De zoon (1)

Door Gewoonieko gepubliceerd op Wednesday 22 April 01:20

Geërgerd veegt hij met een woest gebaar een doek over het kleine tafeltje dat onder het raam van zijn hotelkamer staat. De lange lok die zijn gevorderde kaalheid moet verhullen valt voor zijn ogen en een koffiekopje valt op de vloer. Daar wordt het opgevangen in het zachte tapijt waardoor het niet stuk gaat.  Hij vloekt binnensmonds: hoe kan ik zo werken? 
Driftig boent hij de ronde afdruk welke het zojuist gevallen kopje heeft achter gelaten op de tafel weg, zoals hij het zijn moeder zo vaak had zien doen. 
Zijn oude moeder, die tot het laatste moment van haar mopperige leven teleurgesteld werd door haar zoon: een sloddervos die nooit iets bereikt had in het leven, vond ze.  
Hij raakte dan ook vastbesloten haar te laten zien dat hij wel netjes kon zijn en zeker in staat was om iets – wat dan ook – te bereiken.  
“Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd,” pleegde ze vaak te zeggen. Hij probeerde haar gedachtegoed nu zo goed mogelijk in stand te houden, hetgeen hem goed afging al was er niemand die hem dat vertelde. 
Eigenlijk had hij daarmee ook iets bereikt, maar dat ervoer hij niet zo. Nee, hij wilde nog ergens naam in maken, iemand zíjn, maar wie? En uiteindelijk lag het zo voor de hand dat hij er eerst voorbij had gekeken.  
Het was tijdens het opruimen van moeders kamer dat hij haar boekenkast leeg ruimde en in dozen stopte. Haar hele leven had ze boeken verslonden en plots wist hij wat hem te doen stond: hij zou er ook één schrijven! Hij zou er aan beginnen en het tot het eind volhouden, in de geest van zijn moeder die zelfs nu ze uit de tijd was gegaan nog tegen hem leek te mopperen. Tenminste, zo af en toe verbeelde hij zich toch echt haar stem nog te horen.
De weken na dit besluit tuurde hij uren naar het maagdelijk witte papier dat hem in de boekhandel zo uitnodigend toe schreeuwde, maar eenmaal op zijn tafel leek te zijn verstomd.  
De eerste zin is de belangrijkste, zo had hij ergens gelezen en dus meende hij hieraan veel aandacht te moeten besteden, maar telkens leek het hem niet goed genoeg:
de ene keer waren het teveel woorden, dan weer was een zin veel te kort. Nietszeggend of alles onthullend. Inspiratieloos, dat was het: inspiratieloos en het woord zou hem niet meer los laten. 
Z’n hele leven had hij gewoond in het opgeruimde huis aan de stille straat in het dorp waar nooit iets gebeurde. Inspiratieloos stond synoniem voor zijn leven en hij zou op zoek moeten naar bezielende ingevingen. 
Hij besloot na enig nadenken dat hij daarvoor op reis moest. Weg van het nette huis, ver weg van deze buurt. En zo vertrok hij, op ik geloof dat het een donderdagochtend was. Hij trok simpelweg de deur achter zich dicht, stapte in zijn auto en vertrok.

 

Deel 2

 

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een interessant begin en lekker beeldend.

Ik zie een paar grammaticale foutjes, niet echt storend, behalve voor de purist en perfectionist. Ik zie jou als een serieuze schrijver, dus zeg het maar of je mijn feedback hierin op prijs stelt.

Heel intrigerend vind ik dat je in de laatste regels een ik-figuur introduceert. Dat schreeuwt om een vervolg en ik zie dat je dat ook geschreven hebt. ☺☺
Merci!
Kom maar op met de feedback. En hoef je niet meer te vragen hoor; ik wil juist graag feedback.
Simon Carmiggelt zei: "Het mooie van het ambacht schrijven is dat je het nooit leert."
Dus.
En zo kweek je een obsessie.
Zoiets ja. :)
Deze heb ik al eens eerder gelezen maar het was wederom een genoegen.
Fijn. Dank je, officieelcolumnistevandemetro.
:-))
Wel wel, dan zal hij wel aardig wat gaan beleven.
Hm... we zullen het zien. Nog maar een deel er achteraan dan?
Ja, zeker wel, want je wekt de indruk dat er meer komt met (1)