandeel niet serieus namen en daar is niets in veranderd. Na de scheiding ben ik hem nooit tegen gekomen, de man die me nu had zullen steunen, die me op waarde schat. Die er voor me wil zijn in voor en tegenspoed. Een passende partner waar ik geestelijk mee sparren kan, waar ik iets van leren kan en hij van mij om samen aan het leven en onze ervaringen te groeien. Ik schijn twee types aan te trekken: papkindjes die het aangenaam vinden om op mijn kordate zorgzaamheid en inzet mee te liften alsof ik nooit kwetsbare momenten ken. De andere categorie doet eerst oh zo aardig, tot blijkt dat begrip en medeleven enkel bedoeld was om me te winnen waarna de oneerlijke dubbele agenda’s ter tafel komen. Af en toe, vooral in kwetsbare momenten, slaat die eenzaamheid in de liefde me keihard om het hart.

9bafa72a5b1d5f1b00f91cb704133808_medium.

Terwijl ik mijn bordje afspoel duw ik die trieste balans opzij, dwing mezelf geen aandacht meer aan dat zinloze zelfmedelijden te schenken. Kom op, doe wat je moet doen, ga naar je moeder, hop hop. Het zou te gek zijn als ze, net op het moment dat er niemand bij haar is, de laatste adem uitblaast.

Zijn witte jasje dichtknopend komt Erik de woonkeuken binnen, groet vriendelijk en schenkt zichzelf iets te drinken in. Wonderlijk hoe alleen zijn aanwezigheid me al rustig maakt. Plotseling sta ik resoluut op om naar ma’s kamer te gaan.
“Men lijdt het meest door de angst die men vreest,” galmt mijn vaders stem door mijn weten zodra ik achter de deur gekeken heb. Er is weinig angstaanjagends aan.
Ma ligt bewegingsloos in bed. Ze heeft een goede kleur terwijl de zo kenmerkende groef tussen haar wenkbrauwen haar gelaat dat alerte geeft waardoor het lijkt alsof ze zich ergert. Haar mond hangt open en het urinezakje aan het bed is niet noemenswaardig voller dan gisteren.

“Goede morgen ma,” zeg ik en neem haar hand in de mijne. Ze knijpt niet.
“Is alles goed? Kan ik iets voor je doen?” Er komt geen enkele reactie waaruit op te maken is dat ze nog iets merkt, maar niemand kan met zekerheid zeggen wat iemand in coma meemaakt. De ademhaling schuurt als een roestige machine, Regelmatig, een Dieselmotor, betrouwbaar maar gehorig.
“Het nevelspuitje haalt weinig meer uit,” overleg ik even later met Erik die de pomp met de nieuwe dosering morfine vult. Volgens hem zal ma er geen hinder meer van ondervinden dat haar keel kurkdroog is en ze zal zeker niet binnen drie uur sterven, fluistert hij, “ want de hartslag is nog veel te sterk en de punt van de neus is mooi rond.”

Later tref ik Broer en dochter in de woonkamer waar we koffie drinken. Het is hem niet aan te zien dat hij te weinig sliep en ik vraag me af hoe hij er naar kijkt dat mijn dochter van bijna zestien meepraat als een gelijkwaardige volwassene.
“Ik wil na vanmiddag ook bij oma waken, maar ik heb eerst de hele dag dienst achter de kassa.” Over haar hoef ik me geen zorgen te maken, denk ik, want deze zware situatie gaat ze met natuurlijk allure aan. Zonder mopperen, geen hatelijke egoïstische opmerkingen, terwijl Broer nog steeds doet alsof we altijd zo verstandig met elkaar om zijn gegaan. Ik kan het niet geloven dat jij niet ineens weer uit de slof zult schieten zodra de spanning bij jou te hoog oploopt.
“Komt Tekla vandaag?” probeer ik langs mijn neus weg, maar hij schudt zijn hoofd.
“De kinderen dus ook niet,” constateer ik droog en hij knikt. Zou hij beseffen wat het voor ons betekent dat ma er straks niet meer is? Ons verschil in denken is te prominent aanwezig, daarom houd ik mijn mond. Dat het onverstandig is om zijn dochters zo ver uit de buurt van oma' s dood te houden, zal hij wel als onzinnige prietpraat wegwuiven.Terwijl jij denkt hen te beschermen houdt jij je dochters, inmiddels toch ook zeventien en vijftien, onnodig klein.

Mijn dochter gaat alleen naar oma en ik vraag hoe Broer met ma de nacht is doorgekomen, of er nog iets bijzonders is gebeurd, maar hij zegt dat ze heel rustig is gebleven, langzaam maar zeker steeds verder in coma is geraakt. Als we samen bij ma naar binnen gaan, waar mijn dochter op de stoel naast het bed zit, pakken wij in het makkelijke zitje iets te lezen. M**** fluistert iets dat ik niet versta en als ik opkijk vind ik het jammer niet over een fototoestel te beschikken. Graag zou ik het veelzeggende beeld van hun beider handen hebben vast gelegd. Symbolisch voor het intieme. Oma's nagels lakken, dat nu niet meer kan. Jonge lange slanke vingers, die liefdevol de gerimpelde stille hand strelen. 

“Oma, ik ga nu weg want ik moet werken,” zegt ze na een kwartier resoluut en ma, die al uren onbereikbaar lijkt, houdt warempel weer haar adem in. De liefde tussen die twee vlindert ontspannen door de kamer, denk ik trots ontroerd.
“Maar ik kom vanavond terug, hoor,” stelt ze oma fluisterend gerust. M**** drukt liefdevol een kusje op het oude voorhoofd voordat ze vertrekt en als ze met opgeheven hoofd de sterfkamer verlaat word ik warm van mateloos respect voor mijn kind, dat zo’n uitermate slechte start in het leven had.

Vervolg: Niets nieuws onder de zon

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (15) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Je laatste zin is heel erg mooi en je 'getreuzel' in het begin is heel begrijpelijk.
Ja, wat kan een mens op dergelijke momenten ineens aan gedachte kronkels tegenkomen, he?
mooi beeld zal dat zijn, je moeder en je dochter
Fijn dat ze nog bij oma was in haar laatste dagen;
Ja, die beelden zal ik ook niet meer vergeten
Dat laatste .... wat ontroerend mooi.
Dank je wel. Ik schrijf het graag zoals het was.
[[Deleted]]
Inderdaad, ik zie die periode als een film voor me en sommige beelden die me toen troffen hebben ook na al die jaren niet aan schoonheid ingeboet
Dat laatste beeld is toch wel heel mooi.
Ja, ik ben blij dat ik die mooie beelden ook nog zomaar op kan roepen
Sterkte toegewenst!
Het is al heel lang geleden, en het is goed gekomen
Zo zie je je kind waarschijnlijk zoals ze geworden was als er niet zoveel mis ging in haar vroege jeugd. Ik ben blij dat ze zo met je moeder kon omgaan in die laatste dagen. Het trieste is dat ze dat niet met jou kan.
Ja, dat zijn ook de momenten die ik koester, als juweeltje tussen de rest. Madeliefjes, ma de liefste, Ik heb ze eergisteren gefotografeerd toen ik die woordspeling ineens ingegeven kreeg.
Een van onze nichtjes heet Daisy en ze weet heel goed dat dat madeliefjes zijn.